Neerlandicus Kila van der Starre (1988), gespecialiseerd in moderne poëzie
‘We zijn in de literatuurwetenschap steeds meer bezig met de betekenis die lezers of luisteraars zelf toekennen aan een gedicht. Die betekenis hangt natuurlijk deels af van de tekst, maar verschilt sterk per persoon, per moment en per cultuur. Dus nee, ik geloof niet in universele schoonheid. Wel zijn er bepaalde elementen die veel mensen aanspreken, zoals wanneer een gedicht een emotie uitdrukt maar ook muzikaliteit. Ons brein vindt ritme en rijm prettig. Daarom onthouden we rijmregels en gezegdes makkelijker, en daarom is hiphop, wat letterlijk staat voor rhythm and poetry, nog steeds de meest gestreamde muziek in Nederland. Metrisch rijmen, zoals Annie M.G. Schmidt deed, is technisch razend knap, maar werd lang niet serieus genomen omdat ze voor kinderen schreef. Er heerst snobisme over wat ‘goede’ poëzie is. Neem uitvaarten, rouwkaarten en in overlijdensadvertenties – daar duiken vaak gedichten op van Toon Hermans of Nel Benschop. Die worden door literaire critici niet hoog gewaardeerd, maar zijn bij een breed publiek enorm populair. Mensen zoeken woorden voor wat ze zelf niet kunnen zeggen.’





