Op zijn vierde jaar ontmaskerde Zihni Özdil (32) Sinterklaas. Twee jaar daarvoor was hij vanuit Turkije naar het Brabantse Heusden gekomen, waar zijn vader als gastarbeider werkte in de Jonker Fris-fabriek. Hij zat nog maar een paar maanden op de kleuterschool, begreep net wat rudimentair Nederlands, toen op een dag een ‘rare snuiter binnenkwam met allemaal zwarte mensen om hem heen, ik schrok me de tyfus,’ herinnert Özdil zich.
Die ochtend hadden hij en zijn medekleuters al zwarte handafdrukken op hun tafels aangetroffen, wat de situatie nog vreemder had gemaakt: ‘Alsof zwarte mensen afgeven.’ Zijn vader, die al wat langer in Nederland was, legde hem uit wat het Sinterklaasfeest inhield. De kleine Zihni was verheugd, hij zou dus net als alle andere kinderen een cadeautje krijgen van deze man. Maar zijn vader vroeg hem: ‘Zihni, wat denk je, kan één iemand in één nacht alle kinderen in Nederland cadeautjes geven?’ Nee, dat was onmogelijk, dat snapte Zihni, en zo ontdekte hij het geheim van Sinterklaas. Hij wilde zijn klasgenoten de waarheid niet onthouden en dus wijdde hij hen in. Sinterklaas bestaat niet, het nieuws verspreidde zich razendsnel, totdat het de juf ter ore kwam.
Voor straf moest hij in de hoek zitten en een bovengemiddeld moeilijke puzzel maken. ‘Ik leerde een belangrijke les,’ zegt Özdil. ‘In Nederland moet je je mond houden als je iets zegt dat niet door de goegemeente wordt goedgekeurd.’
Is dat uniek voor Nederland?
‘Ik weet het niet, vast niet. Maar in Nederland is het in elk geval zo.’
Het lijkt me een anekdote die staat voor de rest van uw leven.
‘Nu ik erover nadenk: ja.’
Heeft u het gevoel dat u nog steeds wordt gestraft voor de dingen die u zegt?
‘Er zijn mensen die me proberen te straffen, maar het lukt ze niet.’
Alleen al het woord ‘terug’ vindt Özdil absurd.
Zihni Özdil is wetenschappelijk docent wereldgeschiedenis en promovendus aan de Erasmus Universiteit, hij heeft een column in Erasmus Magazine, maar bovenal is hij onorthodox. Niet dat hij dat zelf zo omschrijft – ‘ik benoem alleen de feiten,’ zegt hij – maar zo denken anderen over hem. Özdil heeft het op Twitter, via de mail en in debatten aan de stok met Turkse Nederlanders, PVV’ers, PvdA’ers en meer groeperingen.
Turkse Nederlanders vinden dat hij een ‘Armeniër’, een ‘landverrader’ of een ‘islambasher’ is, ‘een flikker die naar een gaybar in Amsterdam moet’. Witte Nederlanders hebben een andere boodschap: ‘Volgens jou gaat het in Nederland alleen maar slecht. Heb je niks positiefs te zeggen?’ Of: ‘Je haat Nederland, waarom ga je niet terug naar je eigen land?’
Zihni Özdil mengt zich in nogal wat discussies over nogal wat onderwerpen, maar het meest doet hij van zich spreken op het gebied van integratie en racisme. Wat het eerste betreft: hij wijst erop dat Turkse Nederlanders, in weerwil van wat vaak wordt gezegd, slechter zijn geïntegreerd dan de Marokkaanse.
Op de Erasmus Universiteit spreekt hij geregeld ambitieuze Turks-Nederlandse studenten die arts of topadvocaat willen worden, maar als hij ze vraagt hoe ze hun doel proberen te bereiken, of ze bijvoorbeeld lid zijn van een studie- of studentenvereniging om een netwerk op te bouwen, luidt het standaardantwoord: ‘Die Hollanders moeten mij toch niet, als ik klaar ben met de studie ga ik terug naar Turkije.’

‘Fuck de naar binnen gekeerde Turken.’
