‘De grote tragedie van de geschiedenis van het web was het fetisjisme van gratis services.’Op een zonnige middag in mei zit ik in de lobby van het Double Tree Hotel in Amsterdam tegenover internetgoeroe Andrew Keen. Hij is hier om zijn nieuwe boek How to Fix the Future: Staying Human in the Digital Age te promoten. Hij bestelt pinda’s – ‘lunch’ – en zegt moe te zijn. De promotietour van zijn nieuwe boek gaat hem niet in de koude kleren zitten.
Toch verschijnt er een tevreden grijns op zijn gezicht als ik zijn nieuwe boek tussen ons in op tafel leg. Voor het eerst in zijn carrière als schrijver staat Keens werk niet in het teken van doemscenario’s, maar gaat hij op zoek naar oplossingen. Hoe moeten we onze toekomst inrichten in digitale tijden, vraagt hij zich af. Een onderwerp dat mij ook veel bezighoudt. Eerder schreef ik voor Vrij Nederland over de verwarring die social media veroorzaakt, hoe het me afleidt, primaire instincten en jaloezie triggert, we continu bezig zijn met het spelen van een rol, en dat we er als makke lammetjes toch naar terug blijven keren.
Daarover zal dit gesprek uiteindelijk vooral gaan.
Maar eerst moet Keen stoom afblazen, want het miskende genie, de man die jarenlang werd verguisd om zijn dystopische verhalen over de toekomst van het internet, heeft gelijk gekregen. ‘Ze noemden me een elitaire opportunist,’ zegt hij, ‘maar inmiddels zijn de meeste mensen die er verstand van hebben, het eindelijk met me eens.’ In 2007 schreef Keen The Cult of the Amateur, waarin hij wees op de gevaren van een internet waar iedereen zijn of haar woede en frustratie kon botvieren. ‘Wanneer onkunde, slechte smaak, egoïsme en het gepeupel een vrij platform krijgen, wordt er een gevaarlijke omgeving gecreëerd waarin extreme denkbeelden en leugens het debat gaan bepalen,’ waren zijn profetische woorden.
‘Ze noemden me een elitaire opportunist, maar inmiddels zijn de meeste mensen die er verstand van hebben, het eindelijk met me eens.’
In de jaren die volgden bleef Keen tekeergaan tegen de werking van internet. Na The Cult of the Amateur verscheen Digital Vertigo (2012) over hoe sociale netwerken verdeeldheid zaaien, echokamers zijn en onze identiteit vervlakken. Zijn grote doorbraak kwam met de bestseller The Internet is Not the Answer (2015) waarin hij gehakt maakt van utopische beloften als ‘gelijkheid’ en ‘democratisering’, die door de digitale revolutie en social media binnen handbereik zouden komen.
Mediamagnaat en multimiljonair Tim O’Reilly, bepleiter van ‘open source’ en web 2.0, noemde hem een self serving idiot nadat Keen in zijn boek felle kritiek uitte op de ‘content van de massa’. ‘Belachelijke onzin,’ zei O’Reilly in een radioprogramma: ‘de openheid van het web maakt ons juist beter geïnformeerd.’ Maar het optimistische geloof van mensen als O’Reilly verstomde na de ontluisterende onthullingen over Cambridge Analytica ende beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen door Russische trollen.
Keen: ‘De elite van de tech-wereld heeft geen enkel historisch besef gehad. Er gebeurt exact hetzelfde als tijdens de Industriële Revolutie: door nieuwe technologie tot een God te verheffen, worden beloften gemaakt die nooit te realiseren zijn. En dat voor eigen gewin.’
Keen zegt bewust provocerend te zijn geweest. Dat moest wel, zegt hij, in een tijd waarin het internet de oplossing voor elk probleem leek te zijn.
En zo veranderde Keen van een nukkige doemdenker in een profeet en reist hij als een rockster de wereld rond. En Tim O’Reilly? Die mailde Keen vorige maand nog: ‘Andrew, I read your book, and I think we’re on the same page.’
