Bij Blendle hebben ze dit verhaal ook voorgelezen.
Een van de opmerkelijkste passages in Mens/onmens, het nieuwe boek van Bas Heijne, gaat over een banaan. Of eigenlijk: de fenomenologie van de banaan. Daarin citeert hij de directeur van de Russische propagandazender Russia Today, die enige jaren geleden tegenover schrijver Peter Pomerantsev verklaarde dat objectieve journalistiek niet bestaat: ‘Er is altijd een Russische invalshoek. Neem een banaan. Voor de een is het voedsel. Voor de ander is het een wapen. Voor een racist is het iets waarmee je een zwarte kunt pesten.’
Op zichzelf, verklaarde Heijne toen ik hem laatst sprak in een Amsterdams café, heeft de directeur van Russia Today er gelijk in dat de betekenis van de context afhankelijk is: voor de één is de banaan een gezonde lekkernij, voor de ander een racistisch symbool: de beleefde banaan is veel reëler dan de feitelijke banaan. Daarom, zei de essayist, heeft het ook geen enkele zin om aan een zwarte keeper die op het voetbalveld een banaan naar zijn hoofd gesmeten krijgt, uit te leggen dat de banaan volgens de Schijf van Vijf een gezonde vrucht is.
Voor de één is de banaan een gezonde lekkernij, voor de ander een racistisch symbool.
En had het in de commotie na de moord op Kennedy geen enkele zin om uit te leggen dat de criminaliteitscijfers in Dallas juist al maanden aan het dalen waren. Kortom: de perceptie van feiten wordt altijd door de context bepaald.
Maar, voegde Heijne eraan toe: het gaat pas mis als politici, overheden en media de emotie van die talloze beleefde waarheden cynisch exploiteren, en als mensen zichzelf en elkaar louter beoordelen vanuit hun hoogstpersoonlijke interpretatie van de feiten. ‘En dat gebeurt op steeds grotere schaal.’
Die ontwikkeling wordt versterkt door de opkomst van de nieuwe media, die een ‘verkaveling van het maatschappelijk debat’ in gang heeft gezet. Groepspolarisatie is in de plaats gekomen van vrije uitwisseling van argumenten en vrijwel iedere discussie, zeker online, is een discussie tussen doven geworden: een ontwikkeling die ook in Nederland buitensporige vormen heeft aangenomen. ‘Nederlanders zijn heel goed in zelfkastijding,’ zei Heijne in het café, ‘zolang de zweep maar op de rug van een ander terecht komt. Daarbij worden altijd experts aangehaald die niet gehoord worden, beroept iedereen zich naar eigen inzicht op “de feiten” en wordt steevast de ánder irrationaliteit verweten.’
van baudet tot bregman
Het betoog van Bas Heijne werd deze week weer fraai geïllustreerd. Het begon met Thierry Baudet, die afgelopen vrijdagavond in een veelbesproken Twitterbericht meldde dat twee ‘dierbare vriendinnen’ in de trein door ‘vier Marokkanen’ zouden zijn lastiggevallen.
Al spoedig bleek het klinkklare onzin te zijn: in werkelijkheid hadden twee ‘goede bekenden’ van de FvD-leider geweigerd hun treinkaartjes te laten zien aan drie controleurs en een politieagent in burger. Via de sociale media werd Baudet prompt bedolven onder een stortvloed van kritiek, waarna hij halfhartig bekende een fout te hebben gemaakt. Maar excuses voor zijn racistische uitlating bleven uit, en zijn trouwste fans hielden via de sociale media vol dat hij eigenlijk groot gelijk had gehad, want er is in Nederland nu eenmaal een ‘Marokkanenprobleem’ dat Thierry tenminste durfde te benoemen. Met de feiten had het allemaal niks meer te maken, maar des te meer met de beleefde werkelijkheid.
Zo ging het weer toen het stikstofoverleg van minister van Landbouw Carola Schouten met de boerenorganisaties werd opgeschort omdat de radicale boerenorganisatie Farmers Defence Force een dreigende verklaring had gericht tot boerenorganisaties die als ‘Judassen’ de boerenzaak aan het ‘verraden’ zouden zijn. Inderdaad: Farmers Defence Force, de club waarvan voorzitter Mark van den Oever al eerder ambtenaren van het RIVM had geïntimideerd, het aanpakken van de stikstofcrisis had vergeleken met de Holocaust en bovendien had beweerd – net als Thierry Baudet – dat het stikstofprobleem helemaal niet bestond. De dreigbrief aan de ‘Judassen’ verscheen op dezelfde dag dat het Wereld Natuur Fonds naar buiten bracht dat het aantal wilde dieren in open natuurgebieden en op het boerenland de afgelopen dertig jaar vanwege het stikstofprobleem is gehalveerd.
Kortom: als iets niet goed uitkomt roep je dat het niet waar is, en dan bestaat het niet meer, wat de harde feiten ook zijn.
Als iets niet goed uitkomt roep je dat het niet waar is, en dan bestaat het niet meer, wat de harde feiten ook zijn.
Aan de andere kant van het politieke spectrum gebeurde iets soortgelijks: in een ‘brief aan alle Nederlanders’ slaagde de progressieve publicist Rutger Bregman van De Correspondent erin om dertig pagina’s lang groot alarm te slaan over het wassende water waar ‘we’ ons niet bewust van zouden zijn – en hijzelf natuurlijk wel – zonder een woord te besteden aan het Deltaprogramma. Sinds 2010 wordt jaarlijks via het Deltafonds 1,2 miljard euro besteed aan de aanpak van de ‘zwakke schakels’ langs de kust en de grote rivieren: door reusachtige zandsuppleties, het verleggen van waterstromen, het creëren van nieuwe uiterwaarden en de aanleg van nieuwe duingebieden is de bescherming tegen het wassende water weer op orde gebracht voor de komende decennia, vrijwel zonder politieke discussie, want juist daarover bestond de afgelopen decennia wél brede politieke en maatschappelijke consensus.
Maar in het verhaal van Bregman kwam het beter uit het miljardenprogramma te verzwijgen, voor het dramatisch effect.
voortdurende zelfreflectie
In moreel opzicht zijn er natuurlijk essentiële verschillen tussen het stigmatiseren van hele bevolkingsgroepen, het bedreigen van brave bestuurders, het ontkennen van het stikstofprobleem en het verzwijgen van miljardeninvesteringen voor de kustverdediging, maar het patroon is hetzelfde: de waarheid verbuigen ten gunste van de beleefde werkelijkheid en het eigen grote gelijk.
De vraag is natuurlijk wat we kunnen doen aan het voortdurende gemarchandeer met de waarheid in het publieke debat. Al aan het begin van zijn essay wijst Heijne erop hoe zinloos het kan zijn om de ander met de harde feiten om de oren te slaan: veelal lopen zulke exercities in dit gepolariseerde klimaat alleen maar uit op bevestiging van wat men zelf toch al dacht.
Wat wel zou kunnen helpen, stelt hij, is voortdurende zelfreflectie: wees bereid je eigen aannames aan feitelijke kritiek te onderwerpen, maak ruimte in je eigen hoofd voor tegenspraak, luister naar mensen die er echt iets van afweten. Kortom: hou een keer je eigen opvattingen tegen het licht in plaats van die van de ander.
Het is een bescheiden oproep, maar het lijkt me een mooi begin.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.