Bijna alle woorden eindigend op ‘filie’ hebben iets vriendelijks, het gaat immers om ‘houden van’. Je kunt van alles houden: van films (cinefilie), van wat nieuw is (neofilie), van Europa (eurofilie), van boeken (bibliofilie) of van alles wat vreemd is (xenofilie, het tegengestelde van xenofobie). Het nieuwste geval van ‘houden van’ is topofilie, houden van een bepaalde plaats.
Het bestaan van topofilie kwam tevoorschijn bij onderzoek naar het oprukken van rechtste sentimenten als nationalisme, ‘eigen volk eerst’ en vreemdelingenhaat. De Engelse monumentenzorg (National Trust) vroeg neurowetenschappers van de Universiteit van Surrey om een MRI-scan van mensen te maken met de vraag welke objecten de meeste gevoelens van geborgenheid, veiligheid, rust en kalmte oproepen. Meer dan foto’s van geliefden blijken dat bepaalde plaatsen, geografische locaties. Topophilia zou een aantoonbaar onderdeel van het brein zijn.
Houden van je huis, straat, buurt, stad of land staat in eerste instantie ver af van nationalisme of afkeer van vreemdelingen. Het zijn basale gevoelens. Dat wordt anders wanneer er meer dan normaal gewicht aan wordt gehecht, of wanneer de ruimte voor die gevoelens onder druk komt te staan door te veel immigranten of vluchtelingen ineens in een buurt of stad. Die normale gevoelens van geborgenheid en vertrouwen waren de achtergrond van het inmiddels vermaarde touwtje door de brievenbus van Jan Terlouw.
‘De global village is meer gaan lijken op een global pillage (plundering).’
Dat vertrouwen was volgens Terlouw verdwenen en zou moeten terugkomen om het gevoel van geborgenheid en veiligheid te kunnen opwekken dat noodzakelijk is voor het welzijn. Het ontbrekende touwtje staat voor het mislukken van de global village. De wereld zou met de globalisering, de alomtegenwoordige televisie, de mobiele telefoon en het internet zo vertrouwd worden als een dorp met overal touwtjes door de brievenbus.
De wereld zou bij je op bezoek komen. Wat er werkelijk bij je thuis kwam, was globalisering in de vorm van ongebreidelde neoliberale expansie, van louter economie zonder cultuur. En zonder besef van verantwoordelijkheid, vandaar de financiële crisis in 2008. Wat er verder van de wereld in huis kwam, was een dagelijkse portie oorlog en terrorisme, zowel ver weg als dichtbij. Zoals de Engelse politicoloog Anthony Giddens zei: de global village is meer gaan lijken op een global pillage (plundering).
Homogene volksgemeenschap
Wanneer topofilie een normaal verschijnsel in het menselijk brein is, wat betekent dat dan in tijden van terreur, wanneer aanslagen ver en dichtbij voor een gevoel van onbehagen en onveiligheid zorgen? Dan probeer je dat huis, die straat, die buurt en dat land die voor je welzijn essentieel zijn te beschermen. Maar moet daar een begrip als ‘Heimat’ voor van stal worden gehaald dat aan alle kanten beladen is door een afschuwelijke geschiedenis, teruggaand tot het nationaalsocialisme en de Tweede Wereldoorlog? Dat is wat Beatrice de Graaf doet in haar Jan Terlouw Lezing Een veilig tehuis. Identiteit en ‘Heimat’ in tijden van terreur.
De harmonie, rust en vrede van Heimat konden alleen bestaan doordat elders in naam van die harmonie de ergste misdaden werden begaan
Niemand hoeft hoogleraar internationale relaties Beatrice de Graaf te vertellen hoe beladen het begrip Heimat is. Ze wijdt er zelf over uit. Als het om Heimat gaat, hebben we het niet over een gewone gemeenschap van mensen, maar om ‘een homogene volksgemeenschap’ waaraan ook een ‘volksaard’ verbonden wordt. Het ‘Eigen volk eerst’ is dan niet ver weg meer (‘Unser Land, unsere Heimat’). De Graaf probeert het begrip een neutrale inhoud te geven, maar dat gaat niet met ‘Heimat’, daar laten zich de negatieve connotaties niet van wegpraten. Om die neutraliteit in te vullen, schrijft De Graaf: ‘Tegenover de onveiligheid en het kwade dat van buiten komt en ons bedreigt, staat immers de geborgenheid van het eigen veilige huis. De “Heimat”, waar alles is zoals het zou moeten zijn, waar harmonie, rust en vrede heersen.’