Hij roept de allochtonen op hun burgerschap in Nederland op te eisen. ‘Als we dat niet doen, zal er nooit iets veranderen. We kunnen wel constant wijzen naar de witte mensen, maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij onszelf.’ Allereerst moet dat woord ‘allochtonen’ in de prullenbak, de betreffende groep is gewoon Nederlands, en dat geldt ook voor de criminele Marokkaan uit Slotervaart. Dat lang niet iedereen dat beseft, heeft te maken met dat andere onderwerp waarover hij onuitputtelijk zijn visie deelt: het ‘institutioneel racisme’.
Hij bedoelt ermee dat het racisme is ingebakken in de Nederlandse maatschappij, het zit de witte Nederlanders in de haarwortels. Özdil illustreert dit graag door te zeggen dat Suriname en de Antillen vier eeuwen geleden bij Nederland kwamen en Limburg pas in 1813. ‘Dus waarom zijn Limburgers geen allochtoon? Waarom is Wilders geen allochtoon? Sorry, dat heeft te maken met ras en racisme.’
Zie hier in het kort de opvattingen van Zihni Özdil. Hij noemt zichzelf liberaal in de oorspronkelijke betekenis van het woord en geeft af op zowel links als rechts, waardoor hij zowel links als rechts in de gordijnen jaagt. Het is niet moeilijk te zien waardoor de irritatie óók wordt veroorzaakt: de manier waarop hij zich uitdrukt.
Aanhangers van het multiculturele gedachtengoed noemt hij ‘betuttelracisten’ voor wie gekleurde mensen ‘nobele wilden’ zijn, die onder het mom van integratie worden ‘weggesubsidieerd richting apartheid’. Hij spreekt over ‘linkse, doorgeschoten boerka-knuffelaars’, anderzijds heeft hij het over ‘infantiele islamofoben’, ook wel ‘de nieuwe nazi’s’, voor wie de islam bestaat uit ‘een soort donkere onmensen die op het punt staan het Avondland te onderwerpen aan de sharia’. Wat de Turkse Nederlanders betreft: ‘Fuck de naar binnen gekeerde Turken.’ Het zal hem worst zijn hoe ze over hem denken.
Zijn eerste bijdrage aan het publieke debat leverde hij in 2006, met een artikel in Erasmus Magazine over negerzoenen en Zwarte Piet. Intussen schrijft hij onder meer voor de opiniepagina van NRC Handelsblad en opinieblog Joop, stukken die soms worden vertaald en ook in het buitenland reacties oproepen. Hij schuift aan bij praatprogramma’s en actualiteitenrubrieken, en bovenal twittert hij, ja, hij twittert zich bij tijden suf.
Ten tijde van de Zwarte Piet-discussie eind vorig jaar schreef NRC-columnist Arjen van Veelen dat Özdil behoorde tot een ‘nieuwe generatie allochtone twitterintellectuelen’ die zich bezighoudt met ‘pietluttigheid’. Özdil reageerde door Van Veelen te omschrijven als een ‘autochtone fop-intellectueel die niet gehinderd wordt door enige inhoudelijke kennis van de achtergrond of de argumenten van de Zwarte Piet-critici’ – NRC Handelsblad weigerde het stuk en het verscheen op Joop.nl.
Het zal hem een worst zijn hoe ze over hem denken.
En nu komt het interessante: een aantal maanden later betuigde Van Veelen in zijn NRC-column spijt. Özdil was volgens hem nu ‘belezen, bereisd, betrokken’ en had ‘de pen van Voltaire’, waarbij hij verwees naar Özdils zinsnede dat Beatrix ‘de grootste allochtone bijstandsmoeder’ van Nederland is.
In een reactie zegt Van Veelen dat zo’n tournure niet zo opmerkelijk is, er zijn meer columnisten die zich verontschuldigen. Hoe het in dit geval zover kwam: ze hadden elkaar op Van Veelens initiatief ontmoet en ze bleken nogal wat te delen, een gymnasium¬achtergrond en een liefde voor reizen en het Verlichtingsdenken. Van Veelen begon Özdil te begrijpen en bewondering te krijgen voor zijn volharding om Nederland te veranderen.
