Nederland en vredesmissies: het is geen gelukkige combinatie. In Srebrenica liepen we in 1995 een nationaal trauma op door de dood van duizenden Bosnische mannen die onder het oog van vierhonderd Nederlandse blauwhelmen werden afgevoerd. In Afghanistan vielen 23 Nederlandse soldaten in de strijd en kwamen de hooggespannen verwachtingen over het brengen van vrede en veiligheid niet uit. Van de missie in Uruzgan is niet veel meer over dan een asfaltweg die voor vele miljoenen is aangelegd, ondanks alle goede bedoelingen van de blauwhelmen en het onverwoestbare geduld van de diplomaten die ter plekke hard hun best deden er iets van te maken.

In Mali dreigt nu hetzelfde te gebeuren. Het land raakt steeds meer in chaos, er worden nu niet alleen in het noorden maar ook in het midden van het land aanslagen gepleegd. Honderden scholen zijn dicht.

mali

Lees ookJules Calis maakte deze tekeningen in Mali, dat hij vorig jaar samen met David Oranje bezocht30 oktober 2017
Een ander narratief

Maar wie minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok hierover hoort praten, tijdens een Tweede Kamerdebat op 27 juni bijvoorbeeld, hoort een ander narratief. In Mali was in 2012 sprake van ‘een verschrikkelijke burgeroorlog’ met een grote rol voor islamitische fundamentalisten, zei hij. ‘Daar werden vervolgens ook allerlei gebouwen gesloopt,’ stelde Blok, waarbij hij waarschijnlijk doelde op islamitische tombes van soefi-heiligen en de eeuwenoude bibliotheek in de historische stad Timboektoe. Dankzij de Fransen, die met operatie Serval een snelle interventiemacht op de been brachten, werden steden waar al een strenge Sharia-wetgeving was ingevoerd weer ontzet. Vervolgens kwam er een VN-missie, waarbij Nederland een belangrijke rol speelde.

Met resultaat, volgens Blok. Volgens hem heb je weliswaar te maken met een land dat ‘niet aan onze Westerse standaarden voldoet’, maar is er inmiddels geen sprake meer van ‘die totale chaos’. Blok: ‘We hebben het afglijden naar de donkere middeleeuwen kunnen stoppen’. Daarmee verdween ook een basis voor terroristen die naar Europa hadden kunnen afreizen.

Het lijkt wel of Nederlandse politici vooral met zichzelf bezig zijn.

Wat opvalt in de opeenvolgende debatten, kabinetsbrieven en antwoorden op Kamervragen is dat er veel wordt gesproken over de dood van de twee Nederlandse militairen tijdens een oefening met mortiergranaten, over de daaropvolgende (vernietigende) rapporten van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en de Rekenkamer over de missie, en de fair share die Nederland verplicht is na te komen aan zijn buitenlandse partners als de Navo en de EU. Het lijkt wel of politici in Nederland vooral met zichzelf bezig zijn. Maar de feitelijke situatie in Mali, het Umfelt waarin de Nederlandse troepen moeten opereren, de vijand tegen wie gestreden wordt, of we weten dat het wel echt de vijand is; al die zaken kwamen eigenlijk nauwelijks aan bod.

Daarvoor kun je wel terecht in rapporten die door de Verenigde Naties worden uitgebracht. Daaruit rijst een somber beeld op. Eigenlijk is er sinds de komst van de blauwhelmen in Mali nauwelijks iets verbeterd. Ja, de steden in het noorden van het land die in 2013 door fundamentalistische groepen waren ingenomen zijn weer in handen van de overheid, maar in het niemandsland tussen die dichter bevolkte gebieden heersen nog steeds gewapende groepen. En de laatste tijd neemt het geweld dus toe, en komen er bij gevechten tussen strijdende groepen soms tientallen mensen om het leven, ook blauwhelmen.

