Opinie
Een vrijheidskompas dat ons behoedt voor angst en boosheid

Als er iets op het spel staat, dan is het wel onze vrijheid. Groot en klein. Aan de buitengrenzen én binnen de samenleving. Lijsttrekker van de ChristenUnie Mirjam Bikker pleit voor een christelijk-sociaal vrijheidskompas.


Fotografie Dirk Hol / ANP

6 min

Vrijheid. Als er iets op het spel staat, dan is het wel onze vrijheid, nu Russische drones steeds vaker het NAVO-luchtruim invliegen en Trump de verhoudingen met Europa op scherp zet. Toch draait vrijheid niet alleen om het beveiligen van buitengrenzen. Vrijheid is geen gegeven, maar vraagt om krachtige invulling.

Die noodzaak voelde ik zeer bij het lezen van het rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, dat eind september werd gepresenteerd. De adviesraad schetst een somber beeld. Ondanks onze vrijheid en rijkdom groeit de onrust. Vier op de tien Nederlanders kampen met angst- of depressieve gevoelens, en slechts de helft van de jongeren noemt hun mentale gezondheid goed. Het geluksgevoel onder 18- tot 25-jarigen is in twintig jaar fors gedaald en bijna één op de drie scholieren ervaart emotionele problemen. Het is confronterend hoe een van de welvarendste, meest vrije landen ter wereld zo ongelukkig kan zijn. Onvrede en ongeluk uiten zich inmiddels ook op straat. Steeds meer mensen worden gevoelig voor retoriek van de angst. De rellen op het Malieveld – met rechts-extremistisch geweld – zijn daar een voorbeeld van.

Politieke partijen buitelen nu over elkaar heen om zich te presenteren als de ware hoeders van de vrijheid. Rechts waarschuwt voor een bemoeizuchtige overheid, populisten richten hun pijlen op migranten en Europa, terwijl progressief links vooral het geëmancipeerde individu centraal stelt. Maar zo verwordt vrijheid te vaak tot een strijdkreet tégen elkaar, in plaats van een ideaal dat ons verbindt.

In de christelijke traditie ligt een heel ander spoor. Daar is vrijheid onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid, gerechtigheid en recht. Vrijheid betekent niet alleen vrij zijn van onderdrukking en tirannie. Mijn voorganger Gert-Jan Segers verwoordde dat treffend: ‘Vrijheid is de ruimte om het goede te kunnen doen en het ware te kunnen zeggen.’ Dat perspectief bevrijdt ons van angst en geeft richting aan een samenleving waarin mensen elkaar niet loslaten, maar elkaar ondersteunen. Het is tijd om dit diepere en oudere vrijheidsideaal nieuw leven in te blazen. Vrijheid is te kostbaar om te reduceren tot een partijprogramma of een defensielijn. Zij is de bron waaruit wij putten om samen recht te doen aan elkaar, elkander een thuis te bieden en een hoopvolle toekomst te schetsen.

Opinies van politici

In aanloop naar de verkiezingen vraagt Vrij Nederland lijsttrekkers van politieke partijen om een opiniestuk, waarin ze hun visie voor de samenleving uiteenzetten. Eerder publiceerden wij stukken van Marjolein Moorman, Jesse Klaver en Henri Bontenbal.

Versmald vrijheidsideaal

Dat brengt mij bij twee dominante stromingen in onze politiek, die vrijheid weliswaar hoog in het vaandel hebben staan, maar zijn vastgelopen in een versmald beeld van vrijheid. Aan de ene kant het rechtspopulisme, aan de andere kant het liberalisme. Beide leggen een eenzijdige nadruk op negatieve vrijheid, de afwezigheid van dwang en beperkingen. Begrijp me goed: ook vanuit mijn christelijk-sociale traditie hecht i  aan deze negatieve vrijheid, aan de ruimte voor het maatschappelijke leven waar de overheid zich niet in mengt. Wij noemen dit soevereiniteit in eigen kring. Maar daar houdt het niet op. En dat is wat ik mis bij de rechtspopulisten en de liberalen. Het besef dat vrijheid niet alleen een individuele aangelegenheid is, maar pas betekenis krijgt binnen de context van sociale relaties en gemeenschappen.

