Marjan Minnesma, Directeur van Stichting Urgenda en auteur van Tussen kolen en Parijs. Gids voor spelers in de regionale energietransitie

‘Waar we onze energie vandaan halen? Van duurzame bronnen, natuurlijk! In 2030 is de energie die we in Nederland verbruiken volledig duurzaam. Althans, dat kan, als we de klimaatcrisis ook als een crisis gaan behandelen. We hebben uitgerekend welke veranderingen daarvoor nodig zijn: van zonnepanelen op alle daken, wegen en parkeerterreinen in het land tot het concentreren van landbouwkassen zodat ze in groepen op één plek gebruik kunnen maken van aardwarmte. Met die veranderingen heb je meteen een enorme besparing aan de energie die je überhaupt nodig hebt. Als we elektrisch gaan rijden, gebruiken we veel minder kiloJoules dan met een verbrandingsmotor, want die verliest 40 procent van alle energie in de vorm van warmte. En warmtepompen zijn ook vele malen efficiënter dan cv-ketels.

We weten wat er moet gebeuren, nu gaat het erom dat die veranderingen gaan plaatsvinden. Daarvoor moet ook onze cultuur veranderen. We hebben te veel regels en procedures – zo heeft het zes jaar gekost om een wijk op Vlieland aardgasvrij te maken, door alle bureaucratie. De transitie moet echt met hoge nood op alle fronten opschalen. Dan gaat er maar een keertje iets mis. Het hoeft niet allemaal via de nationale overheid, de regio’s en de industrie kunnen heel veel zelf. Maar bij innovatieve grootschalige projecten kan Den Haag juist wel een rol spelen. Denk aan een dam in de Noordzee waarmee je energie uit stroming kunt halen en waar je meteen ook windmolens op kwijt kunt. Dat het kabinet aankondigde dat het miljarden gaat investeren in windmolens op zee en in een waterstof-infrastructuur, is al een goede stap. Ik heb twee keer een uur met Mark Rutte gepraat en hoop dat hij daar wel iets van heeft meegekregen. En mensen als Rob Jetten weten dondersgoed hoe het zit en willen ook echt.’

Johan Boomsma, Mede-eigenaar van Boomsma Shipping

‘Vlak voor de coronapandemie zag ik op een nieuwjaarsreceptie een kleine versie van een VentiFoil – een soort staande vliegtuigvleugel die werkt als een zeil – bij de ingang staan. Daar werd ik gelijk door aangetrokken, want wind is gratis. Alleen waait-ie niet altijd. Je kunt natuurlijk heel goed varen op wind en met de golfstroom in je rug, maar dan moet je altijd hetzelfde rondje en dat kan niet in de transportsector. Je vaart naar waar je klanten zijn. Onze Russische klanten zijn nu weggevallen, maar dat is het mooie van schepen: je kunt heel snel de bakens verzetten.

‘Niemand weet nog wat de brandstof van de toekomst wordt. Methanol, waterstof, misschien ammoniak?’

Intussen vaart ons vrachtschip Frisian Sea met twee kantelbare VentiFoils op het dek. We besparen er nu gemiddeld zo’n 5 tot 7 procent brandstof mee. Als de techniek nog efficiënter wordt, kan dat zomaar 15 procent zijn. Daar word je wel blij van.

We proberen al heel lang om het brandstofverbruik per ton mijl naar beneden te brengen – eerst om bedrijfseconomische redenen, later omdat het past bij duurzamer willen worden. Toen we een keer lieten onderzoeken waar we staan ten opzichte van de competitie, bleek dat verrassend positief. En dat geeft energie. Het is noodzaak om hiermee bezig te zijn, want anders houdt het gewoon een keer op. Er komt veel regelgeving op ons af. Maar het is ook ontzettend leuk en uitdagend om te bepalen wat de juiste investeringen zijn: een schip gaat dertig, veertig jaar mee. En niemand weet nog wat de brandstof van de toekomst wordt. Methanol, waterstof, misschien ammoniak? Batterijen zijn nog niet geschikt vanwege de grootte en het gewicht. Het heeft ook te maken met beschikbaarheid. Olie kun je op elke straathoek vinden. Dus CO2-opslag is ook interessant. Ik denk dat er verschillende oplossingen naast elkaar komen te bestaan, met verschillende combinaties per soort schip.’

