Architectenbureau MVRDV pleit al sinds haar oprichting in 1993 voor ‘stapeling’ van de functies van een gebouw, zoals winkelen, werken, wonen, uitgaan. Typisch MVRDV: iedereen welkom, leven in de brouwerij.

Rotterdam, de laatste dag van mei. Er had dagenlang een grauwsluier over de stad gehangen, maar die was eindelijk opengebroken, de zon stond hoog aan de hemel, en iedereen was op straat. Jacob van Rijs, een 51-jarige architect met een goed gevoel voor kleding, had zijn witte Citroën BX vanwege werkzaamheden op de Rochussenstraat omgedraaid en probeerde nu zijn kantoor aan de Dunantstraat via de Westersingel te bereiken in plaats van via de Pieter de Hoochbrug. Onbedoeld bracht hem dat langs de plek in het Museumpark waar het nieuwe kunstdepot van Museum Boijmans Van Beuningen moest komen: een bijna veertig meter hoge kom, bedacht door architectenbureau MVRDV, waarvan Van Rijs samen met echtgenote Nathalie de Vries en compagnon Winy Maas oprichter is. De met spiegelplaten bedekte ‘bloempot’ wordt de eerste publiekstoegankelijke kunstopslag ter wereld. Op het dak komt een park, het plein voor de ingang biedt ruimte aan filmfestivals, muziekoptredens, terrassen. Typisch MVRDV: iedereen welkom, leven in de brouwerij.

Vroeger werd elke heipaal hier met gejuich begroet. Nu wordt het voller; het begint echt een stad te worden.

‘Ja, hier komt-ie,’ zei Van Rijs licht spottend. Die ochtend was bij de Raad van State de bodemprocedure gestart tegen de komst van het gebouw. Vanaf het begin was er verzet geweest. Een collectief dat Vrienden van het Park heette, keerde zich met erfgoedvereniging Heemschut tegen het verlies van wat ze ‘de groene oase’ in de stad noemden; het Erasmus Medisch Centrum vreesde hinder van de lichtspiegeling voor de jonge patiënten van de naastgelegen jeugdpsychiatrische kliniek. Tegen de omwonenden kon Van Rijs nog zeggen: dat stuk park was een grindbak geworden, een hondenuitlaatplaats – hij kan het weten, hij woont om de hoek – maar tegen het ziekenhuis kon hij moeilijk zeggen: dat zal allemaal wel.

Voorstellen om de gevel aan de kant van het ziekenhuis mat te maken, om hoge bomen te plaatsen, het mocht niet baten: Erasmus MC stapte naar de rechter. Het tekent volgens Van Rijs de ontwikkeling van Rotterdam. ‘Vroeger werd elke heipaal hier met gejuich begroet,’ zei hij, ‘er was altijd ruimte zat, niemand die zei: “Joh, het park is heilig! We hebben al zo weinig groen.” Maar nu wordt het voller; het begint echt een stad te worden, dan krijg je dat.’
Laconiek: ‘Afijn, zo is er altijd wel iemand die…’ ‘Jezus!’ riep hij uit, toen hij zag dat ook het verkeer aan de andere kant van het park stil stond.

Van Rijs is de VR uit MVRDV, het architectenbureau dat grote bekendheid kreeg door de bouw van de Markthal, een omgekeerde U met in het midden een overdekte marktplaats en aan weerszijden appartementen aan het Rotterdamse plein de Binnenrotte. Het valt te begrijpen dat de gemeenteraad ondanks alle tegenstand toch vóór het Collectiegebouw stemde, vorig jaar: het is de experimentele architectuur die van Rotterdam recent een toeristische bestemming heeft gemaakt. De opening van de Markthal in 2014 betekende samen met de totstandkoming van De Rotterdam van het door Rem Koolhaas geleide OMA een beslissend moment in de citymarketing van de havenstad. The New York Times noemde de stad in 2014 een must see. Lonely Planet zette Rotterdam in 2015 en 2016 in hun stedentoptien. De reuzentrap die MVRDV in mei voor het Rotterdams Centraal Station naar het dak van het naastgelegen Groothandelsgebouw plaatste, ter ere van een stadsmanifestatie die 75 jaar wederopbouw moet vieren, was voor The Huffington Post aanleiding hun lezers dringend een bezoek aan Rotterdam aan te raden, ‘one of Europe’s most underrated cities.’

