Op dinsdagochtend 12 maart 2002 hangt op de fractiekamer van de VVD op het Binnenhof een geladen stemming. De week ervoor heeft de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen honderden raadszetels verloren. Het afsluitende lijsttrekkersdebat is uitgelopen op een echec: VVD-leider Hans Dijkstal, die een fletse en ongeïnspireerde indruk maakte, en Ad Melkert (PvdA) hebben onder uit de zak gekregen van een ontketende Pim Fortuyn. Het doet het ergste vrezen voor de Tweede Kamerverkiezingen, die gepland staan voor 15 mei 2002.

Aan tafel in de fractiekamer zit ook een achtendertigjarig Kamerlid uit Venlo dat in het parlement het woord voert over sociale zaken en werkgelegenheid: Geert Wilders. Hij neemt als eerste het woord. Wat hij precies zegt, is niet vastgelegd. Maar in zijn boekje Kies voor vrijheid dicht Wilders zichzelf later een heldenrol toe: ‘In ongeveer tien minuten heb ik een analyse gemaakt van hoe Dijkstal had gefaald. Dat een blind paard nog beter campagne voerde dan hij deed. Dat zei ik op een hele nette, maar vlijmscherpe manier.’

Daarna wordt het volgens Wilders ‘doodstil’ in de fractie. Ook de vier collega-Kamerleden die hij kort voor de vergadering in vertrouwen heeft genomen, zwijgen. ‘Zij zouden na mij ook een kritisch geluid laten horen, maar de een tuurde naar het plafond en de ander had ineens vele veters te strikken.’

Ging het echt zo? Was Wilders die dag inderdaad de onverschrokken eenling die waarschuwde voor het fortuynistische gevaar? ‘Geert verdraait verhalen,’ zegt Arno Visser, oud-Kamerlid en jarenlang een van Wilders’ beste vrienden. ‘Hij was wél de enige die wat zei, maar hij was bloednerveus. Hij zat daar met afgekloven nagels. De avond tevoren belde Geert me nog op. Hij vroeg zich af: zal ik het wel of niet doen? Wat moet ik zeggen?’

Frans Weekers, een van de vier van tevoren geïnformeerde Kamerleden: ‘Het is niet waar dat iedereen naar het plafond staarde toen Geert het woord nam. Hij is wel degelijk gesteund. Hij was echt geen roepende in de woestijn.’

Voormalig Kamervoorzitter Frans Weisglas, ook aanwezig bij de vergadering: ‘Ik kan niet zeggen dat de hele fractie in adoratie naar Geert opkeek. Hij was in die tijd niet de enige die kritiek had. We waren verdeeld over hoe we op Fortuyn moesten reageren.’

Wilders heeft later beweerd dat Dijkstal na die vergadering uit was op zijn hoofd. ‘Daar kan ik me niets van herinneren,’ zegt voormalig Kamerlid Ernst van Splunter. ‘Als Dijkstal achter Geert aan was gegaan, was hij teruggefloten door collega’s. Geert had zich bewezen in de fractie. Zijn positie was ijzersterk.’ Arno Visser: ‘Dijkstal vond Wilders een goed Kamerlid. Waarom zou hij hem anders de zware portefeuille sociale zekerheid hebben gegeven?’

opnieuw relevant

Dit profiel komt uit 2010. Sindsdien is Geert Wilders – en daarmee dit verhaal – er niet minder relevant op geworden.

heel emotioneel

Geert Wilders’ relaas van de gebeurtenissen rond de fractievergadering in maart 2002 is kenmerkend voor de selectieve manier waarop hij terugkijkt op zijn politieke verleden. Tot hij voor zichzelf begon, maakte hij bijna anderhalf decennium deel uit van de ‘politieke elite’ die hij nu zo verafschuwt. Veertien jaar werkte Wilders voor de VVD: eerst als fractiemedewerker (1990-1998), daarna als Kamerlid (1998-2004). Vrij Nederland sprak met een tiental collega’s uit die tijd. Kamerleden en fractiemedewerkers met wie hij rapporten schreef, debatten voorbereidde, op reis ging en doorzakte. Met sommigen van hen was hij goed bevriend. Wilders zelf wilde voor dit artikel geen commentaar leveren.

