De binnenwereld van de personages aan het woord.

Honderd jaar geleden in april 1913 was het bed waarin Marcel Proust een groot deel van zijn dagen doorbracht (in een kamer waarvan de wanden waren voorzien van kurk om het geluid buiten te houden) bezaaid met de drukproeven van het eerste deel van zijn zevendelige romancyclus Terug naar de verloren tijd, bestaande uit de delen Combray, Een liefde van Swann en Plaatsnamen: de naam.

De uitgeverij Bernard Grasset was, na drie andere afwijzingen, bereid gevonden om het uit te geven, maar wel op Prousts eigen kosten. Grasset nam het niet op zich omdat hij het speciaal een bijzonder boek vond, maar omdat er voor zijn jonge uitgeverij geen financieel risico aan verbonden was. Hij bekende later het boek niet gelezen te hebben.

Dat Proust het boek op eigen kosten liet drukken, was niet zonder betekenis, aangezien de manier waarop hij de drukproeven behandelde nogal prijzig was. Dat deerde hem niet (hij was niet onbemiddeld), maar het maakt de drukproeven honderd jaar later tot een bezienswaardigheid in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs en nu op een tentoonstelling in The Morgan Library and Museum in New York.

Die drukproeven waren voor zetters een nachtmerrie. Zetters waren natuurlijk wel iets gewend, maar Proust maakte het wel heel bont. Omdat hij het zelf betaalde was er geen rem op het aantal aan te brengen veranderingen. Hij deed wat hij nodig vond. Het was, zo luidt de getuigenis van betrokkenen, alsof Proust door het zien van de gedrukte tekst pas zag hoe het wel moest. Niet alleen veranderde hij ingrijpend wat hij geschreven had, hij voegde er ook steeds stukken aan toe. ‘Ik heb een heel nieuw boek geschreven aan de hand van de proeven’, schreef hij aan zijn vriend Louis de Robert, die als een soort tussenpersoon met de uitgevers fungeerde. In de vijf complete proeven die bewaard zijn gebleven, ondergaat elke proef een metamorfose door de vele veranderingen en toevoegingen.

Drukproef van Marcel Proust
Drukproef van Marcel Proust

De verschillende uitgevers (onder wie André Gide, die het, tot zijn latere spijt, had afgewezen) hadden een ongebruikelijk manuscript onder ogen gekregen. Het had geen plot en het verhaal verliep niet bepaald rechtlijnig. Ook stond de verteller bij schijnbaar onbetekende voorvallen lang stil. Zijn zinnen waren lang en kronkelig, maar niet zonder charmes. Een van drie uitgevers, monsieur Humblot van de uitgeverij Ollendorff, had Louis de Robert geschreven dat hij zijn hoofd had gebroken over de vraag waarom de verteller ‘dertig pagina’s nodig heeft om te beschrijven hoe hij zich in bed omdraait voor hij gaat slapen.’ Een brief waarin zoiets staat kon hij niet aan Proust laten lezen, antwoordde Robert hem. Hij moest maar een toonbaarder brief schrijven. Maar Proust kreeg de oorspronkelijke brief toch onder ogen. Hij vond hem ‘stupide en vulgair’.

Toen De kant van Swann met de drie eerste delen van Terug naar de verloren tijd op 14 november 1813 verscheen, bleek dat Proust voor een wending in de literatuur had gezorgd. Het was een wending die bepalend werd voor de moderne literatuur en die tegelijk ook bij een aantal andere schrijvers leefde: net als Proust braken James Joyce en Virginia Woolf met het realisme en lieten de binnenwereld van hun personages aan het woord: hun onderbewuste, hun gedachtestromen, hun bewustzijn en, in het geval van Proust, hun willekeurig opkomende herinneringen.

Dat Proust zoveel veranderde in zijn drukproeven, had alles te maken met het karakter van zijn boek: daarin duiken de herinneringen voortdurend onverwacht op, opgeroepen door geuren, door voorwerpen, door associaties, en natuurlijk door zoiets als een cakeje, de madeleine, die de verteller bij de thee krijgt als hij op bezoek is bij zijn tante Léonie. Bij haar had hij die madeleine eerder als kind gekregen, en dat herinnert hij zich op het moment dat hij het in de thee doopt en de geur hem tegemoet komt.

Deze mémoire involontaire moet worden onderscheiden van de mémoire volontaire, de bewust opgeroepen herinnering, die Proust van minder betekenis vond. De door een associatie of een voorwerp opkomende herinnering is veel werkelijker omdat hij voortkomt uit een innerlijk beleefd reservoir dat er op wacht weer tot leven te worden gewekt om de verloren tijd terug te halen. En niet meer als verloren te beschouwen.

In The Morgan Library and Museum in New York is nu de tentoonstelling over de drukproeven van Prousts roman: Marcel Proust and Swann’s Way: 100th Anniversary.