Op 18 september zal voor de vijfde keer de tweejaarlijkse Nederlandse Biografie Prijs worden uitgereikt. De lijst van inzendingen biedt een mooie gelegenheid de stand van zaken eens op te maken. Wie het begrip ‘biografie’ royaal opvat – denk alleen al aan al die rare boeken die samen met of in opdracht van de gebiografeerde geschreven worden – komt aan minstens twee oorspronkelijk Nederlandse biografieën per week. We zien er zeker een paar over het hoofd, maar voor de Biografieprijs zijn 171 biografieën ingezonden. Wat zijn dat voor boeken en is er een trend in te herkennen?

Deugdelijk bronnenonderzoek

Los van wie er zoal gebiografeerd worden, valt al meteen iets op, namelijk de toegenomen ambitie om op basis van deugdelijk bronnenonderzoek te werken. De markt, de lezer, stelt blijkbaar eisen. Er bestaat een toenemende wens, zo niet eis, dat de gereleveerde gebeurtenissen naar een te controleren bron teruggevoerd kunnen worden.

Sinds we in een wereld van alternatieve feiten leven, lijken biografie en journalistiek relevanter dan ooit.

Biografen zijn gebonden aan feiten, maar zij metselen feiten aan elkaar tot een structuur. En voordat je aan zo’n gestructureerd verhaal begint, is het noodzaak de feiten te begrijpen. Op die manier is de biografie geen opeenstapeling van feiten, maar gaat het over de relatie tussen die feiten. De zogenaamde ‘feitenbiografie’ is een eufemisme voor een slechte biografie. Oud-uitgever Martin Ros noemde dat de bever- tegenover de vlinderbiografie: de bever verzamelt feiten en zet die als een boekhouder onder elkaar, de vlinder respecteert de feiten maar denkt uiteindelijk aan het begrip ervan en transformeert ze tot een overtuigend verhaal.

Van oudsher bestaat al een nauwe relatie tussen biografie en journalistiek. Niet alleen omdat de lezer onthullingen wil zien, maar ook vanwege de veranderlijkheid van maatschappelijke opvattingen. Wim Hazeu onthulde dat Lucebert op bijna twintigjarige leeftijd hardcore antisemitische ideeën ventileerde. Zouden de reacties twintig jaar geleden hetzelfde zijn geweest? Onno Blom publiceerde onverbloemd over Jan Wolkers’ dwingende intieme omgang met vrouwen. Het werd niet meegenomen in de #MeToo-discussie.

Het echte verhaal

Sinds we in een wereld van alternatieve feiten leven, lijken biografie en journalistiek relevanter dan ooit. Hoeveel biografieën van Mata Hari zijn er wel niet geschreven, maar pas nu hebben twee biografen daadwerkelijk het archiefonderzoek aangevat en vertellen op basis van de feiten het echte verhaal? Er vindt na al die jaren een soort correctie plaats, zowel in de betrouwbaarheid van biografieën als in de vertelwijze.

Ook de mogelijkheid van de lezer bepaalde feiten te controleren op internet heeft hier natuurlijk aan bijgedragen. Over Johan Rudolph Thorbecke en Jacob van Lennep is al oneindig veel gezegd, maar nu pas zijn er zowel aantrekkelijk geschreven als grondig geresearchte biografieën van hen verschenen. Er is overigens geen enkele reden om te gaan beweren dat dit ‘definitieve’ biografieën zijn, want elke generatie stelt haar eigen eisen.

Verzonnen verzetsverleden

Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaar is een actueel voorbeeld van deze tijd waarin de kloof zichtbaar wordt tussen biografieën die leunen op serieus onderzoek en de halfbakken ‘kronieken’,‘memoires’,‘autobiografieën’ of biografische boeken in opdracht. Toen de eerste druk vorig jaar verscheen, werd onmiddellijk opgemerkt door verschillende kranten dat dit familieverhaal over de grootvader van Van Boetzelaer op ‘alternatieve feiten’ berustte.

In plaats van zijn bij elkaar verzonnen verzetsverleden, bleek opa na de oorlog tot levenslang veroordeeld te zijn wegens collaboratie (hij zat er tien jaar van uit). Ook de herziene versie die eerder dit jaar verscheen, rammelt nog aan alle kanten, en dat werd weer grondig (onder meer door Vrij Nederland) in de pers opgemerkt. Je komt er niet meer mee weg om door de familie gecreëerde oorlogsverhalen voor waar de wereld in te slingeren. Dit boek is door de serieuze journalistiek ontmaskerd.

