Hoewel er genoeg romans zijn die daarvoor in aanmerking komen zijn uitgevers zijn toch niet erg geneigd S. Vestdijk te herdrukken. Laat staan zijn essays. Om daarin toch te voorzien is een bloemlezing gemaakt uit zijn verspreide essays en kritieken: een Draagbare Vestdijk.
Van tijd tot tijd duikt de vraag op: ‘wordt Vestdijk nog wel gelezen?’ Het antwoord is nee. Vestdijk is de spreekwoordelijk vergeten schrijver die jarenlang een vast onderdeel van de Nederlandse literatuur is geweest, van het begin van de jaren dertig tot zijn dood in 1971. Maarten ‘t Hart was altijd de eerste die de nieuwe Vestdijk had gelezen en Kees Fens hield zich gereed om de nieuwe roman of een essaybundel te bespreken. Hugo Brandt Corstius wilde alle 52 romans van Vestdijk voor zijn dood gelezen hebben. Er waren tientallen Vestdijk-afficionado’s die hem compleet wilden hebben. Wie zeker wil zijn of hij onder de pannen is met een roman kan zich wenden tot De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren Wachters of Meneer Visser’s hellevaart.
Ook grijp je niet mis als het om zijn essays en kritieken gaat: De glanzende kiemcel, De Poolse ruiter, Zuiverende kroniek en Essays in duodecimo. Vestdijk schreef opvallend veel kritieken en had een zuiver oordeel. Tot de jaren zestig werkte hij voor verschillende kranten, van de NRC tot Het Parool. In 1966 werd hem gevraagd wekelijks voor Vrij Nederland te schrijven, maar toen schreef hij al geen kritieken meer. Hij wilde alleen nog over muziek schrijven. Wanneer zijn verspreide niet-gebundelde essays en kritieken zouden worden verzameld beslaan die tien tot vijftien delen dundruk. Omdat geen enkele uitgever die wil uitgeven is nu een bloemlezing uit die 715 stukken gemaakt onder de titel Gepassioneerd wikken en wegen, bezorgd door een driemanschap onder leiding van H.T. M. van Vliet. De keuze is divers: afgezien van stukken over Nederlandse dichters en romanschrijvers, gaat het ook over Kafka, Camus, Moravia, Sartre, Thomas Mann, Graham Greene en Scott Fitzgerald. Er zijn beschouwingen over kunst- en cultuur (‘Plaats van de schrijver in de tegenwoordige wereldcrisis’, ‘De toekomst der kunst’, ‘Van Meegeren als duivelskunstenaar’), over ‘De situatie van de roman’, en over wat ‘Actuele maatschappelijke vraagstukken’ heet. Daarnaast gaat het over filosofische zaken als de vrije wil, nihilisme, de wereldvrede en over zelfmoord. Ook zijn er interviews met G.H. ‘s-Gravesande (1933), Bibeb (1959) en Nol Gregoor (1968) in opgenomen en stukken waarin hij het over zijn eigen werk heeft. Het boek is hiermee een Draagbare Vestdijk.
Eenzaam avontuur (1948) van Anna Blaman is ‘zonder enig voorbehoud een meesterwerk’ en de schrijfster een ‘stoutmoedige scribente.’
Dat gepassioneerd wikken en wegen valt wat het wikken en wegen betreft wel mee. Vestdijk mag bekend staan als een notoir nuanceerder die alles van meerdere kanten bezag zodat hij niet tot een uitgesproken oordeel kwam, dat is niet wat het meest opvalt aan deze stukken. Dat genunanceerde kan wel gelden voor de algemene essays over kunst en cultuur, die ook niet zo sterk zijn. Vestdijk begint dan een beetje te zwammen. Hij heeft het over ‘de slinger der historie’ die maar heen en weer gaat en ervoor zorgt dat romantiek en classicisme, realisme en idealisme elkaar altijd maar aflossen. Zelf noemde hij dit met zelfkennis ‘zelfverzonnen kunstfilosofische typologieën’.

Veel concreter is hij in de kritieken over romans en poëzie. De debuutroman De Metsiers van de negentienjarige Hugo Claus noemt hij in 1951 ‘waarlijk subliem’. De ondergang van de familie Boslowits van de ‘hoogstbegaafde’ Van het Reve noemt hij in 1950 een ‘volmaakte’ novelle. Eenzaam avontuur (1948) van Anna Blaman is ‘zonder enig voorbehoud een meesterwerk’ en de schrijfster een ‘stoutmoedige scribente.’ Conserve (1947) van Willem Frederik Hermans is ‘een boeiend, maar zwak debuut.’ Dit heet: er niet omheen draaien.
Dit wordt nog gepassioneerder wanneer Vestdijk het over Leo Vroman, Gerard den Brabander en M. Vasalis heeft. Vroman vernieuwt volgens Vestdijk in 1946 met zijn Gedichten in één klap de Nederlandse dichtkunst zodat ‘wij geen moment mogen aarzelen zijn werk aan de jongeren ten voorbeeld te stellen.’ Alles ‘wat men gewend is negatief te waarderen: angst, dood, eenzaamheid, verderf, verlies, verkrijgt hier de positieve allure van een tot het strengste dichterschap wedergeboren menselijkheid.’ En Vestdijk ‘kent niets zo gevaarlijk en huiveringswekkends’ als de poëzie van Gerard den Brabander, ‘waarvoor “revolutionair” een veel te genadige term zou zijn.’ Door de ‘lyrische eenwording van gevoelsimpuls en beeldend woord’ bij Vasalis hoefde Vestdijk niet lang te wikken en te wegen om haar werk een ‘machtige poëtische vlucht’ te noemen. Wie zich zo onomwonden weet uit te spreken kan beter niet vergeten worden.
Gepassioneerd wikken en wegen. Verspreide essays en kritieken door S. Vestdijk, bezorgd door H.T.M. van Vliet, P.J.L.M. Hammann en W.A.W. van Walstijn, is uitgegeven door Uitgeverij Prominent.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.