Je zult als befaamd essayist maar op één en dezelfde pagina als Thierry Baudet staan en allebei je tegen minister Sigrid Kaag uitspreken. Dat lot trof Paul Scheffer, die in NRC onder de kop ‘De uitputting van het Liberale Wereldbeeld‘ de veelgeprezen Abel Herzberglezing van de D66-(mini-)ster een onvoldoende gaf omdat ze het falen van de liberale elites niet verklaarde.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Hoe werkgeversbaas Hans de Boer zich in de nesten lulde12 oktober 2018

Scheffer deed dat wel, met behulp van anderen. Eerst door politicoloog Yascha Mounk te laten uitleggen dat de liberale democratie nu letterlijk is verscheurd door twee dystopische ontwikkelingen: de opkomst van de illiberale democratie en die van het ondemocratische liberalisme (het doorgeschoten globalisme).

Vervolgens door de historicus Niall Ferguson, die het overal om zich heen grijpende populisme tot dat doorgeschoten globalisme herleidt. En ten slotte door hoogleraar Ulrike Guérot een mea culpa te laten uitspreken: de liberale elites hebben verzaakt en wisten de geest niet in de fles te houden. En dat mag ook Sigrid Kaag zich aantrekken.

Het is een regelrechte beschuldiging aan het adres van Kaag dat zij haar tegenstanders ‘ridiculiseert’ en dat ‘zijzelf haat en intolerantie predikt’.

Uiteindelijk neemt Scheffer zelf de laatste zin voor zijn rekening: ‘maar ze had het er niet over, en doet er ook niet echt iets aan’.

De onderbuik en de bovenkamer

Het is tenminste nog een redenering. Ook Thierry Baudet verwijt Kaag niets te zeggen, maar gaat weer over op de mantra van het perfide Europa dat zijn grenzen niet kan controleren en de natiestaat niet kan – en niet wil – beschermen. Een redenering die de verdiensten van de EU volkomen miskent, en in het schrijfsel van Baudet ontaardt in de positionering van zijn Forum voor Democratie als een partij die in een traditie staat om ‘onze waarden actief – zo nodig met geweld’ te verdedigen.

Dan volgt een regelrechte beschuldiging aan het adres van Kaag dat zij haar tegenstanders ‘ridiculiseert’ en dat ‘zijzelf haat en intolerantie predikt’. Dat lijken me respectievelijk een staatsgevaarlijke aankondiging en een belachelijke beschuldiging.

Sigrid Kaag deed, en wilde, niets anders dan in haar lezing niet alleen de positieve maar vooral ook de negatieve kanten van stilte noemen.

Hoewel Baudet en Scheffer letterlijk on the same page staan waar het hun kritiek op Kaag betreft, redeneert de eerste via de onderbuik en de tweede via de bovenkamer. De eerste ziet Europa als elitair complot van globalisten die zich niet druk maken om immigratie, de tweede als een project van falende elitisten die negeren hoe fnuikend dat grenzeloze project is geweest voor onze ‘vrijheid (om) vorm (te) geven aan onze toekomst’.

Het verstommen van de redelijkheid

Het is – afgezien van de schandelijke lading die Baudet nog aan zijn stuk geeft door zijn minne beschuldigingen – van beiden nogal raar om Sigrid Kaag daar de schuld van te geven. Zij deed, en wilde, niets anders dan in haar Abel Herzberglezing niet alleen de positieve maar vooral ook de negatieve kanten van stilte noemen. ‘De leegte. De stilte. Het verstommen van de redelijkheid. Het gebrek aan krachtige tegenspraak en een waardig alternatief. Dat is de eerste stap. De gruwelijkheden de laatste.’

In een verbazingwekkende uitval naar Kaag deed columnist Max Pam in de Volkskrant van 10 oktober een duit in hetzelfde zakje. Pam noemde Kaags lezing ‘abominabel, goedkoop en populistisch’. Het enige argument dat Pam aanvoert, is dat hij Kaag verwijt niet over de Palestijnse kwestie en de staat Israël te hebben gesproken, terwijl ze minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is en getrouwd met een Palestijn! (Had ze dat overigens wel gedaan, dan was het ook weer niet goed geweest, want de Volkskrant is van alle opiniemarkten thuis: collega Eppink schreef op 28 augustus jongstleden in een insinuerende column dat Kaag dat eigenlijk niet kan.) Je kunt haast niet anders dan concluderen dan dat persoonlijke afkeer, eerder dan argumenten, hier de gedachten beheersen.

Kaag deed in haar lezing niets anders dan uitleggen waarom Europa, een nieuwe zelfstandige eenheid die bestaat uit een moeizaam verworven ‘versmelting van soevereiniteiten’, de voorwaarde is van de vrijheid van kleine landen als Nederland. Waarom multilateralisme het stolsel is van onvervreemdbare rechten en principes, die daarom in onze Grondwet (blijven) staan.

Kan het iemand verweten worden dat ze waarschuwt tegen het gevaar van zwijgen uit angst? Om precies datgene te verwoorden waar Scheffer in een hele ingewikkelde – en geleende – analyse de vinger op de zere plek legt, namelijk of ‘zal ongelijkheid worden herkend als drijvende kracht van de politieke polarisatie en als factor in de afbraak van sociale samenhang en de vermindering van stabiliteit en veiligheid’. Om maar te zwijgen van het geraaskal van Baudet, die een terugkeer naar de 19e-eeuwse natiestaat bepleit, waar ongelijkheid en inter-Europese oorlog de norm waren.

Kan Sigrid Kaag worden verweten dat zij naar Nederland terugkeerde als minister – een baan waarbij ze niet stil zit – om te kunnen zeggen: ‘wees niet stil, we zijn met velen’. Ik dacht het niet, wijsheid begint met denken, stil en hardop op een welgekozen moment.