Toch maakt Van Boetzelaar deel uit van een trend, namelijk de biografie, of welke benaming daar ook aan gegeven wordt, door een familielid geschreven. ‘Mijn familie, dat zijn God-zij dank analfabeten,’ zou Willem Elsschot hebben geantwoord, toen hem gevraagd werd hoe zijn familieleden hadden gereageerd op de manier waarop hij ze had geportretteerd in de sleutelroman Pensioen (1937). Vooral als opa of oma nog leeft, ontstaat vaak een moeizame verhouding tussen de biograaf en gebiografeerde. Toch is dat wat in de lijst van de Nederlandse Biografieprijs nu opvalt: biografieën geschreven door een familielid dat zich kritisch opstelt ten opzichte van zijn subject, in plaats van haar of hem onvoorwaardelijk te bewonderen.

Even zo vaak proberen familieleden het op een akkoordje te gooien met de biograaf, waardoor het verhaal van iemands leven kritiekloos wordt opgeschreven.

Zoals in de biografie van Isay Rottenberg, een joodse sigarenfabrikant die in 1932 een fabriek overnam in het Duitse stadje Döbeln. Het boek werd geschreven door zijn kleindochters Hella en Sandra Rottenberg. Zij hebben in hun geschiedenis van de sigarenfabriek nu eens niet de nadruk gelegd op de heldenstatus die grootvader Isay ongetwijfeld in hun ogen had. Juist de manier waarop de sigarenfabrikant te maken kreeg met de steeds moeilijker omstandigheden komt in het boek aan bod. Daardoor stijgt dit verhaal uit boven de particuliere familiegeschiedenis gebaseerd op oncontroleerbare verhalen, en krijgen we een ongewoon beeld van het tegenstrijdige economische beleid van de nazi’s in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Op een akkoordje

Als een biografie geschreven wordt door een familielid, heeft de auteur veelal toegang tot archieven die voor de buitenwereld gesloten blijven. Maar even zo vaak proberen familieleden het op een akkoordje te gooien met de biograaf, waardoor het verhaal van iemands leven kritiekloos wordt opgeschreven. Zo zal de advocaat Yehudi Moszkowicz, hoe eerlijk hij ook de val van zijn vader Robert beschrijft, de schimmige wereld die aan deze val ten grondslag lag nooit volledig in kaart brengen.

Historicus Wiebe de Graaf is er wel in geslaagd om in de biografie van zijn overgrootvader, de communist Taco Kuiper, een beeld te schetsen dat boven de persoon in kwestie uitstijgt. De zelfmoord van Kuiper in 1945 wordt door de biograaf in een context geplaatst van een brede groep van mensen die na de Tweede Wereldoorlog het gevoel hadden aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan. De biografie probeert een antwoord te geven op de vraag waarom zoveel intellectuelen in 1945 zelfmoord pleegden.

Zo stijgt ook het aangrijpende boek van Marcel Langedijk over zijn alcoholistische broer uit boven het particuliere verhaal. Eerder is zijn boek een zoektocht naar de motieven van jonge mannen om door euthanasie een einde aan hun leven te maken. Langedijk koos ervoor om het euthanasieproces te beschrijven in de vorm van een reportage, waarin zorgvuldig alle betrokkenen aan het woord worden gelaten, zonder al te diep in te gaan op de motivatie van zijn broer om uit het leven te willen stappen.

Bert Lankester publiceerde een biografie van zijn oudtante, Trien de Haan. De Haan was actief in de radicaal-linkse Vrouwenbond, die in de jaren dertig streed voor de gelijke rechten van man en vrouw. Ondanks haar feministische idealen was De Haan geen gemakkelijke moeder voor haar beide dochters.

Het is geen chauvinisme om te concluderen dat het met de biografie in Nederland helemaal niet zo slecht gaat.

Hoewel Lankester zijn oudtante goed gekend heeft, is hij er toch in geslaagd om iets te laten zien van de geslotenheid van de trotskistische subcultuur, die zij zelfs in het vrouwenkamp Ravensbrück niet opzij kon zetten, toen ze geconfronteerd werd met stalinistische medegevangenen. Kennelijk was het ook in die omstandigheden nog altijd beter om te sterven voor je idealen, dan je lot te moeten delen met je vijanden.

Verkoop in vrije val

Het is geen chauvinisme om te concluderen dat het met de biografie in Nederland helemaal niet zo slecht gaat. Daarbij is iets geks aan de hand. Engeland was voor Nederlandse biografen decennialang het voorbeeld: Virginia Woolf, de Bloomsbury Group, de mooie biografieën van Michael Holroyd en Richard Holmes. Van die laatste werd zijn in 1985 verschenen Footsteps in Nederland zelfs een klassieker. Claire Thomas, Jenny Uglow, Hermione Lee en Claire Tomalin (de Britse biografietraditie werd veelal gedragen door vrouwen) publiceerden prachtige biografieën, die goed werden verkocht in Engeland.