Sterker, hij bespeurt het begin van een verandering, want nooit eerder werd op deze schaal over Zwarte Piet gepraat: ‘We lopen achter bij de Verenigde Staten waar de discussie over burgerrechten vijftig jaar geleden al werd gevoerd. Misschien gaan we dat nu inhalen.’

Özdil vertelt zijn kant van het verhaal op Tweede Paasdag. Dat is geen punt voor hem, lachend: ‘Ik doe aan geen enkele religieuze dag, ik ben seculier.’ Hij is het met Van Veelen eens: ‘Er begint iets te schuiven. Ik zie een jonge generatie Nederlanders, vooral niet-witte maar ook witte, die zegt: “We pikken het niet meer, we willen een beschaafder land.” Nu moeten we doorpakken.’
Bijna dag en nacht doet hij er het zijne aan. Zijn appartement op zevenhoog in het centrum van Rotterdam is zo kaal als het maar kan. Er staat wat meubilair in, maar afgezien van een stapeltje kranten en tijdschriften slingert er niets rond. Als Özdil thuis is, zit hij meestal in zijn studeerkamer.
Hij weet: wie iets wil veranderen, moet hard werken. In zijn vrije tijd leest hij rapporten of bladert hij door de Miljoenennota. Hij legt een database van feiten aan in zijn computer en in zijn boeken plakt hij gele papiertjes. ‘Dat moet helaas, anders word ik niet serieus genomen. Als je herhaalt wat iedereen al zegt, hoef je niets te bewijzen. Maar als je een mening hebt die buiten de gevestigde kaders ligt, moet je je goed documenteren. Bij alles wat ik zeg, krijg ik te horen: “Je overdrijft.”’
Hoe was dat voor u toen Van Veelen spijt betuigde?
‘Ik werd er bijna emotioneel van. Het zegt iets over Arjen van Veelen, dat hij een oprechte man is. De meesten doen niet zoals hij. Lees wat er over me is geschreven, wat Arjen eerst ook deed. Je kunt het niet met me eens zijn, maar in plaats daarvan word ik uitgemaakt voor…’
Twitterintellectueel.
‘Neeeee, allochtóne twitterintellectueel. Ene Hans van Willigenburg heeft een poosje geleden op The Post Online ook een denigrerend stukje over mij geschreven, waarin hij mij een “ambitieuze allochtoon” noemde. Mag ik niet ambitieus zijn? En wat heeft mijn etniciteit ermee te maken?’
Steekt u dat, die benamingen?
‘Ja, steken… Het maakt me nog ambitieuzer. Het laat zien dat je in Nederland, als je een kleurtje hebt en kritisch bent, etnisch gereduceerd wordt.’
U bent een Nederlander als u voor ons het Songfestival wint, maar een Turk als u mijn auto openbreekt. Dergelijke dingen schrijft u vaak op Twitter.
‘Exact. Dat is zo overduidelijk in alle berichtgeving, ongelooflijk zeg. En het valt niemand op, ik moet het steeds maar weer zeggen.’
U twitterde ook over een voorlichtingsboekje over Rotterdam dat u in de bus kreeg, met veel foto’s, mar op geen enkele ervan een gekleurde persoon.
‘In Rotterdam wonen 50% zogenaamde allochtonen en hoeveel staan er in dat boekje? Nul.’
Joshua Livestro, een rechtse opiniemaker, schreef: ‘Huiltweet van de dag.’
‘Het is altijd rechts dat roept: “We moeten dingen benoemen, allochtonen moeten niet in de slachtofferrol schieten.” Maar zodra je dit soort issues benoemt, zijn het diezelfde rechtse gasten die je proberen de mond te snoeren met dit soort onzinnige opmerkingen. Wat is dat nou? Ik verzin het toch niet van dat boekje?’
Is de weerstand tegen dit onderwerp de laatste jaren toegenomen?
‘Rechts kruipt zo zelf in de slachtofferrol.’
