Liever luisteren dan lezen? Melle Meijer heeft dit verhaal voor je ingesproken.

– Het is weer raak
– Kut
– gvddd
– Word je toch hopeloos van
– ZIJN ONDERWEG

Zondagavond, even na etenstijd. De geur van brandend rubber trekt door de straten van het dorp Den Dolder, ten noordoosten van Utrecht. In de appgroep Veilig Den Dolder stromen de berichten binnen. Angela (ze wil niet met haar achternaam in dit artikel) kan ze door de snelheid met moeite allemaal lezen. Ze hoort de sirenes van hulpdiensten, op weg naar de auto die op nog geen tweehonderd meter van haar huis wegsmeult. Ze zucht. Het is de vijfde aangestoken autobrand in korte tijd.

Anderhalve week eerder, in februari 2017, richtte Angela (32) de appgroep Veilig Den Dolder op. De temperatuur was uitzonderlijk zacht voor de tijd van het jaar. ‘Onder bewoners heerste angst: zal mijn auto de volgende zijn?’ zegt Angela terugkijkend. ‘Wat als het vuur overslaat op de woning? Ik moet er niet aan denken, met vier slapende kinderen in bed.’

De Doldenaren waren ook ontevreden. Een jaar eerder was er ook een reeks autobranden in hun dorp. Desondanks communiceerden politie en gemeente sinds de nieuwe serie autobranden weinig met de dorpsbewoners. Te weinig, vonden zij. Of en welke maatregelen er waren genomen om een dader te pakken? Niemand die het wist. ‘Toen we op eigen initiatief informeerden, zei de politie: we werken eraan, maar jullie zien dat niet,’ zegt Angela.

Burgerrecherche Den Dolder Bewoners begonnen een eigen appgroep. De dader van de autobranden moest worden opgepakt.

Er bestond al een ‘officiële’ veiligheids-appgroep in het dorp, in direct contact met de wijkagent. Maar daarin werd alleen gemeld wanneer er weer een brand was. Bezorgde reacties, initiatieven of vragen waren ongewenst. ‘Daar was de appgroep niet voor bedoeld, zei de beheerder.’

Angela raakte geïrriteerd. Waarom was er nog niemand aangehouden? Waarom hielden politie en gemeente zich stil? ‘Er werd in het dorp veel gepraat. Mensen wilden wel iets ondernemen, maar niemand nam het initiatief.’ Daarom besloot ze een eigen appgroep te beginnen, zonder de politie en de wijkmanager. De autobranden moesten stoppen. De dader moest worden opgepakt. Burgerrecherche Den Dolder was geboren.

Dilemma’s

Burgers die actief meedoen aan opsporingswerk – het is geen nieuw fenomeen in Nederland. Sinds een aantal jaar stuurt de politie aan op ‘burgerparticipatie’ bij opsporing. Het zou de verstandhouding tussen burger en politie verbeteren. Bovendien kan de informatie van burgers helpen een misdrijf sneller op te lossen. Tien ogen zien meer dan vier, is de gedachte.

Door digitalisering en de opkomst van sociale media zijn er steeds meer manieren waarop burgers kunnen meedenken bij politieonderzoek. Beperkte hun participatie zich pakweg twintig jaar geleden tot medewerking aan een buurtonderzoek of bellen met de tiplijn van het tv-programma Opsporing Verzocht, tegenwoordig kunnen burgers informatie doorgeven via online platforms als Burgernet, Buurt Bestuurt en politieonderzoeken.nl, kunnen ze reageren op twitterberichten van de politie en zich opgeven voor de sms-dienst Amber Alert.

De informatie van burgers helpt een misdrijf sneller op te lossen.
Tien ogen zien meer dan vier, is de gedachte.

Al deze door de politie opgezette of gecureerde initiatieven zijn gebaseerd op wisdom of crowds, een wetenschappelijk onderbouwde theorie die bekendheid kreeg door het gelijknamige boek van de Amerikaanse journalist James Surowiecki. De essentie van die theorie is dat een grote groep leken soms meer weet dan een kleine groep experts.