De Trap, een tijdelijke steigerconstructie, moet Rotterdammers toegang geven tot het uitzicht over hun stad en wil tegelijk benadrukken wat de mogelijkheden zijn van het benutten van ‘de tweede laag’. MVRDV pleit al sinds de oprichting in 1993 voor ‘stapeling’: het boven op elkaar plaatsen van de functies van een gebouw, zoals winkelen, werken, wonen, uitgaan, in plaats van die als een eenvormige brij te laten uitvloeien over het landschap.

Rendering van het vernieuwde binnenterrein van het nieuwe kantoor aan het Achterklooster in Rotterdam | Anton Wubben / MVRDV
‘Tweederopbouw’

Op een maandagavond zat Winy Maas, de 57-jarige compagnon van Van Rijs, als een roofvogel op de rand van het podium te wachten, zijn toegeknepen ogen bewogen van links naar rechts. Hij was gespannen, hij had lang geen lezing gegeven in Rotterdam.

De presentatie, over zijn toekomstdromen voor Rotterdam, vormde het begin van de Rotterdam Architectuur Maand. Het was dringen geblazen voor de binnentrap die naar de zaal voerde die als een adelaarsnest op het dak van het Groothandelsgebouw lag. Een bebrilde veertiger die opzij werd gedrukt, riep geïrriteerd: ‘Het lijkt wel een popconcert, jezus!’ Rondom het gebouw hing een grijze mist die de strenge belijning van de spiegeltorens op de achtergrond gedeeltelijk aan het zicht onttrok. De lucht buiten was zo dik dat je hem met een lepel kon eten.

In een stuwende presentatie toonde Maas, een jongensachtige, haast spichtige verschijning in spijkerbroek en poloshirt, de ‘Tweederopbouw’ van de havenstad. Het was een vurige oproep om na al het ‘kleine bouwen’ dat de crisis had meegebracht, groot te gaan denken over de inrichting van de stad. Een nieuwe metrolijn, de uitbreiding van de luchthaven, de locatie voor de Olympische Spelen, een hogesnelheidslijn naar Frankfurt, buitengaatse windmolenparken, de Maas een Canal Grande, en in 2070 geschikt voor vliegende auto’s: een sky car city.

De scenario’s zijn niet louter fictie, Maas is als hoogleraar stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft verbonden en leidt daar The Why Factory, een academische denktank die onderzoek doet naar de toekomst van steden.

En passant deelde de visionair, zoon van een tuinier en een bloemiste uit het Brabantse Schijndel, links en rechts tikken uit. ‘Volgende keer graag iets meer overzicht, George,’ zei hij tegen George Brugmans, directeur van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam die sinds april bezig was. ‘Dit was een beetje een vrijblijvende operatie.’ En: ‘Tegen het Nieuwe Instituut moeten we ook een trap aanzetten, dan kan het een veel toegankelijker instelling worden. Dat was volgens mij de doelstelling van de directie.’
Het publiek lachte geamuseerd.
Na afloop wees Wilfried de Jong, die het nagesprek met Maas zou doen, naar buiten, en zei op de voor hem kenmerkende toon (die wil zeggen: ik vier je grootsheid, vriend, maar je moet wel onder de mensen blijven): ‘Ja, Winy, het régent! Kun je daar niet iets aan doen?!’ 