BeHeimaten
Het begrip ‘Heimat’ wordt altijd geassocieerd met een bepaald soort harmonie, rust en vrede: die van het nationaalsocialisme. Die harmonie, rust en vrede konden alleen bestaan doordat elders in naam van die harmonie de ergste misdaden werden begaan. Aan de vredige beelden van een nationaalsocialistisch Heimat-gezin rond de eettafel zijn concentratiekampen, bombardementen, razzia’s en jodenvervolgingen verbonden: die hebben voor die rust en vrede gezorgd. Daar staat ‘Heimat’ voor.
Waarom geen Nederlands woord voor die behoefte aan harmonie, rust en vrede? Waarom zouden wij gebruik moeten maken van zo’n besmet woord? Ook al weet De Graaf alles over de beladenheid van Heimat, ze wil expliciet geen Nederlands woord.
Wanneer De Graaf het over ‘Heimat’ heeft, wordt het doodgewone dagelijkse leven van mensen in een straat, wijk of buurt ineens tot iets heel verhevens gemaakt: ‘Voor wie willen wij een Heimat zijn? Het is niet alleen de mens die een Heimat nodig heeft voor zijn sociale welzijn. Het is ook omgekeerd: onze Heimat heeft ons ook nodig om werkelijk Heimat te worden, voor onszelf en de mensen om ons heen. Onze kinderen en jongeren hebben ons nodig. Wij hebben hen nodig. De glans van de Heimat licht soms op in de straat waar je woont, (…) als er kinderen spelen, of als iemand zich om jou bekommert.’ Dit is wel een heel sentimentele omschrijving van iets gewoons als ‘thuisgevoel’.
Niet alleen moeten we het over Heimat hebben als het om een eenvoudig thuisgevoel gaat, het is ook de bedoeling dat we actief met de Heimat bezig zijn, in de vorm van het terugbrengen van het Heimatgevoel: van ‘BeHeimatung’. Daarin moeten we ‘een opdracht’ zien.
Heimat is een woord dat alleen gebruikt kan worden met een bijsluiter.
BeHeimaten houdt in dat alle beladen connotaties worden weggeduwd. En dat niet wordt stilgestaan bij de door De Graaf zelf geciteerde uitspraak van de Duitse schrijver Martin Walser: ‘Heimat?, zeker de mooiste benaming voor achterlijkheid.’
De Graaf trekt zich er niets van aan en doet alsof Heimat in Nederland een neutraal begrip is. Ze maakt van Heimat een gezellige, democratische, multiculturele, inclusieve plaats voor geborgenheid en veiligheid in tijden van terreur. Bij Heimat moeten we ons nu een vredelievende ‘gemeenschap’ voorstellen (‘eerlijk met elkaar omgaan’), een ‘ruimte’ (‘het is ergens, op een concrete locatie waar mensen wonen’), en er hoort een geschiedenis bij ‘van recht en rechtvaardigheid die voor mensen als traditie te herkennen is.’ Het is alsof De Graaf een vlag op een modderschuit zet.
Zoals Martin Walser niets moet hebben van ‘Heimat’ vanwege de achterlijke eenkennigheid die eraan kleeft, zo hield Goethe zich verre van de Duitse Vaterländerei, de verheerlijking van het eigen nest. De Graaf wil natuurlijk niets met deze bekrompenheid te maken hebben, maar zorgt ondertussen voor misverstanden door te doen alsof BeHeimatung een woord is dat maar gewoon moet worden in het Nederlands. Maar het is een woord dat alleen gebruikt kan worden met een bijsluiter, een handleiding.
Daarin staat dat BeHeimatung voor een veilige omgeving zorgt, waarin mensen aardig voor elkaar zijn, elkaar gedag zeggen, en waarin ‘geïnvesteerd wordt in buurthuizen, pleinen en verenigingen’, in ‘levende gemeenschappen’. Is dit niet wat nagenoeg iedereen in Nederland, Europa en elders allang doet?
De Graafs BeHeimatung moet leiden tot een soort christendemocratisch gemeenschapsgevoel, tot een ‘oplossing’ voor het onbehagen en voor het ‘individualisme’ dat immers nergens een thuis heeft: ‘Heimat biedt een oplossing voor het verlangen naar veiligheid. Het omlijnt de eigen veilige thuishaven, en identificeert en lokaliseert het kwaad daarbuiten.’
Er is niets tegen thuisgevoel en topofilie, maar wel wanneer het gemeenschapsgevoel naast het onbehagen ook het individu wil vervangen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.