Maar nieuwe samenwerkingsvormen met burgers stellen de politie voor nieuwe dilemma’s. Hoe houdt zij de burger betrokken zonder het eigen gezag te ondermijnen? Hoe de dunne lijn te bewaken tussen participatie en bemoeienis door burgers? ‘Te weinig informatie motiveert burgers niet en te veel informatie kan het opsporingsonderzoek in gevaar brengen,’ staat in een groot onderzoek uit 2010 naar de kansen en risico’s van burgerhulp bij opsporing te lezen.

Deze dilemma’s spelen in het bijzonder bij de burgerrecherche – een opkomende samenwerkingsvorm – omdat burgers niet alleen meedenken, maar ook mogen meezoeken. Het risico dat ze te ver gaan, is daardoor groter dan bij andere samenwerkingsvormen. En wat als burgers op eigen houtje een burgerrecherche starten?

Geen regels

–
Twee jongens rennend over de wierlaan richting veldje. Hadden aardig de gang erin.. kon niet zien wie het waren
–
Loopt iemand daar? Om de jongens te achtervolgen?
– Ik zie ze nog niet

Daags na het aanmaken draaide appgroep Veilig Den Dolder op volle kracht. De verzoeken van buurtbewoners om toegevoegd te worden aan de groep bleven maar binnenkomen bij oprichtster Angela. Op het hoogtepunt telde de groep ruim vijftig leden: buurtbewoners, familieleden en vrienden.

‘Iedere Doldenaar was welkom,’ zegt Angela, ‘zolang hij of zij bereid was om actief te patrouilleren door het dorp.’ Regels voor deelnemers aan de appgroep liet ze bewust achterwege. ‘Ik ging ervan uit dat iedereen verstandig genoeg zou zijn om zelf te bepalen welk gedrag wel en niet wenselijk is.’

In de appgroep mocht iedereen voorstellen doen. Aan een besluit, over het wel of niet toevoegen van een nieuwe gebruiker bijvoorbeeld, ging vaak een stemming vooraf. ‘We waren het erover eens dat als een van ons de dader op heterdaad zou betrappen, we zo snel mogelijk 112 zouden bellen.’ Stilte. ‘Al is het logisch dat je op zo’n moment niet afwacht maar de dader naar de grond werkt. Ikzelf zou dat ook doen.’

Moeizame relatie

Ook Erik van Leeuwen werd toegevoegd aan de appgroep. Destijds was hij voorzitter van Belangenvereniging Den Dolder. Van Leeuwen noemt het initiatief van Angela ‘sympathiek’. ‘Na drie autobranden mocht je een update van de gemeente of politie verwachten. Maar die kwam niet.’ Dat burgers zelf het initiatief namen om in actie te komen, verraste hem daarom niet.

Vrijwel alle deelnemers van de appgroep wonen in wat enkelen van hen de ‘speklappenbuurt’ noemen. Dit is van oudsher de arbeiderswijk, ten noorden van de spoorlijn die dwars door het dorp loopt. Het merendeel van de autobranden vond in en rond deze buurt plaats.

Volgens Van Leeuwen hebben de bewoners van dit deel van Den Dolder al jaren een moeizame band met de gemeente Zeist, waar Den Dolder deel van uitmaakt. Dat vindt hij ‘niet geheel onbegrijpelijk’. De oud-voorzitter kent verschillende voorbeelden waarbij de inwoners van Den Dolder hun belang moesten verdedigen tegenover de gemeente, in plaats van met de gemeente. ‘Lange tijd was de spoorwegovergang bij het station de enige verbinding tussen noord en zuid. Om kinderen een veiligere en kortere weg naar school en de sportclub te bieden, wilden bewoners een fietstunneltje onder het spoor.’

Bewoners hebben niet altijd het gevoel erbij te horen. ‘Voor hen ligt Zeist ver weg.’

De gemeente Zeist toonde zich bereid mee te denken, maar moest het fietstunneltje door afhankelijkheid van spoorbeheerder ProRail op de lange baan schuiven. Van Leeuwen: ‘Dat werd hier opgevat als: de gemeente wil niet luisteren naar onze behoeften, maar wel ProRail pleasen.’ Het tunneltje kwam er, maar na een ‘lange strijd’ en tien jaar wachten.