Ik had Maas die middag aan de lijn gehad. Hij had haast. De Chinese staatstelevisie kwam filmen. Het bureau heeft zelden zó in de belangstelling gestaan. Het gravelrode Amsterdamse tenniscomplex dat in 2015 werd opgeleverd, werd door vakgenoten in de categorie identiteit & icoonwaarde verkozen tot gebouw van het jaar, de glazen gevel van de onlangs geopende Chanelwinkel in de Amsterdamse PC Hooftstraat trok wereldwijd de aandacht. ‘Waar kies jij je medewerkers op uit?’ had ik gevraagd. ‘Dat ze willen werken aan de wereld,’ had hij ongeduldig geantwoord. ‘We willen hier een positieve ontwikkeling faciliteren. We willen verder gaan dan traditie, gemak en comfort voorschrijven; de weg naar het onbekende moet openblijven.’

Buiten was het nu gaan onweren. Maas nam met bezweet voorhoofd plaats op de kruk naast De Jong. Aan de donkere hemel op de achtergrond waren bliksemschichten te zien.

De ‘Chrystel Houses’-gevel van de Chanelwinkel (rechts) trekken wereldwijd de aandacht | Foto: Daria Scagliola en Stijn Brakkee / MVRDV
Radicaal gebruik van kleur

Amsterdam; het is er heerlijk, het is er gezellig, het is bijna passé. In Rotterdam hangt belofte in de lucht. Komend uit station Blaak verrees de Markthal op die schitterende laatste dag van mei als een hedendaagse kathedraal aan de horizon. Een stukje verderop, de Hoogstraat door, de Kipstraat in, komt het nieuwe kantoor van MVRDV. Het aantal medewerkers is verdubbeld sinds de totstandkoming van de Markthal, na al die jaren is het kantoor in de Dunantstraat ineens te klein geworden. Het bedrijf neemt zijn intrek in een rijksmonument van H.A Maaskant, de architect van de wederopbouw. Het interieur dat Jacob van Rijs die middag liet zien, weerspiegelde de identiteit van het bureau: helder, overzichtelijk, een radicaal gebruik van kleur. Waarschijnlijk is het kantoor nog voor de verhuizing te klein. Er staat veel op het programma: ruim drieduizend woningen in India voor de nieuwe middenklasse, achthonderd woningen voor het Amsterdamse Westerpark. Een High Line-achtig park voor Seoul, een winkelcentrum in het hart van Beijing, de renovatie van het grootste winkelcentrum van Frankrijk in Lyon.

Nathalie de Vries, vorig jaar vijftig geworden, heeft een stevige rollende ‘r’; het geeft haar stem een nuchtere klank. De Vries groeide op in een sociaaldemocratisch lerarengezin in een uitlegwijkje in het Groningse veendorp Oude Pekela. Achter het huis lag een braakliggend terrein met een zandbak van oude stenen en boomstronken, het kon van alles worden: een kasteel, een land, een boerderij. Ze leerde daar het concept ‘onbestemdheid’ waarderen: niet elke ruimte heeft een precieze functie nodig, mensen houden niet zo van dat hele opgelegde.

Voor De Vries was het de politiek of de architectuur; na eind jaren tachtig met de Jonge Socialisten te hebben opgetrokken, kwam ze tot de conclusie dat het in de politiek nóg meer om de vorm ging dan in het ontwerpvak. In architectuur kon ze creativiteit, maatschappij en politiek effectief bij elkaar brengen.

De Vries draagt een ronde bril en rode lippenstift. Er staan oude foto’s van haar op internet waarop ze heel kort haar heeft en heel heldere ogen; aantrekkelijk en vastbesloten. Die avond zou ze naar de Biënnale in Venetië gaan om de presentatie bij te wonen van een project dat Sense of Belonging heette. De Vries is voorzitter van de branchevereniging voor Nederlandse architectenbureaus, BNA. Eind vorig jaar heeft de BNA een oproep onder de leden gedaan om mee te denken over de opvang van vluchtelingen in Nederland. ‘Het is opvallend dat het ontwerp zo afwezig is in de opvang van grote groepen mensen overal in Nederland,’ zei ze. ‘Je zou die opvang graag zó willen vormgeven dat mensen zich weer thuis gaan voelen, in elk geval tijdelijk, dat ze een gevoel krijgen: ik ben hier welkom, ik heb hier een plek. Ik word goed ontvangen. Ik mag hier zijn. Wij dachten: in de haast is men dat misschien een beetje vergeten.’

