In de vroege ochtend van 10 september 2020 verschenen er schreeuwende rode en zwarte letters op de beeldschermen van het universiteitsziekenhuis van Düsseldorf.

Your Network is penetrated.
Do not reset or shutdown.
Here are your options.

Ook verscheen er een QR-code, die was gekoppeld aan een bitcoin wallet (een digitale portemonnee met een soort online munteenheid). Ongeveer dertig computers waren geblokkeerd. Het ziekenhuis moest losgeld betalen om de macht over de digitale systemen terug te krijgen. Er was geen keus. Mensenlevens waren in gevaar. Na betaling gaven de criminelen netjes de code. Maar ze vergisten zich, en stuurden de code per ongeluk naar de Heinrich Heine-universiteit. Toen de criminelen de vergissing ontdekten, stuurden ze de sleutel alsnog naar het ziekenhuis, maar op dat moment waren er al honderden operaties afgebeld. Ook was er een ambulance met een 78-jarige vrouw doorgestuurd naar een ander ziekenhuis. Onderweg naar dat ziekenhuis, dertig kilometer verderop, overleed ze.

Het probleem was Citrix, een programma waarmee werknemers van huis uit toegang kunnen krijgen tot hun computers binnen een bedrijf. Op 17 december 2019 ging er een siddering door de wereld van de systeembeheerders toen bleek dat het programma te misbruiken was door hackers. Met een team van ethische hackers van het Dutch Institute for Vulnerability Disclosure (DIVD) speurde Victor Gevers vanaf dat moment het internet af, zodat ze de eigenaren een waarschuwing konden sturen en een handleiding om het lek te dichten. Zo probeerden ze criminele hackers voor te blijven die het lek wilden gebruiken om gijzelsoftware te installeren. Het is wat Gevers al 22 jaar doet. Lekken melden voordat anderen er misbruik van kunnen maken.

‘Hebben we het ziekenhuis in Düsseldorf gemist?’ vraagt Gevers zich op 23 september hardop af in de poffertjeskraam op het Malieveld. ‘Hier spraken de diensten vroeger met hun informanten. Ik heb hier in 2017 nog gezeten met de NSA.’

Victor Gevers is groot, ‘bijna twee meter’. Een baard, warme donkere ogen en een vet Haags accent. Hij voelt zich verantwoordelijk voor de dood van de Duitse vrouw.

‘Ik ben het aan het uitzoeken. Maar ik kan niet achterhalen of we het ziekenhuis gewaarschuwd hebben of dat de melding naar de internet service provider is gegaan. Iemand is nalatig geweest. Ik wil heel graag weten wie dat is. Mensen mogen niet dood gaan omdat software niet goed ingesteld is.’

Software hacken

Victor Gevers werd geboren in 1976. Op zijn zesde moest hij vluchten met zijn moeder. Zijn vader was dag en nacht dronken en sloeg zijn moeder met een hondenriem. Hij kwam Victor en zijn moeder achterna met een vuurwapen. ‘Hij besloot dat het beter was als we dood waren. Dat is een van de redenen dat ik de achternaam van mijn moeder draag.’

Gevers vond troost bij de padvinderij en raakte daarnaast in de ban van computers. Veel tijd bracht hij door met zijn Acorn Electron, een van de eerste goedkope computers. ‘Op mijn twaalfde ging ik computerspelletjes spelen en ik was daar slecht in. Dus ging ik de software hacken om toch te kunnen winnen.’

Bij de Videoland kon Gevers de credits van zijn eigen account ophogen. Hij maakte er 10.000 gulden van

Na het middelbaar onderwijs deed hij een IT-opleiding. ‘Ik kocht van die pc-tijdschriften met gratis software. Onwijs handige programmaatjes, maar na dertig dagen moest ik mijn creditcard trekken om een code te krijgen. Ik had geen creditcard. Dus leerde ik om zo’n code zelf te genereren, zeg maar, en die kennis deelde ik met andere studenten zonder creditcard, en zo kwam ik in de wereld van de bulletin boards, waar ik kennis en cracks (vormen van hacking via een zwakte in een systeem, red.) uitwisselde met anderen. Erg leuk en leerzaam.’