Van Veelen beschreef wat hij tot voor kort dacht over racisme: ‘Zeik niet zo.’ Volgens mij denken veel mensen er zo over. Waarom is dat?
‘De bottomline is: macht, het witte privilege. De macht is grotendeels in handen van witte, mannelijke heteroseksuelen, kijk maar naar de politiek, het bedrijfsleven, de media. Als dan een groep Nederlanders, die jij eigenlijk niet als Nederlanders ziet, gaat zeggen: “Hé, ik wil inspraak hebben in hoe mijn land eruitziet,” wordt er een muur opgetrokken. Dan ben je een allochtoon die er niet bij hoort, houd je mond, ken je plek, punt. Dat is macht.’
Is de weerstand tegen dit onderwerp de laatste jaren toegenomen?
‘Ik weet het niet, maar als het zo is, interesseert het me geen reet, ik blijf nuchter de dingen benoemen. Maar voor alle duidelijkheid: denk niet dat de zogenaamde allochtonen het leuk vinden als jij op een feestje voor de grap racistische opmerkingen loopt te maken. Alleen: ze lachen ze weg omdat er anders gedoe van komt.’
Aan wat voor racistische opmerkingen denkt u?
‘Afgelopen jaar namen twee studenten van mijn geschiedenisfaculteit me in vertrouwen, een met een Kaapverdiaanse en een met een Antilliaanse afkomst. Ze vertelden me dat ze bij een docent vaak het n-woord te horen kregen. Hij bedoelde het niet kwaad, maar hij vroeg bijvoorbeeld: “Wat vinden de negers ervan?” Ze voelden zich er zwaar door beledigd, maar ze wilden er niets van zeggen.
De ervaring leerde dat ze dan toch te horen zouden krijgen: “Je overdrijft, je ziet dingen die er niet zijn.” Daar hadden ze geen zin meer in. Ik zei: “Dat snap ik, maar we moeten geen millimeter ruimte geven. Blijf protesteren, dan gaan ze de volgende keer wel twee keer nadenken.”’
Volgens u is het institutioneel racisme begonnen tijdens de trans-Atlantische slavenhandel waar Nederland tot aan zijn nek in zat. Wat heeft het racisme van tegenwoordig met zo lang geleden te maken?
‘Historisch is het altijd zo geweest: als een groep mensen een andere groep onderdrukt, moet er een legitimatie komen. In de Middeleeuwen ontstond de demonisering van zwartheid, die met de trans-Atlantische slavenhandel over onze hele cultuur werd uitgebouwd. Vier, vijf eeuwen heeft het antizwartracisme welig getierd, via religie, kunst, literatuur, onderwijs, wetenschap – denk aan schedelmeting en eugenetica.’
Bestaat het nog steeds op zo’n ernstige manier?
‘Niet zo lang geleden had je nog Suskes en Wiskes waarin Lambiek zwarte mensen met apen vergeleek. Dat directe racisme vinden we niet meer, oké. Maar waar we nog lang niet vanaf zijn, is de institutionele doorwerking ervan.’
Wat mensen altijd in dit soort discussies zeggen: ‘Ik ben geen racist.’
‘Nederland is geen Ku Klux Klan-land, we zijn geen neonazi’s. Het racisme is onbewust, maar ik kan zat voorbeelden noemen. Mediawetenschapper Jacco van Sterkenburg heeft onderzoek gedaan naar sportverslaggeving op tv. Zijn conclusie: als in Nederland een zwarte voetballer scoort, is de commentator geneigd dat in lichamelijke termen te duiden, spierkracht, genetische aanleg, dat soort dingen. Als een witte speler scoort, praat de commentator in intellectuele termen, zoals training, strategisch inzicht. Is de sportverslaggever een racist? Nee, hij is het product van een lange geschiedenis.’
U legt een verband met onze geschiedenis, maar bestaat racisme niet in elk land?
‘Het interesseert me geen éne mal-le-moer. Ik wil Nederland, mijn eigen land, verbeteren. In Noord-Korea is het erger, ja, wat heb ik daaraan? Moeten we dan maar niks doen?’
