Een vrouw van 51 gaf op LinkedIn aan werkzoekend te zijn. ‘Zoek je een ouwe rot, maar nog jong van geest?’ luidde haar oproep. Kennelijk word je boven de vijftig voor de samenleving een blok aan het been en kun je daar maar beter met zelfspot mee omgaan. Deze ‘ouwe rot’ is niet de enige die vanwege haar leeftijd moeilijk een baan vindt. Zo was er een Amerikaanse (55) met dertig jaar horecaervaring die op een Nederlandse Reddit-pagina deelde moe en ten einde raad te zijn na honderd doodgelopen sollicitaties. Reacties onder haar bericht: ‘Een 21-jarig meisje is waarschijnlijk goedkoper en leuker om naar te kijken’ of ‘Ga werken in de keuken, dan hoef je er niet uit te zien als twintig.’

Vorig jaar bracht M. Night Shyamalan, de maker van The Sixth Sense, de horrorfilm Old uit. New York Times-auteur Carina Chocano schreef ‘geobsedeerd’ te zijn door de film. Het thema – hypersnel aftakelen – past bij een samenleving die niet graag oud wordt: preventieve botox voor twintigers, een anti-aging industrie met een waarde van 194,4 miljard dollar, Instagram-filters die gezichten veranderen in jonge Kardashian-klonen, successful aging als levensstijl. In haar boek Oud genoeg om dood te gaan concludeerde Barbara Ehrenreich dat het optimale successful aging ‘helemaal niet ouder worden’ is. Dan krijg je dus zoiets als Old, horror voor gerontofoben: ‘You have… wrinkles!’ zegt de ontzette hoofdrolspeelster.

https://www.vn.nl/reality-tv-kim-k-zelfvermarkting/

De focus ligt verkeerd, vindt Margaret Morganroth Gullette van het Women’s Studies Research Center aan de Brandeis Universiteit in Boston, auteur van Aged by Culture. We maken ons druk om ouder worden, maar het enige griezelige aan verouderen is ageism – ‘Fear ageism, not ageing.’ De waardering voor je kunde en kennis keldert na een bepaalde leeftijd. Men vindt het vanzelfsprekend dat je als oudere minder ruimte inneemt. De buitenwereld vergeeft het een vrouw nauwelijks als haar gezicht tekenen van veroudering vertoont – zie het ongevraagde advies aan de werkzoekende vrouw op Reddit om maar in de keuken te werken en klanten de aanblik van haar 55-jarige gezicht te besparen. ‘Vrouwen worden eerder obsolete (verouderd, red.) gevonden dan mannen,’ observeerde Susan Sontag vijftig jaar geleden al in haar nog steeds relevante essay Double Standard of Aging.

Synoniem voor verval

Dat mensen obsolete worden, is het uitgangspunt van ageism – het idee dat iemand na een bepaalde leeftijd zijn tijd heeft gehad en dus plaats moet maken. Dat mensen over hun ‘houdbaarheidsdatum’ heen zouden zijn. Het is een beeld waarin het klimmen der jaren maar één betekenis heeft: aftakeling.

Mensen met tientallen jaren ervaring eindigen met een inbox vol automatische afwijzingen. Afgeschreven op hun vijftigste.

Die kijk op leeftijd gaat terug tot Aristoteles, die de levensloop als een op- en neergaande beweging zag: jeugd (groei), volwassenheid (stilstand) en ouderdom (verval). Vanaf de zestiende eeuw dunnetjes overgedaan in de prentkunst: in de ‘Levenstrap’ werd vijftig voorgesteld als de piek van professionele en persoonlijke groei. Na vijftig daalden de figuren trede voor trede, steeds krommer gerugd, naar het graf.

Ouder worden wordt nog steeds vaak gezien als synoniem voor verval. Transhumanisten bijvoorbeeld zien veroudering als een fout die verholpen moet worden met technologie. Maar ook dichter bij huis, op de arbeidsmarkt, worden ouderen als obsoleet weggezet. Best problematisch. Volgens Branko Milanovic, auteur van Capitalism Alone, zijn we 90 procent van ons wakende leven bezig met handelingen die (hopelijk) leiden tot financiële vooruitgang. Hoe pijnlijk is het dan om halverwege je leven zo beperkt te worden in je kansen op financiële en professionele groei. Mensen met tientallen jaren ervaring eindigen met een inbox vol automatische afwijzingen. Afgeschreven op hun vijftigste.