Met een paperclip

In de biografie van zijn Twitter-account staat als geboortedatum 13 september 1998 vermeld. Het is de datum van zijn eerste responsible disclosure, zijn eerste tip aan een organisatie dat er iets mis zat. In het filiaal van de Videoland-videotheek waar hij vaste klant was, stond een terminal waarop hij kon zoeken naar films die net teruggebracht waren, maar nog niet in de schappen stonden. Het systeem was gekoppeld aan de streepjescodescanners achter de kassa. Victor toetste tegelijkertijd de shift- en command-toets in, en ontdekte dat hij zo dieper het systeem in ging. Hij kon de credits van zijn eigen account ophogen. Gevers maakte er 10.000 gulden van en legde dat vast met een fototoestel. Met zijn mobiele prepaidtelefoon (een Pak&Bel van Telfort) belde hij de balie, omdat hij niet meer bij de terminal weg durfde te lopen. Hij liet de foto zien aan de baas van de videotheek. De Videolandmanager was geschrokken van hoe makkelijk het systeem te misbruiken was.

Een belangrijk moment voor Gevers. Dit was dus iets waar hij goed in was.

‘Het werd opgelost door een plastic plaat op het toetsenbord te monteren, zodat het niet meer mogelijk was om de shift- en command-toetsen in te drukken. Ik heb daarna de beveiliging nog met een paperclip weten te omzeilen. Toen heb ik per ongeluk het hele systeem uit- en weer aangezet. Dat was op een vrijdagavond. Stonden er lange rijen bij de kassa. Dat heb ik maar nooit verteld.’

(tekst loopt door onder de afbeeldingen)Portretfoto van Victor Gevers in leren jasje op een strand

Portretfoto van Victor Gevers in leren jasje op een strand

Als een superheld

Na de videotheekervaring ging hij door met het opsporen van gaten in digitale systemen. En hij vond het ene na het andere. Het was in de tijd dat mensen en bedrijven zelf netwerkjes begonnen aan te leggen, met externe harde schijven die ze achteloos aansloten op het kabelinternet. Gevers kon vanaf zijn computer bij vertrouwelijke informatie van bedrijven en particulieren. Een voor een gaf hij de eigenaren een waarschuwing en een handleiding om de beveiliging op orde te brengen.

Als een superheld waakte hij over de donkere delen van het internet. Wereldwijd. En analoog met een Marvel-strip ging het met vallen en opstaan. Hij ontdekte dat sommige mensen niet blij waren met ongevraagd advies. Het begrip ‘ethische hacker’ was nog niet bekend. Een hacker was een crimineel, die het gevaar liep beschuldigd te worden van inbraak of chantage. Sommige meldingen deed hij daarom onder een schuilnaam.

Maar vaak ook was de waardering groot. Voor elk datalek dat in het nieuws kwam, met de bijbehorende pr-ramp, had Gevers er honderd gedicht.

Hij deed zijn werk in stilte. Hij meldde niks bij de pers, en dat werd erg op prijs gesteld. ‘Het is superverslavend om ’s ochtends wakker te worden met een mailbox vol dankjewels in allerlei talen,’ zegt Gevers.

In de wereld van systeembeheerders en ethische hackers bouwde hij een reputatie op. Zijn Linkedin-netwerk groeide met de dag. Hij hield er een vaste baan aan over. Hij kreeg ook een vriendin, trouwde en werd vader van drie kinderen. Voor de buitenwereld was Gevers een gewone burger, geboren in 1976, die werkte als ambtenaar. Maar ’s avonds werd hij 0xDUDE, geboren in 1998, die zich verborg achter de beeldschermen in een batcave, een kamer vol computers, waar – zoals in de film The Matrix – continu reeksen met namen en symbolen over het scherm rolden.

Vrienden wisten niet dat hij leed onder angsten. Hij besloot zijn brein te hacken.

Sociale fobie

Hij kreeg uitnodigingen om lezingen en cursussen te geven op hackercongressen en conferenties. Hij mocht toetreden tot hackerclubs zoals de Guild of Grumpy Old Hackers (GGOH), een groep oudere hackers. Maar vrienden wisten niet dat hij leed onder angsten. ‘Een sociale fobie’ noemt hij het zelf. ‘Ik ben altijd bewust onder de radar gebleven. Altijd via de achterdeur naar binnen en als eerste weer naar buiten… Angst is een gevaarlijk ding. Het begint met angstzweet. Daarna krijg ik het benauwd en begin ik te hyperventileren. Ik wil weg, maar als ik dan ga staan, word ik duizelig.’

