‘Moeders protesteren tegen mondkapjesplicht voor de school van hun kinderen’, luidde het nieuwsbericht. Een foto van een paar vastberaden ogende vrouwen, met in de begeleidende tekst argumenten als ‘vrijheid’ en ‘de toekomst van onze kinderen’.

Van alle boze mensen zijn boze moeders mijn lievelings. Zeker in een land als Nederland, waar een béétje woede al snel bloedeloos in een poldercompromis strandt, zijn er wat mij betreft nooit genoeg linke vrouwen. Maar als we het dan over de toekomst van die kinderen hebben, is een mondkap, of ‘muilkorf’, zoals de woedende moeders het noemden, echt het minste probleem.

Onze jongeren zijn al lang gemuilkorfd en voor het leven ingelijfd, door een handvol techbedrijven die de laatste jaren massaal hebben geïnvesteerd in een digitale lesomgeving op school. Amazon, Apple, Google en Microsoft pompen miljoenen in scholen wereldwijd, van leerprogramma’s, zoekinstrumenten, opslagruimte en het volgen van leerprestaties op dashboards, tot speciaal op kinderen aangepaste hardware zoals iPads of Chromebooks.

Sommige scholen heten misschien De Bolderkar of Het Toverbos, maar feitelijk stap je via de hoofdingang zo Google World binnen. Tijdens de coronacrisis is de invloed van de techplatforms nog eens explosief toegenomen; waar zouden we zijn geweest zonder Microsoft-software als Teams, Zoom of Google Classroom?

Van Google-kind naar google-volwassene

Maar vragen wij ouders ons wel eens af hoe het kan dat we voor een nieuwe winterjas toch al gauw vijftig euro neerleggen, maar we voor het faciliteren van fulltime onderwijs van vier tot achttien jaar nooit een factuur ontvangen? Toch betalen we wel degelijk: met de intiemste gegevens van onze kinderen. Hun talenten en tekorten, hun voorkeuren en geheimen, hun vriendschappen en fysieke kenmerken: data die veel waard zijn, zeker als je ze kunt combineren met die van miljoenen andere leeftijdgenoten.

Onderwijs is altijd grotendeels een publieke zaak geweest – en maar goed ook; tijdens de coronacrisis zijn private onderwijsaanbieders fors geraakt.

Analyses van die data leveren techbedrijven op de korte termijn grof geld op, bijvoorbeeld omdat ze kinderen én hun ouders de perfecte advertenties kunnen voorschotelen, of omdat ze hun producten ermee kunnen verbeteren, opdat ze weer meer gebruikt zullen worden.

Op de lange termijn is de macht van techplatforms in klaslokalen pas écht een goudmijn. Een Google-kind wordt een Google-volwassene, die blijvend zal kiezen voor de systemen waarmee hij vertrouwd is. Het is de onzichtbare variant van roken: ook de tabaksindustrie heeft kinderen het liefst zo jong mogelijk verslaafd, omdat het extra moeilijk blijkt er dan ooit nog vanaf te komen.

Onderwijs is altijd grotendeels een publieke zaak geweest – en maar goed ook; tijdens de coronacrisis zijn private onderwijsaanbieders fors geraakt. Het uitgangspunt was het welzijn van kinderen, onafhankelijk van hun afkomst, talent of beperkingen, waarbij bescherming van hun lichaam, geest en privacy voorop stond. Met de machtsovername van klaslokalen door enkele gigantische private partijen die slechts een winstoogmerk hebben, komen de vrijheid en toekomst van onze kinderen pas echt in het geding. Van wie zijn de gegevens van onze kinderen? In plaats van wat truttig geneuzel over een tijdelijke muilkorf, zou ik willen dat moeders (en vaders) zich dáárover opwinden.

Normaliter schrijft Thijs Broer zijn column op vrijdag, deze verschijnt bij uitzondering morgen.