De Tweede Wereldoorlog kruipt verder weg in jaren, maar niet in herdenkingen en perspectieven op wat lange tijd eenvoudig werd ingedeeld in ‘goed’ en ‘fout’. Natuurlijk worden er nog steeds nieuwe archieven en schoenendozen op zolder ontdekt, maar ook de drang om vanuit verschillende blikken (waaronder ‘dadersogen’) de geschiedenis te waarderen leidt tot een aanwas van publicaties en interpretaties.

Niet altijd de meest gelukkige. Ronduit omstreden is het boek Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer, dat de rol van haar vader als jodenjager in de Tweede Wereldoorlog negeerde. Schrijfster Chaja Polak protesteerde. Haar ouders werden in Ausch­witz vermoord door toedoen van een later lid van commando-Van Boetzelaer, door Polak beschreven in haar eind 2018 verschenen boek De man die geen hekel had aan joden. Een botsing met het verleden.

Een tweede druk van Isabel van Boetzelaers boek was hier en daar aangepast, maar de teneur bleef: het valt wel mee. Dat vond ook tv-maker Ad van Liempt, die – in het gunstigste geval – niet de moeite had genomen het boek grondig te lezen en het de hemel in prees.

Is het de tijdgeest die iedereen een beetje dader én slachtoffer vindt? Het eigenaardige was dat Chaja Polak moeite leek te ondervinden om genoegdoening te verwerven: Herinneringscentrum Kamp Westerbork nodigde Van Boetzelaer onverwijld uit voor een presentatie van haar boek, Chaja Polak viel die ‘eer’ pas maanden na haar protest – en ook nog eens na een pijnlijke mailwisseling – te beurt. Van Liempt verwaardigde zich nauwelijks serieus zijn excuses aan te bieden aan Polak.

Misschien is de journalistieke roem de doctor-in-spe naar het hoofd gestegen (Van Liempt zelf kwalificeert de kritiek van Barend als ‘karaktermoord’).

In Het Parool van 30 maart pakte Frits Barend uit tegen Van Liempt. In een onderbouwde lijst van verwijten van onbetrouwbaarheid en – vriendelijk gezegd – historisch geheugenverlies wordt Van Liempt aangesproken op diens status van Tweede Wereldoorlog-expert en heilige op het Hilversumse Media Park. Die status wordt, na enkele goed getimede hagiografische portretten op tv, op 9 mei aanstaande nog eens verder opgepoetst met een promotie aan de universiteit van Groningen op een proefschrift over de oorlogscommandant van Kamp Westerbork.

Voor promotores Doeko Bosscher en Hans Renders was de aanklacht tegen Van Liempt geen reden om zich achter de oren te krabben. Misschien is de journalistieke roem de doctor-in-spe naar het hoofd gestegen (Van Liempt zelf kwalificeert de kritiek van Barend als ‘karaktermoord’ en ‘een woedende aanval op mijn integriteit’) maar historisch is Van Liempt volgens zijn begeleiders top.

O ja? Afgezien van de faux pas in de zaak Van Boetzelaer-Polak en tekortkomingen op het vlak van de omgang met bronnen, is de ‘visie’ dat goed en fout in de oorlog relatief zijn in de geschiedeniswetenschap omstreden. En bijvoorbeeld bekwaam geattaqueerd door dr. Barbara Henkes in een recensie van Van Liempts tv-serie De oorlog (2010).

Lees ookBombardement op Rotterdam echt geen terreurdaad?7 december 2009

Ik schreef in december 2009 voor Vrij Nederland een column over het Duitse bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940. In de aanloop van zijn tv-serie De oorlog had Van Liempt in NRC laten optekenen: ‘Als de historische feiten je in de richting van een bepaalde gevolgtrekking sturen, dan moet je daar niet voor terugschrikken. Rotterdam werd actief verdedigd door het Nederlandse leger. Volgens het oorlogsrecht gaf dat de Duitsers het recht de stad te bombarderen.’ Een groteske en onhoudbare opvatting, die niet werd gedeeld door mijn moeder toen zij met mijn vader bescherming zocht onder de trap in de Breitnerstraat. ‘Die man is getikt,’ was haar korte commentaar.

Nooit een reactie van Van Liempt gekregen op die column, maar die interesseert me eigenlijk ook niet.