Eindhoven, 1973. Ik was acht toen ik op een ochtend naar beneden kwam en de woonkamer overdekt bleek met linnen tasjes. Ze waren gedrapeerd over de bank, de stoelen, de eettafel. Op de tasjes was met rode letters de tekst ‘Anti-plastic’ gedrukt. Mijn ouders waren de avond ervoor met drukinkt, een ouderwetse pers en sjablonen in de weer geweest. Ze waren bezorgd over de komst van de plastic melkflessen. De tasjes werden verkocht op een kleine milieumarkt in Eindhoven. De winst werd overgemaakt aan De Kleine Aarde.
Mijn ouders waren er vroeg bij, maar ondanks hun inspanningen is de plastic berg de afgelopen 45 jaar tot monsterlijke proporties uitgegroeid. Met dramatische gevolgen voor het milieu. Een jaar of tien geleden kwamen de eerste foto’s van opengesneden albatrossen met hun maag vol plastic, in juni kwam een walvis in het nieuws die in Thailand was aangespoeld met zijn ingewanden vol plastic tasjes. En ook de beelden van de Britse duiker die begin dit jaar voor de kust van Bali tussen de plastic troep zwom, gingen de hele wereld over.
De plasticsoep staat inmiddels hoog op de agenda. In Brussel zijn richtlijnen in voorbereiding die het zwerfafval moeten inperken. In Nederland heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven een Plastic Pact aangekondigd.
In dit verhaal komen vier activisten aan het woord die zich met hart en ziel hebben ingezet in de strijd tegen de plasticsoep. Kunnen ze het tij keren? En hoe moet dat dan? Is de burger aan zet, of juist de industrie en de overheid? Heeft het zin om menselijk gedrag te veranderen of moet het vooral van technologische vernieuwingen komen?

Wereldpers
Boyan Slat (24) van The Ocean Cleanup ontvangt in zijn kantoor in de Rotterdamse binnenstad. Hij is net terug uit San Francisco, waar hij onder enorme belangstelling van de wereldpers het door hem en zijn team ontwikkelde System 001 uitgeleide deed: een 600 meter lange buis met daaronder een scherm waarmee de plastic vuilnisbelt van de Great Pacific Garbage Patch tussen Hawaii en Californië moet worden aangepakt. De laatste keer dat ik Slat sprak, in 2014, studeerde hij aan de TU Delft, was hij net begonnen aan zijn project en bestond The Ocean Cleanup louter uit vrijwilligers. Inmiddels zijn er tachtig mensen in dienst en heeft hij 30 miljoen euro binnengehaald om zijn project te verwezenlijken.
De beelden van Slat in San Francisco gingen de hele wereld over. ‘Ik heb vaak gedroomd van het moment dat ik onder de Golden Gate-brug zou doorvaren,’ zegt hij, ‘maar op het moment zelf kon ik er niet echt van genieten, hoe geweldig het ook was. De dagen voor de lancering waren stressvol. Kwam alles wel op tijd af? Zou er niets fout gaan? Het gaat toch om untested technology. Gelukkig ging alles volgens het boekje.’
De afgelopen weken is System 001 door een sleepboot van het bedrijf Maersk (dat het project ondersteunt) naar de plek gebracht waar het allemaal moet gaan gebeuren. Slat is niet meegegaan. ‘Ik word heel snel zeeziek,’ zegt hij. ‘Verder is het vier weken varen naar de Great Pacific Garbage Patch, dat is wel erg lang, ik kan mijn werk beter hier in Rotterdam doen.’
Aan boord zitten tien medewerkers van The Ocean Cleanup, waaronder ingenieurs en marien biologen, die de hele winter zullen blijven om te monitoren of het echt gaat werken. ‘In de testfase ging alles goed,’ zegt Slat. ‘Nu gaan we kijken of het systeem ook werkt onder extreme weersomstandigheden, en of we echt plastic gaan vangen.’
