Een film als Gangsterdam is dé manier om meer Franse tieners naar Amsterdam te lokken.

Afgelopen woensdag ging de film Gangsterdam in première in Frankrijk, een bombastische misdaadkomedie over een timide rechtenstudent die per ongeluk in een drugsdeal in Amsterdam verzeild raakt, omdat hij indruk wil maken op een knap studiegenootje. Het leek me niet bepaald een goede film, maar Gangsterdam is ook niet bedoeld als goede film. Omdat het bovendien onweerstaanbaar fascinerend is om je eigen land terug te zien in buitenlandse producties, ging ik er die avond heen. Ik belandde in een halflege bioscoopzaal waar het rook naar stoffig tapijt en goedkope hotelkamer (klaar om opgewonden dingen te fluisteren als dat is Amsterdam niet, dat is Utrecht! of Zo spreekt je godverdomme helemaal niet uit!).

Gangsterdam was inderdaad belabberd. Op de beste momenten had de film een Dick Maas-achtige charme, op de slechtste momenten was hij pijnlijk homofoob, misogyn en racistisch. De hoofdpersoon leert dat hij uit zijn friendzone’ komt door vooral flink gewelddadig en gemeen te zijn, zijn beste vriend ratelt over een coole verkrachting terwijl ze naar een naakte vrouw in haar woonboot gluren, de slechterik wordt in een hilarisch bedoelde scène gedwongen zijn stevige bodyguard te pijpen (want kennelijk is er niets zo vernederend als homoseksuele seks). In de Franse media vraagt men zich inmiddels hardop af waarom Gangsterdam geen leeftijdsrestrictie heeft gekregen – vooral omdat hoofdrolspeler Kev Adams erg populair is onder Franse tieners.

Desondanks staat Amsterdam er in de film goed op. De bomen zijn diepgroen en lommerrijk, de grachten zonovergoten en keurig schoongeveegd, Rutger Hauer is er de prachtig verrimpelde baas van de onderwereld en elke prostituee draagt een visnettruitje en een gewillige glimlach. De NS Intercity heeft een buffetwagon. Er komt geen nepgracht of nep-Nederlands bij kijken.

Zelden kwam Nederlandse cultuur zo waarheidsgetrouw naar voren in een buitenlandse film.

Dat is ongetwijfeld voor een groot deel te danken aan het Nederlandse Filmfonds, dat hielp bij de productie van Gangsterdam. Het fonds investeerde 530.000 euro in de film. De Nederlandse bijdrage vertaalt zich in ieder geval in een prostituee die plotseling Ik Voel Me Zo Verdomd Alleen begint te zingen en twee bodyguards die een dialoog in het Nederlands voeren over een scheet die naar kool en rode uien ruikt. Gangsterdam mag dan matig zijn; zelden kwam Nederlandse cultuur zo waarheidsgetrouw naar voren in een buitenlandse film.

De dag na de première las ik in NRC een artikel over NBCT Holland Marketing (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen), een zelfstandige stichting die momenteel probeert de culturele toerist door heel Nederland te verspreiden, om onder andere het centrum van Amsterdam een beetje te ontzien. Nu het aantal toeristen nog sneller stijgt dan voorzien, wordt het steeds benauwder tussen het Museumplein en het Anne Frankhuis, dus is het zaak om ook Friesland en de Achterhoek tot trekpleisters op te kalefateren.

Ik dacht aan Gangsterdam en de talloze Franse tieners die in de bioscoop hun idool Kev Adams stoned langs de grachten zullen zien fietsen, met kleine oogjes van geluk. Ik ben bang dat de inspanningen van het Filmfonds die van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen voorlopig teniet hebben gedaan.

Meer Frankrijk? Meer film? Neem de nieuwsbrief van Vrij Nederland.