Alsof alle plagen van Egypte samenkomen: zo ondergaat Frans Timmermans de tegenwoordige ‘kluwen van crises.’ Het spoorde hem aan om een pleidooi voor meer ‘broederschap’ in Europa te schrijven, om die plagen uit de wereld te helpen. Zonder hulp van Nico Dijkshoorn.

De Willy Alfredo van De wereld draait door, de rijmelaar Nico Dijkshoorn, probeerde in de uitzending van woensdag 9 december Frans Timmermans zijn masker af te rukken. In het gesprek met Matthijs van Nieuwkerk over Broederschap, zijn pleidooi voor meer eenheid in de Europese Unie, had Timmermans ook opgetogen verteld over het prachtige uitzicht op het Hollandse landschap tijdens de rit in de auto naar de uitzending. Dijkshoorn suggereerde dat een ijdele Timmermans achterin de dienstauto prinsheerlijk had zitten genieten van zijn bevoorrechte positie als vice-voorzitter van de Europese Commissie.

De intense tevredenheid (‘dit heb ik toch maar weer gezegd’) waarmee Dijkshoorn doorgaans na afloop van zijn rijmelarij zijn notitieboek dichtslaat, kreeg hij nu als een natte dweil in zijn gezicht terug omdat zijn suggestie volledig uit de lucht was gegrepen. Je moet van iets betere huize komen om het oplaaiend vuur van Timmermans te kunnen doven. Hij kwam daar niet voor niets. Zijn pleidooi getuigt van een goede antenne voor wat er mis kan gaan in de samenwerking bij het in goede banen leiden van de vluchtelingenstroom in de Europese lidstaten. De afstand tot ‘Europa’ is even groot als de urgentie iets te doen aan de stroom vluchtelingen. Aan die urgentie is niet te ontkomen, ook al zou men het willen. Zolang de oorlog in Syrië duurt en IS dood en verderf zaait, komen er vluchtelingen. Het slechten van de afstand tot Europa is een existentiële noodzaak, niet alleen maar een diplomatieke of politieke aangelegenheid. Er is morele en emotionele verbeeldingskracht voor nodig om zich voor te stellen wat het betekent om huis en haard te verlaten en met wat tassen en dekens naar een onbekend ver land te gaan waar men niet op je zit te wachten. Er worden meer dan genoeg beelden getoond, en er worden genoeg verhalen van de vluchtelingen doorgegeven, om die verbeeldingskracht een handje te helpen. Probeer de wereld door ogen van een ander mens te zien, in dit geval een vluchteling, citeert Timmermans Albert Camus. Het idee dat het vanzelf wel opgelost zal worden (‘komt wel goed’ en ‘daar is het Rode Kruis toch voor’, zoals Timmermans het milde sarcasme citeert van de rapper Tourist Lemc), is illusoir.

Timmermans signaleert dat het ontbreekt aan een Europese agora, een vertrouwde publieke ruimte waar lastige kwesties als de vluchtelingen ter sprake kunnen komen op een manier die te vergelijken is met de spreekwoordelijke dorpspomp. Daarvoor is de afstand eenvoudig nog te groot en is de vergaderzaal in Brussel niet aantrekkelijk genoeg om het idee Europa te vertegenwoordigen. Maar die afstand hoeft niet zo groot te blijven, ook al kan het nog jaren duren. De door Timmermans een paar keer geciteerde Victor Hugo heeft in twee redevoeringen over Europa, een in 1849 en een in 1875, al gewezen op de eeuwenlange vijandige volksstammen in Frankrijk (Bourgondië, Normandië, Bretagne, Provence enz.) die uiteindelijk samenkwamen in één Frankrijk. En toch hebben al die delen hun eigen karakter behouden. Hetzelfde geldt voor Duitsland, dat lange tijd bestond uit afzonderlijke vorstendommen. En het ene Italië ontstond pas in de tweede helft van de negentiende eeuw. In alle gevallen heeft het tot een zeker nationalisme geleid, soms in overdreven mate. In zijn essay Van welk Europa houden wij? oppert Dick Pels het ontstaan van ‘Europatriottisme’ dat zich een tussenweg zoekt ‘tussen het aardse maar enge nationalisme en het verheven maar abstracte kosmopolitisme.’

