Liever luisteren? Bij Blendle hebben ze dit verhaal voorgelezen.
Opnieuw relevant, want
Komende week presenteert minister van Landbouw Carola Schouten haar plannen voor een structurele aanpak van de stikstofcrisis. Hoe zullen de boeren deze keer reageren?
‘Een gigantische opgestoken middelvinger: die kreeg het Landbouw Collectief van dit kabinet,’ zo luidde het persbericht van Farmers Defence Force (FDF) afgelopen vrijdag. Het Landbouw Collectief, een brede coalitie van boerenvertegenwoordigers, trok twee dagen daarvoor de stekker uit het overleg met landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) over het stikstofakkoord. Schouten zou te star vasthouden aan eerdere plannen om de stikstofuitstoot in Nederland terug te dringen, die volgens boeren nauwelijks natuurwinst opleveren.
Dat landbouw radicaal anders moet, was vorig jaar al de boodschap van Schouten toen ze haar zelf opgestelde visiedocument over kringlooplandbouw presenteerde. Aanvankelijk waren boeren best positief, met een idee van: dit gaat we samen doen. Ook de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en de Tweede Kamer onderschreven het plan. Maar toen D66-Kamerlid Tjeerd de Groot concludeerde dat het visiedocument in praktische zin een inkrimping van de veestapel zou betekenen, doofde het enthousiasme.
Er kwamen felle boerenprotesten waarbij LTO en Schouten zich bij het ene protest wel en bij het andere niet achter de boeren schaarden. Politieke opponenten meenden dat boeren niet moesten zeuren, ze hadden toch immers jarenlang financiële steun gekregen en konden toch zelf ook wel aanvoelen dat inkrimping van de veestapel (al voor het eerst geopperd in 1968) er een keer van zou komen?
Maar de boeren zien het als het zoveelste bewijs dat ze een speelbal zijn geworden van een grillige overheid. Een belrondje langs verschillende boeren en boerenvertegenwoordigers levert een lange lijst van kwesties op waarbij ze vinden dat ze onrechtvaardig en inconsequent zijn behandeld. Van de afschaffing van het melkquotum tot aan vrijhandelsverdragen, van problemen met mest tot aan de afhandeling van het verbod op de nertsenfokkerij. Vrij Nederland maakte een kleine inventarisatie vanuit het perspectief van de boer.
1. Doden door verplicht afgesloten mestsilo’s
Voor veel (melk)veehouders is de regelgeving rondom de opslag van mest een terugkerend hoofdpijndossier dat leidt tot levensgevaarlijke situaties. Alle landelijke media toonden de foto van de mestsilo in het Friese Makkinga nadat daar in juni 2013 drie doden vielen en iemand zwaargewond raakte. Twee loonwerkers waren de silo aan het reinigen toen ze onwel werden. Het derde slachtoffer, de 26-jarige boerenzoon Mark, wilde ze te hulp schieten en kwam zelf ook om het leven. Zijn vader had nog met een trekker op de silo ingebeukt in de hoop een gat in de wand te maken.
Veel boeren vinden dat zij onterecht de schuld krijgen van de teruglopende vogelstand.
Sinds 1992 moeten boeren mest verplicht in een afgesloten silo opslaan. In de jaren tachtig en negentig werden er veel betonnen en stalen mestsilo’s in Nederland neergezet (het zijn er inmiddels zo’n 20.000) met de belofte dat ze onderhoudsvrij waren. Toch bleken ze niet allemaal veilig te zijn. Naar schatting ontploffen er elk jaar zo’n drie mestsilo’s, bijvoorbeeld omdat ze zijn aangetast door roestvorming. Het onderhoud is gevaarlijk omdat veel mestsilo’s alleen van bovenaf met een ladder te bereiken zijn. Wie binnen onwel wordt, kan er niet snel meer uit. Omdat de silo’s onderhoudsvrij behoorden te zijn, zitten er in veel silo’s geen nooddeuren waardoor iemand makkelijk naar buiten kan.
Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde in 2014 dat er in 33 jaar tijd 35 ernstige ongevallen waren geweest met 28 doden en 29 gewonden. En dat is nog minus alle bijna-ongelukken. Door schaalvergroting moesten boeren grotere hoeveelheden mest bewaren en milieuvoorschriften verplichten hen vervolgens om de mest langer te bewaren. Daardoor zijn de risico’s voor mestopslag volgens de OVV flink gestegen en de gevaren voor boeren groter geworden.
In mest zitten onder meer de gevaarlijke gassen zwavelwaterstof (H2S) en zeer giftig blauwzuurgas (HCN), die vrijkomen zodra de mest in beweging komt, bijvoorbeeld wanneer een silo moet worden gereinigd of leeggepompt. En zelfs áls een silo leeg is, is dat geen garantie dat je in een gifgasloze omgeving zit. In (drijf)mestkelders onder stallen ontstaat soms schuimvorming die vervolgens via de roosters de stal in bruist waarna varkens of kalveren sterven. Dit is ook levensgevaarlijk voor boeren die zelf de stal ingaan. Een deel van de boeren zou graag zien dat er weer open silo’s komen, al is er geen garantie dat die veilig zijn. Ook in open silo’s hebben de gassen al slachtoffers geëist, aangezien een paar seconden inademing al tot bewusteloosheid kan leiden.