Voor rechtspopulisten ligt vrijheid vooral in afbraak. Ze ontstaat pas als de ander verdwijnt. De kritiek van de Raad van State op de asielplannen werd door Geert Wilders eenvoudig weggewuifd: ‘Niks aantrekken van die ongekozen bureaucraten.’ Daarmee worden rechtsstatelijke waarborgen ingeruild voor willekeur.

De mens mag nooit middel zijn, maar moet altijd doel in zichzelf blijven

De vrijheid die zo resteert is schijnvrijheid. De Nederlander zou pas vrij zijn als de vreemdeling vertrekt en de rechtsstaat verzwakt. Maar een vrijheid die anderen uitsluit, bouwt niets op, ze breekt alleen af. Zelfs de PVV-kiezer ziet zich vroeg of laat geconfronteerd met de vraag: wat heeft Wilders ons eigenlijk gebracht?

Het liberalisme zoekt vrijheid in autonomie en zelfbeschikking. Daarbij beroepen liberalen zich vaak op het schadebeginsel van de politiek filosoof John Stuart Mill (1806-1873), die stelt dat iemands vrijheid alleen mag worden beperkt om te voorkomen dat hij of zij de vrijheid van een ander schaadt. Dat uitgangspunt is kortzichtig en onverschillig. Vrijheid vanuit een individueel perspectief maakt al snel blind voor het feit dat keuzevrijheid de leefruimte, bestaanszekerheid of waardigheid van een ander kan uithollen, zonder dat dit meteen of direct zichtbaar is als ‘schade’.

Dat zagen we bijvoorbeeld bij de Wet transparantie maatschappelijke organisaties. In naam van vrijheid werd een registratieplicht ingevoerd die juist goede doelen en geloofsgemeenschappen beperkte. Liberale partijen schoten daarmee met een kanon op een mug.

Nog pijnlijker is het naïeve beroep op zelfbeschikking bij prostitutie en porno. Achter de façade van keuzevrijheid gaat vaak uitbuiting en afhankelijkheid schuil, vooral van vrouwen. Zoals de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) al zei: de mens mag nooit middel zijn, maar moet altijd doel in zichzelf blijven.

Een christelijk-sociaal vrijheidskompas

Vanuit de rijke traditie van het christelijk-sociale denken wil ik het Nederlandse vrijheidskompas revitaliseren. Een vrijheidsbegrip dat niet als een windvaan meewaait met de tijdsgeest. Een vrijheidsbegrip dat ons behoedt voor angst en boosheid, onthechting en vervreemding, en onze vatbaarheid reduceert voor goedkoop en gevaarlijk populisme dat mijn vrijheid tegenover jouw vrijheid zet.

Het christelijk-sociale vrijheidskompas brengt vrijheid terug tot een opdracht tot verbinding. De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Galaten: ‘Misbruik de vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.’ Vrijheid is er niet alleen maar voor jezelf. Vrijheid krijgt pas betekenis als je deze met anderen deelt. Vrijheid is dus onlosmakelijk verbonden met de diepere zin van het bestaan: het aangaan van betekenisvolle relaties. Ook bij de kerkvader Augustinus komen we eenzelfde begrenzing van vrijheid tegen. ‘Heb lief, en doe wat je wilt’ (dilige et quod vis fac). Het onderstreept dat vrijheid een sociaal begrip is, dat niet begint bij angst, maar bij liefde. Ik denk dat we deze leidraad kwijt zijn geraakt.

Juist door ons vrijheidsbegrip te verankeren in de liefde voor het goede en het ware, en niet als een neutrale ruimte waarin we elkaar vooral niet lastigvallen, krijgt het z’n urgentie. Het goede en het ware zijn, om een term van de Canadese, katholieke filosoof Charles Taylor (1931) aan te halen, bevrijdende beperkingen.

U zou nu kunnen denken dat een christelijk-sociaal vrijheidskompas er vooral een is van verheven gedachten. Niets is minder waar. Er staat te veel op het spel. Zoals de Duitse protestantse kerkleider Dietrich Bonhoeffer (1906-1945), die zijn verzet tegen de nazi’s bekocht met de dood, in een gedicht (1944) verwoordde: ‘Vrijheid ligt niet in verheven gedachten, maar in het stellen van een daad. Aarzel niet langer, ga de storm in en handel.’

