In de verkiezingscampagne van Donald Trump legde de waarheid het loodje. In de plaats daarvan kwamen emoties – niets nieuws, in Trumps carrière. Al in 2004 schreef Ralph Keyes ‘The Post-Truth Era’, met een belangrijke rol voor The Donald.

Op grond van zijn geschiedenis als opschepper en leugenaar zou Donald Trump al afgezet kunnen worden voor hij als president is aangesteld. Dertig jaar geleden claimde hij dat van zijn boek Trump: The Art of the Deal (geschreven met de ghostwriter Tony Schwartz) binnen de kortste keren tweehonderdduizend exemplaren waren verkocht. Hij zei toen ook dat hij door The Today Show vijf keer zou worden geïnterviewd. Het nummer waarin het tijdschrift New York een voorpublicatie had opgenomen zou de grootste oplage ooit hebben gehaald. Trump claimde dat zijn programma The Apprentice op de eerste plaats stond met het hoogste aantal kijkers.

Maar de oplage van Trump: The Art of the Deal was niet 200.000, maar 150.000. Hij sprak niet vijf, maar twee keer met The Today Show. Toen Trump de hoogste oplage van New York claimde waren daarover geen cijfers bekend. The Apprentice stond niet op nummer een, maar op de zevende plaats. In een van de debatten met Hillary Clinton zei Trump dat hij niet ‘braggadicious’ (snoevend) wilde klinken als hij het over zijn rijkdom en business deals had, maar in Trump: The Art of the Deal noemt hij het op deze manier opscheppen ‘truthful hyperbole’, een behulpzaam loopje nemen met de waarheid. Het woord ‘braggadicious’ werd hierna het meest opgezocht in Webster’s Dictionary.

Het loopje nemen met de waarheid van Trump is niet van vandaag of gisteren. Deze voorbeelden komen uit een boek waarin Donald Trump een belangrijke rol speelt: The Post-Truth Era: Dishonesty and Deception in Contemporary Life door Ralph Keyes, verschenen in 2004. Het interessante is dat het boek van Keyes niet direct afkomstig is uit de wereld van de filosofie. Daarin stond het postmodernisme, dat in het laatste kwart van de vorige eeuw, in de mode was, ‘de waarheid’ lange tijd ter discussie. Volgens het postmodernisme bestond de waarheid niet: de feiten waren nooit hard of solide genoeg om tot een eenduidige waarheid te kunnen besluiten. Elke ‘waarheid’ kon tot een samenstel van onzekerheden worden teruggebracht.

Het liegen was toen, in de jaren zestig, nog iets bijzonders. Hier mag in filosofische zin veel in zitten, dat is nog geen vrijbrief om van het zoeken naar zoveel mogelijk waarheid af te zien. Ralph Keyes verwijt het postmodernisme de populaire cultuur te hebben voorzien van gebrek aan respect voor de waarheid. In het dagelijks verkeer werd ‘casual dishonesty’ iets gewoons. Keyes maakt uitstapjes naar het liegen in de geschiedenis en de antropologie, maar het gaat hem om de hedendaagse status van de eerlijkheid in de handel, de reclame, de media, de journalistiek, de politiek, de wereld van het vastgoed, de bankwereld en de onderlinge contacten. Opscheppen en het vertellen van halve leugens zijn dé middelen om je plaats te veroveren in de wereld van op de spits gedreven competitie.

In de jaren zestig moest de Amerikaanse president Dwight Eisenhower bekennen dat hij had gelogen toen hij had gezegd dat het door de Russen neergeschoten spionagevliegtuig wetenschappelijk onderzoek aan het doen was. Het liegen was toen nog iets bijzonders. Men was ook nog geschokt door de serie leugens van Richard Nixon. Maar daarna kwam de tijd van Reagan, Clinton en Bush en werden we het gewoon te worden misleid: door de komst van de Armageddon volgens Reagan, door de aanwezigheid van kernwapens in Irak volgens Bush, en door seksuele escapades die door Clinton niet geconsumeerd zouden zijn. Ondertussen waren de banken op routine-basis bezig met frauduleuze activiteiten die zouden leiden tot de financiële crisis van 2008. Het waren ook de dagen dat het fenomeen ‘spindoctor’ opdook, de adviseur die ‘economisch’ met de waarheid omgaat.

Volgens Keyes zijn we in een ethische schemerzone terechtgekomen. De tijd dat het vertellen van onwaarheden nog gepaard ging met schuldgevoel, met aarzeling, met angst en schaamte is verleden tijd. Keyes, die ook een boek heeft geschreven over het gebruik van eufemismen, geeft in Post-Truth een lijstje van gebruikte woorden die de waarheid minder waar maken: ‘enrich the truth’, ‘soften the truth’, ‘stretch the truth’, ‘tell more than the truth’, ‘massage the truth.’ De oneerlijkheid werd tot routine (‘the routinization of dishonesty’) en de kloof tussen waarheid en leugen kromp in tot een spleetje.

De waarheid doet er niet zo veel meer toe. Men wil liever geen waarheid of feiten, men wil emoties. De waarheid is saai en koud. We overdrijven liever, we maken het mooier dan het is, we kleden de waarheid wat aan, als we iets vertellen laten we dat alleen nog losjes op de waarheid gebaseerd zijn. ‘We’ betekent dat we ons hier allemaal wel eens gewild of ongewild aan bezondigen.