Er wordt nog steeds gesproken, ook door Timmermans, over het ontbreken van een Europees bewustzijn. Dat is natuurlijk iets vaags en ongrijpbaars. Maar de handel heeft er geen moeite mee, die heeft geen Europees bewustzijn nodig om export te bedrijven, als er maar goede en betrouwbare contacten zijn. Veel tastbaarder is het Europees bewustzijn in de gedaante van de kunsten. Ik loop niet zo warm voor het woord ‘broederschap’, maar kan me wel voorstellen dat door verwantschap, door vertrouwdheid met dezelfde thema’s, schrijvers, componisten, theatermakers en filosofische kwesties, een wereld van onderlinge goede verstaanders ontstaat waardoor men aan een half woord genoeg heeft om elkaar te begrijpen, of om elkaar te bestrijden. In de wereld van de kunst, de literatuur, de muziek, de beeldende kunst, bestaat dat Europese bewustzijn al lang, als het inmiddels al niet is uitgebreid naar de mondiale republiek der kunsten.

Onze opvattingen zijn het waard zijn om voor te strijden, en er zijn er grenzen zijn aan onze lankmoedigheid en dus kan ‘niet overal mee gemarchandeerd’ worden.

Timmermans schrijft zijn pleidooi voor meer Europese ‘verbondenheid’ omdat het is alsof nu alle plagen van Egypte bij elkaar aan het komen zijn, wat hij een ‘perfect storm’ noemt, het voorstadium van de complete chaos. De oorlog in Syrië, de financiële crisis, de problemen met het klimaat, de grenzeloosheid in de hebzucht, de verharding van de standpunten en de daarmee gepaard gaande verpulvering van de solidariteit: deze ‘kluwen van crises’ veroorzaken de urgentie van zijn pleidooi. Dat leidt er toch niet toe dat Timmermans onbesuisd een grenzeloze broederschap predikt. Enigszins in tegenspraak met de vrome klank die het woord ‘broederschap’ heeft, benadrukt Timmermans dat Europa nu wel het grote goed van de open grenzen kent, maar dat het nodig is om grenzen te stellen, bijvoorbeeld om voor een humaan asielbeleid verschil te maken tussen migranten en vluchtelingen. Maar ook in algemenere zin: dat onze opvattingen het waard zijn om voor te strijden, dat er grenzen zijn aan onze lankmoedigheid en dus ‘niet overal mee gemarchandeerd’ kan worden: ‘Grenzen zijn een afbakening van het een tegenover het ander, een afbakening die onderlinge relaties reguleert, makkelijker maakt. Grenzen zijn er juist om uitwisseling en onderling begrip te vergemakkelijken en vergroten, zonder dat de nuttige verschillen tussen gemeenschappen verloren gaan.’

Door de verharding van de standpunten, vooral als het gaat om de verhouding tot de islam, dreigt volgens Timmermans een ‘herzuiling’. Het gevaar dat men zich gaat terugtrekken in de eigen wereld. Vooral jongeren uit allochtonen gezinnen verliezen dan het contact met het publieke domein, alsof ze er niet bijhoren.

Interessant is ook dat Timmermans benadrukt dat het maken van Europese verdragen mensenwerk is. Kenmerkend voor ‘mensenwerk is dat wat gemaakt kan worden, ook weer gesloopt kan worden. De structuren die onze samenleving vormen, zijn wel degelijk maakbaar. En dus sloopbaar.’ Maar die maakbaarheid moet niet worden verward met de harde behoefte aan maakbaarheid die leeft onder extreem linkse en rechtse bewegingen en partijen, ‘de politieke flanken’. Die willen radicaal snijden, stoppen, beperken en uitsluiten.

Borstbeeld van Perikles. C.A. 447-432 B.C.

Europa heeft hier een reputatie op te houden van zachte maakbaarheid. Dick Pels schrijft in Van welk Europa houden wij?, over het paradoxale Europa dat zijn kracht put uit zijn zachte krachten, ‘een paradoxale combinatie van relativeringsvermogen en vastberadenheid ten aanzien van de eigen traditie en waarden.’ Europa, schrijft Pels, ‘vertegenwoordigt een ander begrip van macht dan dat van de harde hand. Europa is het huis van de soft power, van de macht van de verleiding, de power of weakness. De Atheense leider Perikles wist al: juist in de zachtheid en kwetsbaarheid van de democratie schuilt haar grootste kracht.’ Pels vergeet niet dat het ook noodzakelijk is om daarnaast een solide defensie te hebben.

Timmermans wijst op het gevaar van het al te veel verkeren tussen mensen die je mening en inzichten delen. Hij wil juist tegengesproken worden: ‘Zoek de mensen op die het niet met je eens zijn. In wie je je niet kunt verplaatsen.’ De broederschap in de titel van zijn pleidooi wil dus niet zeggen dat Timmermans uit is op een potje verbroedering. Zeker niet met Nico Dijkshoorn.

Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid is uitgegeven door Podium. De opbrengst komt ten goede aan Vluchtelingenwerk. Van welk Europa houden wij? is uitgegeven door Cossee.