Het was een loodgrijze middag, op de tafel bij de receptie in de Dunantstraat stonden bijna leeggegeten schalen met schijfjes appel en wortel, een jonge medewerker zat op de hoek van de tafel rechtop te slapen.

Het is volgens De Vries de taak van architecten om die ‘inclusiviteit’ vorm te geven. De eerste week meldden zich vijftig bureaus, die nu gekoppeld zijn aan woningbouwverenigingen en COA’s. De BNA is er niet mee naar buiten getreden; vluchtelingen welkom willen heten ligt politiek gevoelig.

Het ontwerp voor het spiegelende nieuwe kunstdepot van Museum Boijmans Van Beuningen stuit op veel verzet | MVRDV
Uitgekiende pr-strategie

Zelfs een goed gebouw verkoopt zichzelf niet makkelijk. Het succes van de Markthal was mede te danken aan een uitgekiende pr-strategie. ‘Dit kan de doorbraak worden,’ dacht Jan Knikker toen hij in 2013 op de bouwplaats rondliep. Knikker is Partner Development bij MVRDV. Hij is een telg uit het Haagse schildersgeslacht Knikker, groeide op in het Duitse Marburg en kwam via een uitzendbureau per ongeluk in de architectuur terecht. Een bekende architect zocht begin 1999 een mannelijke secretaris. Knikker sprak zijn talen. Op audiëntie bij Rem Koolhaas. Het was een kort treffen. Koolhaas had gezegd: ‘Je bent helemaal geen secretaris!’ ‘Klopt,’ zei Knikker, die het jaar daarvoor bij een Zuid-Franse krant had gewerkt, ‘ik ben journalist.’ ‘Ik ben ook een journalist,’ zei Koolhaas. ‘Wil jij niet mijn pr doen?’

Knikker: ‘Ik had helemaal geen verstand van pr. Maar ik wist materiaal aan te leveren waardoor de journalist het lekker makkelijk had: copy paste, klaar ben je.’ Hij was gaan zitten, een tafel vol papier, en toen hij er bijna tien jaar later wegging, uitgeput, zaten er op diezelfde plek tien man. MVRDV had gevraagd of hij voor hen wilde komen werken. Het sollicitatiegesprek had plaatsgevonden in de kroeg. Knikker had drie fijne wittebroodsweken gehad, en toen begonnen overal banken failliet te gaan. MVRDV begon de Nederlandse portefeuille kwijt te raken, een derde van de omzet. Toen is-ie zich naast pr op acquisitie gaan storten. MVRDV heeft de crisis, die de omzet en werkgelegenheid in de Nederlandse architectenbranche meer dan halveerde, overleefd met internationale projecten.

“Waar kies jij je medewerkers op uit?” vroeg ik Winy Maas. “Dat ze willen werken aan de wereld,”antwoordde hij.

Knikker vormde met Rotterdam Marketing en de pr-mensen van projectontwikkelaar Provast een team dat in het jaar voor de opening van de Markthal in 2014 honderden binnen- en buitenlandse journalisten uitnodigde. De eerste week na de opening figureerde het gebouw in 120 nationale en internationale publicaties. Er kwamen dat eerste jaar meer dan acht miljoen bezoekers. Helemaal niets daaraan was toeval of geluk geweest.

In een gesprek met ArchDaily in 2015 zette Knikker de operatie minutieus uiteen. ‘Opvallend dat je daar zo open over bent,’ zei ik tegen hem in een telefoongesprek begin juni. Hij reageerde licht geërgerd: ‘Daar heb je weer zoiets! Het is niet zo dat ik iets schadelijks verkoop, ik werk aan projecten die goed zijn, gebouwen die mijns inziens de stad vooruit helpen, daar kan ik toch over vertellen, ik heb niets te verbergen.’

