Jetta Klijnsma kan in haar handjes knijpen: ze is veruit de bekendste commissaris van de Koning in de eigen provincie. Zo’n 58 procent van de Drenten kan haar naam noemen. ‘Grutjes!’ zou ze kunnen roepen, want bijna 90 procent van de mensen die zéggen haar te kennen, weten Klijnsma’s naam inderdaad netjes in te vullen in de enquête (zie figuur 1). Dat heeft niet alleen te maken met Klijnsma’s rol als staatssecretaris in het vorige kabinet, maar ook met de regel: hoe verder van de Randstad, hoe bekender de commissaris van de Koning (CvdK).
Jaap Smit, CvdK in het machtige Zuid-Holland, is aanzienlijk minder bekend, met een magere 9 procent. Hetzelfde geldt voor de gedeputeerden. ‘Dat is niet onlogisch,’ zegt onderzoeker Peter Kanne. ‘In de provincies buiten de Randstad spelen de provinciebesturen een grotere rol, ook omdat ze daar niet worden weggedrukt door de grote steden.’
De kiezers lijken redelijk goed te weten waar de provincie over gaat. Uit een lijstje kerntaken (waaronder een paar onjuiste) wist tweederde ‘regionale bereikbaarheid’ te kiezen, ruim de helft ‘ruimtelijke ontwikkeling’ en ‘regionale economie’, een derde ‘vitaal platteland’. De ‘valse’ antwoorden – ‘specialistische ziekenhuizen’ en ‘jeugdzorg’ – werden slechts door 15 procent als taken aangewezen.
Figuur 1
(Is het niet goed te lezen? Zoom even in!)
De opkomst bij de Statenverkiezingen is laag, maar dat betekent niet dat er geen vertrouwen is in het provinciebestuur. Per saldo hebben meer mensen wél vertrouwen in Provinciale Staten (47 procent) dan niet (30 procent, zie figuur 2). Interessant weetje: lager opgeleiden hebben in het algemeen minder vertrouwen in de overheid, maar dat vertrouwen groeit als de overheid dichterbij is. In het Europees Parlement heeft maar 21 procent van de lager opgeleiden enig vertrouwen (hoger opgeleiden: 46 procent), in de gemeenteraad 61 procent (hoger opgeleiden: 70 procent). De provincies zitten daar tussenin met 41 procent respectievelijk 51 procent. Kortom: het verschil in vertrouwen tussen hoog- en laagopgeleiden wordt kleiner naarmate de overheid dichterbij is.
Nog een opvallende bevinding: niet meer dan 16 procent van de burgers vindt dat Provinciale Staten moet worden afgeschaft, 59 procent is het hier mee oneens. De helft van de kiezers meent dat ‘voor een goed bestuur van Nederland een apart bestuur voor de provincies nodig is’. Ook interessant: in 2015 wilde een ruime meerderheid van 59 procent nog dat de Eerste Kamer niet langer door de Statenleden zou worden gekozen maar rechtstreeks door de kiezers. Dat aandeel is nu geslonken naar 44 procent. Peter Kanne: ‘Kennelijk is er nog voldoende draagvlak voor de provinciebesturen in de huidige vorm. Maar groot is het enthousiasme niet. De stemming lijkt te zijn: zolang de provinciebestuurders het niet verprutsen, vinden we het wel best.’
Figuur 2
In politiek Den Haag worden de Statenverkiezingen van 20 maart beschouwd als een lakmoesproef voor het kabinet: slaagt de coalitie erin een meerderheid te houden in de Eerste Kamer? Maar volgens de enquête laten de kiezers zich door zuiverder motivaties leiden: een grote meerderheid van 76 procent zegt met zijn of haar stem het beleid van de provincie te willen beïnvloeden, terwijl 49 procent verklaart helemaal niet mee te laten wegen of de coalitie wel of geen meerderheid in de Eerste Kamer haalt (zie figuur 3). Nog geen derde (32 procent) zegt te gaan stemmen om het kabinet te steunen, 26 procent wil het kabinet ‘straffen’ met zijn of haar stem. ‘De oppositie zegt: stem op ons, dan heeft het kabinet geen meerderheid meer,’ zegt Peter Kanne, ‘maar volgens het onderzoek laat een grote meerderheid van de kiezers zich daar niet door leiden. Kiezers van PVV, FvD en SP slaan hier wel op aan, maar GL- en PvdA-kiezers veel minder.’
De meest verrassende bevinding is misschien nog wel dat de kiezers milieu, energie en klimaat als belangrijkste onderwerp noemen bij het bepalen van hun stem op 20 maart. De aandacht voor het thema groeit: in januari 2015 was het nog 46 procent, in november 2018 51 procent. Daarna komen achtereenvolgens kwesties als regionale bereikbaarheid, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en regionale economie. ‘Klimaat en milieu worden door de kiezers veel belangrijker gevonden dan in de afgelopen jaren,’ zegt Peter Kanne. ‘Dat biedt kansen voor de provincies.’
Figuur 3
Verantwoording
In opdracht van VN voerde I&O Research van 22 t/m 27 november 2018 een landelijk representatief onderzoek uit onder 3145 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017, conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Meer lezen? Dat kan op de website van I&O Research.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.