Op 2 februari zal de VS de stekker uit het INF-verdrag trekken, daar twijfel ik niet aan.

Dat verdrag verbood het testen en plaatsen van raketten met een bereik van 500-5500 km. In 1987, toen Reagan en Gorbatsjov het sloten, hadden China en andere landen niet of niet veel van dergelijke raketten, dus die deden niet mee. Nu tellen China en India en nog een handvol andere landen op dit vlak wel mee, dus is er een gemeenschappelijk probleem. Maar wat ook speelt is dat de VS en Rusland elkaar ervan beschuldigen het INF-verdrag te schenden. De Amerikaanse beschuldiging luidt dat de Russen een illegale kruisraket, de SSC-8, hebben opgesteld. Dat ontkennen de Russen en zij stellen er tegenover dat de raketafweersystemen die de Verenigde Staten in Roemenië en Polen opstellen met kleine ingrepen geschikt zijn om kruisraketten met een verboden reikwijdte op Rusland af te vuren. Tamelijk vergezocht, ook verdrag-technisch nog geen schending, maar het is ook weer niet ondenkbaar.

Sinds 2014 hebben de Verenigde Staten bij de Russen officieel geklaagd, en ze menen sinds 2015 wel 100 procent zeker van hun zaak te zijn. In de discussie over het INF-conflict gaan de politici en media meestal voorbij aan de vraag wie er precies gelijk heeft, en wordt gemakshalve overgegaan tot de vraag ‘en wat nu?’.

Niet helemaal onbegrijpelijk, het is misschien beter om te constateren dat een verdrag van dertig jaar oud sowieso eens even goed tegen het licht moet worden gehouden. De wereld heeft niet stil gestaan en actualisering is geen luxe. Beschuldigingen over en weer, eindeloos gehakketak over de bepalingen uit en mazen in de verdragstekst, dat is tijdrovend, vermoeiend en sfeerbedervend. Het eindigt meestal in een onbevredigend jij-bakken, zelden in een overtuigend ‘sorry’ van die zwartgemaakte partij.

In de discussie over het INF-conflict gaan de politici en media meestal voorbij aan de vraag wie er precies gelijk heeft.

Constructief wantrouwen

De journalist krijgt op dit punt nooit helemaal zijn zin, want een beroep op de nationale veiligheid of de modus operandi van inlichtingendiensten is doorslaggevend: het bewijs is geheim. We moeten maar geloven wat er wordt beweerd. Ik wil best aannemen dat Rusland de boel belazert en een verboden raket heeft opgesteld, maar elk stuk dat begint met (en niet kritische vragen stelt bij) deze bewering behoort meteen in de prullenbak gegooid te worden. De aangewezen methode moet die van ‘constructief wantrouwen’ zijn, in plaats van de zoete koek te slikken die regeringen ons serveren.
Lees ookMeer Macht op vrijdag: Hoe de politiek de woede over de klimaatplannen over zichzelf afriep25 januari 2019
In 2007 deden Rusland en de VS al (nota bene gezamenlijk!) een voorstel in de VN-Veiligheidsraad om het INF-verdrag te multilateraliseren, dat wil zeggen te vernieuwen en landen als China er ook bij te betrekken. Dat valt gewoon na te lezen op de site van het State Department van de VS. Dat voorstel redde het niet, maar verraadt wel dat beide partijen er ruim tien jaar geleden al genoeg van hadden. Alle verontwaardiging nu over schending van het INF-verdrag moet wel in dat licht worden gezien.

Militair machtsvertoon

Vorig jaar juli verzekerde generaal Paul Selva (tweede man in de Joint Chiefs of Staff, het militaire adviesorgaan van de Amerikaanse overheid), in de Senaat dat de VS de Russische SSC-8 eenvoudig kon pareren met atoomwapens die niet door INF verboden waren, namelijk vanuit zee of vliegtuigen. Dat is de ‘Aziatische’ atoomparaplu die de Verenigde Staten landen als Zuid-Korea en Japan bieden, maar Europa heeft dat nooit geloofwaardig genoeg gevonden. In de jaren 80 van de vorige eeuw wilden de Europese Navo-leden een land-based deterrent in de vorm van Pershing II-raketten en kruisvluchtwapens bij onder andere Woensdrecht, waaraan we op de valreep ontkwamen door het INF-verdrag van Reagan en Gorbatsjov.

