Hackers fascineren mij. Een keer of vijf heb ik daarom met Arjen Kamphuis gesproken. Een man met lange rossige haren en een klein brilletje. Hij was gekleed in het zwart en had een rugzak met meerdere laptops. Om zijn nek een USB-stick met gevoelige data en eentje met het besturingsprogramma Linux Tails. Daarmee startte hij zijn computer op.

Een berichtje via Signal bleef vaak lang onbeantwoord. Regelmatig wisselde hij van telefoonnummer. ‘Ja, sorry, ik was even offline voor werk.’ Maar als ik hem te spreken kreeg, had hij alle tijd. Een keer sprak ik met hem af in de Arnhemse hackerspace Hack 42, in een groot wit pand in de bossen bij Arnhem. Hij had een vriend bij zich. Een man in een rolstoel. Het bleek Bill Binney te zijn, ooit een hooggeplaatste functionaris van de NSA en later whistleblower. Binney wist precies hoe de NSA liever niet had dat mensen hun data beveiligden. Daarom had hij een bedrijf opgericht om data precies op die manier te beveiligen. Pretty Good...