Bemoeit hij zich ook met het ontwerp? Stuurt hij aan op mediageniek bouwen? ‘Pr is een soort scheldwoord op architectenbureaus, en dat is op dit kantoor niet anders,’ antwoordde hij minzaam. ‘Ik bemoei me niet met het ontwerp maar wel met de beelden die naar buiten gaan. We hebben hier een renderafdeling opgebouwd waar zes Italianen de hele dag mooie 3D-beelden maken.’ Een rendering is een digitale afbeelding van een voor leken onbegrijpelijk driedimensionaal model. Het is vanwege de prijsvragencultuur in de architectuur tegenwoordig de kunst de ontwerpen zo mooi mogelijk af te beelden, zonder te liegen. Een ‘happiness filter’ noemen ze dat bij MVRDV.

Het eerste jaar kreeg de Markthal meer dan acht miljoen bezoekers. Helemaal niets daaraan was toeval of geluk.

Een doorzichtige keuken

Na de bezichtiging van het nieuwe kantoor aan het Achterklooster had Van Rijs zijn benen uitgestrekt op het bovenste balkon van het Maaskantgebouw. Er was uitzicht op de kastanjebomen; daarachter, aan de jonge skyline van Rotterdam, staken de veelvormige silhouetten van de wederopbouw de lucht in.

Het publieke optreden van Jacob van Rijs kenmerkt zich door een mengeling van lichte verlegenheid en generositeit. Vorig jaar had hij, gekleed in een zwart kostuum en op sportschoenen, tijdens een design-evenement bij een boekenstalletje rustig een paar titels proberen te bekijken, maar hij was steeds aangesproken, soms stond er zelfs een cirkeltje ontwerpers om hem heen.

Hij was net terug van de Biënnale in Venetië waar hij in een tentoonstelling van een Chinese werkplaats wat simpele dingenafgietsels had zien staan, ‘van bamboe, gekke brokken; dat je ook zó kunt bouwen met heel eenvoudige trucjes, dat vond ik wel mooi in die overvloed aan spul waar je in drie dagen doorheen moet knallen.’

MVRDV had op de Biënnale een doorzichtige keuken gepresenteerd, alle kastjes van glas, zodat men het eten kan zien liggen in de laden. Winy Maas had gezegd: ‘We moeten food sexy maken.’
Van Rijs zegt dat soort dingen niet.
Hij herinnerde zich de dag in april dat het Rockmuseum in het Deense Roskilde geopend werd dat MVRDV samen met COBE architecten had gemaakt. Hij en collega-architect Dan Stubbergaard reden na een etentje in de stad nog even terug naar het museum voor een biertje. Toen ze er na middernacht uitliepen, was de gouden gevel plotseling paars geworden. Prince was overleden. Toen was hij even sprakeloos geweest. Toen had hij echt even…

Van Rijs vertelde over de beginjaren van het bureau. Hij en Maas studeerden samen af aan de TU Delft bij Rem Koolhaas, bij wie ze nadien ook in dienst kwamen. ‘Die tijd daar is een belangrijke factor geweest,’ zei hij. ‘Hoe je werkt als een team, hoe je aan een project werkt, hoe je met adviseurs omgaat, dat je nieuwsgierig moet blijven, dat je domme vragen kan stellen, dat je het onverwachte moet kunnen ontdekken en platgetreden paden moet vermijden: open blik, verwonderen, dingen níét doen, niet het geijkte, niet gedwongen worden te zeggen: dit kan niet.’
Soms leidde dat tot fantastische oplossingen.

Nathalie de Vries, ook van de TU Delft, ging naar Mecanoo, dat destijds een vliegende start maakte. Het waren de beginjaren negentig. Er was een ongebreidelde bouwlust. De stadsvernieuwing was in volle gang, oude industriegebieden kregen een woonbestemming en de vinexwijken moesten van de grond komen. De geesten die waren opgeleid in de jaren tachtig, gescherpt in een tijd van schaarste en protest, kregen nu de kans de samenleving opnieuw vorm te geven. Voor MVRDV betekende dat vechten tegen de eenvormigheid, variatie aanbrengen in het woonaanbod, niet die saaie blokken overal.