Sanne van der Ende, Personal trainer

‘Energie haal je uit dingen waar je gelukkig van wordt, menselijke connecties en, lichamelijk gezien, het eten dat we eten. Dat kan ál het eten zijn: een maaltijd met heel veel voedingsstoffen, of die pizza die minder voedzaam is maar waar je wel echt blij van wordt. En het moet ook genoeg zijn in verhouding tot hoeveel je beweegt.

‘We klagen vaak dat we moe zijn, maar moe zijn mag.’

Ik heb klanten die zich aanmelden omdat ze willen afvallen met de boodschap: “Hoi, ik wil vijf keer per week sporten en ga vijftienhonderd kilocalorieën per dag eten.” Nou, dan word je een heel ongelukkig mens.

We willen te veel energie hebben, de hele tijd. Continu gemotiveerd zijn en alles maar blijven doen: je baan, kinderen verzorgen, work-outs doen en gezond blijven. Maar ik denk dat we moeten stilstaan bij het feit dat het ook oké is om geen energie te hebben, en om die energieloosheid toe te laten. In deze westerse samenleving vinden we dat erg moeilijk.

We klagen vaak dat we moe zijn, maar moe zijn mag. Net als bij emoties geldt: ga er maar eventjes bij zitten en laat het toe. Als personal trainer ontkom je daar niet aan. Ik hoor vaak: “Jee, waar haal je die energie vandaan?” Nou, ik voel me echt niet altijd energiek. Het helpt sowieso om lekker te bewegen, maar je houdt dat alleen vol met tussendoor de broodnodige rust.’

Marc Davidson , Hoogleraar Filosofie van duurzaamheid en milieu (Radboud Universiteit)

‘We moeten vooral de vraag stellen: waarom hebben we überhaupt zoveel energie nodig? Er kan ontzettend veel gewonnen worden door betere isolatie en minder verspilling. Energiebesparing is de schoonste energiebron. Daarnaast helpt het een hoop als we met zijn allen minder achter de nieuwste mode en de nieuwste spullen aan rennen. Daar kun je een verband zien met het mentale vlak: de gehaastheid en overprikkeldheid die dat met zich meebrengt, is vermoeiend. Maar zijn we bereid tot zulke maatschappelijke veranderingen?

Het is voor politici aantrekkelijker om te kijken naar alternatieve energiebronnen dan om maatregelen te nemen die echt de persoonlijke levenssfeer raken, want dat kan kiezers afstoten. Ik merk die gevoeligheid zelfs als wetenschapper: onbedoeld ben ik een van de gezichten geworden van het argument om minder kinderen te nemen. Het is niet eens mijn voornaamste expertise, maar er zijn weinig collega’s die zich aan dit vraagstuk wagen. Terwijl ik het niet eens heb over gezinnen van één of twee kinderen, het gaat me om gezinnen van drie of meer kinderen. Ook daar kun je een koppeling maken tussen fysische en mentale energie: als je minder kinderen hebt, leg je minder druk op het milieu en het kost ook minder lichamelijke en geestelijke energie als ouder.’

Mea Dols de Jong, Regisseur van onder meer de Tegenlicht-documentaire Een nieuwe orde

‘Het is interessant hoe Europa’s vertrouwen in de betrouwbaarheid van Russisch gas – door niet-Europese experts “naïef” genoemd – sinds de inval in Oekraïne aan het veranderen is. De geopolitieke belangen rondom de energievoorziening zijn nu overduidelijk. Je zag al een soort antiglobaliseringssentiment ontstaan tijdens de coronacrisis, iedereen was zo geschrokken van het tekort aan mondkapjes. De mix van strategische en duurzaamheidsbelangen leidt ertoe dat de transitie ineens in een stroomversnelling is gekomen. De Europese Commissie heeft de Green Deal (waarmee het het eerste klimaatneutrale continent wil worden – red.) gepromoot onder het mom van duurzaamheid, maar de wens om onafhankelijk te zijn lijkt ook echt mee te spelen. Ook Polen en Hongarije, geen landen die uitblinken in milieubewustheid, stemden voor. Groene energie is nu eenmaal toevallig de beste uitkomst van de wens om je energie binnen de eigen grenzen te hebben – of, voor importerende landen, in elk geval dichterbij. Ook biedt het de kans om minder afhankelijk te zijn van enkele spelers.