Uit de gesprekken doemt een beeld op van een hardwerkende, ambitieuze en loyale politicus met wie je plezier kon maken. Maar ook een man met een steeds groter wordende zucht naar invloed en media-aandacht, die hevig in het gedrang komt als hij bij de VVD op een zijspoor dreigt te belanden. Vanaf dat moment realiseert Wilders zich dat alleen hijzelf zijn politieke toekomst in de hand heeft. Het wakkert zijn neiging om zo stellig mogelijke meningen te verkondigen – vooral over de islam – op een beslissende manier aan.

Sommige van zijn oud-collega’s zijn niet verbaasd over de Wilders van nu. ‘Geert zat bij de VVD in een keurslijf,’ zegt Hans van Baalen, destijds bestuurslid van de VVD en tegenwoordig europarlementariër. ‘Wat hij zelf vond, was altijd stelliger dan de officiële partijlijn. Hij is niet iemand die zijn standpunten beredeneert. Hij is heel emotioneel, veel emotioneler dan mensen denken. Bij Geert heeft het altijd al gegist.’

‘Hij was top of the bill. Altijd beschikbaar. Hij heeft in die jaren nooit teleurgesteld.’

Maar andere oud-collega’s kijken met verwondering naar de Geert Wilders van 2010. Ze zijn teleurgesteld over de manier waarop de PVV-leider afgeeft op de VVD – de partij waaraan hij zijn politieke carrière te danken heeft. Ze keuren zijn polariserende opvattingen over de islam af. Ze verbazen zich erover hoe ver de voormalige rechtsbuiten van de VVD op sociaal-economisch gebied van de liberale leer is afgedwaald. Oud-Kamerlid Robin Linschoten, voor wie Wilders in de jaren negentig werkte: ‘De PVV is gewoon een linkse partij met rare opvattingen over de islam.’ Hans Hoogervorst, destijds medewerker en later minister: ‘Geert is bereid zijn principes overboord te zetten in de jacht naar de macht. Hij is volstrekt opportunistisch bezig om het hoogste ambt te krijgen.’

klasje van bolkestein

In de zomer van 1990 maakte Geert Wilders zijn entree op het Binnenhof. Hij meldde zich voor een baan als medewerker sociale zaken bij de VVD-fractie. Op dat moment werkte hij nog als beleidsmedewerker voor de Sociale Verzekeringsraad. ‘We waren onder de indruk van hem,’ zegt Robin Linschoten, die het sollicitatiegesprek voerde. ‘Hij beschikte over technische kennis die toen maar weinig mensen hadden. Bij de uiteindelijke keuze liet hij allemaal academici achter zich.’ Wilders (toen zesentwintig jaar oud) zou acht jaar voor de fractie blijven werken. Hij ontwikkelde zich tot een ‘modelmedewerker’, zegt Linschoten, destijds portefeuillehouder sociale zaken. ‘Hij was top of the bill. Altijd beschikbaar. Hij heeft in die jaren nooit teleurgesteld.’

In dat jaar was Frits Bolkestein net tot VVD-leider gekozen. Het was het begin van een decennium van ongekende bloei voor de liberalen. De fractievoorzitter verzamelde een groep jonge talenten om zich heen. In dit ‘klasje van Bolkestein’ zaten latere zwaargewichten als Hans van Baalen, Clemens Cornielje (nu commissaris van de koningin in Gelderland), Arno Visser (tegenwoordig wethouder in Almere) en Hans Hoogervorst (nu voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten). Er heerste een competitieve sfeer – Bolkestein stimuleerde zijn jonge fractiemedewerkers om het beste uit zichzelf te halen. Ook Geert Wilders maakte deel uit van deze ‘speechfabriek’, zoals Hans van Baalen het noemt.

Wilders’ opvattingen over sociale zaken waren in die jaren onversneden rechts. Het minimumloon moest worden afgeschaft. WW-uitkeringen konden worden beperkt. Het aantal WAO’ers moest omlaag. Hij streefde naar een ministelsel van sociale zekerheid, dat alleen de uiterst hulpbehoevenden ondersteunde. ‘Op het terrein van sociale zaken was Wilders destijds rechtser dan de Amerikaanse Republikeinen,’ zegt Hans Hoogervorst, die ook tot de rechtervleugel van de partij behoort. ‘We vonden allebei dat de vrije markt alle ruimte moest krijgen.’