In maart meldde de speciale vertegenwoordiger voor Mali dat aanvallen op VN-troepen van Minusma – de ‘Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali’ – en het Malinese leger heviger waren. In 2016 kwamen er zeventig militairen om en raakten er 184 gewond. In 2017 vielen 141 doden en 309 gewonden. De Veiligheidsraad liet in augustus weten ‘diep gefrustreerd te zijn’ over de trage uitvoering van het vredesakkoord dat tussen partijen is gesloten. Ook stelde de raad vast dat Mali ‘een bedreiging blijft voor stabiliteit en vrede in de regio’.

Totaal onopgemerkt gebleven

Op 29 augustus verscheen een VN-rapport van het Panel of Experts dat in Nederland totaal onopgemerkt is gebleven. Het rapport is een op vele feiten en voorbeelden onderbouwd document, dat ongemakkelijke vragen oproept en waarin de vinger precies op de zere plek wordt gelegd als het gaat om de ingewikkelde situatie in Mali.

‘We kregen weinig aandacht met ons rapport,’ zegt de Nederlander Ruben de Koning via de telefoon vanuit zijn woonplaats Brussel. ‘Alleen in de Franse pers en The Guardian is erover geschreven. Je bent de eerste Nederlandse journalist die me belt.’ De Koning was coördinator van het Panel. Eerder deed hij soortgelijke onderzoeken in Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek.

‘Je bent de eerste Nederlandse journalist die me belt.’

Het Panel of experts is ingesteld door de Veiligheidsraad om toe te zien op de uitvoering van de vredesakkoorden die in 2015 in Algiers werden gesloten door de Malinese overheid en twee clusters van rebellengroepen die in het noorden van het land actief waren. Dat akkoord sleept zich al twee jaar voort, zonder dat er grote vorderingen worden gemaakt. De Veiligheidsraad stelde een sanctieregime in: individuen en organisatie die obstructie pleegden lopen de kans dat hun banktegoeden worden bevroren of kunnen een reisverbod opgelegd krijgen.

In haar rapport stelt het panel dat de onveiligheid in het land niet langer alleen in het noorden een probleem is, maar nu ook in centraal-Mali tot ‘ernstige situaties’ leidt. Door twisten tussen verschillende bevolkingsgroepen is een nieuwe golf burgers hun dorpen en steden ontvlucht. ‘Terugkeer of repatriëring is niet mogelijk geweest door de constante dreiging van kidnapping, afpersing, moord en willekeurige executies door gewapende en terroristische groepen, en daarbij heerst er ook droogte, honger en is er een gebrek aan basale diensten in de gebieden waar mensen naar terug zouden moeten keren,’ aldus het rapport.

mali

Samenwerken met drugshandelaren

Het panel heeft nauwkeurig vastgelegd welke misdaden er zijn gepleegd door ondertekenaars van het vredesakkoord tijdens vechtpartijen met ander groepen of bij aanslagen tegen het Malinese leger, waarbij de daders met naam en toenaam worden genoemd. Ook zijn er dus leden van groepen die meedoen met het vredesakkoord die zich bezighouden met de smokkel van drugs en migranten.

‘Voor drugshandelaren is het beter om samen te werken met de groepen die meedoen aan het vredesakkoord, want die vallen minder op dan de terroristen,’ aldus het rapport. ‘Partijen die zich bezighouden met smokkel doen in naam mee met het akkoord, maar gaan wel op de rem staan. Zij hebben geen belang bij een overheid die zich mengt in hun bezigheden,’ zegt De Koning.

Een goed voorbeeld is een zekere Mahamoud Ag Rissa, die zich in Talhandak bezighield met de smokkel van migranten en daarnaast ook vrouwen vasthield die hij prostitueerde en die hij pas vrijliet als ze hem driehonderdvijftig euro betaalde. Hoewel hij behoorde tot een van de partijen die de vrede had ondertekend, werden twee van zijn huizen in oktober 2017 bestormd door Franse eenheden op verdenking van relaties met terroristische netwerken en werd de man een paar dagen vastgehouden. Later werd hij gezien in het grensgebied van Mali en Algerije waar hij deelnam aan een bijeenkomst van een gewapende terroristische groep.