Alles wat oud ontbeert

Er zijn duizenden ongewenst werkloze 55-plussers. Ondanks de recordkrapte op de arbeidsmarkt komen ze niet aan de bak. Moeten ze dan maar beter worden in sollicitatiebrieven schrijven? Of hun (digitale) vaardigheden bijspijkeren? Goedbedoelde (hoewel ageistische) adviezen die je tegenkomt op sociale media. Maar als iemand na twee jaar en tweehonderd verstuurde sollicitaties nog steeds niet is uitgenodigd, dan is het probleem systemisch.

Volgens de aan de Universiteit Gent verbonden sociaal antropologe Katrien De Graeve wordt alles wat niet in het ideaalplaatje van ons economische systeem past als negatief gezien. Jong is vanuit dit perspectief alles wat oud ontbeert, je ziet het in de vacatureteksten: ‘…organisatie met een energiek en jong team’, ‘jong en dynamisch’, ‘jong, gezellig en bruisend’, ‘jong en fris’ en zelfs ‘jong, informeel en gedreven team, de gemiddelde leeftijd is hier 30,6 jaar’. Jong wordt geassocieerd met snelheid, productiviteit, drive, vitaliteit – begrippen die in het plaatje van het kapitalisme passen. Wie niet voldoet aan het ‘frisse, energieke, bruisende’ profiel, krijgt dus geen uitnodiging. Mensen die keer op keer een ‘U past niet in het profiel’-excuusmail ontvangen, passen niet in het profiel omdat we leeftijd en veroudering zien door een geëconomiseerde lens.

Jong tegen nóg jonger

Hoe kunnen mensen na jaren ervaring opeens niets meer waard zijn voor werkgevers? Ervaring zou zich toch juist moeten uitbetalen in meer status en financiële stabiliteit? Zo plannen we onze toekomst, maar er blijkt iets veranderd in de waarde van en waardering voor ervaring. Ervaren zijn werkt soms juist in je nadeel: ‘I’m experienced but that is almost not an asset anymore, you have to be young and relevant,’ zegt een vrouw in een video van de American Association of Retired Persons. Bovenaan de leeftijdsladder krijgen mensen te horen dat ze ‘te ervaren’ zijn, op de lagere treden zijn mensen ‘niet ervaren genoeg’: ‘I lack experience,’ zegt een jonge man in de ageism-campagne van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). ‘Or too much experience,’ aldus een oudere man in het tweede shot. Bezuinigen op ervaren, oudere werknemers heeft als gevolg dat jonge mensen (te) veel verantwoordelijkheid krijgen. Onder het mom van ervaring opdoen worden studenten bijvoorbeeld ingezet als goedkope arbeidskracht met veel verantwoordelijkheid tegen weinig of geen vergoeding, meldde de NOS eerder dit jaar.

Mensen worden op basis van leeftijd tegen elkaar uitgespeeld. Niet alleen jong tegen oud, maar ook jong tegen nóg jonger.

Ageism als bedrijfsbeleid om de kosten te drukken, signaleert Margaret Morganroth Gullette in Handbook of Cultural Gerontology. Het uitrangeren van oudere werkenden is volgens haar een ‘kapitalistische trend’.

In het uiterste geval krijg je dan taferelen zoals bij de Belgische tak van PostNL, waar 13-jarigen werden uitgebuit voor vijf euro per uur. Een race naar de bodem, zei de Belgische minister van Post Petra De Sutter, want hoe jonger de werknemer, hoe lager de prijs. In die kapitalistische race raakt de betekenis van leeftijd vervormd. Wie als ‘te oud’ wordt beschouwd, is namelijk lang niet altijd oud in jaren. In sommige sectoren – horeca, entertainment, sociale media en tech-start-ups – geldt een 27-jarige als mid-lifer, blijkt uit Contemporary Perspectives On Ageism. Het ageism-rapport van de WHO wees uit dat een 28-jarige 77 procent meer kans heeft gebeld te worden voor een sollicitatiegesprek dan een tien jaar oudere kandidaat. Ook al ben je jong, er is altijd iemand die nóg jonger is. En dat is beter voor de werkgever. Zo worden mensen op basis van leeftijd tegen elkaar uitgespeeld. Niet alleen jong tegen oud, maar ook jong tegen nóg jonger.