Al die incidenten met racisme, Wilders met zijn minder Marokkanen-uitspraak, Duindorp waar de allochtonen worden weggepest, u zegt: het is niks nieuws, waarom valt iedereen erover, toch?
‘Ik snap niet waarom mensen er boos over worden. Al twintig jaar komt er uit allerlei peilingen dat 40 tot 50 procent van de witte Nederlanders liever minder allochtonen wil. Het kan maar beter open en bloot op tafel liggen, dan kunnen we het erover hebben. Daarom ben ik ook tegen al die aanklachten tegen Wilders. Je geeft hem een podium, maar bovendien: het is hypocriet. PvdA-voorzitter Hans Spekman zei in 2008: “Joden die niet willen deugen, moeten we vernederen voor hun eigen mensen.”’
Joden? Hij zei Marokkanen.
Subtiel lachje. ‘Wat is het verschil? Het is Goebbels! Het is racistische demagogie. Het hele Nederlandse politieke spectrum heeft aan racistische demagogie gedaan om stemmen te winnen, onze ombudsman constateerde dat eind vorig jaar terecht. Wilders’ uitspraak was een gouden kans geweest om die brede discussie te voeren, maar dat hebben we tot nu toe niet gedaan.’
Hoe wilt u dat we van het institutioneel racisme afkomen?
‘Er moet een bewustwordingsproces op gang komen. Toen Wilders met die minder Marokkanen-uitspraak kwam, zeiden veel mensen: “Als hij hetzelfde had gezegd over Joden, had niemand meer op hem gestemd.” Dat klopt, maar vraag je af waarom dat zo is.
Tot 1945 waren Joden in Nederland tweederangs burgers, waardoor is dat veranderd? We leren tegenwoordig overal over antisemitisme en de gruwelen van de Holocaust, gelukkig maar. Maar over antizwart racisme en de Nederlandse rol in de slavernij krijgen we nauwelijks iets mee. Daarom is het voor veel mensen een verhaal van de planeet Mars – voor witte mensen, hè? Voor niet-witte mensen is het dagelijkse kost.’
Zij maken racisme dágelijks mee?
‘Weet je, tussen de 70 en 80 procent van de uitzendbureaus discrimineert op verzoek. Als een werkgever zegt: “Ik wil geen moslims en geen zwarten,” dan houdt de overgrote meerderheid van de uitzendbureaus zich daaraan. Overal is het zo, uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt al jaren dat er een hardnekkige discriminatie is op de arbeidsmarkt, vooral in het MKB. Maar als witte geprivilegieerde persoon heb je daar geen ervaring mee, dus is het een ongeloofwaardig verhaal.’
Nederland ligt achter op de Verenigde Staten als het gaat om de strijd om de burgerrechten. De vraag is: is daar nu zoveel minder racisme dan in Nederland?
‘Natuurlijk zijn er nog steeds zichtbare gevolgen van de segregatie, maar wat daar wel is gebeurd: beschaving. Afro-Amerikanen hebben hun burgerschap opgeëist en er is niemand die nu nog tegen een zwarte Amerikaan zal zeggen: “Als je mijn tasje steelt, moet je terug naar je eigen land.”
Ik kwam in de Verenigde Staten eens een extreemrechtse Amerikaan tegen die me vroeg of ik stemrecht had. Ik zei: “No sir, I am not even a citizen.” Weet je wat deze extreemrechtse Amerikaan tegen me zei? “Well, I hope you will become one soon, welcome to America.”’
Kreeg u tranen in uw ogen?
‘Bijna wel, ja. Het was voor mij als een bliksemschicht. Welke extreemrechtse Hollander zal zoiets tegen mij zeggen, tegen een zoon van een gastarbeider?’
Ali Yazgili, een van zijn beste vrienden, had het meteen door: Zihni Özdil is anders dan de meeste andere Turkse Nederlanders. Yazgili werkte in 2008 bij het Turkije Instituut in Den Haag toen Özdil daar solliciteerde als stagiaire.
