Het was iets uit de middeleeuwen, maar in Mozarts opera Le nozze di Figaro (1786) komt het nog voor: het ‘herenrecht’ dat de graaf Almaviva wil verzilveren door te eisen de eerste nacht te mogen doorbrengen met Susanne, de vrouw van zijn bediende Figaro. In de middeleeuwen lukte het nog, maar in de opera van Mozart gaat de vlieger niet meer op en beleeft de graaf een beschamende afgang.

Ook al is dit herenrecht uitgestorven, achter deze feodale traditie zat wel het vanzelfsprekende idee dat het gewoon was voor mannen om van vrouwen altijd meegaandheid te verwachten. Dat vrouwen zelf zoiets zouden eisen was ondenkbaar: de gravin Almaviva die het recht opeist de eerste nacht door te brengen met de kersverse man van haar kleedster. Dat kan hoogstens als een spelletje.

Het is misschien minder aan het worden, maar in de hoofden van nog heel veel mannen zit nog dat vrouwen geen ‘nee’ in hun woordenschat hebben. Martha Nussbaum permitteert zich in haar boek over de morele, psychologische en juridische kanten van seksueel geweld, Bastions van hoogmoed, de generalisatie dat in Amerika, ‘net als overal elders, lange tijd een cultuur heeft geheerst waarin mannen als vanzelfsprekend werden bevoorrecht’. Die vanzelfsprekendheid is hardnekkig. Vandaar dat de nieuwe zedenwet die in 2024 in Nederland van kracht wordt draait om het ‘nee is nee’ van vrouwen.

bastions van hoogmoed

De ‘bastions’ waar die vanzelfsprekendheid in Amerika nog heerst beperkt Nussbaum om praktische reden tot de wereld van de sport, het recht en de kunsten. In Amerika is het beoefenen van sport (football, honkbal, basketbal) op colleges geen hobby, maar een zwaar commerciële aangelegenheid waarin ongekende bedragen omgaan en reputaties gemaakt worden. Dit systeem is zo corrupt dat het volgens Nussbaum niet meer te repareren is. De coaches verdienen miljoenen. Door de heldenstatus van spelers wordt veel vergoelijkt. Het stelselmatige masculiene wangedrag wordt systematisch toegedekt. Academische corruptie tiert er welig. Spelers die nauwelijks kunnen lezen of schrijven slagen glansrijk.

De seksuele moraal in de rechtspraak in Amerika illustreert Nussbaum aan de hand van de ‘briljante’ Alex Kozinski, een hoge federale rechter die werd omschreven als ‘ruw, wreed, neerbuigend, sadistisch, achterbaks en meedogenloos’. Op de gerechtelijke roddelsite Underneath Their Robesprees hij zichzelf in de rubriek ‘Gerechtelijke stukken’ half humoristisch aan als ‘mannelijk superstuk’. Kozinski ‘seksualiseerde alles en iedereen’. Zulke rechters worden voor het leven benoemd.

Volgens Nussbaum heeft seksueel misbruik altijd te maken met misplaatste hoogmoed, je boven anderen verheven voelen en daarom denken te kunnen doen waar je zin in hebt.

Als het om de kunsten gaat laat Nussbaum Harvey Weinstein en Bill Cosby even zitten waar ze zitten en concentreert ze zich op de klassieke muziek in de personen van James Levine en Plácido Domingo. Levine was meer dan veertig jaar dirigent van het orkest van de Metropolitan Opera van New York. Hij liet een sekte om zich heen ontstaan waarin toestemming voor seksueel misbruik een belangrijk geloofsartikel vormde. Er was maar één antwoord op de initiatievraag ‘red je mij of je moeder?’. Plácido Domingo is niet alleen een enthousiaste erg tactiele tenor die graag omhelst (‘beetpakt’, schrijft Nussbaum), maar ook een stalker en iemand die dreigde met consequenties voor carrières als hij zijn zin niet kreeg. Maar Domingo heeft spijt betuigd en is door het stof gegaan, wat volgens Nussbaum voor hem pleit.

seksueel misbruik

Dat Nussbaum de moeite heeft genomen deze affaires (die ook ruim in de publiciteit zijn geweest) uit te zoeken en te documenteren heeft verschillende redenen: ze wil achterhalen in hoeverre sterren hun gang kunnen gaan. In hoeverre is het beoefenen van kunst op hoog niveau een excuus voor misdragingen? Het gaat bij Levine om ‘een van de grootste musici van zijn tijd’. Bij Domingo om ‘een van de allergrootste operazangers ooit’.

Volgens Nussbaum heeft seksueel misbruik bij hoog en bij laag, in de kunsten en in de sport of rechtspraak, altijd te maken met misplaatste hoogmoed, je boven anderen verheven voelen en daarom denken te kunnen doen waar je zin in hebt. Maar echte hoogmoed veronderstelt een uitgesproken bewuste hoogmoedigheid, met de neus in de lucht, terwijl seksueel misbruik (aanranding, verkrachting) veel instinctiever plaatsheeft, hersenlozer, gedreven door remloze lust. De lust verdringt elke redelijke gedachte. Vandaar dat het ‘nee’ van vrouwen zo makkelijk niet ernstig genomen wordt. Het past niet in de lust-obsessie. Het is vreemd dat Nussbaum, die het eerder in verschillende boeken over de rol van emoties heeft gehad, hieraan voorbijgaat.

een vermorzelde binnenwereld

Veel plausibeler is wat Nussbaum schrijft over het negeren van de vrouwelijke autonomie door mannen. Ze zien niet (generaliserend) dat er een intrinsieke afstand is tussen mensen en helemaal tussen mannen en vrouwen. Die afstand kan makkelijk overbrugd worden, maar alleen door een bewuste wederzijdse toenadering, niet door maar instinctief je gang te gaan. Autonomie is een te verwaarloosd begrip geworden omdat het al te makkelijk gekoppeld wordt aan grof individualisme.