Het zijn dit soort botsingen die de relatie tussen de bewoners van de speklappenbuurt en de gemeente Zeist bekoeld houden. Bewoners hebben niet altijd het gevoel erbij te horen. ‘Voor hen ligt Zeist ver weg,’ zegt Van Leeuwen.

Loopschema’s

Tijdens een overleg bij een van de burgerrechercheurs thuis spraken ze af om met een wekelijks loopschema te gaan werken. ‘Mensen gaven uit eigen initiatief hun beschikbaarheid op,’ zegt oprichter Angela. ‘Het schema zorgde voor spreiding in het dorp, zodat niemand elkaar in de weg zou lopen.’

Bewoners met honden patrouilleerden te voet door de wijk. Anderen namen de fiets of auto. Ze reden rondjes of parkeerden op een strategische positie: een plek met uitzicht op meerdere straten, of waarvan de burgerrechercheurs vermoedden dat de brandstichter er zou toeslaan. Er werden uitkijkposten geselecteerd, waaronder de achtertuin van Angela. ‘Door de heg overzie je een belangrijk kruispunt. De dader zou daar zomaar kunnen passeren.’

Iemand liet visitekaartjes drukken met het logo van de politie en daaronder de tekst ‘Burgerrechercheurs. Voor het oplossen van al uw duistere zaken!’

Na afloop van de bijeenkomst bij een van de leden thuis discussieerde de appgroep verder over de patrouilles. Lopen de burgerrechercheurs alleen of met meer mensen? – alleen is te gevaarlijk. Moeten ze hesjes dragen? – te opvallend, de dader zal wegblijven. Helpt de inzet van drones bij de zoektocht? – wettelijk te riskant.
De privé-camera’s die een aantal rechercheurs al voor de tijd van de autobranden bij hun voordeuren had opgehangen, kwamen zeker van pas.

Lees ookCameratoezicht is altijd een succes. Of die camera’s nu werken of niet4 februari 2019

Een lid uit de appgroep met werkervaring bij Defensie opperde om checkpoints in de wijk te maken. Een enkeling wisselt op werk van dienst om een extra patrouille te kunnen lopen. Iemand liet visitekaartjes drukken met het logo van de politie en daaronder de tekst ‘Burgerrechercheurs. Voor het oplossen van al uw duistere zaken!’ Voor de gein, zegt Angela, om de sfeer in de appgroep luchtig te houden.

Aanmaakblokjes

Weken passeerden, de burgerrechercheurs deden wat ze konden. Ze liepen, reden en observeerden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Op drukke dagen telde de appgroep Veilig Den Dolder met gemak vijfhonderd nieuwe berichten – meldingen van gelopen rondes, opvallende personen in de wijk, signalementen, pogingen de strategie van de dader te doorgronden, kentekennummers. In de Albert Heijn XL werd extra gelet op mensen die aanmaakblokjes in hun winkelmandje stopten. Af en toe deelde iemand een afbeelding van een verlaten fiets of een heimelijk genomen foto van een persoon. Tussen de inhoudelijke berichtenstroom door: aanmoedigings-appjes om de moraal hoog te houden. Want ondanks de inspanningen gingen er nog eens drie auto’s in vlammen op.

‘Aanvankelijk was iedereen verdacht,’ zegt Henriëtte (56), de moeder van Angela. Zij en haar man zaten ook in de appgroep. Henriëtte omschrijft Den Dolder als een echt dorp. ‘Als jij in je neus peutert, is de overbuurvrouw binnen de kortste keren daarvan op de hoogte.’

De verdachte van een eerdere reeks autobranden was een man uit het dorp. ‘Daarom moesten we er rekening mee houden dat de dader ook nu een Doldenaar kon zijn,’ zegt Henriëtte. ‘Onbekenden die alleen door het dorp liepen, vertrouwden we bij voorbaat niet. We volgden ze tot ze het dorp uit waren. Of we spraken ze aan.’
Op die manier ontdekten de burgerrechercheurs dat de politie ook patrouilleerde in het dorp. ‘In burgerkleding, net als wij,’ zegt Angela.