Hoe nu verder?
Goed, internet heeft ons een hoop ellende gebracht, maar niemand kan zonder. Dus: hoe nu verder? Die vraag staat centraal in How to Fix the Future. Een pasklaar antwoord heeft Keen niet. In zijn nieuwe boek documenteert Keen gesprekken en ervaringen en gaat hij op zoek naar inspirerende voorbeeldfuncties en pioniers. Hij toetst hij zijn bevindingen aan Utopia van de zestiende-eeuwse humanist Thomas More. ‘Een vondst waar ik trots op ben,’ zegt Keen. Keen interpreteert de ideeën van More als reactie op de absolute macht van het Christendom. More schetste een ideale wereld, waarin mensen zeggenschap over hun leven hadden: een vrije wil. Keen onderzoekt of er in de 21ste eeuw een nieuw Utopia te vinden is, een plek waar burgers in staat zijn tot zelfbeschikking ten tijde van de absolute macht van tech-monopolies.
U zoekt naar een Utopia, maar beweert ook dat de grootste catastrofes van de digitale revolutie ons nog te wachten staan.
‘Dat denk ik, ja. Er gaan dingen aankomen waar Cambridge Analytica bij in het niet valt. Wat ons nog te wachten staat zijn privacy-hacks van gigantische proporties, die we nog niet kunnen overzien. Mondiale gegevensfraude waar landen en hele overheden bij betrokken zijn. Poetin spendeert miljoenen per jaar om mensen in te huren om leugens te vertellen op Facebook. Er zullen staten komen die hun burgers gaan afrekenen op wat ze wel of niet doen. En dat terwijl we overheden juist nodig hebben om bedrijven te reguleren. Vanuit de bedrijfskant zullen we nog veel meer gaan leren over het, zoals ik dat noem, surveillance capitalism van onder andere Google, Facebook en Amazon, met steeds geavanceerdere technieken.’
‘De grote tragedie van de geschiedenis van het web was het fetisjisme van gratis services.’
Waar ging het mis met het internet?
‘De grote tragedie van de geschiedenis van het web was het fetisjisme van gratis services. De meest destructieve fout die er gemaakt is. Het heeft consumenten misleid tot het geloof dat ze het recht hebben om nergens voor te hoeven betalen. We moeten gaan betalen voor diensten op het internet. Als je niet betaalt met geld, betaal je met je privacy en manipulatie.’
Maar als die vreselijke dingen nog gaan gebeuren, kunnen we de toekomst dan wel ‘fixen’?
‘Ik denk niet dat we de toekomst compleet kunnen fixen. Maar we moeten serieuze pogingen gaan ondernemen ermee te beginnen. Het grootste gevaar is dat we het opgeven en zeggen “we kunnen er toch niets meer aan doen”. Dan heeft de digitale revolutie ons voorgoed in de greep.’
U blijft het belang van de geschiedenis aanhalen. Moeten we niet juist vooruitkijken?
‘De geschiedenis is ontzettend belangrijk want hij herhaalt zichzelf. Kijk bijvoorbeeld naar de negentiende eeuw. De lucht was vuil, kinderen werkten in fabrieken, ons voedsel was smerig en verontreinigd. Mensen dachten toen ook dat er niets aan het ‘systeem’ te veranderen was. Maar dat gebeurde wel, stap voor stap, door mensen die hun mond opendeden. Het is nog niet perfect, maar wel enorm vooruitgegaan.’
Volgens Keen moeten de oplossingen voor wat ik maar even een ‘humaan’ internet komen uit vijf ‘pijlers’; wetgeving, competitieve innovatie, sociale verantwoordelijkheid, keuzevrijheid voor consumenten en educatie. Niet echt bijzonder verrassende oplossingsrichtingen zou je zeggen. Maar volgens de normaal zo controversiële Keen hoeft dat ook niet.‘Het zijn de gebieden waar we altijd op terug zijn gevallen tijdens disruptieve momenten in de geschiedenis. Die moeten onderzocht worden.’