In november 1994 probeerde de VVD voor het eerst een debat aan te zwengelen over de AOW-leeftijd. Op een partijbijeenkomst in Apeldoorn bepleitte Frits Bolkestein met vooruitziende blik een verhoging van de AOW-leeftijd naar zevenenzestig jaar. Bolkesteins rede was voorbereid door de groep Kamerleden en fractiemedewerkers die zich bezighielden met sociaal-economische vraagstukken. Eén van hen was Wilders. ‘Geert heeft meegeschreven aan die speech,’ zegt Arno Visser. ‘Daar wil ik mijn hand voor in het vuur steken. Hij was altijd een groot voorstander van de verhoging van de AOW-leeftijd. Ook heeft Geert het begrip “demotie” aangedragen: oudere werknemers accepteren vrijwillig een lagere functie en dito salaris.’

Wilders’ voormalige VVD-collega’s hebben het afgelopen jaar dan ook met ongeloof zijn draai geobserveerd over AOW-leeftijd, minimumloon en ontslagrecht. ‘Ik kan nog begrijpen dat Geert is geradicaliseerd over de islam,’ zegt Robin Linschoten. ‘Hij wordt ernstig bedreigd, dat beïnvloedt ongetwijfeld zijn gemoedstoestand. Maar ik kan me niet voorstellen dat zijn opvattingen over de sociale zekerheid echt zijn veranderd. Daar is geen enkele aanleiding toe. Hij wordt toch niet bedreigd door de voorzitter van de Sociale Verzekeringsraad? Ik ben ervan overtuigd dat hij het geheel oneens is met zijn eigen PVV-standpunten over deze kwesties.’ Hans Hoogervorst noemt Wilders’ bekering tot ‘het linkse sociaal-economische geloof’ ongeloofwaardig: ‘Die flauwekul over de AOW en zo, dat meent Geert niet. Maar hij is wel heel serieus over zijn plan om tien miljoen moslims Europa uit te zetten. Probeer je dat eens voor te stellen! Hoe moet dat gaan? Per vrachtwagen? Met de trein?’

Hans van Baalen begrijpt wel waarom Wilders honderdtachtig graden is gedraaid op sociaal-economisch gebied. ‘Geert zag destijds als een van de eersten in Nederland dat de AOW-leeftijd omhoog moest. Daar was hij heel absoluut in. Maar nu er in Nederland een consensus is gegroeid voor een verhoging, neemt hij met dezelfde overtuiging het tegenovergestelde standpunt in. En daar valt dan ook niet meer over te discussiëren.’

geschiedvervalsing

Het is een terugkerend patroon: Geert Wilders zoekt altijd de meest radicale positie op. Maar in de VVD-jaren zijn er collega’s die hem afstoppen. Bijvoorbeeld als het over Hongarije gaat. Wilders, die in 1992 trouwt met een Hongaarse vrouw, raakt gefascineerd door het land. Als VVD-fractiemedewerker maakt hij zich hard voor de GrootHongaarse gedachte: alle etnische Hongaren in Midden-Europa verenigd in één land. ‘Ik vond dat vreemd,’ zegt Hans van Baalen. ‘Binnen Nederland en Europa is het een nogal verregaande opvatting, en zelfs binnen Hongarije is het geen communis opinio. Waarom zou je zo’n standpunt innemen? Als ik dat vroeg, zei Geert: het is nu eenmaal zo. Er moet recht gedaan worden. Ikzelf wilde met dat Groot-Hongarije niets te maken hebben. Dat vond Geert heel lastig. Schreef hij toch weer een persbericht, dat ik moest onderscheppen.’

Vanaf 1995 – de VVD is inmiddels toegetreden tot het eerste paarse kabinet – begint Wilders stukken te schrijven op opiniepagina’s. Vrijwel allemaal gaan ze over het Midden-Oosten, een regio die Wilders door zijn vele reizen goed kent. Met name over Israël, het land waar hij als tiener een jaar woonde, is hij onverzettelijk. ‘Geert had een grote sympathie voor Israël,’ zegt oud-Kamerlid Henk van Hoof, voor wie Wilders jarenlang werkte. ‘Hij sprak zich duidelijk uit tegen alles wat Arabisch en Palestijns is.’ Hans van Baalen: ‘Geerts liefde voor Israël is oprecht. Israël is goed, en kan dus niets fout doen.’

