Het is niet eenvoudig om op de tentoonstelling High Society in het Rijksmuseum een band met de schilderijen te krijgen. Daarvoor staan de ten voeten uit geportretteerde koningen, hertogen, lady’s en onbekende adellijke lieden te ver van je af. Je kijkt er naar en bewondert het schilderkunstig raffinement, maar ze blijven meestal in hun eigen exotische wereld.

Een enkel gezicht, zoals dat van Lady Percy door Anthony van Dyck, of een enkel detail als het stoppen van een pijp door De artiest van Manet, springt er uit. Voor het weinige sympathieke moet je bij de kinderen op de schilderijen van vader en moeder Porto door Veronese zijn. Het genre ‘ten voeten uit’ en het grote formaat van de schilderijen staan intimiteit in de weg. Het is een spectaculaire tentoonstelling omdat dit soort van top tot teen geschilderde portretten nooit eerder bij elkaar te zien zijn geweest, maar dat spectaculaire zegt tegelijk ook weer niet zo veel.

Paolo Veronese, Livia Thiene met haar dochter Porzia, ca. 1555. The Walters Art Museum, Baltimore, Maryland

Ook al blijft het een afstandelijke, platonische affaire, in andere opzichten is aan deze tentoonstelling toch veel plezier te beleven: als bron van cultuurhistorische kennis. Zoals over de etiquette van koningen en adel, over de betekenis van bepaalde houdingen, over kleding  en stoffen, over schoenen, over het schilderen van handen, over het landschap als achtergrond, over de gekunstelde decors en accessoires en de rol van leeuwen en honden in de entourage.

De ‘renaissance-elleboog’

Je kunt ook alles te weten komen over de ‘renaissance-elleboog’, de scherpe uitstekende arm die ontstaat wanneer de hand in de zij wordt gelegd en het personage zich voor driekwart naar de toeschouwer keert. Dat zorgt voor een stalen arrogantie. Zoals door de bijna komisch opzichtige elleboog van Willem van Heythuysen van Frans Hals. Met zijn elleboog, de sabel, witte molensteenkraag en buitenmodel hoed heeft Heythuysen er alles aan gedaan boven zichzelf uit te stijgen.

Frans Hals, Willem van Heythuysen, ca. 1625. München, Alte Pinakothek

Het zijn bijna allemaal groteske, curieuze, bizarre, soms flamboyante portretten van mensen die je, afgezien van Karel V, Anna van Oostenrijk, Walther Rathenau en Maurits van Oranje, meestal niets zeggen. Sir John Sinclair, in groene geruite broek, behangen met van alles en nog wat? De zelfvoldane Ferdinand graaf van Werdenberg, die ongevraagd met uitgestoken hand op je afkomt? Kolonel William Gordon die, omzwachteld door een plaid in schotse ruit, in een fantasie-Rome doet alsof hij een leger aanvoert?

Pompeo Batoni, Colonel the Hon. William Gordon, 1766. Fyvie (Aberdeenshire, Scotland), Fyvie Castle (via National Trust of Scotland, Edinburgh)

We moeten weten dat deze William Gordon op zijn twaalfde naar de universiteit ging, slaapkamerheer werd van George III en trouwde met zijn huishoudster. Dan is Velasquez’ portret uit 1631 van Don Predo, de beheerder van de koninklijke schatkist van Philips IV, veel eenvoudiger. Die houdt het bij een donker tuniek met een decente zwarte cape, op zijn borst de rode tekenenen van een zekere hoge orde.

De ijdele sujetten Kapitein Thomas Lee en Richard Sackville deden voor hun portretpresentatie  een greep in hun luxe verkleedkist.

Don Predo is heel wat anders dan de ijdele sujetten Kapitein Thomas Lee en Richard Sackville. De laatste was (mocht u dat interesseren) 3e graaf van Dorset. Ze deden voor hun portretpresentatie allebei een greep in hun luxe verkleedkist. Thomas Lee, geschilderd door Marcus Gheerarts de Jongere, heeft een soort gepliseerd rokje aan, blote benen, blote voeten, een helm onder zijn arm en een luxe pistool op zijn buik.

