In een buitenwijk van de Oost-Timorese hoofdstad Dili bevindt zich een monument ter nagedachtenis aan Sander Thoenes. ‘Murdered in search of the truth’ staat onder zijn naam in het zwarte marmer gegraveerd. ‘Mate Hodi Buka Lia Los’, in het lokale Tetum.

Vijf jaar nadat de freelancejournalist die ook voor Vrij Nederland werkte op 21 september 1999 door Indonesische militairen was vermoord, brachten mijn chauffeur en ik een bos bloemen naar de plaats des onheils. Zodra buurtbewoners begrepen wat we kwamen doen, werd het een kleine delegatie. Sommigen plukten extra bloemen uit hun tuin. Mijn chauffeur droeg een T-shirt met ‘Freedom at last’ er op. ‘Bedankt,’ zei hij tegen de gedenksteen nadat hij de naam van Sander had gepreveld.

Nu de term fake news opgang maakt en verdachtmakingen tegen journalisten al lang geen uitzondering meer zijn, bedanken veel Oost-Timorezen juist journalisten voor hun werk – ook vandaag de dag. Ze weten maar al te goed wat het betekent in de vergetelheid te geraken.

Lees ookAfscheid van Sander Thoenes, een gedreven journalist30 september 1999
gruwelijke bezetting

Toen het Indonesische leger in december 1975 met veel geweld Oost-Timor binnenviel, waren er geen onafhankelijke getuigen meer om daarover te berichten. De militairen hadden de zes laatste buitenlandse verslaggevers al het zwijgen opgelegd. Ook in de 24 jaar daarna haalde de gruwelijke bezetting, die naar schatting tussen de honderd- en tweehonderdduizend Oost-Timorezen het leven kostte, maar zelden het nieuws.

Voor de wereld moest het lijken alsof de voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid elkaar te lijf gingen.

Dat veranderde in 1999. Honderden journalisten kwamen verslag doen van het referendum over aansluiting bij Indonesië onder supervisie van de Verenigde Naties. Om de bevolking te intimideren om voor autonomie te kiezen, zetten Indonesische militairen lokale milities op en regisseerden het geweld. Voor de wereld moest het lijken alsof de voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid elkaar te lijf gingen.

Maar deze keer mislukte het verjagen van de pers. Vanuit een compound van de Verenigde Naties in Dili die door militairen en milities werd belaagd, bleven journalisten hun verslagen sturen.

Zonder live beelden en zonder sociale media slaagden journalisten erin de omsingelde VN-missie, waar ook zo’n vijftienhonderd gevluchte Oost-Timorezen vreesden voor hun leven, in de schijnwerpers te houden.

Onafhankelijke getuigen ontmaskerden de propaganda uit Jakarta dat Indonesische troepen de orde op Oost-Timor herstelden en droegen bij aan het verhogen van de internationale druk op Indonesië. Dat was een van de factoren die Indonesië ertoe dwong om het geweld te stoppen en een internationale troepenmacht te accepteren.

Het is in de eerste plaats aan de moed van de Oost-Timorese bevolking zelf te danken dat er vandaag een herdenking én een viering is, twintig jaar na het referendum.

Maar diverse oorlogen en heel wat ontwikkelingen in de mediawereld later staan die laatste intense dagen in de VN-compound ook op mijn netvlies als een ijkpunt voor wat journalistiek vermag, al is dat zeldzamer dan je zou wensen.