Peter Thiel, oprichter van het omstreden Amerikaanse softwarebedrijf Palantir en mentor van J.D. Vance, ziet technologie als het perfecte instrument om de wereld naar zijn hand te zetten. Zonder compromissen, zonder democratie. Technologie noemt hij een fantastisch alternatief voor politiek. En hij niet alleen.
Thiel verwoordt het wereldbeeld van de mannen die onze toekomst vormgeven. Niet toevallig waren vele tech-CEO’s aanwezig bij Trumps inauguratie. Het toont hoe verweven de Amerikaanse politiek is met big tech. Als we ze vrij spel geven, zitten wij allemaal binnen vijf jaar gevangen in digitale ketenen.
How did we get here? Hoe zijn we beland in een situatie waarin techbazen de controle lijken te hebben over politiek en media? De Italiaans-Franse politiek essayist, schrijver en journalist Giuliano Da Empoli merkt daarover iets interessants op. Hij betoogt dat Barack Obama zijn herverkiezing in 2012 te danken heeft aan big tech, door de toenmalige CEO van Google Eric Schmidt tot campagneleider te benoemen. Als dank werd drie weken na zijn overwinning een antitrust-onderzoek tegen het megabedrijf stopgezet. Daarna kon Obama de techsector niet meer reguleren; hij was verstrikt geraakt in het systeem dat hem aan de macht had geholpen.
Techgiganten, overheden en de pers zijn verwikkeld in een machtsstrijd om wie de waarheid bezit
Pas jaren later zouden wij de gevolgen daarvan ervaren. De machine die was gebouwd om verkiezingen te winnen, bleek het beginpunt van een nieuw tijdperk van ongereguleerde tech en een algoritmisch monstrum voor extremiteiten. Alles wat op opwinding en verslaving is gericht, wordt gepusht door algoritmes. Dat kan niet los worden gezien van de verkiezingen van Trump in 2016 en 2024 en zorgt nu voor een onfeilbare samenwerking binnen autocratische kringen. De een levert de rancune, de ander de infrastructuur om die razendsnel te organiseren.
En nu, in het tijdperk van AI, is die machine krachtiger dan ooit. De strijd om wie de waarheid bezit, is uitgegroeid tot een machtsstrijd tussen techgiganten, overheden en de pers. De vraag is niet of AI de media en de politiek zal veranderen, maar hoe?
Hoe techplatforms de media-agenda bepalen
‘The medium is the message’, schreef de Canadese communicatiewetenschapper Herbert Marshall McLuhan al in 1964. Voor Marshall McLuhan was het het medium zelf dat de schaal en de vorm van menselijke associatie en handelen vormde. Vandaag de dag is het medium niet alleen de boodschap, maar ook de poortwachter. Social media en zoekmachines bepalen wat we zien, wat we moeten geloven, en uiteindelijk hoe we de wereld begrijpen. En met de opkomst van AI is die macht alleen maar groter geworden.
Neem Google. Met zijn zoekalgoritme bepaalt het bedrijf voor miljarden mensen welke informatie ze vinden, en welke niet. In 2023 introduceerde Google Search Generative Experience (SGE), een AI-gestuurde zoekfunctie die niet langer alleen links toont, maar ook samenvattingen genereert. Klinkt handig, maar het betekent ook dat gebruikers steeds vaker niet meer doorklikken naar de originele bronnen. Voor nieuwswebsites is dat een ramp: minder verkeer betekent minder inkomsten uit advertenties of abonnementen, en uiteindelijk minder onafhankelijke journalistiek.
De afhankelijkheid van media van deze platformen is een gevaarlijke vicieuze cirkel. Journalisten hebben social media nodig om hun publiek te bereiken, maar de platforms bepalen de voorwaarden. Met AI wordt die macht nog groter. AI beveelt niet alleen content aan, maar creëert die ook. Denk aan de lasterlijke AI-plaatjes die PVV-Kamerleden Maikel Boon en Patrick Crijns maakten van onder meer Frans Timmermans, of de gedeepfakete stem van president Joe Biden die werd ingezet om Democraten ervan te weerhouden om te stemmen. Wie draagt de verantwoordelijkheid als een AI-systeem een leugen als waarheid presenteert?
De harde realiteit is dat techbedrijven momenteel de regels bepalen voor wat we zien en geloven. Dat stelt politiek en media voor een onmogelijk dilemma: meebewegen of een heel publiek verliezen. Meebewegen lijkt nu te overheersen, zonder tegenspraak. En in de stilte die volgt op de chaos, glijden we langzaam de afgrond in.
Hoe we ons eigen graf graven
Waar de politiek in de Verenigde Staten binnen de oligarchie die Donald Trump heeft gecreëerd al ondergeschikt is aan big tech en AI, zijn journalistieke media nu de belangrijkste hoeders van democratie. In essays als Truth and Politics (1967) en Lying in Politics (1971) benoemt filosoof Hannah Arendt precies die rol.
