Thijs’ column is dankzij Blendle ook te beluisteren.

Het was de NOS die deze week voor het eerst alarm sloeg: nu het er in de peilingen naar uitziet dat er vijftien partijen in de Tweede Kamer zullen komen, meer dan ooit in de Nederlandse geschiedenis, is er sprake van ‘ongekende fragmentatie’.

Als eerste nieuwkomer die de kiesdrempel zou kunnen halen, kwam enige weken geleden JA21 al bovendrijven, de partij die Joost Eerdmans en Annabel Nanninga oprichtten nadat ze zich vanwege de heibel over antisemitische appjes terugtrokken uit Forum voor Democratie: ze zouden bij de verkiezingen twee zetels kunnen halen.

Afgelopen week bleek dat Volt, de pan-Europese partij van Laurens Dassen, op twee of zelfs drie zetels zou kunnen komen. Voor wie goed had opgelet was dat laatste eigenlijk geen verrassing: bij de Europese verkiezingen in mei 2019 haalde Volt ook al 1,9 procent van de stemmen, omgerekend goed voor twee zetels in de Tweede Kamer.

Maar de consternatie op de sociale media was er niet minder om: de versplintering in de Nederlandse politiek zou definitief hebben toegeslagen, kleine partijtjes zouden in de Kamer niets voor elkaar kunnen krijgen, het land zou onregeerbaar worden.

bestaansrecht bewezen

Dat lijkt me grote onzin. Ook de ChristenUnie begon als een verzameling splinterpartijtjes, en is inmiddels een betrouwbare en effectieve regeringspartij gebleken, in het hart van de macht. De partij die ooit met de SGP tot ‘klein christelijk rechts’ werd gerekend, heeft inmiddels ook aantrekkingskracht op progressieve kiezers, die bij het invullen van Kieskompas en Stemwijzer vaak tot hun eigen verbazing bij de ChristenUnie uitkomen.

Ook D66 was ooit een nieuwkomer, die tot verontrusting van de gevestigde partijen het ‘verrotte bestel’ wilde opblazen. De partij dwarrelde van hoge toppen naar diepe dalen – in de aanloop naar de verkiezingen van 2006 stonden de Democraten even op nul zetels in de peilingen – maar is inmiddels niet meer weg te denken uit het politieke landschap.

Hetzelfde geldt voor de Partij voor de Dieren, die in 2006 met twee zetels in de Tweede Kamer kwam. Aanvankelijk werd de partij weggehoond vanwege het pleidooi tegen goudvissenkommen en circusdieren, maar inmiddels is de partij onder leiding van het veelgeprezen Kamerlid Esther Ouwehand, hard op weg naar zeven zetels in de Kamer.

Ook Kamerleden die zich tijdens regeerperiodes afsplitsten konden de afgelopen jaren rekenen op harde kritiek: als ‘zetelrovers’ zouden ze geen plek in de Kamer verdienen. Maar regelmatig wisten ze hun bestaansrecht wel degelijk te bewijzen. De partij Denk van Tunahan Kuzu en Selcuk Ozturk lag aanvankelijk zwaar onder vuur vanwege tendentieuze videofilmpjes over Turks-Nederlandse Kamerleden van andere partijen, maar intussen gaven ze een stem aan kiezers van Turkse en Marokkaanse achtergrond die zich als tweederangs burgers behandeld voelden.

Onder de immer sympathieke Rutte wordt tegenspraak binnen de partij gesmoord in de fractiediscipline.

En Femke Merel van Kooten, die zich in 2019 afsplitste van de Partij voor de Dieren, bleek in haar eentje een gewaardeerd en effectief Kamerlid. Voor haar nieuwe partij, na een mislukte samenwerking met Henk Krol, koos ze een toepasselijke geuzennaam: Splinter.

ruimte voor nieuwkomers

Wie vindt dat partijen als de PVV van Geert Wilders en FvD van Thierry Baudet vanwege hun ideeën geen plaats in het parlement zouden moeten hebben omdat ze de democratie zouden ondermijnen, zou er goed aan doen te bedenken dat die bewegingen binnen de democratie een stem geven aan burgers die zich niet gehoord voelen door de gevestigde partijen.