Biologisch afbreekbaar plastic
Slat zet in op technologische innovaties om het plastic op te ruimen. In gedragsverandering gelooft hij niet echt: ‘We zijn van nature lazy and greedy, dat zijn gedurende millennia goede overlevingsstrategieën geweest. Dus als je nu tegen mensen zegt: gij zult minder consumeren, voorzichtig omgaan met uw plastic en zorgen dat het altijd in de prullenbak terecht komt – dat wordt lastig.’
Bovendien, stelt Slat, heeft plastic ook veel goeds gebracht. ‘Door voedsel in plastic te verpakken, raakt het minder snel bedorven. We moeten oppassen dat we bij het aanpakken van het plasticprobleem niet blind zijn voor de voordelen die dit soort technologieën heeft gebracht. Er is grote behoefte aan goedkope, makkelijk toepasbare materialen. En het gebruik van plastic zal de komende twintig jaar naar verwachting verdubbelen.’
Slat hoopt op een doorbraak bij de ontwikkeling van biologisch afbreekbaar plastic waarvan de productiekosten nu nog te hoog zijn. De overheid, vindt hij, moet geld investeren in fundamenteel onderzoek om de productie daarvan mogelijk te maken. ‘De industrie heeft er belang bij alles te laten zoals het is, dus de overheid moet helpen om een verandering in gang te zetten. En als het afbreekbare plastic eenmaal op grote schaal kan worden toegepast, moet je de markt reguleren, zorgen dat het goedkoper is dan het niet afbreekbare plastic.’
Ondertussen drijft honderdduizend ton plastic rond in de Great Pacific Garbage Patch. ‘En of we het menselijk gedrag nou weten te veranderen of niet, dat moet worden opgeruimd en dat is waar ik me op richt. Wat we als mensen wél goed kunnen, is in groepen werken en dingen bedenken die nog niet bestaan. En die twee dingen combineren we bij The Ocean Cleanup.’
Gordijn van luchtbellen
Voor Boyan Slat was 2018 het jaar van de grote sprong voorwaarts, maar de drie vrouwen achter The Great Bubble Barrier staan nog aan het begin. Ook zij zijn gericht op het opruimen van plastic met een technologische oplossing, maar dan niet in de zee, maar in rivieren.
Het begon allemaal op een winteravond in 2013 in een Amsterdams café, vertelt Saskia Studer (28), een van de drie initiatiefnemers. Zij, Francis Zoet en Anne Marieke Eveleens kennen elkaar van een zeilschool in Aalsmeer. ‘We maakten ons als zeiler zorgen over al dat plastic in het water. Hoe konden we dat oplossen? We bedachten een scherm van bubbels, een soort gordijn van luchtbellen, dat het plastic zou kunnen tegenhouden. Als we dat naar de kant zouden kunnen krijgen en afvoeren, heb je een oplossing in handen.’
Zoet ging online op zoek. En wat bleek? Bellenschermen bestaan al sinds de jaren zeventig en worden onder meer gebruikt om zoet en zout water van elkaar te scheiden of om bij olielekkages te voorkomen dat de olie zich verder verspreidt. De drie vriendinnen begonnen een appgroep genaamd ‘blub-club’ en in de twee jaar die volgden, rijpte het idee in hun hoofd. De grote versnelling kwam in 2016, toen ze meededen aan een ‘Makaton’ die werd georganiseerd door Rijkswaterstaat en het Noord-Hollandse drinkwaterbedrijf PWN. Belangstellenden konden hun ideeën presenteren over het plasticvrij maken van rivieren. En ook al had geen van de drie vrouwen een technische achtergrond, The Great Bubble Barrier won de eerste prijs.
Ze gingen eerst een maand lang testen bij kennisinstituut Deltares in Delft. Studer zal die eerste testdag in mei 2017 niet snel vergeten. ‘De test vond onder meer plaats in de zogeheten “Oosterscheldegoot”, een 240 meter tellende bak waarin ze water kunnen later stromen als in een rivier. Op de bodem was een buis met gaatjes geplaatst. ‘De luchtdruk ging open, de belletjes kwamen omhoog, we lieten het plastic testmateriaal los en bats, boem, je zag het naar de rand toe drijven,’ zegt Studer. ‘Het deed precies wat we hadden verwacht. Het voelde als een enorme overwinning.’