Yazgili consteerde dat Özdil geen beroep had gekozen als arts of advocaat om zijn status te verhogen, zoals veel migrantenkinderen doen. Hij had gereisd en na zijn studie maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit had hij een jaar onderzoek gedaan aan de universiteit van Michigan naar de assimilatie van Arabische Amerikanen.
Özdil werd aangenomen en werkte tot 2010 bij het Turkije Instituut. De twee mannen raakten bevriend. ‘Als je ooit een biertje met iemand wilt drinken, is Zihni de man,’ zegt Yazgili. ‘Hij is dwars en recalcitrant, maar hij heeft vooral een aangename persoonlijkheid. Hij is een beetje een grote, lompe teddybeer.’
Laatst gaf Özdil hem bij een begroeting per ongeluk bijna een kaakslag met zijn schouder. ‘Ik reageerde geïrriteerd,’ zegt Yazgili. ‘Maar toen ik zijn vrolijkheid zag, was het meteen goed. We hadden elkaar een tijdje niet gezien. “Ik heb je gemist, man,” zei Zihni.’
Özdil hoort het grinnikend aan op Tweede Paasdag. Hij wil maar zeggen: hij is in al zijn debatten niet anders dan wanneer hij een biertje drinkt. Met zijn felle uitspraken wil hij niet treiteren of stoken, zegt hij. ‘Het is misschien het effect, maar het is niet mijn primaire doel.’
Ook niet als hij voetbalsupportersrellen in verband brengt met de ‘christofascistische kruisvaarderscultuur’? ‘Dat is een parodie. Ja, kom op, wat voor discours hebben we de afgelopen jaren nou gehad? Over de islamofascistische shariacultuur, toch? Het is allebei bullshit.’
Goed, hij is anders dan andere Turkse Nederlanders. Sterker: hij ligt er volledig uit in die gemeenschap, hij wordt in de Turkse media voor Turkse Nederlanders compleet zwart gemaakt en hij is bedreigd. Het effect ervan is dat hij zich de laatste tijd minder uitlaat over Turkse Nederlanders en integratie. ‘Ik ben maatschappelijk betrokken, maar ik wil niet met een mes in mijn rug eindigen. Er lopen meer Mohammed B.-achtige types rond, en ook Breivikjes trouwens. Bekijk het maar.’

Hoe kan het dat u zo anders bent?
‘Ik denk dat het te maken heeft met mijn opvoeding. Mijn opa kwam vanuit het hart van Turkije, Anatolië, midden jaren zestig als gastarbeider naar Nederland. Hij was een simpele boer, kon net lezen en schrijven. Mijn vader was eind jaren zeventig een van de eersten uit die regio die gingen studeren, hij deed literatuurwetenschap in Ankara en andere steden.
‘De schooldirecteur zei: “Zelfs mijn dochter doet geen vwo en jij bent een allochtoon, dus je gaat het moeilijk krijgen.”‘
Maar in die tijd waren er politieke problemen in Turkije en de achterneef van mijn vader werd doodgeschoten omdat hij een linkse activist was. Mijn opa, die dat studeren van mijn vader toch al niet zag zitten, zei: “Hou op met die onzin, kom naar Nederland. Wees een echte man en ga werken.” Mijn vader deed dat, maar het was hoogst uitzonderlijk dat een gastarbeider had gestudeerd.’
Bent u vooral beïnvloed door uw vader?
‘Mijn vader is na een poos weer gaan studeren. Hij heeft in Brabant de nutsacademie gedaan, hij is leraar geworden, met steun van de sociale dienst. In 1990 zijn we verhuisd naar Rotterdam, mijn vader werd ambtenaar bij het Turkse consulaat. Mijn moeder had niet meer dan lagere school, maar allebei lieten ze merken aan mij, mijn broer en zus: jullie wonen in Nederland, dus zorg maar gauw dat je snapt wat Nederland is.
U bent terechtgekomen op het gymnasium.
‘Het standaardverhaal: volgens zowel mijn schoolprestaties als de citotoets moest ik naar het vwo, maar de basisschool wilde mij een havo-advies geven. De schooldirecteur zei: “Zelfs mijn dochter doet geen vwo en jij bent een allochtoon, dus je gaat het moeilijk krijgen. Begin maar met havo.”