Ook in de poffertjeskraam op het Malieveld voelt hij ‘de druk op de schouders’.
Hij besloot zijn brein te hacken. ‘Oefenen, oefenen, oefenen.’ Hackerconferenties bleken daarbij belangrijk. Eerst helemaal achterin de zaal. Dan een stukje naar voren. In geval van nood kon hij zich verbergen achter een beeldscherm, dat hem beschermde tegen de buitenwereld. Hij werd geholpen door zijn Grumpy Old Hacker-vrienden. Ze hielden hem een beetje in de gaten. Zo ook bij de hackersconferentie BruCON in het Belgische Gent, waar hij in oktober 2016 na een lichte paniekaanval de zaal verliet. Toevallig verscheen er op hetzelfde moment een grote database met wachtwoorden online.

Een uur later zaten hij en twee andere Grumpy Old Hackers in het Twitteraccount van Donald Trump.

Voor Gevers een teleurstellende ervaring. Het was niet mogelijk om de melding goed te doen, om de verantwoordelijken te waarschuwen. En erger: het ontdekken van de kwetsbaarheid kon hem en zijn vrienden in de problemen brengen – zie het verhaal dat ik er eerder over schreef voor Vrij Nederland. In 2020 zou het ze opnieuw lukken.

Gewonde computersystemen

Om zich beter te wapenen tegen overheden en de juridische afdelingen van grote bedrijven, richtte Gevers een stichting op: de GDI.Foundation, een humanitaire organisatie die onafhankelijk en neutraal is en helpt om gewonde computersystemen op te lappen. ‘Ik nam de doelstellingen van het Rode Kruis over.’

GDI-Foundation is een internationale humanitaire organisatie die strijdt voor een open en veilig internet ‘op basis van kennisdeling en op basis van onderzoek’. Als mensen in de problemen komen door datalekken, komt de GDI te hulp. Gevers: ‘Het internet is het meest kostbare netwerk dat de wereld heeft, en we moeten dat in een gezonde staat achterlaten voor de volgende generatie.’

‘Ik heb een groep van vrijwilligers en ook een paar boefjes die vroeger stoute dingen deden’

De GDI.Foundation is opgezet als een motorclub. Elk land kan een eigen chapter oprichten. Een lid hoeft geen brandschoon verleden te hebben, maar moet wel iets kunnen. ‘Ik heb een groep van vrijwilligers en ook een paar boefjes die vroeger stoute dingen deden, zoals de jonge hacker die tienduizenden printers een tekst liet uitprinten om zich op PewDiePie (een omstreden YouTube-gebruiker. red.) te abonneren.’

Ook de ‘auteur’ van Brickerbot is vrijwilliger van het GDI. Brickerbot was een botnet, een netwerk van op het internet aangesloten apparaatjes. Dat botnet maakte kwetsbare Internet Of Things-apparaten, zoals camera’s, printers en slimme koelkasten, kapot en gooide ze van het internet. Hoewel nogal destructief, beweerde de brickerbothacker dat zijn intentie was om erger te voorkomen. Om het internet beter te maken.

‘Ik trek graag mensen naar binnen die kunnen bijdragen aan een opener en veiliger internet,’ zegt Gevers, ‘zonder dat er allemaal verplichtingen aan vast zitten.’ Boefjes die veel kunnen, en die hij een duw in de goede richting geeft. Net als het echte Rode Kruis heeft hij niets aan mensen met een perfect cv maar met weinig praktische vaardigheden.

Olievelden zonder hek

Volgens de website bestaat de GDI.Foundation nu uit 34 vrijwilligers. Meer dan een miljoen veiligheidslekken zijn door de organisatie gevonden, waarvan er meer dan 900.000 opgelost zijn. Veel daarvan hebben te maken met openstaande databases. En sommige van deze databases zijn enorm groot.

Het is inmiddels een cliché: Big Data is de nieuwe olie. De gegevens van Facebook, Google, Twitter, Russische en Chinese surveillancebedrijven verdwijnen in datacentra, in platte computers die opgestapeld in torens verborgen worden in grote loodsen op het platteland. De applicaties die op die computers draaien, zijn wereldwijd ongeveer dezelfde. Populair is de software van MongoDB, afgeleid van het woord humongous, dat extreem groot betekent. Als een organisatie met gezichtsherkenningssoftware of een social-mediaplatform extreem veel data genereert, is de kans groot dat de cijfers verdwijnen in een database van MongoDB. Het probleem is dat softwarebedrijven meer geïnteresseerd zijn in geld, macht en gebruiksgemak dan in veiligheid.

