In het Algemeen Dagblad gaf het liberale oud-Kamerlid Ton Elias afgelopen week zijn partij er flink van langs. In de VVD, zei hij, is de afgelopen jaren een ‘ja-en-amencultuur’ ontstaan van ‘bleke politici’ die door verplichte communicatietrainingen allemaal hetzelfde zeggen. ‘Ik mis discussie in mijn partij. Het doet mij pijn te zeggen, maar de partij is een baantjesmachine geworden. Je gaat er heen om raadslid of Kamerlid te worden, niet omdat je écht zélf iets wil met dit land.’
De aanklacht van Elias, die in 2017 tot zijn grote woede na negen jaar in de Kamer geen plek meer kreeg op de kandidatenlijst, deed sprekend denken aan het boekje Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn van zijn voormalige fractiegenote Ybeltje Berckmoes. Ybeltje was – ook naar eigen zeggen – een ‘mislukt Kamerlid’ en een backbencher zonder enige invloed, zodat de VVD-top er weinig moeite mee had haar kritiek als rancuneus af te doen (‘Ybeltje wie?’ zei Halbe Zijlstra toen hem naar het boek werd gevraagd), maar het is een stuk lastiger ook de aanklacht van Ton Elias weg te zetten als malicieuze onzin. Hij had wél een portefeuille van betekenis, werd alom geprezen als ondervoorzitter van de Kamer en behoort bovendien tot de intimi van Mark Rutte: in het interview liet Elias niet na te vermelden dat Mark en hij nog steeds regelmatig samen ‘een flesje’ leegdrinken.
Een partij van jaknikkers
Bovendien heeft Elias een punt: de VVD ís de afgelopen jaren een partij van jaknikkers geworden. Bij zijn aantreden als partijvoorzitter in 2014 beloofde Henri Keyzer nog dat hij het debat in de partij wilde versterken, maar van dat streven is sindsdien niets meer vernomen, net als van de voormalige uitvaartondernemer zelf, die vorig jaar wegens zakelijk gesjoemel moest aftreden. Vooral de kritiek van Elias dat de VVD verworden is tot ‘baantjesmachine’ snijdt hout.
Dat blijkt niet alleen uit zijn persoonlijke waarneming, maar ook uit de harde cijfers. Dit najaar lieten Vrij Nederland en Nieuwsuur in de serie Schaduwmacht grondig onderzoek doen door UvA-politicoloog Joost Berkhout naar alle banen voor en na het Kamerlidmaatschap van alle parlementariërs sinds 1945. Wat bleek? Van alle partijen maken de VVD-politici na hun Kamerperiode gemiddeld verreweg de grootste sprong in hun carrière. Dat is niet alleen een gevolg van het feit dat de VVD de afgelopen decennia vaker heeft geregeerd dan de andere partijen, en daardoor hogere bestuursposten in de wacht kon slepen, maar ook van actief beleid vanuit de VVD-top.
Zoals VN en Nieuwsuur in dezelfde serie lieten zien, probeert de VVD de afgelopen jaren structureel meer bestuurlijke posities voor VVD’ers binnen te halen. Toen de partij van Mark Rutte in 2010 voor het eerst de grootste van het land werd, vatte bij de liberalen het idee post dat ze in dat opzicht nog een flinke achterstand hadden op de PvdA en het CDA, die vanouds veel sterker vertegenwoordigd zijn in het maatschappelijke middenveld. In 2014 bekende toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker in Vrij Nederland dat hij tot zijn frustratie opvallend vaak tegenover linkse bestuurders van onderwijsraden aan tafel zat. Vandaar dat toenmalige Kamerleden Willibrord van Beek (nu commissaris van de Koning in Utrecht) en Tamara van Ark (nu staatssecretaris van Sociale Zaken) hun best deden meer VVD’ers in het maatschappelijk middenveld benoemd te krijgen. Vanuit het kabinet kreeg Sander Dekker die taak. Volgens betrokkenen bij de vorige coalitie is de VVD sindsdien ‘op het agressieve af’ met de benoemingen bezig geweest.

Met resultaat: Bruno Bruins (huidig minister voor Medische Zorg) werd bestuursvoorzitter van het UWV, oud-staatssecretaris Paul de Krom bestuursvoorzitter van TNO, oud-wethouder Arno Visser president van de Algemene Rekenkamer en oud-Kamerlid Pieter Duisenberg voorzitter van de VSNU.
Volgens betrokkenen is de VVD sindsdien ‘op het agressieve af’ met benoemingen bezig geweest.
Bleke figuren en baantjesjagers zonder ideeën
Ook het aantal VVD’ers op burgemeestersposten steeg. Op zichzelf is dat niet zo gek: de partij werd de afgelopen jaren in veel gemeenten de grootste, en in principe bepaalt de gemeenteraad wie burgemeester wordt. Maar uit ons onderzoek bleek ook dat commissarissen van de koning, die de groslijst en de shortlist van burgemeesterskandidaten opstellen voor de vertrouwenscommissies van de gemeenteraden, wel degelijk invloed op de benoemingen lijken te hebben. In de provincies waar commisarissen van de Koning de afgelopen jaren van kleur wisselden, werden opvallend veel burgemeesters van de eigen kleur benoemd. Zo ook in de provincie Zuid-Holland, waar onder VVD-CdK Jan Franssen beduidend meer VVD’ers werden benoemd dan onder zijn opvolger Jaap Smit van het CDA, evenals in de provincie Utrecht, waar Willibrord van Beek tegenwoordig CdK is. Bovendien hebben de commissarissen alle vrijheid in het benoemen van waarnemend burgemeesters. Zo kon het ook gebeuren dat Ton Elias, naar eigen zeggen in het AD-interview, een waarnemend burgemeesterschap aangeboden kreeg – waar hij overigens vriendelijk voor bedankte, onder het motto: ‘Ik doe het zelf wel.’
De VVD, kortom, is inderdaad een baantjesmachine geworden. Als die ontwikkeling ook nog eens gepaard gaat met gebrek aan intern debat en ‘ideeënarmoede’, zoals Ton Elias stelt, is dat op termijn een groot probleem voor de VVD. Nu zelfbewuste kopstukken als Henk Kamp en Edith Schippers de politiek hebben verlaten wordt Rutte door steeds meer ‘bleke figuren’ omringd. Intussen wordt het gerucht dat Rutte na deze periode ook uit de politiek zal vertrekken steeds hardnekkiger. De hoop van de partij is nu gevestigd op Klaas Dijkhoff. Maar moet hij het straks in zijn eentje gaan doen, omringd door baantjesjagers zonder ideeën?
Het is hoog tijd dat de VVD de kritiek van Ton Elias serieus neemt, en een stevig intern debat begint over de vraag hoe het straks verder moet met de partij.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.