Onder een grote boom aan de oever van de Nijl kijken zo’n dertig Zuid-Soedanese soldaten geconcentreerd naar miniatuurtjes op de grond. Er staan tanks, een ziekenhuis, verschillende poppetjes, een kerk en een moskee. ‘Burgers zijn geen doelwit,’ zegt een jongen in gebrekkig Engels terwijl hij wijst naar een poppetje op de grond. ‘Dus ze moeten weg uit de vuurlinie. Ik zou ze naar de kerk brengen.’

De Nederlandse Albert Schoneveld (54) neemt de aanwijsstok terug. ‘Thank you private. Wie heeft er een ander idee?’

De opdracht is om de commandant te adviseren in een oorlogssituatie; het sluitstuk van een drie uur durend college over ‘the rules of war’, zoals Schoneveld het oorlogsrecht consequent noemt. Een oudere soldaat steekt zijn hand op. ‘Als ik het dorp zou aanvallen dan…’ begint hij, maar nog voordat hij zijn zin kan afmaken kapt Schoneveld hem af. ‘We zijn het dorp aan het verdedigen,’ roept hij geïrriteerd. ‘No attack. Defending!

Schoneveld...