Zoals historicus Geerten Waling al schreef in zijn boek Zetelroof en politicoloog Tom van der Meer in Niet de kiezer is gek is het vanuit democratisch oogpunt een reusachtig voordeel dat ons politieke systeem ruimte biedt voor nieuwkomers. Zoals Van der Meer het treffend beschreef: het pleidooi voor kiesdrempels om nieuwkomers de pas af te snijden is ‘een contraproductief medicijn voor een verkeerd begrepen kwaal.’

Dat volgens de peilingen nu meer partijen dan ooit kans maken om in het parlement te komen, heeft ongetwijfeld te maken met de grote voorsprong in de peilingen van de VVD onder de oppermachtige Mark Rutte. Nu zich nog steeds geen tweestrijd om de eerste plek heeft afgetekend, is nog nergens het bandwagon-effect te bespeuren dat andere partijen – ook de nieuwe – leeg kan trekken. Goed nieuws voor de nieuwkomers: in de slagschaduw van Mark Rutte kunnen duizend bloemen bloeien.

kwaliteit van de democratie

Voor de kwaliteit van de democratie lijken de nieuwkomers me overigens een stuk gezonder dan het gegeven dat een partij als de VVD al zo lang aan de macht is. Naast alle kritiek op de woningnood, de dakloosheid, de inkomensongelijkheid en de toeslagenaffaire die onder de VVD konden voortwoekeren, heeft de VVD last van een euvel dat iedere partij bedreigt die te lang aan de macht is: het instinctieve streven naar machtsbehoud.

Ook onder de immer sympathieke Rutte wordt tegenspraak binnen de partij gesmoord in de fractiediscipline. Vorig jaar op een besloten bijeenkomst met liberale oud-bewindslieden waren het voormalig minister Johan Remkes en oud-partijleider Ed Nijpels die de partijtop waarschuwden voor het gebrek aan doorstroming in de partij: getalenteerde Kamerleden krijgen nauwelijks kans zich te laten gelden.

Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën. Klaas Dijkhoff, tot voor kort de gedroomde kroonprins, deed nog een manmoedige poging de ideologische vernieuwing in de partij op gang te brengen met een ‘discussiestuk’ en daarop volgende gesprekken, maar van die vernieuwing is in het verkiezingsprogramma weinig te merken.

Na Rutte dreigt voor de VVD een gapende leegte.

Rutte spreekt de laatste tijd graag over het belang van een sterke overheid en ‘menselijke maat’ in de uitvoering, maar in het verkiezingsprogramma wordt bezuinigd op het openbaar bestuur. De VVD zegt de wooncrisis te willen aanpakken maar verhoogt de verhuurdersheffing op de woningcorporaties. En op het falende terugkeerbeleid van uitgeprocedeerde asielzoekers kan de partij nog altijd niks beters bedenken dan strafbaarstelling van illegaal verblijf.

Ideologisch is het stilstaand water. Kortom: na Rutte dreigt voor de VVD een gapende leegte.

Voor de verkiezingen maakt dat nog weinig uit: zolang de coronacrisis voortduurt is Rutte ongenaakbaar. Maar na de verkiezingsstrijd kan daar snel verandering in komen, als het coronavirus onder controle is en er tijdens de nieuwe kabinetsperiode drie parlementaire enquêtes op gang komen: naar de toeslagenaffaire, het Groningse gas én het coronabeleid, met de premier als hoofdverantwoordelijke. Dan kan het snel gedaan zijn met Rutte’s populariteit, waar de VVD zich nu nog aan vastklampt.

En dat biedt weer kansen voor al die kleine partijen, oud en nieuw, die zich nu opmaken voor de verkiezingen.