Maar er zijn gradaties. In the Engelse weekblad The Spectator citeert Claire Fox de man die voor CNN regelmatig de loftrompet voor Trump mocht afsteken, Jeffrey Lord. Omdat Trump het niet zo nauw nam met de feiten (70% van zijn uitspraken waren ‘mostly false, false or pants on fire false’ volgens de feiten-controleurs van Politifact) zette Hillary Clinton haar fact-checkers aan het werk. Lord verklaarde dat dit fact-checken ‘an out-of-touch, elitist media-type thing’ is.

Om dat ‘out-of-touch’ gaat het: je hebt volgens Jeffrey Lord totaal geen contact meer met de werkelijkheid als je denkt dat mensen zich nog voor feiten interesseren. Mensen willen geen feiten, ze willen emotie-zwangere slogans, one-liners die zeggen dat je ‘big’ moet denken en dat Amerika weer ‘great’ moet worden. Dat is nog niet eens zo vreemd gedacht. Feiten kunnen ondergeschikt worden aan een principe, een opvatting, een overtuiging. Dit is op grote schaal gebeurd met de Brexit: hoeveel schade dat volgens de experts en de feiten ook zou betekenen voor de economie maakte geen indruk.

Belangrijker was het sterke sentiment dat Groot-Brittannië niet meer gekneveld zou worden door Europa, maar weer ‘vrij’ moest zijn, vergelijkbaar met de emotie dat Amerika weer ‘groot’ moest worden. ‘De mensen in dit land’, zo verklaarde Michael Gove, de kompaan van Boris Johnson die op het laatste moment nog voor de Brexit campagne kwam voeren, ‘hebben genoeg van experts.’

Dat mensen zich laten inspireren door politieke leuzen is een normale gang van zaken, behalve wanneer die leuzen van incriminerende en leugenachtige aard zijn, zoals die van de aanhangers van Donald Trump. En als de twitter-statements van Trump vol zitten met hele of halve waarheden: vóór de verkiezingen zouden ze als ‘rigged’ zijn, en zou Trump de uitslag al niet respecteren. Hillary Clinton werd ‘crooked’ genoemd. Niet deugende feiten werden daarmee tot twijfel zaaiende slogans. Dat Hillary Clinton die ‘feiten’ van Trump wilde corrigeren was maar al te begrijpelijk, maar juist het herstellen van het spreken van de waarheid werd haar noodlottig: het werden haar saaie feiten tegenover de opwindende leugens van Trump. De hele en halve leugens deden het beter.

Het woord ‘rechtvaardigheid’ zal men in de toespraken, twitters of boeken als Trump: The Art of the Deal niet aantreffen.Die niet deugende feiten van Trump moesten voor de politiek lucratieve emoties zorgen. En dat deden ze ook gezien de leuzen op de borden van Trumps aanhangers. Hillary Clinton moest achter de tralies op grond van onbewezen aantijgingen. Hier werden andere politieke emoties opgewekt dan die waar Martha Nussbaum het over heeft in haar boek Politieke emoties: hier werden op basis van vermeende feiten openlijk haatgevoelens gepredikt. Nussbaums stelling in Politieke emoties is dat de emoties wel degelijk gebaseerd zijn op kennis, oordelen en principes. Emoties gaan, in geleerde termen, ‘gepaard met cognitieve inschattingen.’ Maar ze voegt er aan toe dat te veel kennis ook in de weg kan zitten van alledaagse emoties, zoals meegevoel. Nussbaum herinnert er aan dat ze de indruk had dat haar moeder haar werk als filosofe maar ‘cold and detached’ vond.

Die indruk heeft ze met Politieke emoties en het vervolg Woede en vergeving effectief weggewerkt. De ondertitel van Politieke emoties luidt ‘Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan.’ Wanneer je Trump: The Art of the Deal leest heb je de indruk dat de ondertitel zou kunnen zijn: Waarom een samenleving niet zonder bluf kan. Nussbaum denkt dat op die liefde in haar boek wel de nodige kritiek zal komen, dat men zal zeggen dat een land meer behoefte heeft aan ‘technische calculatie, economisch en militair denken, computerwetenschap en technologie.’ Maar als een land meer behoefte heeft aan experts dan ‘aan een hart’, dan ‘kun je maar beter ergens anders gaan wonen’, schrijft ze in de laatste regels van Politieke emoties – alsof ze Donald Trump en Michael Grove voor wilde zijn.

Nussbaum en Trump zijn het dus eens over de wenselijkheid van emoties in de politieke cultuur. Emoties behoren tot de psychologie van een samenleving. Maar Nussbaum heeft het over de psychologie van een ‘fatsoenlijke’ samenleving. En een fatsoenlijke samenleving is bij Nussbaum een rechtvaardige samenleving waarin ‘gemeenschapsgevoel’ een persoonlijke deugd is die om een ‘morele inspanning’ vraagt. Het woord ‘rechtvaardigheid’ zal men in de toespraken, twitters of boeken als Trump: The Art of the Deal niet aantreffen. Daarin draait het niet om rechtvaardigheid, maar om winnen, om meer hebben dan anderen, om afgunst en wedijver. Om dat winnen veilig te stellen laat Trump de waarheid geregeld achter zich.