Steeds tijdelijker

De race naar de bodem is een symptoom van een bredere ontwikkeling: werk wordt steeds tijdelijker, flexibeler en onzekerder en werknemers worden steeds inwisselbaarder, zoals Branko Milanovic schreef in Capitalism Alone. ‘Each one stays in a job for a few weeks or months.’

Hoewel de structurele tijdelijkheid van werk iedereen vervangbaarder maakt, zijn oudere mensen het meest in het nadeel. Sociaal antropologe Katrien De Graeve: ‘Er zijn nu vooral flexibele contracten en als je de vijftig passeert, wordt je gevraagd om minder te gaan verdienen. Tegelijkertijd gaan ze, zoals nu in België gebeurt, de pensioenleeftijd omhoogtrekken, wat betekent dat je langer verantwoordelijk wordt gesteld voor de periode dat je niet meer aan werk kunt komen. Dan kun je alsmaar gaan uitleggen waarom je geen baan hebt gevonden.’

Alles wat een oudere werknemer voorheen status gaf, is tegenwoordig onaantrekkelijk voor de werkgever. Senioriteit, anciënniteit, stabiliteit? Ouderwets en duur. Ervaring? Alleen als je ‘jong en fris’ bent, want: het prijskaartje.

Non-stop streven

‘Waarom zou een werkgever mij kiezen als het jonger kan?’ hoorde ik mijn zusje (26) laatst op nuchtere toon zeggen. Ze vergeleek zichzelf met haar jongere medestudenten die straks met hetzelfde masterdiploma de arbeidsmarkt opstromen – met één streepje voor: ze zijn ongeveer vier jaar jonger. Ageism raakt ouderen het hardst, maar jonge mensen net zo goed. Door de race naar de bodem gaan zij gebukt onder een constante vergelijkingswedstrijd met leeftijdgenoten. Ze meten hun kansen op de arbeidsmarkt aan het succes van iets jongere mensen. We zeggen wel dat de jeugd de toekomst heeft, maar in een ageist systeem heeft de jeugd alleen het heden; de druk ligt op de jonge jaren, dan moet alles. Een recept voor Torschlusspanik – de angst om achter het net te vissen. De Britse journalist Pandora Sykes bedacht er de term FOMOG voor, fear of missing out on goals.

Het levert een hustle culture op, non-stop streven naar succes, hard werken als identiteit, doelen afvinken voor sociale erkenning (met de millennial-burn-out als gevolg), maar ook de hustle om relevant te blijven in een systeem dat geobsedeerd is met jeugdigheid, de hustle om concurrenten – jongere mensen – steeds een stapje voor te zijn, de hustle om als ‘ouwe rot’ niet uitgerangeerd te worden. Maar vroeg of laat zul je altijd falen als je waarde op de arbeidsmarkt wordt getoetst aan je leeftijd en niet aan je inzet en vaardigheden. Wie ineens wordt afgedankt of op jonge leeftijd toch niet jong genoeg blijkt, of wie maar niet aan het profiel voldoet, betrekt iets wat eigenlijk een systemisch probleem is op zichzelf: ik moet beter mijn best doen. In het schimmige rijk van de meritocratie gaat ageism – net als alle andere isms, overigens – ongestoord haar gang: als iets niet lukt, dan ligt het aan jezelf.

Geïnternaliseerde denkbeelden

Het is dan ook geen wonder dat slachtoffers van ageism er fysiek en mentaal onder lijden: sociale isolatie, depressie, angst en suïcidale gedachten, waarschuwt de WHO. Van ageism takelen we sneller af. In haar boek Aged by Culture beschrijft Margaret Morganroth Gullette hoe we ouder gemaakt worden door onze geëconomiseerde cultuur, hoe we onszelf ouder gaan voelen door de constante (negatieve) focus op onze leeftijd en de obsessie met jeugdigheid. Volgens Gullette heeft onze cultuur meer invloed op hoe we ouder worden dan onze chromosomen.

‘De denkbeelden die we over ouderdom hebben geïnternaliseerd, kunnen onze fysieke realiteit veranderen en vormen,’ legt sociaal antropologe De Graeve uit. ‘We denken dat biologie en cultuur van elkaar gescheiden kunnen worden. En dat biologie echter is dan cultuur. Terwijl cultuur, de immateriële realiteit, en biologie, de materiële realiteit, onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en op elkaar inwerken. Ons lichaam wordt ouder, maar we worden ook ouder gemaakt door de cultuur.’

