Om tot zijn Gedachten over onze tijd te komen staat Tommy Wieringa onder andere op een mooie, nevelige zaterdagochtend op het voetbalveld waar zijn oudste dochter in het doel staat. Naast dat veld wordt een andere wedstrijd gespeeld van een ploeg waarvan Wieringa een paar jongens kent omdat ze op de school van zijn dochter zitten.

Voor een van hen heeft hij een zwak: ‘Een gevoelig, eenzelvig kind. Er is iets onbeschermds aan hem, alsof hij zonder schil ter wereld is gekomen. In zijn team, heb ik van een van de vaders gehoord, is hij de pispaal. Het is een woord dat ik slecht verdraag, het zou niet in één adem met een kind genoemd mogen worden.’

In de tweede helft roept de trainer de jongen bij zich: ‘En nou ga je jagen, anders wissel ik je.’ De jongen knikt ernstig, doordrongen van zijn taak, hij wil niet worden gewisseld.

Wieringa maakt dan een sprongetje om bij zijn gedachte over onze tijd te kunnen komen: ‘Het is de trainer menens. Hij vertegenwoordigt de wereld,...