IJdeltuit, prutser, woordenbreier op circusschoenen: het hagelde de afgelopen maanden kritiek op Hugo de Jonge, de man die als coronaminister verantwoordelijk was en is voor de ellende in de verpleeghuizen, het falende testen, de mislukte fieldlabs en het zwalkende vaccinatiebeleid. Met zijn loze beloften, grootspraak en onnavolgbare beslissingen zou hij volgens zijn felste critici in de Kamer en op de sociale media een puinhoop van het coronabeleid hebben gemaakt, met reusachtige economische en maatschappelijke schade en zelfs onnodige doden tot gevolg.

Welbeschouwd is het een wonder dat De Jonge het al die maanden heeft volgehouden, waar zijn voorganger Bruno Bruins al binnen vier weken aan de spanning bezweek.

Maar afgelopen week kreeg De Jonge opeens de wind mee, na al die maanden van onbarmhartige kritiek. Samen met Mark Rutte maakte hij bekend dat de gehate avondklok eindelijk wordt afgeschaft, dat er thuis weer twee mensen op bezoek mogen komen en dat de winkels en de terrassen binnenkort weer voorzichtig open kunnen, ondanks de volle IC’s: een moedige beslissing, tegen de bezorgde adviezen van het OMT in.

Bovendien – en dat was misschien nog de grootste opsteker na de paniekerige ophef rond AstraZeneca – meldde De Jonge deze week dat het vaccin van Janssen na een gematigd positief advies van de EMA per direct zal worden ingezet, zonder een oordeel van de Gezondheidsraad af te wachten: nóg een besluit met risico’s, maar met een wenkend perspectief.

op stoom

Want nu het vaccineren eindelijk op stoom begint te komen, ziet het ernaar uit dat De Jonge mede door de inzet van het Janssen-vaccin zijn grootste belofte van de afgelopen tijd gaat waarmaken: dat iedereen die dat wil voor 1 juli een eerste vaccinatie zal krijgen. Wie goed oplette kon het goede nieuws al zien komen toen de coronaminister afgelopen zondag in opperbest humeur op zijn racefiets bij het Catshuis arriveerde. Hugo de Jonge speelt hoog spel, maar als zijn gok goed uitpakt en de besmettingen en IC-opnames inderdaad de komende weken gaan dalen en de samenleving stapsgewijs van het slot gaat, kan je er donder op zeggen dat de publieke waardering voor de verguisde minister navenant zal stijgen.

Zo werkt het in het protestantse Nederland: uiteindelijk is er altijd sympathie voor wie laat zien dat ie dapper doorgaat, ondanks alle tegenstand.

Want dat is hoe het werkt in het protestantse Nederland: uiteindelijk is er altijd sympathie voor wie laat zien dat ie dapper doorgaat, ondanks alle tegenstand, en zeker als de noeste arbeid ook nog tot resultaten leidt. Ik hoorde het mijn moeder van de week al zeggen, nadat ze met mijn hoogbejaarde vader een tweede prik van Pfizer had gekregen van ‘alleraardigste, aandachtige mensen’ van de GGD in Zutphen: ‘Ik vind dat Hugo de Jonge het heel goed doet. Hij gaat toch maar dapper door, ondanks al dat geklaag.’

kamp-hoekstra

Dat besef begint nu ook bij het CDA door te dringen. Lange tijd werd daar Wopke Hoekstra gezien als de grote favoriet voor het partijleiderschap, en Hugo de Jonge als tweede keus. Maar vorig jaar juni haakte Hoekstra plotseling af, tot verbijstering van de gehele partij, inclusief Hugo de Jonge, die het lijsttrekkerschap graag aan zijn rivaal had overgelaten. Met tot gevolg dat De Jonge zich alsnog genoodzaakt zag de kandidatuur op zich te nemen, en dat ook het onstuitbare Kamerlid Pieter Omtzigt zich kandidaat stelde.

De Jonge haalde zo’n nipte overwinning op Omtzigt dat het kamp-Hoekstra zich vrij voelde maandenlang aan de stoelpoten van de lijsttrekker te zagen, waarna De Jonge in december de handdoek in de ring gooide. De Jonge verklaarde dat zijn taken als coronaminister bij nader inzien niet verenigbaar bleken met het lijsttrekkerschap, maar volgens ingewijden had het heel anders kunnen lopen als De Jonge zich wél massaal gesteund had gevoeld.

Lees ookDrie maanden op pad met Wopke Hoekstra, de kroonprins van het CDA16 december 2019

Vervolgens verscheen Wopke Hoekstra, de gedroomde premier, alsnog op het toneel. Maar de campagne kwam niet op gang, Hoekstra wist – door onwil of onvermogen – geen verbond te sluiten met stemmenkanon Omtzigt, bij de televisiedebatten bleek de oud-consultant nauwelijks opgewassen tegen zijn rivalen. Ook kwam Hoekstra bij de verkiezingen niet in de buurt van Mark Rutte, de man die hij had moeten verslaan.

Zulke tegenslag zou je karaktervormend kunnen noemen voor een man die alles tot nu toe mee heeft gehad: een onbezorgde jeugd, een studie in Leiden waar hij het bracht tot preses van het studentencorps, een opleiding op het prestigieuze INSEAD, een glanzende carrière bij McKinsey, een ministerschap op Financiën en een partijleiderschap dat hem in de schoot werd geworpen.

Het lijsttrekkerschap van Hugo de Jonge had de christendemocraten heel wat ellende kunnen besparen.

Maar het is de vraag of Wopke Hoekstra de tijd gegeven is om straks, gelouterd door de tegenslagen in dit verkiezingsjaar, alsnog het premierschap van Mark Rutte over te nemen, zoals zijn vertrouwelingen nog steeds hopen. Want de CDA-leider heeft steeds meer last van de twijfel die door zijn plotselinge afhaken in juni vorig jaar en de onverwachte opkomst van Pieter Omtzigt werd gezaaid: waar staat het CDA van Hoekstra eigenlijk voor? Werkt hij überhaupt wel samen met Omtzigt, de man om wie niemand meer heen kan sinds hij 350.000 voorkeurstemmen haalde?

chaos

De chaos werd alleen nog maar groter door de onthulling deze week van RTL Nieuws dat Hoekstra zelf in de ministerraad heeft deelgenomen aan gesprekken over kritische Kamerleden die in toom gehouden moesten worden. Daarbij zou de minister van Financiën hebben gezegd dat hij had geprobeerd Omtzigt te ‘sensibiliseren’, maar dat dat niet was gelukt. Prompt riep de oppositie om een spoeddebat om ook Hoekstra op de grill te leggen. En vervolgens schreven twintig CDA-afdelingen een brandbrief aan het partijbestuur en de Kamerleden waarin ze partij kiezen voor Pieter Omtzigt, die een verklaard tegenstander is van toetreding tot een kabinet met Mark Rutte als premier – in tegenstelling tot Wopke Hoekstra, die zich tot dusver op de vlakte houdt.

Zo worden de verhoudingen tussen de eerste en de tweede man van het CDA er niet beter op, middenin een heidens ingewikkelde kabinetsformatie.

Nu Hoekstra zo zwaar onder vuur ligt, ving ik van de week op dat binnen het CDA het besef begint door te dringen dat Hugo de Jonge achteraf misschien toch niet zo’n slechte keus was voor het lijsttrekkerschap, dat hij tenminste wél met Pieter samenwerkte, en dat de partij hem het afgelopen jaar best wat enthousiaster had mogen steunen.

Dat had de christendemocraten heel wat ellende kunnen besparen.