Dat de Russen intussen olie op het vuur gooiden door atoomwapens in de exclave Kaliningrad (niet de gewraakte SSC-8 kruisraket, maar in de propaganda werd dat vaak wel gezegd) op te stellen, vroeg om tegenmaatregelen, want de Baltische steden en Berlijn en Warschau worden er terecht nerveus van. Toch kan Navo-artillerie deze exclave met conventionele artillerie onder schot houden. Geen geruststellend scenario, maar wel iets voor een diplomatieke ruil.

En versprak de Amerikaanse ambassadeur bij de Navo, Kay Bailey Hutchison, zich op 2 oktober jongstleden toen ze doodleuk zei dat de VS ‘might take out’ elke Russische raket die de Navo bedreigde? Ze haastte zich de dag erop toe te lichten dat ze geen preventieve oorlog had bedoeld, maar de boodschap was weer: we kunnen het varkentje militair wel wassen.

Twee dagen later, tijdens een Navo-top in Brussel, gaf de toen nog in dienst zijnde minister (van Defensie) Jim Mattis de Navo-bondgenoten twee maanden de tijd om met goede ideeën te komen om de Russen van hun dwaling te doen terugkeren, want het geduld van de VS was eindig en op 4 december zouden er knopen doorgehakt worden.

Eigenstandige ontdekking

Donald Trump en zijn Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton dachten daar blijkbaar anders over, want zij kondigden eind oktober al de terugtrekking uit het INF-verdrag aan. Eigenlijk was de denkpauze die Mattis de Navo-landen nog gegund had daarmee doorkruist. Zelfs Bolton was verrast door de impulsiviteit van Trump. Hij reisde nog haastig naar Moskou om de beslissing van Trump ‘toe te lichten’.

Dat de Russen intussen olie op het vuur gooiden door atoomwapens in de exclave Kaliningrad op te stellen, vroeg om tegenmaatregelen.

De Navo – inclusief Mattis – kon weinig anders doen dan geërgerd in de Witte Huis-agenda berusten en 4 december afwachten, al loste Navo-secretaris-generaal wel een schot voor de boeg door te verklaren dat herhaling van de jaren 80 niet de bedoeling was en dat plaatsing van Navo-atoomraketten op het Europese vaste land heel onwaarschijnlijk was. Ook mensen als oud-Navo-chef Jaap de Hoop Scheffer zeiden dit in het openbaar.

Toen gebeurde er iets opvallends. Een week vóór de Navo-vergadering in Brussel stuurde de Nederlandse regering een INF-brief aan de Tweede kamer waarin letterlijk stond: ‘Inlichtingen bevestigen nu dat Rusland het INF-verdrag schendt: Nederland kan eigenstandig bevestigen dat Rusland een grondgelanceerd kruisvluchtwapen heeft ontwikkeld en op dit moment introduceert (de zogenaamde 9M729; door de NAVO ook wel als SSC-8 aangeduid) met een bereik van meer dan 500 km, hetgeen onder het INF-verdrag verboden is. Deze constatering zal de basis vormen voor verdere Nederlandse standpunten over dit onderwerp.’

Een verrassend staaltje van het kunnen van de Militaire Inlichtingendienst, dat door de andere Navo-landen met enige verwondering en in elk geval interesse werd ontvangen. Want de Nederlandse verklaring betekende in elk geval dat de vergadering waarin knopen zouden worden doorgehakt, 4 december dus, niet van de blauwe ogen van de Amerikanen alléén afhankelijk zou zijn.

Verboden wapens

Hoewel, het bewijs voor de Russische schending dat de Verenigde Staten zelf – in het openbaar – leverden was omzichtiger. Op 30 november verklaarde de hoogste man van de Amerikaanse Inlichtingendiensten, Dan Coats, dat twee verschillende testen die op zichzelf niet verboden waren in combinatie tot geen andere conclusie dan ‘verboden’ konden leiden. Er was namelijk sprake van een toegestane test vanaf de grond met een korte afstand en een toegestane (van zee) test van dezelfde kruisraket met een lange afstand.