Een oudere versies van MongoDB kon je installeren zonder een wachtwoord in te stellen, met als gevolg dat er wereldwijd grote aantallen databases ‘open staan’. Oceanen van informatie die toegankelijk zijn zonder een wachtwoord te hoeven intikken. Olievelden waar geen hek omheen staat.

(tekst loopt door onder de afbeelding)Portretfoto van Victor Gevers in leren jasje op een soort stenen verhoging

Kremlin-account

De GDI.Foundation vond sinds de oprichting in 2016 de ene na de andere database. Overal ter wereld. In een database van een Russische loterij kwam Gevers het wachtwoord van een account met de gebruikersnaam [email protected] tegen. Daarna zag hij deze gebruiker ook in andere databases die per ongeluk openstonden – van financiële instellingen, bijvoorbeeld, en ook van Disney Rusland. Het duurde even voordat hij begreep dat het Kremlin volgens de Russische wet toegang moest hebben tot alle financiële gegevens van alle bedrijven in Rusland.

Gevers probeerde zijn vondst te melden bij het Kremlin. Maar het bleek onmogelijk om contact te krijgen.

Maar op deze manier was het voor iedere hacker mogelijk om deze inloggegevens te vinden in een openstaande MongoDB-site. En daarmee was het weer mogelijk om in te loggen in elke Russische MongoDB-database. Dit was potentieel rampzalig. Iets wat levens kon kosten. Denk maar aan het ziekenhuis in Düsseldorf en het kapen van medische informatie.

Gevers probeerde zijn vondst te melden bij het Kremlin. Het Kremlin moest stoppen met overal hetzelfde wachtwoord te gebruiken. Maar het bleek onmogelijk om contact te krijgen. Via via kreeg hij wel te horen dat de Nederlandse inlichtingendiensten het niet op prijs stelden dat hij als Nederlandse burger contact zocht met het Kremlin. Op 27 januari 2019 plaatste Gevers daarom een bericht op Twitter. De boodschap kwam over. In nieuwe databases verscheen het Kremlin-account niet meer. Maar een bedankje kreeg hij niet. Wel straf.

Ziek van geweest

De dag erna kwam Gevers erachter dat hackers via de pc van een familielid in zijn thuisnetwerk waren gekomen. Ze kregen toegang tot zijn e-mail- en Facebook-account en gaven Gevers de gelegenheid de data terug te kopen voor vijf bitcoins, binnen 24 uur te betalen. In een DM die Gevers via Twitter deelde, schreven de hackers: ‘You know we can destroy you and we will not stop until your last friends turn into your enemies… Pay up or pay with your reputation. We will expose all your secrets.’

Gevers betaalde niet en zijn mails en Facebook-informatie konden worden gedownload op anonfile.com. Ze bevatten gevoelige berichten. Het kostte Gevers vriendschappen in de hackersgemeenschap.

Het raakte hem erger dan hij had voorzien. ‘Ik ben daar letterlijk ziek van geweest. Het was ook een moment van: oké, nu is het misschien tijd om te gaan stoppen. En toen dacht ik: wacht eens even, dat is precies wat ze willen. En daarbij: ik kan niks anders. Ik kan niet stoppen.’

Nog geen maand later stuitte hij op een Chinese database vol locatie- en persoonsgegevens. Gevers deed een kleine steekproef door naar de oudste en de jongste persoon te zoeken − een manier om snel de grootte van een database af te tasten zonder gevoelige persoonsinformatie onder ogen te krijgen. De jongste was negen dagen oud, de oudste 93 jaar. Dit was een grote database. De database was van het Chinese bedrijf SenseNets, een bedrijf dat analyses van groepen mensen verzorgt op basis van videobeelden met gezichtsherkenning. In de database zat informatie van 2.565.724 personen. De database bevatte ook gevoelige gegevens, zoals de nummers van ID’s, geslacht, huisadressen en foto’s. Bij elke naam zat een lijst aan locatiegegevens die aangaven bij welke camera de persoon gezien was. De locaties droegen namen als ‘moskee’, ‘restaurant’ of ‘internetcafé’. Alle locaties waren in de Xinjian-provincie. In de laatste 24 uur waren 6,7 miljoen gps-data toegevoegd.

‘Op Twitter plaatste ik een bericht: ik heb de database van een bedrijf in Beijing gevonden, met allemaal persoonlijke data. Zo van: kijk die sukkels doen het niet goed… Een journalist had de melding gezien en die ging mij vragen stellen.’

Ik heb na SenseNets veel boze reacties gekregen, zo van: jij hebt iets heel slechts gedaan.