‘Als jij in je neus peutert, is de overbuurvrouw binnen de kortste keren daarvan op de hoogte.’

Nu had de burgerrecherche er een taak bij: naast uitmaken wie verdachte was en wie niet, moest ze ook onderscheiden wie agent was en wie niet. ‘Gelukkig hadden we dat onderscheid binnen een aantal dagen duidelijk.’
De welwillendheid om informatie met de politie te delen, zorgde voor twee kampen in de appgroep: een groep die elke bevinding keurig doorgaf aan de politie, en een groep die wilde dat alle informatie binnen de appgroep bleef. Volgens een aantal collega-burgerrechercheurs hoopten ze zo eerder de dader op het spoor te zijn dan de professionele rechercheurs van de politie.

Het oog van enkele burgerrechercheurs viel op een nieuwkomer in het dorp. ‘Hij zal hier hoogstens een paar jaar hebben gewoond,’ zegt moeder Henriëtte, ‘niemand uit onze groep kende hem.’ De man viel op doordat hij meelmalen als een van de eersten aanwezig was bij de brandende auto’s. ‘Pyromanen staan altijd bij hun eigen brand.’

Een aantal dagen volgden de burgerrechercheurs nauwkeurig de bewegingen van de man. Zat hij thuis op de bank? Stond zijn fiets in de tuin? ‘We waren sluw. Ik denk niet dat hij ons heeft opgemerkt,’ zegt Henriëtte.
Maar zodra de eerste patronen van de autobranden duidelijk werden, wezen de pijlen van appgroep Veilig Den Dolder in een andere richting.

Fietstunnel onder spoor bij Den Dolder.
Schurende rollen

Er zijn geen cijfers over de meerwaarde van een burgerrecherche bij het oplossen van politieonderzoek. Da’s niet vreemd, zegt criminoloog Henk Ferwerda. ‘Het is ingewikkeld te bepalen wat meerwaarde in het geval van opsporing betekent. Een tip kan voor een aanhouding doorslaggevend zijn, maar voor de uiteindelijke veroordeling van een verdachte van weinig nut. Hoe weeg je zo’n tip met alle andere belastende informatie?’

Ferwerda doet al jaren onderzoek naar de manieren waarop burgers bij politieonderzoek betrokken worden. Volgens hem bevindt de burgerrecherche-samenwerkingsvorm zich nog in een experimenteerfase. Desondanks begrijpt hij waarom deze samenwerking voor de politie interessant is. ‘De politie instrueert de burger, de burger levert informatie, en de politie zegt vervolgens: top, burger, bedankt, wij nemen het onderzoek over en houden jullie op de hoogte. Burger voelt zich nuttig, politie heeft extra informatie die ze zelf niet zou opdoen. In zo’n geval is één plus één drie.’

In praktijk blijkt de samenwerking vaak complexer. Enerzijds moet de politie regie houden en zorgen dat burgers niet meer doen dan wat hun is gevraagd.

In praktijk blijkt de samenwerking vaak complexer. ‘De politie heeft twee “rollen” te vervullen die elkaar in stand houden en tegelijkertijd schuren. Enerzijds moet de politie regie houden en zorgen dat burgers niet meer doen dan wat hun is gevraagd. Anderzijds moet zij voor de burger een betrouwbare samenwerkingspartner zijn en naast de burger staan in het onderzoek.’

In Den Dolder ontbrak het aan dat laatste. ‘Dus namen burgers het heft in eigen handen,’ zegt Ferwerda. Dat is zonde, want autobranden behoren tot de meest ingewikkelde feiten om op te lossen. ‘De kans op een heterdaad aanhouding is gering. Politie en burger hebben elkaar keihard nodig.’ Het is ook risicovol wanneer burgers eigenhandig een zoektocht opzetten. Eigenrichting lonkt, omdat burgers de regels en protocollen waarmee de politie verdachten opspoort niet kennen. ‘In combinatie met onderbuikgevoelens en groepsdenken kan dat tot perverse ideeën leiden. Ik ken voorbeelden in Nederland waar de verdachte tot schuldige werd bestempeld en zo het internet rondging, zonder enige vorm van proces. Dat kan iemand de rest van zijn leven achtervolgen.’