Daar is een paar jaar geleden lelijk de klad in gekomen. De verkoopcijfers van biografieën in Groot-Brittannië zijn vanaf 2010 dramatisch gekelderd. Waarom precies is moeilijk te zeggen, maar als je een paar vestigingen van Waterstones in Londen binnenloopt, zie je niet meer zoals voorheen de aparte tafels en planken met biografieën, maar eerder vage boeken met ‘Memoir’, ‘Experience’ en ‘Autobiography’.

Zoals Michael Holroyd het aan het begin van deze neergang in The Guardian zei: ‘While biography is merging with history in the general market place, in academia it is being reinvented as “life writing” and subsumed into sociology.’ Alleen al het woord ‘biografie’, zo gaat Holroyd verder, stoort academici omdat het ‘elitair’ zou zijn en vooral opmerkelijke en beroemde personen in het licht zet: ‘Life writing has a different agenda and concentrates principally on people who belong to and represent categories or classes of people who have been victimised in the past. It offers retrospective justice.’

Het is vast niet zonder reden dat Nineteen Eighty Four van George Orwell sinds de verkiezing van Trump bij Amazon een verkoophit is geworden.

Holroyd, auteur van de tweedelige biografie van Lytton Strachey en van de vierdelige biografie van Bernard Shaw, publiceerde deze observatie in 2009. En inderdaad, de zeer nauwkeurige cijfers van het gerenommeerde databedrijf Nielson BookScan UK laten zien dat de verkoop van biografieën (op die van sportmensen en royaltyfiguren na) vanaf 2010 in een vrije val is terechtgekomen, met een daling van ongeveer 32 procent.

Bemiddelaars

Bij de 171 biografieën die voor de Nederlandse Biografieprijs zijn ingezonden, loopt nóg een trend in het oog, namelijk die van de bemiddelaars. Minstens vijftien titels gaan over figuren die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de overdracht van feiten en meningen. Wat zegt dat? Dat zal nog moeten blijken, maar het is opvallend dat er zoveel biografieën gepubliceerd worden van uitgevers (Johan Polak, Rob van Gennep, Emanuel Querido), journalisten (Louis Frequin, M.J. Brusse), politici (Max van der Stoel, Marinus van der Goes van Naters) en andere bemiddelaars (Christiaan Snouck Hurgronje, Frederik Ruysch).

Is het toeval dat deze figuren, die op hun manier als gatekeepers van feiten en informatie hebben gefunctioneerd, nu populair zijn onder biografen? Het is vast niet zonder reden dat Nineteen Eighty Four van George Orwell sinds de verkiezing van Trump bij Amazon een verkoophit is geworden. Het besef begint door te dringen dat we de bemiddelaar nodig hebben om te voorkomen waar Orwell zo bang voor was: een wereld waarin ‘The past was erased, the erasure was forgotten, the lie became truth.’

Longlist

Op de longlist van De Nederlandse Biografie Prijs voor 2018 staan:
– Onno Blom: Het litteken van de dood. De biografie van Jan Wolkers (De Bezige Bij)
– Bruno Cheyns: Léon Degrelle. De Führer uit Bouillon (Vrijdag)
– Angela Dekker en Jessica Voeten: Moed en overmoed. Leven en tijd van Mata-Hari (Atlas Contact)
– Wim Hazeu: Lucebert (De Bezige Bij)
– Koen Hilberdink: B.W.P. Het leven van Johan Polak (Van Oorschot)
– Hans Janssen: Piet Mondriaan. Een nieuwe kunst voor een ongekend leven (Hollands Diep)
– Marita Mathijsen: Een bezielde schavuit. Jacob van Lennep (Balans)
– Pauline Micheels: De waarheidszoekster. Henriette Boas. Een leven voor de Joodse zaak (Boom)
– Eva Rovers: Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch (Bert Bakker)
– Jolande Withuis: Juliana. Vorstin in een mannenwereld (De Bezige Bij)
Op 18 september wordt de winnaar bekend gemaakt. www.biografieprijs.nl

Different Lives

Biografieën weerspiegelen vaak de manier waarop we met ons nationale verleden omgaan. Om kennis te nemen van zulke nationale tradities is van 19 tot en met 21 september in Groningen het congres Different Lives. Perspectives on Biography in Public Cultures and Societies, met zestien sprekers uit vier werelddelen over de stand van zaken op het gebied van de biografie in hun land. Met aandacht voor censuur, receptie en vertaalcultuur. Inschrijving: different-lives.com

Op 20 september verschijnt bij Amsterdam University Press Het ABC van de biografie, een essaybundel in twee edities (Nederlands en Engels), geschreven door Nigel Hamilton en Hans Renders, € 29,50.