Nog interessanter wordt het als Nussbaum het over het ontkennen en negeren van de vrouwelijke subjectiviteit heeft. De autonomie van vrouwen (en mannen) krijgt pas een gezicht door rekening te houden met de subjectieve wereld van iemand, in dit geval vrouwen: dat is wat men ‘de kostbare binnenwereld’ noemt, daar waar alle fijne besnaring zich bevindt, gevoelens, lusten, emoties, remmingen, verwachtingen en verlangens. Bij aanranding, intimidatie, geweld en verkrachting wordt die kostbare binnenwereld belaagd, vermorzeld, door elkaar geschud op een manier dat het niet zo gauw meer op zijn plaats terugkomt.

Nog een stapje verder gaat Nussbaum als ze seksueel misbruik van een filosofischer standpunt bekijkt: er heeft bij seksueel misbruik een objectivering plaats. De mens wordt tot ding gemaakt, precies waar Kant het over had: maak iemand nooit tot louter middel om een doel te bereiken, respecteer iemands kostbare binnenwereld. Er zijn talloze voorbeelden in de literatuur te vinden, maar Nussbaum neemt als voorbeeld de hoofdpersoon Soames Forsyte in John Galsworthy’s The Forsyte Saga. Hij krijgt plotseling ‘het idee dat hij het aan zijn “eer als man” verplicht is zijn vrouw Irene te verkrachten vanwege haar voortdurende weigering om zich als meegaand hulpje te voegen naar zijn wensen’. Waarna de cijfers het nog even verder inwrijven: een op de drie vrouwen heeft te maken met aanranding. Een op de vijf vrouwen is slachtoffer van verkrachting of poging daartoe. Een op de vier is mishandeld door iemand uit de intieme sfeer. Een op de zes had te maken met stalking.

het vagevuur

Ooit heb ik Martha Nussbaum de Florence Nightingale van de filosofie genoemd. Ze laat nooit na praktische oplossingen aan te bieden voor de problemen die ze aankaart. Met zachte dwang (nudging) duwt ze de lezer in de goede richting. In de hoofdstukken over het recht en sport doet zij allerlei suggesties die voor niet-Amerikanen niet zo relevant zijn, maar als het gaat om een remedie tegen seksueel misbruik in het algemeen heeft ze een opmerkelijke voorkeur. ‘We zouden’, schrijft Nussbaum, ‘als samenleving eens goed in de spiegel moeten kijken’. Ze doet dat zelf aan de hand van ‘Dante en het vagevuur,’ het tweede deel tussen de Hel en het Paradijsvan De goddelijke komedie. Daar bevinden zich de mensen die zichzelf aan het verbeteren zijn om daarna alsnog op te stijgen naar het Paradijs. Terwijl Dante met Vergilius de Louteringsberg beklimt komt hij er achter dat hij veel van de ondeugden die hij tegenkomt zelf bezit. Hij gaat er zijn best voor doen er nog een aantal kwijt te raken voor zijn dood.

‘Ieder mens kan veranderen en groeien, wat de persoon in kwestie in het verleden ook allemaal uitgespookt mag hebben. Er zit een ‘waardige kern’ in bijna iedereen.’

‘Volgens mij,’ schrijft Nussbaum, ‘is die zelfkritiek van Dante het soort poëzie dat we in deze tijd nodig hebben.’

Nussbaum heeft een zwak voor het vagevuur. Het is de plaats waar mensen in de spiegel moeten kijken, hun ondeugden overdenken en hun leven beteren. Ze heeft ook een zwak voor Plácido Domingo, niet alleen vanwege zijn stem, maar ook omdat hij openlijk zijn spijt heeft betuigd, dat wil zeggen: hij is door het vagevuur gegaan.

‘Ieder mens kan veranderen en groeien, wat de persoon in kwestie in het verleden ook allemaal uitgespookt mag hebben,’ zegt Nussbaum Florence Nightingale-achtig. Er zit een ‘waardige kern’ in bijna iedereen. Nussbaum gaat daarna in dit grotendeels interessante, maar soms te breedvoerige boek, nog verder en heeft het dan in de epiloog over de ‘inclusieve liefde’, over de menselijke waardigheid ‘als een vorm van zuster- en broederschap’ die moet zorgen voor een ‘klimaat van dialoog en empathische verbeelding’. Dat is te veel vrome epiloog-taal.

Bastions van hoogmoed. Seksueel geweld, rekenschap en verzoening door Martha S. Nussbaum is vertaald door Arian Verheij en uitgegeven door Het Getij en Querido Facto.