Ook in de weken die volgden, waren de resultaten bemoedigend: 86 procent van het plastic kon uit het water worden gevist. In november 2017 trokken Studer en haar medeoprichters naar Kampen, waar ze in samenwerking met Rijkswaterstaat gedurende drie weken een tweehonderd meter lang bellenscherm neerlegden in de IJssel. Het testmateriaal bestond dit keer uit sinaasappels: ‘We konden het niet over ons hart verkrijgen om plastic in het water te gooien.’
De resultaten kwamen overeen met die bij Deltares. ‘Naast de sinaasappels visten we ook heel veel plastic troep uit het water; een kunstgebit, heel veel kleine snippers plastic, zakjes met Duits opschrift die dus helemaal uit Duitsland naar Kampen waren afgezakt.’
Maar na de presentatie van de resultaten in februari dit jaar ligt alles stil. Rijkswaterstaat achtte zich niet verantwoordelijk voor het opruimen van het plastic, de waterbedrijven wezen naar gemeenten en omgekeerd. Er bleek geen ‘probleemeigenaar’ te zijn. ‘Dat is frustrerend. We hebben een oplossing voor een groot probleem en dan gebeurt er helemaal niets,’ zegt Studer. De drie oprichters begonnen een crowdfundingsactie en willen nu op eigen kosten ergens in Nederland een bellenscherm beginnen.
De duw in de rug kwam in september van dit jaar toen The Great Bubble Barrier de Green Challenge Award, uitgeschreven door de Postcode Loterij, in de wacht sleepte. Prijzengeld: maar liefst 500.000 euro, vrij te besteden. De jury noemde het ontwerp ‘revolutionair’.
‘Dit is een geweldige prijs op een geweldig moment,’ zegt Studer. ‘We kunnen nu echt aan de slag, nieuwe mensen aantrekken, het systeem vervolmaken en echt een bellenscherm gaan installeren. We zijn al in gesprek met verschillende partijen.’
Maar wacht even, is het niet zo dat de overheid zich zou moeten bekommeren om dit soort problemen? ‘Natuurlijk, maar we gaan niet zitten wachten.’
Statiegeld
Anders dan Slat en de Great Bubble Barrier richt Merijn Tinga (44) zich juist op de veroorzakers van de troep. Door het invoeren van een statiegeldregeling op plastic flesjes hoopt hij consument én producent aan te zetten tot verandering. ‘Het gaat om een systeemverandering,’ zegt hij. ‘Onze gemaksmaatschappij zou niet kunnen bestaan zonder wegwerpplastic.’
Tinga’s grote passie is surfen. Op het strand vond hij overal plastic. Tinga – in het dagelijks leven kunstenaar – maakte in zijn atelier met behulp van gasbrander en strijkijzer een surfboard van plastic afval. ‘Daar is het begonnen,’ zegt hij. ‘Ik begon als kunstenaar aan dit project, maar stapte na de eerste keer op zee van mijn board af als activist en noemde mezelf de Plastic Soup Surfer.’
In 2016 begon Tinga een eerste online actie: hij wilde een afname van plastic flesjes bij het zwerfafval van 90 procent in drie jaar. Om zijn project extra onder de aandacht te brengen, surfte Tinga in september van dat jaar van Nederland naar Engeland, waardoor hij in de kranten en op televisie verscheen. Op Valentijnsdag 2017 bood hij 60.000 handtekeningen aan in Den Haag, gesymboliseerd door 60.000 snoephartjes. ‘Het was vlak voor de verkiezingen, er waren veel camera’s aanwezig, alle politici kwamen opdraven,’ zegt Tinga. ‘En een paar dagen later nam het zittende kabinet de motie tot mijn grote verbazing over.’
Albert Heijn was de hardste tegenstander. Zij willen in hun winkels die zijn gebouwd op de duurste plekken geen vierkante meters verliezen om statiegeldflessen te innen en op te slaan.’