De journalist was kwaad. Wist Gevers wel waar hij mee bezig was? Dit was bewijs! Dit was geschiedenis! Dit moest bewaard blijven! De journalist spoorde Gevers aan ook eens te kijken naar de etniciteiten in de database. Zo kwam Gevers erachter dat de mensen gelabeld werden als Han-Chinees of Oeigoer. Dit was een database uit Xinjiang, het gebied waar mensen in kampen verdwenen. Deze site liet zien hoe Oeigoeren in real time in de gaten werden gehouden.

Niet melden aan het bedrijf SenseNets was geen optie, vond Gevers. Dit soort data moest niet voor iedereen beschikbaar zijn, en daarbij: hij had dezelfde doelstellingen als het Rode Kruis. ‘De GDI.Foundation discrimineert niet op basis van nationaliteit, ras, religieuze geloofsovertuiging, klasse of politieke opinies. We zijn hier om kwetsbare problemen op te sporen, te voorkomen en te helpen verminderen, uitsluitend op basis van behoeften, en om in nood prioriteit te geven aan de meest urgente gevallen.’

De tolerantie-paradox

Het kwam hem op veel kritiek te staan. ‘Ik heb na SenseNets veel boze reacties gekregen, zo van: jij hebt iets heel slechts gedaan. Hier zijn bewijzen dat de Chinese overheid verschrikkelijke dingen doet. En die heb je nu weggepoetst. Ik zeg dan: “Ik heb ze niet weggepoetst. Ik heb anderen de weg gewezen.” Er werden me allemaal moeilijke vragen gesteld. Ik moest me echt in China en wat daar gebeurde gaan verdiepen.’

Wat hij zag, was choquerend en leverde een duivels dilemma op. Om internationaal te opereren moest de GDI.Foundation neutraliteit uitstralen. ‘Als ik ooit het verschil wil maken, moet ik laten zien dat ik beter ben dan de partijen die die dingen doen.’ Maar hoe ver gaat neutraliteit? Wat doet een neutrale organisatie als een database gegevens bevat die níet neutraal zijn, gegevens die wél discrimineren op afkomst en geloofsovertuiging?

Zelf vergeleek Gevers zich met een brandweerman die tijdens het blussen van een brand een A4’tje vindt met daarin bewijs voor grove mensenrechtenschendingen. Moet hij dan stoppen met blussen om dat papiertje in veiligheid te brengen? Nee, maar wel zorgen dat er geen bewijsmateriaal verloren gaat. Het was de tolerantieparadox van Popper: als tolerantie ook geldt voor mensen die intolerant zijn, zal de intolerantie winnen. Maar het maakte het werk van de GDI.Foundation wel ingewikkelder en misschien zelfs onmogelijk.

The Handmaid’s Tale

Gevers bedacht een compromis. Vanaf 2019 besloot hij om dit soort vondsten eerst te melden via zijn Twitteraccount, zodat universiteiten en organisaties als Amnesty International gelegenheid hebben de database te downloaden voordat die achter een wachtwoord verdwijnt. Hij vond de ene na de andere database. Een maand na SenseNets ontdekte Gevers een database met 1,8 miljoen namen van vrouwen, gecategoriseerd op leeftijden, adressen, telefoonnummers en hun ‘breed ready status’ (‘klaar om te baren’). Het jongste meisje in de database was 15, de jongste met breed ready status 1 was 18. De oudste met status 1 was 39, de oudste met status 0 was 95. De vrouwen waren single (89%), gescheiden (10%) of weduwe (1%); 82% van de vrouwen woonde in Peking. Het leek op een database uit het dystopische boek The Handmaid’s Tale.

Ook stuitte hij op een database van WeChat, het Chinese sociale-mediaplatform en banksysteem: 364 miljoen records met gebruikersinformatie. Opmerkelijk was dat er ook veel verzameld werd van gebruikers buiten China. De database liet daarnaast zien dat China het platform ook gebruikte om desinformatie te verspreiden.

‘Victor Gevers’ is inmiddels een verboden woordcombinatie in China, zowel in Chinese als in Latijnse karakters

Niet veel later ontdekte Gevers nog zoiets: 1,5 miljard WeChat-berichten. ‘Het waren alle records van één dag, over de hele wereld, met dialogen waarin verboden woorden zaten. Conversaties waarin ergens in het bericht het sleutelwoord zat. Tank Man, Tibet, Dalai Lama. Mijn naam kwam er ook in voor,’ zegt hij bezorgd.

