Als ik mensen vertel dat mijn kinderen zijn uitgerust met een gps-tracker, kijken ze me aan met een mengeling van ongeloof en afkeer. Vragen en oordelen vechten om voorrang. Waarom? Hoe? En vooral ook: wat beklemmend om zo op te moeten groeien. Waarom wil je weten dat je dochter om 7.15 uur het huis verliet, om 8.05 uur bij de kiosk op het station stond en om 16.43 uur in de Hema was? Dat je zoon op vrijdagavond pizza’s haalde bij restaurant X en deze vervolgens op adres Y consumeerde? Als ik zeg dat mijn man er ook een draagt, is het gesprek meestal afgelopen.
Het blijft een vreemde gewaarwording om te zien hoe weinig kennis veel volwassenen hebben over een van hun meest gekoesterde bezittingen. Daarmee doel ik niet op hun kinderen, maar op hun telefoon. Want bijna iederéén in Nederland heeft een mobiele telefoon met gps-tracker, informatie die is verstopt in de onleesbaar kleine lettertjes op de pagina’s lange juridisch documenten van een app, waar je schuldbewust snel doorheen scrolt om onderaan op ‘Akkoord en doorgaan’ te drukken. Ergens op de wereld begint onmiddellijk een rode stip te knipperen die jouw hoofd vertegenwoordigt, of dat van je kind. De verzamelde data gaan niet naar overbezorgde familieleden, maar naar wildvreemde bedrijven.
dystopische surveillancestaat
The New York Times lanceerde onlangs de nieuwe serie The Privacy Project: One Nation, Tracked. Het eerste artikel was even sterk als ijzingwekkend. In ‘Twelve Million Phones, One Dataset, Zero Privacy‘ schetsen de auteurs een beeld van een dystopische surveillancestaat die in een fantasyboek niet zou misstaan. Behalve dat het de realiteit is.
‘Privacy ingewisseld voor gemak’ mag op de grafzerk van mijn generatie.
Op basis van een gigantische dataset van een gespecialiseerd bedrijf dat locatiegegevens verzamelt, analyseerden de auteurs de bewegingen van twaalf miljoen Amerikanen rond een paar grote steden. Ze konden de exacte verplaatsingen van individuen volgen. Van een bezoek aan de moskee, de massagesalon, een ‘geheime’ defensieplek tot aan het huis van Arnold Schwarzenegger. Zogenaamd anoniem, maar zodra je van iemand een woon- en werkadres hebt, is de identiteit achterhalen een fluitje van een cent.
Het digitale dagboek van een mensenleven in handen van een onbekende derde die het, zonder noemenswaardige morele, geografische of wettelijke begrenzing, analyseert en doorverkoopt. ‘Privacy ingewisseld voor gemak’ mag op de grafzerk van mijn generatie.
in verkeerde handen
Het online platform Brandpunt+ voerde afgelopen jaar een kleiner onderzoek uit bij de dertig populairste apps van Nederland. Elf daarvan vroegen om toestemming voor locatiepeiling. De meeste apps in dat rijtje sloegen alleen je laatste locatie op, maar twee apps, die van Parkmobile en De Telegraaf, verzamelden grote hoeveelheden locatiedata over de gebruiker. Ook als de app helemaal niet was geopend.
De markt voor bedrijven die deze gegevens verzamelen is booming: wanneer je er slimme analyses op loslaat, kun je nóg beter inzoomen op consumenten. Maar de belangrijkste premissen van deze bedrijven zijn vals: er is vaak geen échte toestemming van de gebruiker, de data zijn niet écht anoniem en ook niet écht veilig.
Een reëel gevaar is dat ze in verkeerde handen vallen. Een verzekeringsbedrijf kan dan mensen weigeren die te vaak in een ziekenhuis zijn gelokaliseerd, een geheime dienst kan vijandige staatsgeheimen ontrafelen (de auteurs van het eerstgenoemde artikel stelden binnen minuten de locatie van President Trump vast), en de aanwezigheid bij een protestactie kan een arrestatie opleveren.
Mochten mijn geliefden ooit verdwijnen, dan is er vast ergens een bedrijf dat me kan vertellen waar ze zijn. Maar dat mag dan weer niet volgens de wet.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.