Marcus Gheeraerts de Jongere, Portret van Kapitein Thomas Lee, 1594. Londen, Tate Britain

Net als alle andere geportretteerden krijgt Lee een biografie van Jonathan Bikker, de alleswetende schrijver van de catalogus van High Society. Daarin lezen we dat hij ‘een moordlustig hart en een moorddadige hand’ had. Hij was een deserteur, nam deel aan een soort staatsgreep en werd van hoogverraad beschuldigd. In 1601 werd hij ‘opgehangen, ontdarmd en gevierendeeld’ – dat u het maar weet mocht u nog stil willen staan bij zijn getrimde puntbaardje en zijn priemende oogjes. Richard Sackville, die 3e graaf van Dorset, is aangekleed door Viktor & Rolf op hun uitbundigst, compleet met gebloemde kanten kraag, het nodige borduurwerk, rozetten op zijn schoenen en bloemen op zijn enkels.

De kunst van het staan

Over alle 39 schilderijen weet Jonathan Bikker wel een verhaal te vertellen, ook al is dat vaak van biografisch-anekdotische, en minder van kunsthistorische aard. Zo was de eerder genoemde 3e graaf van Dorset weliswaar de beschermheer van de dichter John Donne, maar ook ‘een losbol die een van de grootste vermogens van Engeland verkwiste aan liederlijke uitspattingen als gokken en drinkgelagen.’

Voor meer kunst-en cultuurhistorische bijzonderheden kun je in het aan High Society gewijde nummer van Kunstschrift terecht. Zoals over ‘De kunst van het staan’, over de houding die de meeste geportretteerden aannemen. Die houding gaat terug tot de antieke beelden waarop een Hermes of andere klassieke god op het rechter- of linkerbeen steunt zodat het andere been ‘vrij’ is. Dit is de vaak beschreven ‘contrapposto-houding’ waarbij het lichaam de vorm krijgt van een s, de staande ‘line of beauty’ die door William Hogarth werd beschreven.

In de context van royalty en adel had satijn nog een discrete uitstraling, terwijl het nu al snel een goedkope, blingbling-achtige indruk maakt.

Niet minder interessant is waar Rembrandt Duits over schrijft: de rol van het satijn om voor allure te zorgen. Het is de stof met vanouds de meeste glans en glim, maar ook met een legendarisch lastige manier om te maken. Op oude schilderijen, zoals hier Anthony van Dycks Lady Percy (1637) en Gainsboroughs Mary, gravin Howe (1764) heeft het satijn in de context van royalty en adel nog een discrete uitstraling, terwijl satijn nu al snel een goedkope, blingbling-achtige indruk maakt.

Er straalt veel allure en ijdelheid af van deze schilderijen, niet in het minst door de details. Van die details geeft de catalogus van High Society achterin maar liefst een compleet register. Om ze zelf te kunnen zoeken. In Kunstschrift heeft Dorien Tamis het over details die te beschouwen zijn als ‘Tekenen van macht’, zoals die zijn af te lezen aan juwelen (broche, zegelring, armband) en de discreet geplaatste orde-tekenen, van Het Gulden Vlies of de Orde van de Kousenband.

De uitbundige rozet

Op de portretten van het echtpaar Hendrik de Vrome en Catharina van Mecklenburg  uit 1514 door Lucas Cranach zijn discreet spelden verborgen met twee verstrengelde handen die huwelijkstrouw verbeelden. Op veel schilderijen is ook een modeverschijnsel te zien dat uiteindelijk verdween, maar in de zeventiende eeuw toch geruime tijd standhield: de uitbundige rozet op de schoenen van mannen, zoals op die van Marten Soolmans. Volgens Annemiek Overbeek zorgde die rozet ‘voor een optisch contragewicht in de balans van het hele kostuum.’ Met name de veel voorkomende wijde kraag moest gecompenseerd worden met een accent op de voet.

Ook al laten de meeste schilderijen mij koud (met uitzondering van Van Dycks Lady Percy, Veroneses Porto-familie en de bescheiden vlammende Jane Fleming van Joshua Reynolds), als cultuurhistorische exercitie is High Society alleszins de moeite waard.

Sir Joshua Reynolds, Jane Fleming, latere Gravin van Harrington, ca. 1778–79. San Marino (CA), The Huntington Library