Aan islam-bashen doet Wilders in die tijd nog niet. Geen teksten als ‘de islam is een fascistische ideologie’ en ‘gematigde moslims bestaan niet’, zoals we die nu van hem gewend zijn. Wel is hij een van de eersten in Nederland die waarschuwt voor de gevaren van het moslimextremisme. In 1999 – Wilders is inmiddels Kamerlid geworden – vraagt hij de regering onderzoek te doen naar de gevaren ervan. Zijn motie wordt aangenomen met steun van CDA en D66. Op dat moment maakt Wilders nog consequent onderscheid tussen een kleine groep islamitische terroristen en miljoenen vredelievende mainstream-moslims.

‘Wilders had maar één ding: de politiek.’

Ook de aanslagen op het World Trade Center zijn voor Wilders geen aanleiding zijn ideeën over de islam bij te stellen. Op 26 september 2001 – twee weken na 9/11 – zit hij aan tafel bij het televisieprogramma Barend en Van Dorp. ‘De islam, daar is niets mis mee,’ zegt hij. ‘Het is een te respecteren godsdienst. De meeste moslims ter wereld, ook in Nederland, zijn goede burgers.’ Wilders heeft zelfs stevige kritiek op Pim Fortuyn. Diens oproep tot een ‘koude oorlog tegen de islam’, zegt Wilders, is een ‘verwerpelijke opmerking omdat hij daarmee alle moslims op één hoop gooit.’

Toen het Barend en Van Dorp-fragment in februari van dit jaar opnieuw opdook, reageerde Wilders defensief: ‘Negen jaar geleden ging ik gebukt onder het juk van Van Aartsen en Dijkstal. Ik ben niet voor niets weggegaan bij de VVD.’ Dat lijkt geschiedvervalsing. Niets wijst erop dat Wilders in die tijd al zijn huidige radicale standpunten over de islam huldigde. Er was in Nederland toen nog niemand die er zo over dacht.

Bij het onderwerp integratie is het in die jaren niet anders. Geen gespierde taal over hoofddoekjesverboden of ‘aanpassen of wegwezen’. Sterker nog: in 1993 werkt Wilders als fractie-assistent mee aan de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen, een geesteskind van VVD-Kamerlid Hans Dijkstal, Paul Rosenmöller (GroenLinks) en Louise Groenman (D66). De wet wordt met steun van alle linkse partijen aangenomen. Het idee: werkgevers onder druk zetten om meer allochtone werknemers aan te nemen en zo de integratie te bevorderen. Bij de behandeling in de Tweede én Eerste Kamer mag Wilders in het regeringsvak zitten. ‘Geert heeft toen heel constructief en loyaal meegewerkt,’ zegt een betrokkene van destijds. Volgens oud-Kamerlid Henk van Hoof vond Wilders het ‘geen geweldige wet’. Maar: ‘Niet zozeer omdat het over allochtonen ging, maar omdat hij vond dat de wet allemaal bureaucratie met zich meebracht en het bedrijfsleven belastte.’

Wilders’ medewerking aan de initiatiefwet zou nog gezien kunnen worden als een verplicht nummertje: als fractiemedewerker is hij nu eenmaal specialist op dit gebied. Maar een paar jaar later komt hij uit eigen beweging met een achteraf opmerkelijke steunbetuiging aan de multiculturele samenleving. In 1997 en 1998 is Wilders naast zijn werk op het Binnenhof enkele maanden VVD-raadslid in zijn woonplaats Utrecht (hij verliet de raad toen hij werd gekozen in de Tweede Kamer). In die hoedanigheid voert hij het woord over cultuur. Tijdens een raadsvergadering in oktober 1997 ligt een fusie ter tafel tussen Stadsomroep Utrecht en de migrantenomroep Seglo. Volgens de notulen zegt Wilders in zijn inbreng: ‘De VVD-fractie vindt, mocht de fusie doorgaan, het essentieel het multiculturele aspect te waarborgen; dat is een absolute voorwaarde.’ Uitzendingen van anderstalige programma’s via het televisiekanaal, vervolgt hij, kunnen daartoe zeker bijdragen. ‘Maar dat is niet genoeg.’