Mijn vader heeft volgehouden, hij zei: “Ik weiger alles, behalve een vwo-advies, mijn zoon heeft het verdiend.” Het was een pittig gesprek, ik was erbij, maar hij heeft zijn zin gekregen.’
Daarna stuurde hij u naar het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, ook niet de eerste de beste school.
‘Hij had zich uitgebreid georiënteerd, hij zei: “Daar ga je naartoe.” Ik ben er blij om, het heeft me veel gebracht.’
U kreeg in uw jeugd nogal vaak te horen dat u een kut-Turk was, heb ik begrepen.
‘Ik ging veel om met witte jochies, maar zodra ik ruzie met ze kreeg, was ik een kut-Turk. Op een gegeven moment wen je eraan, ik werd ook uitgescholden voor nerd omdat ik bijna dagelijks in de bibliotheek zat. Ik vond het prachtig, al die boeken.
Ik moet zeggen, ik heb lang gedacht: wat zeuren die allochtonen toch over discriminatie, werk maar wat harder en anders is het je eigen schuld. Ik zat op het gymnasium, ik vond mezelf heel wat. Maar wat gebeurde er? Toen ik op mijn vijftiende voor het eerst uitging, met m’n witte gymnasiastenvriendjes, haalde de uitsmijter mij uit de groep. Ik mocht niet naar binnen. Ik schrok me kapot. De rest had een leuke avond en ik moest alleen naar huis.’
Gebeurt dat echt zo veel als wordt gezegd, donker uitziende mensen die worden geweigerd?
‘Ik kan nog steeds niet uitgaan op veel plekken en ik heb nooit een bontkraag gehad, geen strafblad, niks… De laatste keer gebeurde het in een tent in Rotterdam waar ik elke week met mijn vrienden van de studievereniging kwam. Eén keer was ik tien minuten te laat, kwam ik niet binnen. Dus ik bel m’n vrienden, die boos naar buiten liepen, we zijn ergens anders naartoe gegaan. Weet je wat m’n vrienden vertelden? Vlak voor mij stond er een dronken Brabander in zwembroek voor de deur. Die mocht wel naar binnen.’
Uw ouders zijn teruggegaan naar Turkije, waarom?
‘Mijn vader ging in 2006 met vervroegd pensioen, hij is teruggegaan. Hij was dat altijd al van plan. Mijn ouders zijn in dat jaar gescheiden, wat wil je, ze zijn met elkaar getrouwd toen ze elkaar amper kenden, zoals dat nog steeds vaak gebeurt in Turkije. Ze hadden eigenlijk helemaal niks met elkaar.’
Hadden ze een slecht huwelijk?
‘Er was vaak ruzie en gedoe. Mijn moeder reist nu op en neer tussen Nederland en Turkije. Als ze in Turkije is, woont ze wel bij mijn vader. Ze houden de gezinssituatie in stand voor mijn zusje, een nakomertje van dertien. Ze zitten in Izmir, mijn zusje heeft het er geweldig naar haar zin. We missen elkaar, maar het gaat haar goed, ze is de beste van de klas.’
Had u altijd een betere band met uw vader dan met uw moeder?
‘Eerlijk gezegd wel. Ik heb met mijn vader een band op intellectueel niveau, met mijn moeder was de band meer emotioneel, maar dat is weggeëbd. Ik vertel haar wat ik doe, maar ze snapt er niets van en ik kan het ook niet uitleggen. Ik hou van haar, maar haar enige graadmeter voor succes is: kleinkinderen. Ze vraagt me voortdurend: “Wanneer ga je trouwen?”’
Ja, vertel eens, wanneer is er een huwelijk?
‘De leuke meiden zijn bezet.’
Ik heb begrepen dat u graag een Kennedy wilt.
Hij begint keihard te lachen. ‘Komt dat ook in dit artikel? Dat is een grapje, hoor, ik heb het wel eens tegen Ali gezegd nadat ik de biografie van Arnold Schwarzenegger had gelezen. Die kwam uit een derderangs boerendorp in Oostenrijk en werkte zich op tot gouverneur in de VS. Hij zag het als een onderdeel van zijn carrière om met iemand te trouwen uit een welgestelde familie. Ach ja, ik heb nooit lange relaties gehad.’