2. Verplicht mest injecteren
Om de ammoniakuitstoot te verminderen, werden boeren vanaf 1994 ook verplicht om mest in het grasland te injecteren in plaats van te besproeien. Daardoor zou er minder ammoniak in de lucht vrijkomen.
Met name op slappe veen- en kleigronden kunnen de zware injectiemachines pas later in het jaar op het land rijden (na een droge periode), waardoor boeren hun land midden in het broedseizoen moeten bemesten.
Veel boeren vermoeden dat de dalende aantallen van weidevogels te maken hebben met deze manier van bemesten. Ze vinden dat zij onterecht de schuld krijgen van de teruglopende vogelstand. Recent onderzoek wijst overigens uit dat in mest veel bestrijdingsmiddelen zitten die dieren hebben binnengekregen via stro en veevoer. Ook dat zou mogelijk hebben geleid tot minder weidevogels: de veldleeuwerik is verdwenen en ook de aantallen kieviten en grutto’s lopen terug.
3. Zaadcoating verboden
Jarenlang hadden telers van suikerbieten minder last van de vergelingsziekte door een speciale zaadcoating die de bieten beschermde tegen insecten, waaronder de luizen die de vergelingsziekte veroorzaken.
Maar de zaadcoating is sinds eind 2018 door de Europese Unie verboden met als reden dat dit bijen en hommels beschermt. Volgens boeren zitten deze insecten echter nauwelijks op bietenplanten.
Ook het vrijhandelsverdrag Ceta betekent volgens boeren oneerlijke concurrentie
Opmerkelijk detail: de boeren krijgen steun van eurocommissaris Phil Hogan (Landbouw en Plattelandsontwikkeling). Hij was tegen het verbod, maar het dossier viel onder eurocommissaris Vytenis Andriukaitis (Gezondheid en Voedselveiligheid), die zich baseert op informatie van de European Food and Safety Authority. Volgens boeren loopt hierdoor de opbrengst per hectare terug.
Landen als België, Tsjechië, Polen en Roemenië hebben boeren vrijstelling gegeven zodat zij de zaadcoating alsnog kunnen gebruiken, maar landbouwminister Schouten weigert om Nederlandse suikerbietentelers óók een vrijstelling te geven.
4. Oneerlijke concurrentie
Ook het vrijhandelsverdrag Ceta betekent volgens boeren oneerlijke concurrentie. Boeren vinden het niet eerlijk dat zij aan strenge, dure eisen omtrent dierenwelzijn moeten voldoen, terwijl de markt ondertussen wordt opengesteld voor Canadese producten die dat niet hoeven.
Hoewel de productstandaarden op papier gelijk zijn, wordt er in Canada nauwelijks gehandhaafd terwijl Nederlandse boeren minutieus per dier moeten bijhouden welke voeding en medicijnen worden gegeven – op straffe van hoge boetes.
Door een gebrek aan identificatie- en registratiesystemen zoals die er in Europa wel zijn, is het voor de consument onmogelijk om te achterhalen hoe Canadese producten zijn geproduceerd. Desondanks stemde de Tweede Kamer in februari met de kleinst mogelijke meerderheid in met het Ceta-verdrag, dat nu nog in de Eerste Kamer moet worden geratificeerd.
5. Onterechte beschuldiging
In januari 2018 begon landbouwminister Schouten met een groot persoffensief: er ging een ronkend persbericht uit over kalverenfraude, gevolgd door een persconferentie. Er waren door boeren bovengemiddeld meer tweelingkalveren geregistreerd en het ministerie vermoedde opzettelijke fraude. De overheid gebruikte het registratiesysteem immers om te controleren of boeren niet te veel fosfaat produceerden. Binnen dat systeem gelden vaarzen (jonge koeien die nog nooit een kalf hebben gekregen) als een halve koe. Door pasgeboren kalfjes van een zogenaamde vaars te registreren als tweeling van een andere koe, had een vaars op papier geen kalf gekregen en bleef ze meetellen als halve koe.
Schouten hield op de persconferentie boeren voor dat zij konden rekenen op ‘naheffingen, kortingen op EU-subsidies en mogelijk strafrechtelijke vervolging’. En dat was tegen het zere been van veel boeren, die voor 2017 160.000 gezonde koeien naar de slacht hadden gebracht zodat Nederland onder het fosfaatplafond zou blijven. LTO-voorzitter Marc Calon bleek op de hand van de minister en noemde de tweelingfraude in Nieuwsuur ‘onprofessioneel, asociaal en vreselijk dom’. Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het ministerie waren maar liefst 7.700 bedrijven verdacht, terwijl er op dat moment bij 45 bedrijven iets door de inspectie was gevonden. Achter de schermen werden 2.100 boerenbedrijven geblokkeerd.