aryaan hirsi ali

Al die jaren was Wilders iemand die tot ‘de mainstream van de partij behoort’, zegt Frans Weisglas. De latere Kamervoorzitter beschouwde Wilders als een vriend en een geestverwant. Samen schreven ze talloze opiniestukken over buitenlandse kwesties en bestookten ze opeenvolgende regeringen met vragen over Israël en het Midden-Oosten. ‘Hij zocht het randje op, had altijd stellige opvattingen, maar zorgde ervoor publiekelijk binnen de partijlijnen te blijven.’

Wanneer begon Wilders’ verwijdering van de VVD? De sleutel ligt volgens bijna al zijn oud-VVD-collega’s in de jaren 2002 en 2003. Bij de verkiezingen in 2002 verliest Wilders tijdelijk zijn zetel in de Tweede Kamer. Ondanks twaalf jaar trouwe dienst, waarvan vier jaar als bewezen Kamerlid, belandt hij pas op de dertigste plaats van de kandidatenlijst. Wilders klaagde toen niet, zegt Arno Visser. ‘We waren ervan overtuigd dat de VVD een grote overwinning zou behalen, misschien zelfs de grootste zou worden.’ Dijkstal wordt genoemd als de nieuwe premier van Nederland. Maar bij de beladen Fortuyn-verkiezingen van 15 mei 2002 zakt de VVD van 38 naar 24 zetels. Exit Wilders.

‘De dag na de verkiezingsnederlaag,’ zegt Frans Weekers, een ander Limburgs Kamerlid dat zijn zetel verloor, ‘zijn Geert en ik samen vanuit Limburg naar Den Haag gereden. Daar hebben we onze spullen in dozen gestopt. Dat was een behoorlijk zwaar moment voor Geert. Hij had maar één ding: de politiek.’ Die zomer reist Wilders met Weekers door Oost-Europa. Ook is hij in Venlo te vinden, waar hij veel optrekt met de lokale VVD-fractievoorzitter Mark Verheijen. ‘Ik denk dat Geerts vertrouwen in de partij in die maanden is geknakt,’ zegt Verheijen terugkijkend. ‘Hij voelde zich gedupeerd.’

Na de val van het kabinet-Balkenende I staat Wilders bij de vervroegde verkiezingen van januari 2003 alsnog op een prachtige veertiende plaats. Op die lijst staat ook iemand die volgens veel VVD’ers van beslissende invloed zal zijn op Wilders: Ayaan Hirsi Ali. De twee vinden elkaar al snel op onderwerpen als islam en integratie. Volgens Hans van Baalen is het Hirsi Ali geweest die Wilders ervan overtuigt dat het probleem in de islam niet bij de extremisten ligt, maar dat het geloof als zodanig het probleem is. In april 2003 roepen Wilders en Hirsi Ali in een spraakmakend stuk in NRC op tot een ‘liberale jihad’ voor het behoud van een tolerant Nederland. ‘Ayaan Hirsi Ali had een magische uitwerking op Geert Wilders,’ schrijft voormalig vicefractievoorzitter Bibi de Vries in haar boek Haagse taferelen. ‘Ze was de katalysator die maakte dat ook Wilders zich steeds extremer ging gedragen.’

dronken van publiciteit

Van dichtbij ziet Wilders hoe Hirsi Ali gebruikmaakt van de media. ‘Geert dacht: ik vind dingen maar krijg geen aandacht,’ zegt Hans van Baalen. ‘En Ayaan haalde wel alle voorpagina’s. Toen is bij hem het idee gerijpt in het openbaar stelliger te zijn. Zich niets aan te trekken van afspraken binnen de fractie. Dat deed Ayaan ook niet.’