Hij was bang dat het onderwerp na zijn eerste succes in de Kamer zou wegzakken. Maar die vrees bleek ongegrond. ‘In januari van dit jaar stopte China met de import van afvalplastic uit Europa en er ontstond enorme commotie. En dan had je nog die video van die duiker in Bali tussen het plastic afval. Sindsdien is het niet meer opgehouden.’
Tinga besloot gedurende 24 dagen de Rijn af te zakken, staand op een surfboard, en de flesjes die hij vond af te leveren bij de hoofdkantoren van Coca-Cola en Heineken. ‘Tijdens die gesprekken kwam ik erachter dat zij helemaal niet tegen statiegeld zijn, het front was dus veel minder gesloten dan ik dacht. Ook Lidl en Jumbo wilden best mee. Albert Heijn was de hardste tegenstander. Zij willen in hun AH to Go winkels die zijn gebouwd op de duurste plekken geen vierkante meters verliezen om statiegeldflessen te innen en op te slaan. Dáár gaat het om.’
Tinga ging ook naar Brussel, waar hij sprak met eurocommissaris Frans Timmermans. ‘De Europese Commissie wil in 2025 een statiegeldregeling invoeren, echt geweldig,’ vertelt hij. Inmiddels heeft het Europees Parlement ingestemd met de voorstellen, die nu nog door de regeringen moeten worden goedgekeurd.
In Nederland ging het minder hard. De industrielobby bleek zo sterk dat ze de plannen wist om te buigen, met steun van het CDA en de VVD. De supermarkten en de industrie dwongen bij het kabinet af dat ze nog twee jaar mogen bewijzen dat ze zonder statiegeld 70 procent van de flesjes kunnen opruimen. Zo niet, dan zal alsnog statiegeld worden ingevoerd.
‘In Nederland praten we veel, maar gebeurt er heel weinig.’
Tinga is teleurgesteld over de uitkomst, maar heeft tegelijkertijd alle vertrouwen in D66-staatssecretaris Stientje van Veldhoven: ‘We hebben op een cruciaal moment in aanloop naar het beslissende overleg zitten brainstormen. Dit is het maximale wat ze eruit heeft kunnen slepen. Iedereen gaat ervan uit dat de industrie er niet in zal slagen het zwerfafval te beperken. Statiegeld zal dan moeten worden ingevoerd. Dan moet blijken of ze haar rug recht kan houden.’
Complementair
Maria Westerbos (57) van de Plastic Soup Foundation is een stuk kritischer over de rol van de staatssecretaris. ‘Ze zei dat ze de statiegeldregeling zou invoeren. En dan gebeurt het niet onder druk van de industrie. Nu heeft ze aangekondigd dat er binnenkort een Plastic Pact komt met alle partijen waarbij een ban op wegwerpplastic moet worden ingevoerd. In Nederland praten we veel, maar gebeurt er heel weinig.’
Westerbos heeft haar kaarten gezet op internationale ontwikkelingen. ‘Wat in Europa gebeurt is echt hoopvol,’ zegt ze. ‘Daar zijn ze bezig met vergaande maatregelen tegen wegwerpplastic. Ook bij de G7 maken ze zich er druk om. Terecht. 40 procent van al dat plastic gooien we binnen 20 minuten weg. Maar de plasticindustrie is heel slim en heel machtig, net als de tabaksindustrie. Die willen alleen maar meer produceren. Maar ik weet uit gesprekken met ambtenaren dat die echt willen.’
Westerbos is van oorsprong tv-producent en begon in 2011 haar organisatie. Doelstelling: voorkomen dat er nog meer plastic in het water terechtkomt. Niet door het achteraf op te ruimen, maar door het probleem bij de bron aan te pakken. ‘Wat Boyan en de meiden van The Great Bubble Barrier doen en wat wij en Merijn van de andere kant doen, is complementair,’ zegt ze. ‘We kunnen naar elkaar zwaaien.’