Nieuwe aanwijzingen

Aan de rand van Den Dolder ligt Altrecht, de GGZ-instelling die later dat jaar in opspraak kwam toen de Utrechtse studente Anne Faber niet terugkeerde van een fietstocht en bijna twee weken later dood werd gevonden. Altrecht Aventurijn was toen de verblijfplaats van de verdachte van de moord op Faber. De relatie tussen Altrecht en de inwoners van Den Dolder is al jaren gevoelig. Volgens Angela en Henriëtte vielen de houding en het gedrag van een aantal van de Altrecht-cliënten op als ze door de wijk liepen. Bewoners waren daardoor extra waakzaam. Ten tijde van de autobranden startten de burgerrechercheurs een petitie tegen overlast van Altrecht-cliënten.

‘Op een gegeven moment zetten we de autobranden tot dat moment op een rijtje,’ zegt Angela. ‘Alle branden, op één na, werden aangestoken tussen 18:30 en 22:00 uur. Precies de periode waarin de Altrecht-cliënten die daar dag en nacht verblijven het eten op hebben en naar buiten mogen.’
Er viel nog iets op: alle in brand gestoken auto’s lagen op de route van het dorp naar de Altrecht, of dicht in de buurt.

Nog een burgerrecherche

‘We gaan u bombarderen tot burgerrechercheur.’ De grote hal van de Dolderse basisschool De Kameleon zat afgeladen vol. Zelfs op de treden van de trap naar de eerste verdieping zaten belangstellenden. Politiechef Jan Dirk Bogerd keek de zaal rond. Voor hem stond een microfoon, achter hem lichtte een beamerscherm op. Vanaf de zijkant luisterden de burgemeester, de wijkagenten en een officier van justitie aandachtig mee.

Een kleine maand nadat Veilig Den Dolder als burgerrecherche begon te patrouilleren, besloot de politie ook een burgerrecherche in het leven te roepen. Er waren intussen acht autobranden geweest. Van de politie kregen de aanwezige inwoners tips over hoe ze kunnen helpen; dat details als sieraden nuttige signalementen zijn, en dat ze mogelijke sporen niet moeten aanraken maar wel fotograferen. Voor tips deelde de politie een speciaal e-mailadres.

De appgroep Veilig Den Dolder was ook aanwezig. Althans, een deel ervan. De bijeenkomst bood een uitgelezen kans voor de dader om weer toe te slaan. ‘Daarom was het verstandig dat mensen uit onze appgroep die avond patrouilleerden,’ zegt Angela. De oprichter van de appgroep was blij met het initiatief van de politie, maar zij en de andere burgerrecherche-leden hadden weinig aan de informatie die de politie deelde. ‘Praktisch alles wat ze vertelden, wisten en deden wij al. Bovendien kwam het initiatief te laat.’

De appgroep had een positieve invloed, zegt de oprichtster ‘We deden het met elkaar en voor elkaar. Ik zou het zo weer doen.’

Twee vrouwen

Op het moment van de burgerrecherche-avond in de school volgde de appgroep al een tijdje de bewegingen van twee vrouwen. Een burgerrechercheur hoorde de vrouwen op een avond in het hokje van de ticketmachine op het station iets zeggen over ‘extra alert zijn’.

Meteen werd er in de appgroep gereageerd. Een andere burgerrechercheur die ook op patrouille was, spotte de twee vrouwen even later en zei te weten dat ze in Altrecht verbleven. Vanaf dat moment golden de vrouwen als verdachten. De burgerrechercheurs volgden het duo door de Albert Heijn en in het dorp. Een derde vrouw, met wie het tweetal bij de ticketmachine werd gezien, was ook verdacht.