Ook Arno Visser bespeurt een verandering. Visser, voormalig Kamerlid, is al sinds begin jaren negentig bijzonder goed bevriend met Wilders. Ze werken hard, maar gaan ook samen uit. Als Wilders in september 2003 veertig jaar wordt, nemen hij en zijn vrouw Krisztina als enige gasten Visser en diens echtgenote mee uit eten in Venlo. ‘In 1999 schreef columnist Nic van Rossum een bijzonder lovend verhaal over Geert in Elsevier,’ zegt Visser. ‘Hij vergeleek hem met partij-oprichter Pieter Oud en met Frits Bolkestein. Geert wist niet zo goed wat hij met dat stukje aan moest. Maar vier jaar later was dat veranderd. Hij riep me steeds vaker naar zijn werkkamer. Dan zei hij: “Moet je nu eens kijken, Arno. Ik heb fanmail!” Had hij allemaal berichten gekregen omdat hij een of andere ruige uitspraak had gedaan over de islam.’

Wilders begint steeds vaker te botsen met de fractie. In februari 2004 geeft hij een interview aan HP/De Tijd. In het gesprek doet hij zijn beroemde uitspraak over hoofddoekjes: ‘Ik lust ze rauw.’ Ook zegt hij – minder geciteerd maar minstens zo verontrustend – dat ‘van rassenrellen niet per se een negatieve werking hoeft uit te gaan.’ In de fractie zijn ze woedend. ‘Bij de eerstvolgende fractievergadering heerste een geharnaste anti-Wilders stemming,’ zegt Frans Weisglas. ‘Ikzelf was tot zijn verdriet ook een van degenen die hard tegen hem ingingen. Toen heeft Geert zich een poosje koest gehouden.’

Niemand van zijn voormalige VVD-vrienden houdt er rekening mee dat Wilders gaat regeren.

Lang duurt dat niet. ‘Geert werd dronken van publiciteit,’ zegt Frans Weekers. ‘Ik zei steeds tegen hem: Geert, je overspeelt je hand, je overschreeuwt jezelf. En dan zei hij: “Je hebt gelijk, maar ik kan het niet laten.”‘

In zijn geldingsdrang komt Wilders steeds meer tegenover Jozias van Aartsen te staan, die juist mede dankzij Wilders fractievoorzitter was geworden. En die nog serieus had overwogen om Wilders te vragen als zijn vicefractievoorzitter. ‘Jozias koos niet voor Geert maar voor Bibi de Vries,’ zegt Frans Weisglas. ‘Wie weet was Geert anders nooit vertrokken.’

Na een slopend politiek seizoen vol conflicten rond Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali hoopt de VVD-fractie een zorgeloze zomer tegemoet te gaan. Maar op de eerste dag van het reces zorgt Geert Wilders meteen voor een onaangename verrassing. Op de voorpagina van De Telegraaf staat een ’tienpuntenplan’ dat Wilders en zijn collega Gert-Jan Oplaat zonder medeweten van de anderen hebben opgesteld. De Kamerleden pleiten onder meer voor halvering van de ontwikkelingssamenwerking, denaturalisatie voor immigranten die niet willen integreren en, bovenal, een absoluut ‘nee’ tegen een Turks EU-lidmaatschap. Binnen de VVD leidt het tot woedende reacties. ‘Geert had een deal met De Telegraaf,’ zegt Arno Visser. ‘Maar daar heeft hij tijdens de laatste vergadering voor het reces niets over durven zeggen. Terwijl de tekst al gedrukt was. Hij is dus helemaal niet zo dapper als hij zichzelf soms voordoet.’

Diezelfde ochtend staat Frans Weekers op Schiphol te wachten op Wilders. Ze gaan weer eens samen op reis, deze keer naar Oekraïne. ‘Geert was de hele tijd aan het bellen en sms’en. Ter plekke vertelde hij me over het tienpuntenplan. “Ik heb net een schuimbekkende Jozias aan de lijn gehad,” zei hij.’ Wilders bezweert Weekers dat hij tijdens hun vakantie niet met de pers zal praten. Hij wil de zaak helemaal niet verder op scherp zetten. ‘Dat leek me een goed idee. Maar toen we in Kiev aankwamen, zat hij toch weer de hele middag te internetten en te bellen.’ In een groot interview in het zomernummer van Vrij Nederland spreekt Wilders omineuze woorden: ‘Ik ga mijn agenda wel uitvoeren, vraag me alleen niet met wie, waar en wanneer. Wacht maar af.’