Drugshandelaren aanhouden behoort niet tot het mandaat van Minusma. ‘Groepen die de akkoorden hebben getekend kunnen vrij door het land reizen.’

Volgens De Koning speelden de Nederlandse militairen een belangrijke rol bij het verzamelen van informatie over de criminele netwerken. Zeker ook omdat kamp Castor is gevestigd nabij de stad Gao, die volgens De Koning belangrijk is als het gaat om georganiseerde misdaad. De Koning: ‘Het is dé hub voor migranten die via de Algerije-route naar de Middellandse Zee reizen. En hasj uit Marokko wordt op de weg ten noorden vervoerd in de richting naar Niger. De Nederlandse contributie aan Minusma is van groot belang geweest voor het in kaart brengen van criminele netwerken die migranten en drugshandel controleren.’

Maar drugshandelaren aanhouden, dat behoort niet tot het mandaat van Minusma. ‘De groepen die de akkoorden hebben getekend kunnen vrij door het land reizen. Zonder problemen drugs en migranten vervoeren. Mimusma en ook de Franse militairen laten ze ongemoeid. Alleen rond de steden wordt gecontroleerd wat erin en -uit gaat, maar in de gebieden daartussenin niet. Die mate van controle is niet mogelijk door gebrek aan materieel en bovendien zit het niet in het mandaat van de VN om illegale goederen te onderscheppen en netwerken te ontmantelen.’

Hoog tijd voor een debat

Uit het onderzoek van het expertpanel blijkt overigens ook – en dat is pijnlijk – dat soldaten van het Malinese leger zich bij antiterroristische operaties schuldig hebben gemaakt aan ‘de moord op burgers en het verergeren van het geweld tussen verschillende gemeenschappen’.

Het panel adviseerde de Veiligheidsraad onder meer om maatregelen tegen individuen te nemen. Maar of dat daadwerkelijk gaat gebeuren valt te bezien. Jean-Hervé Jezequel, de coördinator van het Sahel-project van de International Crisis Group noemde het rapport van het Panel ‘een interessante stap’ om duidelijk aan te wijzen wie schuldig is aan obstructie van het vredesakkoord, om zo ‘partijen te dwingen duidelijk te maken waar ze staan’ en een ‘stimulans om de akkoorden uit te voeren’. Vooral Rusland zou aarzelend zijn over het instellen van sancties.

De Franse vertegenwoordiging bij de Veiligheidsraad liet na verschijning van het rapport weten dat het namen zou gaan aanleveren van mensen die op een sanctielijst moesten worden gezet, maar dat is nog niet gedaan. Volgens De Koning duurt het altijd een tijdje voordat landen namen hebben aangeleverd, omdat die ‘intern moeten worden geverifieerd’. Voor zover bekend is er tot nu toe door de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Veiligheidsraad nog geen lijstje met namen ingediend.

Het lijkt hoog tijd dat in de Tweede Kamer een debat wordt gehouden over het rapport van het Panel of Experts. Het rapport roept een reeks prangende vragen op. Wat gebeurt er met de ‘intelligence’ die door Nederlanders (en nu door de Duitsers) wordt verzameld? Waarom worden groepen die zich bezighouden met criminele activiteiten niet veel harder aangepakt? Hoe zit het met ‘bevriende’ groepen die vechten tegen ‘terroristen’ en tegelijkertijd ook in contact staan met criminele netwerken? Het zijn allemaal vragen die meer dan relevant zijn voor de toekomst van Mali, en die tot nu toe zo goed als onbesproken zijn gebleven.

Alternatieve Veiligheidsraad

Donderdag 4 oktober vindt in het Haagse Theater aan het Spui de vierde Alternatieve Veiligheidsraad plaats. Vrij Nederland is mediapartner. Deze keer staat de maakbare vrede centraal. Wat zijn de gevolgen van militair ingrijpen op de lange termijn? Welke geopolitieke belangen spelen er mee? En welke rol moet Nederland spelen in de VN-vredesmissies?

Meer informatie bij Humanity House.