De WHO spreekt van een hardnekkig wereldwijd probleem. Een probleem waar we nog weinig zicht en grip op hebben.

Kun je wel op een prettige manier ouder worden als ons arbeidssysteem en onze cultuur dat proces gelijkstellen aan het verdwijnen van je economische waarde, misschien zelfs je waarde als mens? Als je van alle kanten, impliciet en expliciet, meekrijgt dat je over je houdbaarheidsdatum heen bent, wordt ‘ik ben helemaal niet oud’ of ‘nog jong van geest’ een afweermechanisme. Waarmee je dan juist benadrukt dat er iets mis is met oud zijn.

De WHO spreekt van een hardnekkig wereldwijd probleem. Een probleem waar we nog weinig zicht en grip op hebben.

Leeftijdsdiscriminatie begrijpen we beter, en we zijn geneigd ageism en leeftijdsdiscriminatie als synoniemen te zien. Maar iemand op basis van leeftijd afwijzen, is slechts onderdeel van een groter, complexer verhaal. Dat maakt leeftijdsdiscriminatie ook zo moeilijk te bewijzen. Het is een probleem waar oudere werkzoekenden telkens tegenaan lopen. ‘Je weet dat een afwijzing waarschijnlijk met je leeftijd te maken heeft, maar het is onmogelijk om dat te bewijzen,’ vertelde een werkzoekende zestigplusser in het AD.

Stilstand

In een tijd waarin we ons steeds meer zijn gaan identificeren met wat we voor de kost doen, voelt structurele afwijzing en uitrangering heel persoonlijk. Je loopt niet alleen inkomen mis; als je je werk verliest, verlies je een deel van jezelf. ‘Wie is wat hij doet, beschouwt stilstand in zijn carrière (…) automatisch als stilstand in zijn persoonlijke ontwikkeling,’ schreef Stine Jensen eens in Filosofie Magazine.

En kun je eigenlijk wel stilstaan in een economisch systeem met een onvermoeibare hang naar vooruitgang en groei? Eerst worden we meegevoerd in dat ritme, in de hustle culture, daarna brengen mechanismen als ageism ons langzaamaan tot stilstand. Die stilstand voelt dan als persoonlijk falen; terwijl de rest van de wereld vooruit sprint, houdt jouw wereld op met draaien.

Je krijgt als oudere te maken met een wrede spagaat: blijf langer doorwerken zodat je geen last wordt, én maak plaats voor jongeren. De boodschap aan ouderen: ‘Keep up, or get out of the way,’ aldus de WHO.

Werkgevers zien oud als ongewenst omdat er een ‘duur’ prijskaartje aan hangt. Maar ageism, de race naar de bodem en het gevoel van bestaansonzekerheid als gevolg van het uitgeholde sociale vangnet zijn óók duur. Voor mensen die langer moeten doorwerken – vrouwen hebben gemiddeld genomen een lagere pensioensopbouw dan mannen – maar tegelijkertijd geen ruimte krijgen om te werken, breekt een onzekere fase aan. Niet voor niets lopen werkende vrouwen en ouderen – en dus vooral: oudere werkende vrouwen – volgens de Sociaal-Economische Raad de meest kans op langdurige armoede.

Zestigjarige carrières

Ondertussen voorspellen onderzoekers aan de Stanford Center on Longevity dat toekomstige eeuwelingen – die nu nog op de kleuterschool zitten – zestigjarige carrières zullen hebben. De jongeren van nu beginnen vaak met een hoge studieschuld in een arbeidssysteem dat veel onzekerder en tijdelijker is dan toen hun ouders en grootouders zich op de arbeidsmarkt begaven. Ze stromen van stage naar stage naar een reeks tijdelijke banen. Tijdelijkheid en vervangbaarheid ondermijnen de kans om genoeg financiële stabiliteit op te bouwen voor de toekomst.

Als de huidige vijftig- en zestigplussers al moeite hebben om de periode tot aan hun pensioen in te vullen, hoe ziet de toekomst er dan uit voor aankomende ouderen? Die doorwerkende zeventigers en tachtigers die met evenveel ageism te maken zullen krijgen maar zich moeten redden op een nog grilliger arbeidsmarkt binnen een uitgekleed publiek stelsel: hoe zullen zij oud worden? Wordt een waardige oude dag alleen bereikbaar voor kapitaalkrachtigen?