Het lukte de burgerrechercheurs niet om de vrouwen te betrappen. Maar hun vermoeden werd bevestigd toen de politie drie weken later liet weten dat er twee vrouwen waren aangehouden voor de autobranden. ‘Het moeten wel die twee meiden zijn geweest die wij volgden,’ zegt Angela.

Ruim anderhalf jaar later is ze daar nog altijd van overtuigd. Zeker weten zal ze het nooit. Om de privacy van de verdachten te beschermen, mocht de politie niets aan de groep bevestigen. GGZ-instelling Altrecht bevestigde later tegenover journalisten dat de twee aangehouden vrouwen bij hen verbleven.

Geslaagd?

In de appgroep heerste opluchting en terughoudendheid:
– B1 het onderzoek voorbij over en sluit
– Columbo gaat er ook vandoor
– Wil nog niet zeggen dat voorbij is

Maar het was wel voorbij. Nadat de vrouwen waren opgepakt, vonden er geen autobranden meer plaats in Den Dolder.

Was het de burgerrechercheurs van appgroep Veilig Den Dolder gelukt datgene te doen wat ze zichzelf hadden opgedragen? Het is lastig te zeggen. Volgens de politie was de rol van de burgerrechercheurs ‘ondersteunend maar niet doorslaggevend’ voor de aanhouding van de twee vrouwen.

‘Al heeft de politie ons een aantal keer gezegd dat we het onderzoek verstoorden omdat we te zichtbaar zouden zijn, toch denk ik dat ze iets aan ons gehad hebben,’ zegt moeder Henriëtte. ‘Anders hadden ze ons toch wel verboden om verder te zoeken?’

De appgroep heeft een positieve invloed gehad op de buurt. De spanning van het zoeken en de gezamenlijke inzet voor één doel deden het gemeenschapsgevoel herleven.

Volgens Henriëtte heeft de appgroep een positieve invloed gehad op de buurt. De spanning van het zoeken en de gezamenlijke inzet voor één doel deden het gemeenschapsgevoel herleven. Leden houden elkaar nog altijd via de appgroep op de hoogte wanneer ze iets verdachts in het dorp zien. Uit de patrouillerondes ten tijde van de autobranden zijn nieuwe vriendschappen ontstaan. ‘We deden het met elkaar en voor elkaar. Ik zou het zo weer doen.’

De twee verdachte vrouwen werden kort na hun aanhouding vrijgelaten vanwege gebrek aan bewijs. Niemand werd veroordeeld voor de autobranden.

Reactie politie

In een schriftelijke reactie laat de politie weten dat de bevoegdheden van een burgerrecherche ‘wettelijk geregeld’ zijn. Als reden voor het organiseren van een eigen burgerrecherche-avond noemt de politie de ‘snelle opvolging’ van de autobranden. Met de avond wilde de politie de ‘werkwijze van de brandstichter duiden, de aanpak van de politie toelichten en tips geven over waar op te letten en hoe te melden’.

Over het contact met de burgerrechercheurs van de appgroep Veilig Den Dolder zegt de politie dat de wijkagent ‘korte lijnen’ onderhield met verschillende leden van de appgroep en advies gaf over hoe het beste te handelen. De burgerpatrouille zou destijds om informatie gevraagd hebben die de politie ‘op basis van de Wet op de Privacy helemaal niet mocht verstrekken’.

Ten tijde van de autobranden was ‘een enkele keer’ sprake van ‘goedbedoeld optreden op straat door burgers’ dat ‘hinderlijk’ was voor de politie. ‘Ondanks dat,’ laat de politie weten, ‘is de politie groot voorstander van burgerparticipatie bij opsporing.

Dit artikel kwam mede tot stand door gesprekken met acht leden van de appgroep Veilig Den Dolder. Een aantal van hen wilde meewerken op voorwaarde dat hun naam niet genoemd zou worden. Daarnaast kreeg Vrij Nederland inzage in de appgroep. De achternaam van Angela en Henriëtte is bij de redactie bekend. De fragmenten uit de appgroep in het artikel zijn letterlijke weergaven.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.