Jacob van Rijs, Nathalie de Vries en Winy Maas | Foto: Jasper Zwartjes
Bokswedstrijd

De drie deden in hun vrije tijd mee aan een prijsvraag, die ze wonnen. Een wooncomplex in Berlijn: een woontoren, een groot plein, een markthal onder de oprit naar de brug. De Vries: ‘Toen hielden we ons al bezig met vragen als: hoe kunnen we de ruimte anders organiseren? Hoe kunnen we voorsorteren op het feit dat steeds meer mensen in de stad gaan wonen, hoe zorgen we voor mooie buitenruimtes en collectieve ruimtes?’ Het resulteerde in een conceptuele aanpak die door achitectuurrecensenten ‘Superdutch’ werd genoemd.

Maasvanrijsdevries heetten ze voor de gelegenheid, maar dat bekte niet, dat klonk als een advocatenkantoor.
Van Rijs luisterde in die tijd naar een elektronicaband die KMFDM heette, opgericht in Parijs op een februari-ochtend in 1984, het waren performancekunstenaars die het geluid van synthezisers paarden aan dat van stofzuigers. Ze maakten nummers met titels als ‘Die now live later’ en ‘Piggybank’. Het refrein van dat laatste nummer ademde het voor die tijd kenmerkende zwart-romantische escapisme:
My inner circles’ Helter-Skelter
Echoes loving ecstasy
I know I’ll find a way to live
A way for you and me

Als hij de namen van zijn vriendin en zijn compagnon afkortte tot MVRDV, dan had dat, ontdekte Jacob Van Rijs, hetzelfde ritme als KMFDM.

Ze mochten meteen het nieuwe hoofdkantoor van de VPRO bouwen, en dat van de RVU.
Nu waren de scholen uit, er kwamen naar het balkon kreten omhoog van spelende kinderen. Af en toe werd Van Rijs’ stem weggenomen door de wind.

Is er van grote emoties sprake in dit vak? ‘Nou, als een opdracht niet doorgaat of als je een prijsvraag verliest, dan ben je wel behoorlijk …’ Behoorlijk wat? ‘Van streek, zeg maar.’
‘Wij moeten de schade beperkt houden, dat is de kunst,’ zei De Vries een week eerder in de Dunanstraat.

Heel veel dingen gaan niet door. Voor bijna alles moet je pitchen, het is één groot omgaan met teleurstellingen.‘Dat klinkt negatief,’ zei ik verrast.
De Vries: ‘Ik dacht vanochtend ter voorbereiding op dit gesprek: het is eigenlijk alsof we met een bokswedstrijd bezig zijn de hele tijd, af en toe ben je compleet knock-out en dan sta je weer op en dan ga je weer naar de volgende. Heel veel dingen die wij doen, gaan niet door. Heel veel prijsvragen waaraan wij meedoen… De percentages zijn krankzinnig, we maken misschien wel tien keer zoveel dingen als je uiteindelijk ziet, er wordt wel twintig of dertig keer zoveel ontworpen hier, elke wedstrijd telt vijf bureaus minstens en dan heb je nog geluk, dan is het een besloten prijsvraag. Weet je hoeveel van wat wij doen voor niets is? Een rechtstreekse opdracht komt heel weinig voor, voor bijna alles moet je pitchen, wedstrijden voeren, concepten aanbieden, schetsen maken, dus het hele leven is één groot omgaan met teleurstellingen, eigenlijk. Tegen één succes staan tien afwijzingen, tien ontwerpen die niet zijn doorgegaan, waar je óók met ziel en zaligheid aan gewerkt hebt, jij zegt :“Dat klinkt negatief”, maar het is de realiteit: je krijgt klappen, maar je moet wel weer opstaan om aan de volgende wedstrijd mee te doen. En dan vrolijk blijven’ – ze lachte een beetje sarcastisch, ‘toch? want,’ – ze lachte nu voluit – ‘ik geloof niet in chagrijnige architecten, dat kan toch niet? Zuurpruimen kunnen geen goeie leefbare steden maken. Dat wat doorgaat, moet je die bevrediging geven, yes! Je kan niet anders dan de bevestiging zien in wat wél lukt en het andere snel vergeten.’