‘Victor Gevers’ is inmiddels een verboden woordcombinatie in China, zowel in Chinese als in Latijnse karakters. Opnieuw werd duidelijk dat niet alleen de berichten van mensen in China, maar ook die van mensen buiten China worden gemonitord: 19 miljoen records waren afkomstig van buiten China, een signaal dat de surveillance van China via de apps de grenzen over gaat.

Dat bleef niet onopgemerkt. Op 6 augustus gaf de Amerikaanse president Trump opdracht om TikTok en WeChat te verbieden. Hierbij werd naar de eerste ontdekking van Victor Gevers verwezen. Opmerkelijk genoeg werd de tweede, grotere database genegeerd.

Er verschenen mensen van Chinese inlichtingendiensten. In auto’s stonden ze in de straat of reden ze langs. Gevers: ‘Als ik naar mijn werk rijd op mijn scooter, rijden ze wel eens achter me aan.’ Hij ziet ook regelmatig mensen raar kijken. ‘Maar dat kan ook gewoon kijken zijn van: hé, ik herken iemand.’ Gevers beweert er niet bang van te worden.Lees ookElk land met een slecht geweten moet vrezen voor Christiaan Triebert18 december 2018

‘Als ik kritiek heb op een overheid, dan vind ik het niet raar als ze even komen kijken wie die knakker is. Wie kaatst, kan een bal verwachten.’

Wel heeft hij sindsdien backups van zijn gegevens op veilige plaatsen opgeborgen.
‘Als ik nu in een keer een ongeluk krijg of vergiftigd word, dan weten we waar het zit,’ zegt hij laconiek.

Capitalism en knulligheid

Niet alleen in China duiken surveillance-databases op. ‘We zien overheden massasurveillancesystemen plaatsen, ook in Amerika. Hier in Nederland gebeurt het ook, natuurlijk, maar godzijdank is er nog niks gelekt.’

In september 2019 vond Sanyam Jain, een van de vrijwilligers van de GDI.Foundation, een database met 419 miljoen records − telefoonnummers afkomstig van Facebook. Jain is een jongen uit India en een grote fan van John Cena, een Amerikaanse worstelaar. Gevers belde Cena om te kijken of de telefoonlijst klopte. En ja hoor. Hij kreeg Cena aan de lijn. Hij vertelde hem het verhaal en vroeg Cena om de jonge GDI-vrijwilliger te volgen op Twitter. Wat Cena tot grote vreugde van de jonge Indiase hacker ook deed.

Van wie deze database met Facebookgegevens was is nooit duidelijk geworden, maar het was weer een aanwijzing dat dit soort databestanden circuleren in een verborgen circuit, onder criminelen en bij bedrijven vergelijkbaar met Cambridge Analytica.

Al deze gelekte databases geven een glimp van een Black Mirror-achtige wereld waar George Orwell, surveillancekapitalisme en knulligheid bij elkaar komen.

Nieuwe spelregels

Eind oktober was Gevers opnieuw wereldwijd in het nieuws. Nu als hacker die voor de tweede keer het Twitteraccount van Donald Trump binnen wist te komen. De eerste keer was in 2016, samen met zijn Grumpy-Old-Hackervrienden Edwin en Mattijs, de tweede keer alleen. De hack werd door het Witte Huis en Twitter ontkend.

In 2020 opereerde hij alleen om dingen te kunnen doen die hij eerder nooit deed. Dingen die alles te maken hebben met de gebeurtenissen van de laatste twee jaar en de lessen die hij leerde. Als je Big Tech-bedrijven als tegenstander hebt, zijn er nieuwe spelregels en zijn de regels van het ethisch hacken misschien niet meer toereikend.

Lees ookWeer gehackt: Trumps Twitter is nog steeds niet goed beveiligd22 oktober 2020

Sommigen zullen zeggen dat hij te ver is gegaan. Wat hij precies gedaan heeft, zal voorlopig waarschijnlijk geheim blijven. Als ik via Signal vraag of ik in dit artikel iets meer kan prijsgeven, stuurt hij mij een quote van Winston Churchill: ‘The truth is incontrovertible. Malice may attack it, ignorance may deride it, but in the end, there it is.’

En daarna, uit de Batman-film The Dark Knight: ‘Because that’s what needs to happen. Because sometimes… the truth isn’t good enough. Sometimes people deserve more. Sometimes people deserve to have their faith rewarded.’

Met dank aan Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.