Slechts 75 bedrijven maakten zich daadwerkelijk schuldig aan kalverfraude. Dat is heel wat minder dan het aantal dat Schouten noemde.
Hoewel er inderdaad fraudeurs waren, bleek volgens Elsevier Weekblad de fout bij de meeste boeren niet meer dan een slordigheid geweest (zoals het niet melden van een miskraam), kleine onregelmatigheden of een fout in de software. Maar de boeren voelden zich wel neergezet als misdadiger, onder meer doordat Trouw de kwestie duidde als ‘grootschalige, geraffineerde, systematische oplichting’.
Ook het ministerie krabbelde terug, want vanaf maart 2018 werd er nog maar zelden over ‘fraude’ gesproken. Het woord verdween uit de Kamerbrieven en de nadruk werd verlegd naar het verbeteren van de registratie. Van de 2.100 geblokkeerde boerenbedrijven hebben slechts 75 zich daadwerkelijk schuldig gemaakt aan kalverfraude. En dat is heel wat minder dan de 7.700 bedrijven die Schouten aanvankelijk noemde. Farmers Defence Force eiste afgelopen februari excuses van Schouten en Mark Rutte, maar kreeg die niet.
6. GRONDONTEIGENING
Sinds 2003 zijn er in Nederland 159 gebieden aangewezen als Natura 2000-gebied, waar de natuur moet worden beschermd tegen verstoring. Inmiddels zijn er ruim vijftig gebieden definitief aangewezen. Boeren moeten dan grond inleveren ten behoeve van de natuur. Als ze dat niet willen of er een te hoge prijs voor vragen, kan de grond worden onteigend. De boeren vinden dat ze een te lage prijs krijgen voor hun grond, omdat het bedrag ze niet in staat stelt ergens anders iets nieuws op te bouwen. En qua kwaliteit van de grond gaan ze er meestal op achteruit.
Het overkwam boerin Daniëlle Hekman en haar man, bestuurslid bij Farmers Defence Force. Ze verhuisden hun melkveebedrijf van Ommen naar Friesland maar mochten door veranderende regels ten aanzien van fosfaatreductie hun boerenbedrijf niet op volle sterkte terugbouwen, waardoor ze ernstig in de problemen kwamen. ‘Iedereen zegt: dat had je kunnen zien aankomen. Maar wij hebben de wereld aan deskundigen geraadpleegd en niemand die ons hiervoor waarschuwde,’ zei ze er eerder over.
‘Onze grondrechten worden ons simpelweg ontnomen.’
Grondonteigening vindt ook plaats voor woonwijken en snelwegen. Boeren zijn nu bang dat ook in het stikstofdossier straks opgelegd kan worden dat zij hun grond moeten verkopen of hun bedrijf moeten staken. Het is volgens Farmers Defence Force-woordvoerder Sieta van Keimpena een van de voornaamste redenen waarom de boeren zo woedend zijn. ‘Onze grondrechten worden ons simpelweg ontnomen. Of we moeten vertrekken omdat de wet even wordt aangepast, zie het verbod op de nertsenfokkerij. Of we worden gedwongen om een andere plek te zoeken. De overheid wekt de indruk dat we eerlijk behandeld worden, maar we worden nooit eerlijk behandeld.’
Afnemend vertrouwen in de overheid
Bovenstaande voorbeelden vormen slechts een greep uit de verhalen die boeren vertellen wanneer hen wordt gevraagd naar hun afnemend vertrouwen in de overheid. En hoewel ze aanvankelijk opgetogen waren over de huidige minister Schouten vanwege haar boerenachtergrond, is dat enthousiasme nu weg.
Een van de onderdelen van het stikstofakkoord is bijvoorbeeld dat boeren het eiwitgehalte in het veevoer moeten gaan aanpassen. Het is een maatregel waar ze adviseurs voor nodig hebben die ze met het oog op een aanstaande crisistijd mogelijk niet kunnen betalen. Ook is het lastig om nu fysieke ontmoetingen te regelen met dergelijke adviseurs. Het Landbouw Collectief schreef in een persbericht dat ze de timing van de maatregel niet vinden kunnen: ‘En dat middenin de coronacrisis, waarbij boeren en de partners in de voedselketen wel wat anders aan hun hoofd hebben en zelfs niet goed kunnen worden voorgelicht of ondersteund.’
Het stikstofdossier is voor boze boeren het zoveelste bewijs dat de overheid op rigoureuze wijze besluiten doorvoert zonder rekening te houden met hun belang. Eerdere maatregelen en regelgeving hebben hen fysiek in gevaar gebracht en geleid tot teruglopende inkomsten, het uitvoeren van maatregelen om de uitstoot van stikstof tegen te gaan zal volgens hen niets positiefs opleveren. Toch is er, wat het kabinet betreft, geen weg terug en is de klimaatproblematiek zo nijpend dat het geen zin heeft om te doen alsof alles bij het oude kan blijven. De boeren moeten zich maar aanpassen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.