1. Denk groot

‘Op mijn tiende kreeg ik van mijn opa en oma mijn eerste goocheldoos. Ik wist meteen dat ik een groot magiër wilde worden, maar begreep dat ik klein moest beginnen, met een stapeltje kaarten dus. Het was mijn vader die bij het eerste succes zei: Hans, je moet groot denken. Denk aan Vegas en durf te investeren. Neem een chauffeur en een bedrijfspand. Zo heb ik voorbij de Hollandse grenzen durven denken en ben ik bezig shows in Dubai en China te organiseren. Ik heb wel eens té groot gedacht. Zo nam ik bij mijn tour door Duitsland in 2000 te veel personeel aan. Gevolg: twee miljoen gulden schuld. Dan sta je dus maanden lang zeven dagen per week vijf shows per dag in de Efteling te geven. Ik kan geen kabouter meer zien. Nu, na acht jaar, heb ik mijn schuld bijna afgelost.

Ach, als je in de Verenigde Staten niet drie keer failliet bent geweest, neemt niemand je serieus.’

2. Oordeel niet te snel

‘Mijn familie kan best oordelend zijn. “Sloeber”‚ noemen ze iemand die...