Freek de Jonge volgt voor Vrij Nederland het nieuws. Vandaag: ik word wel eens Gutmensch genoemd.
Ik word wel eens Gutmensch genoemd. Bij wijze van kat. In de zin van naïeve sukkel die uit zelfoverschatting en schuldgevoel pretendeert, door het beste met slechtgetroffenen voor te hebben, de wereld te kunnen verbeteren. Mijn maatschappelijke succes is daarbij een extra argument voor minachting.
Wie het goed gaat (de elite) mag niet solidair zijn met de minder bedeelden.
Dat is schijnheilig.
Met andere woorden: het is ironisch bedoeld.
Waarvan het ironische is dat ironie het verloren terrein van de elite is.
De opmerking wordt vaak gemaakt door mensen die zich ernstige zorgen maken over de nare bijkomstigheden van de godsdienstvrijheid. Er zouden godsdiensten zijn die het niet zo nauw met de vrijheid van de mens nemen en die om die reden verboden zouden moeten worden.
Geen Schlechtmenschen dus, maar net zulke naïeve, hetbestemetdewereldvoorhebbende types als de Gutmensch.
Waarmee wij op het terrein van de jij-bak aangeland zijn.
De Schlechtmensch is zelf een Gutmensch.
En omgekeerd natuurlijk.
Meer Freek? Volg de nieuwsbrief van Vrij Nederland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.