De afgelopen jaren had The Plastic Soup Foundation wereldwijd succes met de Beat the Microbead-campagne, waarmee aandacht werd gevraagd voor het onnodig toevoegen van microplastics aan onder meer tandpasta en make-up. Unilever, Johnson & Johnson, Procter & Gamble en vierhonderd andere merken lieten onder druk van de publieke verontwaardiging over het gebruik van minuscule plasticdeeltjes in lippenstift, mascara en crèmes weten daarmee te zullen stoppen. Landen als Canada en Groot-Brittannië voerden een verbod in op de verkoop van microbeads in cosmetica, iets waartoe in Nederland nog steeds niet is besloten.
Met de actie vestigde Plastic Soup Foundation wereldwijd haar naam. ‘In de VS denken ze dat we met honderden mensen op een verdieping in een grote wolkenkrabber in New York zitten,’ zegt Westerbos lachend. ‘Terwijl we met nauwelijks twintig mensen ons werk doen op de bovenverdieping van een voormalig schippersinternaat in Amsterdam-West.’
‘Het paard van Troje staat in je badkamer. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt er al sinds 2012 voor.’
Omdat de ontwikkelingen internationaal zo hard gaan, hebben ze bij de Plastic Soup Foundation de koppen bij elkaar gestoken. ‘We zitten echt op een kantelpunt,’ zegt Westerbos. ‘Wij hebben besloten dat inzetten op de relatie tussen gezondheid en het gebruik van plastic de enige manier is om het proces nog verder te versnellen. Bij milieurampen is het tij altijd om die reden gekeerd; kijk naar asbest, naar het gat in de ozonlaag, de diesel. Het paard van Troje staat in je badkamer. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt er al sinds 2012 voor.’
Hoe plastic mensen ziek maakt
Maar waar er meer dan voldoende bewijs is dat de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door de uitstoot van CO2, is het bewijs dat plastic mensen ziek maakt nog niet overtuigend geleverd. En dus heeft Westerbos besloten om wetenschappelijk onderzoek daarnaar te helpen financieren. ‘Als ik de wereld kan vertellen dat kinderen ziek worden van plastic, dat wij allemaal ziek worden van plastic, dan kan je de almaar stijgende productie afremmen. Met ons werk bereiken we op dit moment vooral vrouwen, traditioneel de beschermers van het gezin. Die zijn hier heel erg in geïnteresseerd. Ze zijn hoog opgeleid, tussen de 20 en de 49.’
Vanaf december van dit jaar zal de Foundation met de resultaten naar buiten komen, steeds drie per maand. En dan gaat het om heel basale vragen: zit er plastic in babypoep? Is het plastic korstje van de kaas slecht voor je? Is een plastic theezakje van Lipton giftig? Hoe verstandig is het om voedsel in plastic bakjes in de magnetron te zetten? Zijn er sporen plastic terug te vinden in moedermelk? En in ons bloed? Hoe giftig is een plastic flesje dat in het water is gevallen?
Maar Westerbos is niet alleen maar bezig met het verzamelen van bewijs en het aanspreken van producenten, ze wil gewone burgers, die zich onmachtig voelen, ook een handelingsperspectief geven. En dus komt de Plastic Soup Foundation aan het einde van het jaar ook met een ‘schijf van zes’. Westerbos: ‘Mensen die willen, kunnen op plastic dieet. Met onze schijf krijg je honderden tips en ideeën om je plasticgebruik te verminderen.’ Westerbos ziet uit naar de resultaten van haar onderzoeken en hoopt zo de industrie verder onder druk te kunnen zetten.
Intussen hoopt Boyan Slat dat in 2019 het bewijs wordt geleverd dat zijn systeem werkt en dat de eerste partij plastic uit de Great Pacific Garbage Patch aan land komt. Merijn Tinga gaat naar Italië om ook daar als Plastic Soup Surfer een tocht te maken om de confrontatie te zoeken met de Italiaanse water- en frisdrankmaatschappijen. En Saskia Studer van The Great Bubble Barrier wil zo snel mogelijk een bellenscherm in een Nederlandse rivier. ‘En dan heel snel de stap zetten naar Azië.’
