Temidden van het rumoer over het klimaatakkoord, dat zoals gebruikelijk in dit kruideniersland vooral draaide om de vraag: wie moet het allemaal betalen? – schreef oud-PvdA-leider en energie-expert Diederik Samsom afgelopen week een glasheldere column in de Volkskrant. Na een maandenlange campagne van De Telegraaf en Elsevier tegen de veronderstelde ‘klimaatgekte’ met koppen als: ‘KLIMAATKASSA. Waslijst groene ingrepen plundert portemonnee van de burger’ stelde Samsom zichzelf de vraag hoe groots, revolutionair, onhaalbaar en onbetaalbaar de klimaatdoelen eigenlijk zijn.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Wat zit er achter de Nederlandse onthulling over de Russische raketten?25 januari 2019

Het antwoord van de oud-PvdA-leider, die als voorzitter van de ‘sectortafel Gebouwde Omgeving’ van het Klimaatberaad nauw bij de klimaatplannen betrokken is, komt erop neer dat de soep lang niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Het verduurzamen van alle zeven miljoen woningen voor 2050, stelt hij, betekent één verbouwing per woning in dertig jaar, die ook nog eens wordt terugverdiend met een lagere energierekening. De woningcorporaties hebben bovendien in het Klimaatakkoord vastgelegd dat na het verduurzamen van de huurwoningen de lasten voor de huurders per saldo niet zullen stijgen. Elektrische auto’s zullen al in 2025 goedkoper zijn dan die op benzine.

En de nationale kosten van de klimaatplannen – oplopend tot 2 à 3 miljard per jaar in 2030 – worden ruimschoots gecompenseerd door de groeiende welvaart: naar verwachting meer dan 150 miljard in dezelfde periode. Wat de verdeling van de kosten tussen de burger en de industrie betreft – het heetste hangijzer in het klimaatdebat: die blijft volgens Samsom de komende jaren ruwweg hetzelfde. En de vermaledijde ‘gasbelasting’ gaat naar verwachting zelfs voor een kleine lastenverlíchting zorgen, vooral voor lagere inkomens, omdat elektriciteit lager wordt belast.

Zorg over klimaatplannen

Blijft de vraag waarom veel burgers, opgejuind door De Telegraaf en Elsevier en rechts-populistische partijen als de PVV en Forum voor Democratie, zich toch zo druk maken over de klimaatplannen. Volgens Samsom heeft het kabinet de ophef aan zichzelf te wijten door de grote woorden die ook premier Mark Rutte sinds het aantreden van de nieuwe regering gebruikte, zoals ‘het groenste kabinet ooit’, en ‘de grootste transformatie sinds de Wederopbouw’: zie de impact van de plannen dan maar eens te relativeren.

Wat de verdeling van de kosten tussen de burger en de industrie betreft: die blijft volgens Samsom de komende jaren ruwweg hetzelfde.

Maar de belangrijkste oorzaak van het maatschappelijk protest bleef in Samsoms column buiten beschouwing, namelijk dat de politiek het klimaatprobleem de afgelopen decennia stelselmatig heeft veronachtzaamd, en niet de moed heeft opgebracht zelfs maar te probéren de burger te overtuigen van het belang van een duurzame transitie. Toen de PvdA in de vorige periode nog met de VVD in de regering zat, gaf ook Diederik Samsom zelf (vanwege zijn actieverleden bij Greenpeace ook wel bekend als ‘Groene Diederik’) – weinig ruchtbaarheid aan zijn inspanningen voor duurzaamheid, waardoor weinig mensen wisten dat hij als PvdA-leider op de achtergrond intensief betrokken was bij het Energieakkoord dat in 2013 met allerlei maatschappelijke partijen werd gesloten.

Groene ‘dagdromen’

Toen ik hem niet lang daarna in Vrij NederlandLees ookInterview: Diederik Samsom7 juli 2014vroeg waarom hij zijn inzet voor duurzaamheid en groene energie niet met meer elan presenteerde, verklaarde Samsom dat je met zulke kwesties verder komt in dit gepolariseerde politieke landschap als je ze niet politiseert, maar er in stilte aan werkt. ‘Ik hou maar één ding in gedachten: niet dat ik nu stoer in de krant sta met een plan, maar dat ik ergens in 2025 aan mijn dochter wil kunnen laten zien dat we het voor elkaar hebben gekregen.’

Probleem is alleen dat geen mens wist wat Samsom allemaal voor elkaar kreeg in de coalitie, ook voor duurzame energie – waarna de PvdA zwaar werd afgestraft bij de verkiezingen van 2017.

Nu wreekt zich het zwijgen van de politiek zich opnieuw. Sinds het Akkoord van Parijs van 2015 weten alle verstandige politici dat een stevig klimaatbeleid onontkoombaar is. Maar tijdens de verkiezingscampagne in de aanloop naar het huidige kabinet hielden vrijwel alle politieke partijen hun mond over duurzaamheid, vanuit de gedachte dat je daar geen stemmen mee zou kunnen trekken. CDA-leider Sybrand Buma trok in plaats daarvan fel van leer tegen de groene ‘dagdromen’ van GroenLinks-aanvoerder Jesse Klaver, die ‘nachtmerries voor de Nederlanders’ zouden zijn.

En bij de VVD werd de constatering dat klimaatverandering kon leiden tot ‘stijgende zeespiegels en hevige regenbuien’ te elfder ure uit het verkiezingsprogramma geschrapt: de VVD presenteerde zich liever als ‘vroemvroem-partij’ om de boze burger niet tegen de haren in te strijken. Alleen Gert-Jan Segers van de ChristenUnie durfde tijdens één van de verkiezingsdebatten over het klimaat te beginnen, waarna hij van Mark Rutte te horen kreeg dat Nederland niet harder moet willen lopen dan Europa.

Angst voor de boze burger

In het nieuwe kabinet kozen VVD en CDA voor dezelfde strategie als in 2013 bij het Energieakkoord: de plannenmakerij voor het klimaat overlaten aan maatschappelijke partijen, en vooral je nek niet uitsteken om de kiezers van de noodzaak van de duurzame transitie te overtuigen. Dat lieten ze lafjes over aan coalitiepartners D66 en ChristenUnie. Geen wonder dat burgers zich boos maken nu ze opeens met een serie klimaatmaatregelen worden geconfronteerd, hoe verstandig die voorstellen op zichzelf ook zijn. Het is een pijnlijke paradox: door uit angst voor de boze burger jarenlang te zwijgen over het klimaatprobleem, heeft de politiek de woede over de klimaatplannen over zichzelf afgeroepen.