‘We staan aan het begin van een “groene goudkoorts”.’

Je kunt zeggen dat we de Green Deal allang hadden moeten doorvoeren en dat we dan nooit op dit punt waren gekomen. Maar feit is dat we fossiele grondstoffen nodig blijven hebben. Een groot onderdeel van CO2-neutraal worden is elektrisch vervoer. Daar heb je gigantisch veel batterijen voor nodig – en die bevatten lithium. Wat doet het met een land als Servië, dat veel lithium in de grond heeft, als olie minder belangrijk wordt en lithium die plaats inneemt? We staan aan het begin van deze “groene goudkoorts”. Het hóéft niet fout te gaan, het kán dat we het bij mijnbouw beter gaan doen qua milieubescherming en rechten van de bevolking dan in het verleden. Dit is het moment waarop de keuzes gemaakt worden.’

Jaap Tielbeke, Journalist en schrijver van onder meer We waren gewaarschuwd. Over een profetisch milieurapport en wat we er (niet) mee deden.

‘We halen onze energie, oftewel onze economie, nog altijd voor het overgrote deel uit geconcentreerde bronnen die al miljoenen jaren opgeslagen liggen in de aardbodem. En die jassen we er nu in een heel korte periode doorheen om de economie draaiende te houden en te laten groeien. We halen dan wel steeds meer energie uit hernieuwbare, CO2-arme bronnen, maar we zijn nog altijd niet minder fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Fossiele brandstoffen hebben een enorme vooruitgang mogelijk gemaakt: je ziet allemaal lijntjes omhooggaan sinds de Industriële Revolutie. In welvaart en levensduur, bijvoorbeeld, maar ook de negatieve effecten nemen steeds meer toe. Broeikasgassen, de ontbossing, het verdwijnen van leven uit de oceanen.

‘Dit soort vraagstukken over de duurzaamheidstransitie raakt altijd aan verdelingsvraagstukken.’

Al vijftig jaar geleden waarschuwden wetenschappers dat die exponentiële groeitrends voor onze planeet niet houdbaar zijn. En ook toen al waren er politieke leiders die een poging deden om aan het idee van vooruitgang een andere invulling te geven dan het maximaliseren van het bbp. Maar die ideeën zijn uit de mode geraakt. We moeten niet vergeten dat belangrijke commerciële partijen, die goed geld verdienen met fossiele brandstoffen en niet per se baat hebben bij de energietransitie, veel macht hebben. En dus ook politieke invloed.

Dit soort vraagstukken over de duurzaamheidstransitie raakt altijd aan verdelingsvraagstukken. En dat besef leeft onvoldoende. Bij elke maatregel die je treft, moet je je afvragen: wie raakt dit het hardst en hoe kun je dat compenseren? Dat mensen door de stijgende energieprijzen nu onder de armoedegrens vallen, is een teken van de ongelijke groei die er al was. De politiek komt met noodmaatregelen, maar wat zegt het dat die überhaupt nodig zijn? Het is niet alleen een kwestie van groene energie stimuleren, maar ook van de fossiele energie-infrastructuur ontmantelen en durven breken met de oude economie.

Het is moeilijk om volledig tot je laten doordringen wat er op het spel staat. Ook veel mensen die op progressieve, groene partijen stemmen en mijn stukken lezen, durven het beest niet in de bek te kijken. Het zijn vooral degenen die zich hier echt dagelijks mee bezighouden, die dat wel doen. De wetenschappers die werken aan alarmerende klimaatrapporten die na een weekje in de nieuwscyclus tot weer geen verandering leiden, de juristen die maar nieuwe zaken blijven beginnen terwijl het vonnis van de vorige nog niet is uitgevoerd. Zij schommelen net als ik tussen hoop en wanhoop.’