Je hoeft geen pacifist te zijn om kritische vragen te stellen bij de nieuwe Defensienota. Terwijl het kabinet ons sociale vangnet nog verder wil uitkleden om de miljarden bijeen te schrapen die nodig zijn om aan de nieuwe NAVO-norm te voldoen, is het volstrekt onduidelijk in hoeverre de investeringen het land ook daadwerkelijk veiliger maken.
Eerst de cijfers.
Nederland voert de defensiebegroting de komende jaren stapsgewijs op. In 2024 besteedde ons land nog 23 miljard euro aan Defensie, in 2035 moet dit bedrag zijn opgelopen tot 39 miljard. Dit bedrag is niet gebaseerd op een rationele raming van de kosten om Europa veilig te houden, maar op het tegemoetkomen van een Amerikaanse president die openlijk lobbyt voor zijn eigen wapenindustrie.
Sinds de invasie van Oekraïne zijn extra investeringen in het leger politiek amper nog omstreden. De Russische autocraat Vladimir Poetin filosofeert openlijk over het herstel van het rijk van Catharina de Grote, dat onder meer (delen van) Finland, de Baltische Staten en het huidige Polen omvatte. Het is daarom noodzakelijk dat Europese krijgsmachten zich voorbereiden op een eventuele aanval.
Maar dit ontslaat ons niet van de plicht om de uitgaven van het ministerie van Defensie nauwlettend in de gaten te houden.
Zo heeft de oorlog in Oekraïne inmiddels aangetoond dat aanvalstanks zonder geavanceerde drone-verdediging geen schijn van kans meer maken op het slagveld. Peperdure gevechtsvliegtuigen kunnen om diezelfde reden niet meer opereren boven het front.
Nederland heeft desalniettemin voor miljarden euro’s aan tanks en straaljagers in bestelling.
Ondertussen slagen de Oekraïners er steeds beter in om de Russische samenleving te ontregelen met relatief goedkope drones en raketten. Rusland kampt nu met zulke grote brandstoftekorten, dat Poetin de export van olieproducten heeft moeten verbieden. Financiële instellingen in Moskou hebben de boodschap gekregen dat ze voortaan zelf verantwoordelijk zijn voor de luchtverdediging van hun kantoren.
Het Russische leger is niet meer in staat om de eigen hoofdstad te verdedigen.
Het lijkt erop dat Rusland een veel kleinere bedreiging vormt dan we in 2022 vreesden. Niet omdat Poetin zich heeft gematigd, maar omdat hij incompetent is.
De oorlogen in Oekraïne en Iran leren ons bovendien dat de tijd van de grote tank- en luchtslagen definitief achter ons ligt. Oorlogen worden gewonnen door de legers die er het beste in slagen om met (relatief) bescheiden middelen de vijand te ontregelen.
Een beetje meer politiek debat over de zin en onzin van de huidige militarisering van de Rijksbegroting is daarom op zijn plaats. Anders lopen we het risico dat we straks miljarden stukslaan op onbruikbaar wapentuig, uit angst voor een vijand die niet eens meer over de brandstof beschikt om onze kant op te komen.