Fotodocument
De bedrieglijke schoonheid van plasticdeeltjes
Je kind is jarig. Op het verjaarspartijtje ontvangen alle kleine gasten een ballon die ze aan het eind van de dag oplaten. Vrolijk stijgen ze op om op gemiddeld vijf kilometer hoogte uiteen te spatten. De kleurige deeltjes vallen neer, en ongeveer negentig procent daarvan eindigt in het water.
Scenario één: na geruime tijd vallen de deeltjes uiteen in microplastic. Een vis peuzelt ze op en krijgt het plastic in z’n maag. Vervolgens wordt de vis gevangen, klaargemaakt en door ons geconsumeerd. Het plastic eindigt zo op ons eigen bordje en in onze eigen maag. Feestje verpest?
Scenario twee: nadat het ballondeeltje in het water is terechtgekomen, wordt het meegevoerd door een golfstroom. Het eindigt op een van de stranden van onze aardbol. Daar wordt het gevonden door een fotografe die al ruim negen jaar de wereld over reist om als een strandjutter plastic voorwerpen te verzamelen. Ze rangschikt de deeltjes van de ballon tot een mooie compositie en fotografeert ze. Het resultaat wordt onderdeel van een van haar fotoverhalen getiteld Where… am I going.
We lijken in de peilloze diepte van de wateren te kijken waar het plastic als vreemde organismen rondzwemt.
Deze fotografe is de Britse Mandy Barker. Ze is niet alleen een strandjutter en een kunstenaar, maar ook een ecologisch activist. De boodschap van haar werk: stop met de plasticvervuiling van onze wateren en stranden. Het onderwerp stemt somber, maar haar foto’s zien er eerder vrolijk uit, als een kleurrijke fantasiewereld van onontdekte hemellichamen of mysterieuze onderwaterwerelden vol ongekende dieren, bloemen en planten. Barker zet de bedrieglijke schoonheid van haar beelden doelbewust in. Door het contrast met de inhoud wil ze de toeschouwer bewust maken van de ernst van de vervuiling.
De achtergrond waarop Barker haar vondsten fotografeert, is in al haar series zwart. Niet alleen omdat dit mooi contrasteert met de kleuren, maar ook omdat dit de herkomst van het plastic nabootst: we lijken in de peilloze diepte van de wateren te kijken waar het plastic als vreemde organismen rondzwemt. In de foto’s uit In Definitive maakt onze fantasie zeedieren van de plastic voorwerpen die Barker op het Ierse strand vond. In Beyond Drifting: Imperfectly Known Animals treedt de fotografe in de voetsporen van de negentiende-eeuwse wetenschapper J.V. Thompson die onderzoek deed naar plankton. De foto’s suggereren dat je door een microscooplens kijkt naar onbekende specimen van plankton, wat je ziet zijn in het zeewater gevonden micro-deeltjes van plastic afval.
Barker werkt regelmatig samen met onderzoekers. Zo reisde ze in 2012 met een Japanse expeditie over de Grote Oceaan in een gebied waar na de tsunami afval terecht was gekomen. Shoal laat de plastic overblijfselen zien die daar met sleepnetten uit het water zijn gevist. Zelf gaat Barker als een onderzoeker te werk in hoe ze haar bevindingen documenteert, met exacte locaties van vindplaatsen en hoeveelheden en herkomst van het gefotografeerde plastic. Zo hoopt ze met haar foto’s een kleine bijdrage ten goede te leveren aan ons milieu.
Tekst Jenny Smets
Dit artikel maakt onderdeel uit van de VN-special ‘Zo verbeteren we de wereld’. Harm Ede Botje, coördinator van de special, vertelt waarom het klimaat actueler is dan ooit, en wat het concept ‘praatje-plaatje-daadje’ van de judoleraar van zijn kinderen daarmee te maken heeft. Kijk voor een overzicht van de artikelen op vn.nl/eco.









Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.