Estland is de toekomst
In het hoofdstuk over hoe wetgeving kan bijdragen aan veranderingen ten goede geeft hij Margrethe Vestager, de Deense Eurocommissaris voor Mededinging een glanzende hoofdrol. Zij startte een formeel onderzoek naar Google en was de vrouw die Apple-CEO Tim Cook droogjes vertelde dat hij zijn belasting moest betalen. ‘Margrethe is geweldig,’ zegt Keen. ‘Brussel zou weleens dé plek kunnen zijn waar de toekomst van eerlijke, competitieve innovatie in de tech-industrie wordt bepaald.’ Ook haalt Keen Estland aan als voorbeeld, waar transparantie boven alles is gesteld. De digitale Estse burger kan haar overheid op de voet volgen. Je krijgt meteen een melding als een overheidsinstantie iets van je opzoekt of je gegevens bekijkt. Keen: ‘Kijk, dat is de toekomst!’
Als het gaat over de sociale verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven haalt u de ‘ethische tech-beweging’ aan, met als voormannen computerwetenschapper Tristan Harris en zakenman Roger McNamee. Waarom moeten we op hen onze hoop vestigen?
‘Beiden staan symbool voor de verschuiving die nu gaande is, en dat is goed. Harris snapt hoe design ons manipuleert en McNamee, een vriend van mij trouwens, is van pro-Facebook (en mede investeerder) radicaal van gedachten verandert na de verkiezing van Trump. Ik weet niet of zij met de oplossing gaan komen, maar het zijn belangrijke figuren die eraan bijdragen dat mensen wakker worden. Ze zeggen: genoeg is genoeg, en dat zouden gebruikers van het internet ook moeten doen.’
‘We leven in een tijdperk van extreem narcisme. We zijn verslaafd aan onszelf.’
U zegt dat consumenten hogere eisen moeten stellen, maar dat is een lastige paradox als je je identiteit aan platforms als Instagram ontleent. Wat kunnen we nou doen?
‘We leven in een tijdperk van extreem narcisme. Als je zelf in het middelpunt kunt staan van de media die je consumeert, dan is dat voor veel mensen onweerstaanbaar. We zijn verslaafd aan onszelf. En als we onze fix niet krijgen, krijgen we afkickverschijnselen. Denk kritischer na, laat je niet zo makkelijk verleiden. Disciplineer jezelf! Je verandert de wereld niet als je op social media zit, dat gebeurt daarbuiten: achter de schermen. Gebruikers moeten Facebook en Instagram aansprakelijk gaan stellen. Zeggen: ‘Geef ons iets beters, anders stappen we op.” Begrijp het verdienmodel. Neem een voorbeeld aan wat er nu gebeurt in de voedselindustrie. Goed en biologisch voedsel wordt steeds gewoner omdat de consument dat verlangt.’
U zit zelf op Twitter.
‘Ik ben niet immuun voor de verslavende werking ervan. En ik zou eigenlijk méér op Twitter moeten zitten als schrijver, om mijn boek te promoten. Maar ik vind Facebook en Instagram gewoon heel annoying. Het is veel te voorspelbaar, mensen verliezen al hun mysterie. Ik word kwaad als ik zie hoe zo veel jonge mensen die hier vatbaar voor zijn, hun leven erdoor laten beheersen. En ik ben ook kwaad om hoe social media, zoals we inmiddels allemaal weten, Brexit en president Trump tot een harde realiteit hebben gemaakt. Dat het zo ver zou gaan, dat had zelfs ik niet kunnen voorspellen.’
‘In Silicon Valley is social media al ouderwets. Nobody cares. De grote ontwikkelaars houden zich al lang met het volgende ding bezig.’
Moet er een alternatief voor social media komen? Iets nieuws?