Bij een relatie hoort dat je compromissen kunt sluiten, kunt u dat?
‘Ik ben geen makkelijk iemand, daar ben ik eerlijk over. Ik ben wel heel lief, hoor. Maar eh, dat over trouwen met een Kennedy is echt een grap.’
O.
‘Ja, misschien is het geen grap, ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik een vriendin moet hebben die mij aankan. Zijn er nog andere vragen?’
Liever weer een vraag over racisme? Ik wil graag weten of u wel een beetje leeft. U zit voortdurend met uw neus in de boeken en rapporten.
‘Ja… Dat is wel een punt. Sinds ik me meng in het publieke debat ga ik nauwelijks meer op vakantie, ik wandel niet langs het strand. Ik hield van hardlopen, maar dat doe ik niet meer. Ik ga weinig uit. Het eerlijke antwoord is denk ik: nee, ik leef niet genoeg.’
Ik zag dat u zich Eerste Paasdag weer eens suf heeft getwitterd. Is dat nou leuk?
‘Dat is een goeie vraag. Het klinkt melodramatisch, maar ik voel me wel eenzaam. Elke week heb ik debatten en lezingen, ik schrijf artikelen, ben bezig met mijn colleges en mijn proefschrift. Ik vind het leuk, maar soms zit ik hier op de bank en denk: nu zou ik wel iemand willen knuffelen.’
Betekent Turkije nog iets speciaals voor u?
‘Het is een deel van mijn erfgoed, ik heb er een bovengemiddelde interesse in en promoveer op de secularisering van Turkije. Maar als ik eerlijk ben: ik bekommer me veel meer om Nederland. Met andere woorden: ik voel me meer betrokken bij Nederland, ik hou van dit land.’
Waarom is dat bij andere Turkse Nederlanders blijkbaar zo anders?
Hij wordt weer fel: ‘Ik neem het die linkse geitenwollensokkenfiguren, die grachtengordeltypes echt fokking kwalijk. Ze hebben jarenlang al die foute Turkse clubs in Nederland gestimuleerd, gefaciliteerd, gesubsidieerd onder het mom van: diversiteit en integratie.’
De leden ervan worden geïndoctrineerd?
‘Volop, man! En niet alleen door religieuze gasten, ook doorseculiere Turken. Ze worden in de houdgreep gehouden van het nationalisme en horen dag in dag uit dat ze eigenlijk geen Nederlander zijn maar Turk.’
Wordt dat gezegd?
‘Ja! Er zijn bijvoorbeeld tientallen illegale Turkse internaten in Nederland. Wie zitten erachter? De Süleymanci-beweging, de Gülen-beweging en Milli Görüs, allerlei foute clubs uit het land van mijn opa. Turken in Nederland leven compleet gesegregeerd, maar bijna niemand weet dat, want integratie wordt meestal afgemeten aan de mate van overlast die een groep veroorzaakt. Maar als je je afvraagt hoeveel Turken in Nederland naar de Turkse televisie kijken, hoe groot hun taalachterstand is en hun schooluitval, dan scoren ze volgens het Sociaal Cultureel Planbureau al jaren overal hoger op dan Marokkanen.’
U bent anderhalf jaar bezig met uw promotieonderzoek, wat gaat u daarna doen?
‘Het liefst wil ik een academische carrière in de VS. Maar mocht dat niet lukken, dan blijf ik in Nederland.’ Hij lacht: ‘Dan word ik de eerste Obama van Nederland.’
U wilt hier de eerste Turkse premier worden?
‘Geen Turkse premier, Nederlandse premier.’
Toen ik het zei, wist ik al dat ik de fout inging.
‘Ik weet niet of Nederland er over een poos rijp voor is. Toen Aboutaleb burgemeester van Rotterdam werd, stond het hele land op zijn kop. Het hangt er dus vanaf: gaan we nu doorpakken of niet.’


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.