In september 2004 volgt de apotheose. Tijdens de eerste vergadering na het reces ontstaat meteen een botsing tussen Wilders en de fractie. Die ochtend staat in de Volkskrant een stuk met als kop: ‘VVD heeft genoeg van rechtse taal Wilders’. Het Kamerlid is woedend. Hij zegt dat er een mes in zijn rug is gestoken. Wie heeft er gelekt? Niemand steekt zijn hand op. Terecht, zo blijkt naderhand. De auteur van het Volkskrant-artikel, Jan Hoedeman, geeft later in zijn boek De strijd om de waarheid op het Binnenhof de enige bron prijs: Geert Wilders.

De rest is geschiedenis. Overleg bij Van Aartsen thuis: vruchteloos. Een batterij partijprominenten die op Wilders inpraat: vruchteloos. En uiteindelijk, op donderdagavond 2 september, de breuk. Wilders wil hardop kunnen blijven zeggen dat Turkije niet bij de EU mag, VVD-aanvoerders Zalm en Van Aartsen willen dat niet. Op het ministerie van Financiën vinden laat op de avond twee afzonderlijke persconferenties plaats.

Rond middernacht wandelt Wilders terug naar zijn kamer op het Binnenhof. Daar zitten zijn makkers Arno Visser en Frans Weekers al de hele avond op hem te wachten. ‘Geert was er helemaal kapot van,’ zegt Visser. ‘Zo erg, dat we na drie kwartier tegen hem moesten zeggen: Geert, bel je vrouw even.’ Weekers: ‘Met zijn drieën hebben we een fles wijn leeggedronken. Geert had zo’n VVD-vlaggetje op zijn bureau staan. Dat hing halfstok.’

de vriendschap is gesleten

Na Wilders’ vertrek verbreekt een groot aantal VVD’ers alle contact met hem. ‘Ik heb geen woord meer met hem gewisseld,’ zegt Hans Hoogervorst. ‘Ik hou niet van mensen die op de slippen van een leider als Bolkestein de politiek in komen en dan een eigen partijtje starten.’ Anderen, zoals Frans Weekers, blijven Wilders nog enige tijd opzoeken. ‘Ik ging nog wel eens naast Geert zitten in de Kamerbankjes. Bibi de Vries nam mij dat kwalijk. Ze vond dat je niet bij een afvallige mocht gaan zitten.’

Oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas houdt lang een zwak voor Wilders. Hij stuurt de PVV-leider vermanende sms’jes als hij weer eens over de schreef gaat over de islam. ‘Dat was dat oude, bijna vaderlijke gevoel.’ Wanneer Wilders als gevolg van de vele bedreigingen geen hypotheek kan krijgen voor een huis, zorgt Weisglas dat het alsnog gebeurt. Maar de vriendschap is nu gesleten. In Vrij Nederland neemt Weisglas voor het eerst volledig afstand van Wilders. ‘Het is op. Hij gaat me veel te ver. Ik heb moeite om bevriend te zijn met iemand die het heeft over kopvoddentaks. Ik herken Geert niet meer.’

Ook Arno Visser blijft Wilders aanvankelijk trouw als vriend. ‘Kort na zijn vertrek vindt de moord op Theo van Gogh plaats. Wilders wordt vanaf dat moment streng bewaakt. En iemand die in een safe house woont, laat je niet vallen. Geert en Krisztina zijn nog bij ons wezen eten. Over politiek praatten we niet meer. Ik kon op dat moment niet voorzien welke kant hij op zou gaan. Ergens hoopte ik toch weer tot hem door te dringen.’ Maar na een paar jaar kan ook Visser het niet meer opbrengen. De vriendschap loopt dood. ‘Wilders’ opvattingen begonnen me te zeer tegen de borst te stuiten. Hij ging zó ontzettend tekeer. Ik kon niet langer doen alsof mijn neus bloedde.’

Zal Wilders ooit gaan regeren? Niemand van zijn voormalige VVD-vrienden houdt daar serieus rekening mee. ‘Geert gaat het niet redden,’ zegt Hans van Baalen. ‘Hij is niet in staat om compromissen te sluiten, hij wil honderd procent zuiver zijn. Geert zit gevangen in zijn eigen denkbeelden. Uiteindelijk is hij een planeet op zichzelf.’