Met twee voorbeelden zal ik uitwerken wat het handelingsperspectief van een christelijk-sociaal vrijheidskompas is.

Rechtsstaat

Te beginnen bij de rechtsstaat. Die is geen sta-in-de-weg, maar een onmisbare waarborg voor vrijheid. Zij voorkomt willekeur in de relatie tussen overheid en burger.

De Amerikaans en protestants theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971) zei het treffend: ‘Het vermogen van de mens tot rechtvaardigheid maakt democratie mogelijk, maar zijn neiging tot onrechtvaardigheid maakt de rechtsstaat noodzakelijk.’ Daarmee echoot hij de apostel Paulus en de kerkvader Augustinus. Echte vrijheid kan alleen bestaan binnen een raamwerk dat recht doet aan burgers. Juist daarom is het zo zorgelijk dat er steeds vaker aan de fundamenten van de rechtsstaat wordt gemorreld.

Volkshuisvesting is bij uitstek een kwestie van positieve vrijheid. De mogelijkheid om in een gedeelde ruimte een leven op te bouwen

In het debat over de asielnoodwet steunden partijen een wet die juridisch broddelwerk bleek. Fundamenteler nog: de strafbaarstelling van illegaliteit bracht ook maatschappelijke organisaties als het Leger des Heils in de knel. Dat raakte barmhartigheid en solidariteit in de kern. Achter dit beleid schuilt een mensbeeld waarin de ‘illegaal’ geen medemens meer is, maar een vijand. Zodra de pijlers van de rechtsstaat worden aangetast, wordt ook de positieve vrijheid beknot. De vrijheid die voortkomt uit recht, gerechtigheid en maatschappelijke inzet.

Volkshuisvesting

Vrijheid is niet alleen de afwezigheid van dwang, maar ook de aanwezigheid van voorwaarden om verantwoordelijkheid te nemen. Een dak boven je hoofd is zo’n voorwaarde. Ruim 350 duizend huishoudens zoeken momenteel een woning, waaronder 80 duizend starters. Achter die cijfers gaan mensen schuil die een gezin willen stichten of aan hun toekomst willen bouwen. Zonder woonruimte blijft hun vrijheid leeg.

Volkshuisvesting is bij uitstek een kwestie van positieve vrijheid. De mogelijkheid om in een gedeelde ruimte een leven op te bouwen. Dat vraagt om een overheid die voorwaarden schept. Denk daarbij aan voldoende betaalbare huur- en koopwoningen, ruimte voor woningcorporaties en initiatieven die niet door winst gedreven zijn. Maar het vraagt ook iets van burgers. Niet alles blokkeren met eindeloze bezwaarprocedures.

Een overheid die positieve vrijheid bevordert is betrouwbaar en geeft vertrouwen. Zij moet versimpelen waar systemen burgers nu klemzetten. Ons belasting- en toeslagenstelsel is een schrijnend voorbeeld. Het is zo ingewikkeld, dat wie geen fiscalist kan betalen, al snel verdwaal in een bureaucratische warboel. Dat past niet bij een overheid die recht wil doen aan haar burgers. Wat hier mist, is een bouwende overheid. Vertrouwenwekkend, rechtvaardig en bevrijdend.

Tot slot

In deze woelige tijd vol grote, geopolitieke omwentelingen, doet het er meer dan ooit toe waar je voor kiest, voor welke vrijheid je in de komende jaren wil gaan staan. Een christelijk-sociaal vrijheidskompas kan ons land vooruit helpen. Het bevordert delen met elkaar, dienstbaar zijn, verantwoordelijkheid nemen en begrenzing van de verkeerde soort vrijheid. Vrijheid is er niet voor de enkeling, maar voor alle Nederlanders. Of je hier nu nieuw bent, of je wortels in Nederland eeuwen teruggaan. Alleen zo blijft ons land een thuis.

Zoals René van Loenen dichtte, geïnspireerd door de Duits kerkleider Bonhoeffer (1906-1945):

Een godsgeschenk, ons in de hand gelegd, 
is vrijheid, kostbaar zaaigoed, maar geen recht. 
Bewaard, gekoesterd en weer doorgegeven, 
zo vindt het zaad de ruimte van het leven.

MachtSamenleving
Gerelateerd