‘Dat is geen slecht idee, een platform dat écht relationeel en sociaal is. Waarom niet? Ik zie het overigens niet uit Silicon Valley komen, daar is social media ontwikkelen allang ouderwets. Nobody cares. De grote ontwikkelaars houden zich al lang met het volgende ding bezig. Kunstmatige intelligentie, virtual reality, automatisering, Internet of Things. Dat zijn de dingen van de volgende generatie waarmee controle uitgeoefend gaat worden’.
Hoezo is social media in Silicon Valley minder relevant? Miljarden mensen zitten er op.
‘Het is er toch al? En het haalt enorm veel geld en data binnen. Kleine startups gaan de concurrentie er nog niet mee aan, en zelfs Facebook houdt zich al minder met Facebook bezig. Facebook is een van de grootste investeerders in AI, en VR, en koppelt dat aan alle data die ze inmiddels van ons hebben. Terwijl social media-gebruikers zichzelf in de spiegel blijven bewonderen, worden er door deze bedrijven alweer veel geavanceerdere technologie gebruikt en opgekocht.’
Steve Jobs verbood zijn kinderen een iPhone te gebruiken en de nieuwe generatie tech-ondernemers vertellen ook steeds vaker dat ze hun kinderen zonder smartphones opvoeden. Je laatste pijler in het boek gaat over onderwijs…
Keen onderbreekt: ‘In het onderwijs moeten we ons focussen op menselijke aspecten in plaats van de machine. Uiteindelijk denk ik dat onze kinderen komen met de grote oplossingen voor overconsumptie, afleiding en met name social media verslaving. Net als de kinderen van de jaren zestig zich destijds verzetten tegen het consumentisme, staan we nu aan de vooravond van een jonge rebellie tegen de eindeloze stroom aan tweets, Instagram-posts en Facebookupdates. We moeten ervoor zorgen dat deze generatie beslagen ten ijs komt. Daarom ben ik langs scholen gegaan die zich bezighouden met het trainen in empathie, sympathie en het vermogen tot communiceren. Ik denk dat humanistisch onderwijs een belangrijke rol gaat spelen.’
Heeft u dan toch nog vertrouwen in het oplossingsvermogen van de mens?
‘We staan nog maar aan het begin van alle grote veranderingen, maar er is een verschuiving gaande in het publieke debat en mensen zoals ik worden eindelijk serieus genomen. Er zijn al mensen die groot durven denken. Kijk naar de experimenten met het basisinkomen, dat is een duidelijke voorbereiding voor als er straks banen overbodig raken.’
Keen kijkt op zijn telefoon, tikt een mailtje en grijpt nieuwe pinda’s. ‘Neem jij ook wat?’ Ik besef me dat ook hij geen one stop solution heeft voor het fixen van de toekomst, zoals de ambitieuze titel van zijn boek doet vermoeden. Het is een nieuw tijdperk dat wijzelf moeten gaan vormgeven. Wat moeten we lezen om ons voor te bereiden op de dingen die komen gaan, vraag ik Keen.
‘Lees dystopische fictie. George Orwells 1984 is weer opnieuw relevant. Of Aldon Huxley’s A Brave New World uit 1932, ook een dystopisch boek over een internationale overheid die haar mensen programmeert. Deze boeken laten zien dat generaties voor ons zich al eerder zorgen hebben gemaakt, over vergelijkbare problemen.’
U heeft geen concrete oplossing, hè?
‘Ik denk dat ik je dan moet teleurstellen. Er is geen snelle oplossing en de toekomst is niet lineair. We moeten verantwoordelijk zijn en geduld hebben. Helaas is geduld nu juist een eigenschap die we lijken te hebben verloren. Daar moeten we ons tegen verzetten. We moeten vertrouwen op hetgeen wat ons menselijk maakt: onze creatieve, vrije geest. Dát is wat ons onderscheidt van machines.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.