Het gevaar van deze tijd schuilt in het feit dat de grens tussen waarheid en leugen verdwijnt. De pers heeft nu meer dan ooit de taak om door de drek van AI en algoritmes te prikken. Maar wat gebeurt er als die hoeders zelf onder druk komen te staan?
Slechts 37 procent van de mensen in westerse landen vertrouwt nog op het nieuws
Want dat is precies wat er nu gebeurt. De cijfers zijn onthutsend. In 2018 had 61 procent van de Nederlanders nog (zeer) veel interesse in nieuws. In 2026 is dit percentage gedaald naar 45 procent. Journalistieke media moeten concurreren met sociale media, waar de regels worden bepaald door techbedrijven die geen verantwoording hoeven af te leggen aan het publiek. Intussen wordt het wantrouwen in de journalistiek gevoed door social media. Volgens het Reuters Institute vertrouwt 37 procent van de mensen in westerse landen nog op het nieuws. Een direct gevolg van de vervaging van feit en fictie, en de onwil om er wat aan te doen. We graven ons eigen graf.
Praten, reguleren, bouwen
Het goede nieuws is: het hoeft niet zo te zijn. AI kan vóór ons gaan werken in plaats van tegen ons. We kunnen de macht terugwinnen. Maar dan moeten we nú handelen.
Meer dan duizend medewerkers van Meta, Google en OpenAI smeekten de Amerikaanse overheid deze zomer om de teugels aan te halen voordat de technologie ons ontglipt. Zij betogen dat AI ons kan helpen om een betere toekomst te creëren, maar dat die uitkomst niet gegarandeerd is. Om die betere toekomst te verwezenlijken, moeten we een stap terugzetten, opkomende risico’s benoemen, veiligheidsmaatregelen nemen, toezicht versterken. En de overheid moet ingrijpen, omdat er voor techbedrijven geen gezamenlijke prikkel is om te vertragen.
Om ervoor te zorgen dat technologie de mensen en de democratie gaat dienen en niet andersom, moeten we daarom op drie fronten in actie komen.
Ten eerste: praten, want de stilte is oorverdovend. Waar de Tweede Kamer de afgelopen jaren gemiddeld 916 moties indiende over asiel, waren dat er in 2025 maar 25 per jaar over kunstmatige intelligentie. Debatten die ik afgelopen zomer aanvroeg, werden tegengehouden door onder andere VVD, D66 en CDA. En de digitaliseringsagenda stokt doordat diezelfde partijen er geen geld voor willen uittrekken. Er is niet eens een minister die het vraagstuk integraal aanpakt. Een verontrustende verwaarlozing van een revolutie die haar weerga niet kent. Politici moeten de taal van de 21ste eeuw gaan spreken.
Ten tweede: reguleren, want de markt reguleert zichzelf niet. De geschiedenis leert ons dat ongeregelde krachten altijd leiden tot machtsmisbruik. We hebben een zero tolerance-beleid nodig voor techbaronnen die onze Europese waarden aan hun laars lappen. Geen toegang tot onze markt als ze zich niet houden aan onze regels. De AI-Act mag geen papieren tijger zijn en moet een krachtig instrument worden met maatschappelijke belangen voorop en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor schendingen.
En verder, bouwen. Want afhankelijkheid betekent kwetsbaarheid. Een paar regeltjes gaan ons niet redden. We moeten Europese alternatieven creëren die voldoen aan onze waarden en normen. Zeekabels, gigafabrieken, digitale infrastructuur, allemaal worden ze de markt opgegooid, met als resultaat dat er onethische partijen mee aan de haal gaan. Intussen blijft het kabinet nieuwe contracten afsluiten met Amerikaanse bedrijven, waaronder voor het gebruik van software van Peter Thiels Palantir. Het kabinet ondermijnt hiermee actief onze onafhankelijkheid. Zolang wij zelf niet bouwen aan onze eigen digitale toekomst, bouwen anderen die voor ons. We degraderen onszelf zo van meester tot dienaar van hun technologie.
Tot slot moeten we veel meer investeren in onafhankelijke media. In een tijdperk waarin techbedrijven de advertentiemarkt domineren, moeten we ervoor zorgen dat kwaliteitsjournalistiek niet verdwijnt.
Strijd
De strijd van de 21ste eeuw is die tussen mens en machine. Het is een strijd waarin techbazen vastbesloten zijn om hun macht te gebruiken om de idealen van de Verlichting en de democratie te verdringen. Voordat big tech ons definitief in digitale ketenen slaat, moeten we ons verzetten. De tijd om terug te vechten is nu.
Laurens Dassen (1985) is fractievoorzitter van Volt in de Tweede Kamer