Ook de Congressional Research Service, het onderzoeksbureau van het Congres, dat stelselmatig de ontwikkelingen rond INF bijhoudt, signaleert een zeer ‘dynamische’ vaststelling van de Russische schending en houdt het bij de combinatieredenering à la Coats. Het bureau verwijst expliciet naar onderminister Rose Gottemoeller die in het openbaar spreekt van ‘geaccumuleerde’ informatie en niet van het waarnemen van een ‘single or even a few’ tests met de verdachte kruisraket. Wat ook niet uitsluit dat Nederland met haar eigenstandige vaststelling hetzelfde bedoelde, maar desondanks de indruk wekt dat we de inlichtingendiensten in de VS minstens evenaren of zelfs de baas zijn.

Ook prikkelt de vraag waarom Nederland toch die term ‘eigenstandig’ is gebezigd. Dat woord wekt de indruk dat Nederlandse inlichtingendiensten onafhankelijk van zusterdiensten tot het waarnemen van Russische verdragsschendingen in staat zijn.

‘Eigenstandig vaststellen’ is sinds de door George W. Bush op valse gronden begonnen oorlog in Irak en de Nederlandse politieke steun daarvoor een trauma, pardon, dogma geworden. Het klinkt wat flauw, maar ‘eigenstandig’ bestaat linguïstisch niet: de encyclopedie geeft nul definities, Van Dale leert dat de term ‘geen resultaat’ biedt en zelfs het puzzelwoordenboek geeft geen oplossing.

Ook prikkelt de vraag waarom Nederland toch die term ‘eigenstandig’ is gebezigd.

Maar laten we het op onafhankelijk houden, want dat is toch de meest frequente vertaling in het Engels. (In het Duits overigens eerder in ‘eenzaam’ of ‘hulpeloos’ dan ‘unabhängig’, maar dat zullen Blok en Bijleveld niet hebben bedoeld). Een hoge bron op Defensie beaamt de twijfel, maar hier stopt de zoektocht naar het bewijs, want ‘GEHEIM’, dus we kunnen niet controleren wat de regering ons doet geloven.

Ruimte voor manipulatie

Wel verantwoord lijkt de conclusie dat het knap lastig is om een schending vast te stellen en dat de verdragstekst uit 1987 ruimte laat voor manipulatie. In elk geval schaarden de Navo-ministers van Defensie zich op 4 december eensgezind achter Mike Pompeo en stelden de Russen in gebreke. Ook waren ze eensgezind in hun eis dat de Russen binnen uiterlijk 60 dagen back in compliance zouden zijn, omdat de VS zich anders niet meer aan het verdrag zou houden.

De Washington Post beweerde op 4 december dat het ultimatum een uitstelcadeautje aan Merkel en de andere bondgenoten was, want een memo van John Bolton had al ‘onmiddellijke’ uittreding uit het INF-verdrag bevolen en ook ’to develop and deploy ground-launched missiles at the earliest possible date.’

De Russen kwamen begin deze week nog (expliciet) met de bewering dat hun kruisraket iets minder ver vliegt dan de verboden 500 kilometer-grens. Maar dat komt nu te laat en gaat bovendien niet in op de inmiddels opgeschroefde eis dat de raket op 2 februari zal moeten zijn vernietigd.

Op 2 augustus, zes maanden later, is het dan verleden tijd.

De vraag is of Nederland met het ‘eigenstandig’ vaststellen van de schending, twee dagen voor de verklaring van Coats, eenzelfde combinatielogica als de VS had toegepast, dan wel een test heeft waargenomen die Coats niet kon of wilde presenteren. Een een-tweetje kan ook niet worden uitgesloten: Nederland bewees de VS vlak voor de Navo-vergadering een dienst. En, als het eerste het geval is, waarom het Nederlandse ‘succes’ dan niet met dezelfde omzichtigheid als dat van Coats is gepresenteerd.

Zonder iets te willen afdoen aan de capaciteit van de Nederlandse inlichtingendiensten kan toch wel gezegd worden dat de Nederlandse claim heel erg op het goede moment kwam, en zelfs rook naar iets waartoe de VS niet in staat was, of wilde zijn.