Een overzichtstentoonstelling van Michaël Borremans verleidt Joost Zwagerman tot een meditatie op één schilderij. ‘Iedereen heeft levenslang.’
Anders dan veel schilderijen van Michaël Borremans is The Constellation uit 2000 een drukbevolkt doek. Negen heren in pak staan zij aan zij aan twee lange tafels, met een tiende heer die aan de overzijde van een van die tafels hetzelfde doet als een aantal van die negen anderen: men houdt losjes de schouders vast van de ‘bustes’ van hun evenbeelden die op de tafels zijn geplaatst. De heren kijken hun gemuteerde evenbeeld op het achterhoofd; een enkeling tilt zijn tweede, ‘geamputeerde ik’ in een miniem gebaar van tafel.
Michaël Borremans maakt oogstrelende schilderijen, maar altijd verhevigt juist dit oogstrelende karakter de nachtmerries die de kunstenaar ons voorschotelt. Esthetisch verleidelijke suspense en psycho-horror: Borremans lijkt in zijn oeuvre verwant aan de cineast David Lynch, in wiens films de nachtmerrie ook altijd tot ons komt in een oogstrelende beeldtaal.
Voor zo’n drukbevolkt schilderij als The Constellation is de erin uitgedrukte eenzaamheid op het intimiderende af. De heren aan beide tafels zijn overduidelijk opgesloten in zichzelf, geen van hen is in staat een woord te wisselen met een ander. Hun geamputeerde tweede ‘ik’ kunnen zij aanraken, en dat doen ze ook, maar van enig contact kán – en mag – geen sprake zijn. Eén buste is zodanig geplaatst dat dit geamputeerde heerschap de anderen in de ogen kan kijken. Maar nee – ook díé heer, die zijn armen, buik en benen is kwijtgeraakt, maakt met niemand contact, ook niet met zichzelf.
Gelaten staren sommige van de heren naar hun eigen achterhoofd, en denk maar niet dat die geamputeerde evenbeelden het hoofd draaien in een gebaar van dankbaarheid over het feit dat sommige van hen bij de schouders worden aangeraakt. Sterker: die aanraking vergroot alleen maar de toch al laaiende eenzaamheid.
Op een van beide tafels liggen wat boeken opengeslagen, maar de bladzijden zijn al even leeg als vermoedelijk de hoofden en de harten van de heren. Het is duidelijk: in die hoofden en harten kán niets ooit aanbelanden. Niets erin, niets eruit. De heren zijn lege hulzen die onaangedaan, op het autistische af, toezien hoe hun geamputeerde evenbeelden al even leeg zijn. En wíj, wat rest óns? Niets dan horror vacui in een statige zaal met imposante tafels.
‘De hel, dat zijn de anderen,’ weten we sinds Jean-Paul Sartre, maar moet Borremans ons die hel zó meedogenloos voorschotelen, alsof de hel door de kunstenaar in een hogedrukpan is gewrongen en er in ondraaglijke intensivering weer uit wordt geperst? Ja, dat moet. De schilderijen van Borremans mogen oogstrelend zijn, de kunstenaar laat ons niet gaan voordat het onbehagen maximaal is.

Onzichtbare klem
Mijn vader gaf bijna veertig jaar les op een school voor moeilijk lerende kinderen. Vaak bezocht ik, als ik zelf niet naar school hoefde, mijn vader op zijn werk, en eenmaal liep ik met hem over de speelplaats van zijn school. Het was speelkwartier, het had geregend, en in het midden van de ruime binnenplaats stond een meisje van een jaar of tien met groene laarsjes aan in een regenplas te stampen. Het regenwater spetterde alle kanten op. Ze riep met overslaande stem om mijn vader. ‘Meester, meester! Kom! Ze spatten me nat! Ze spatten me nat!’
Mijn vader maande haar bedachtzaam tot rust.
‘Wie dan?’ vroeg hij.
Het meisje staakte het stampvoeten, keek met verbazing om zich heen alsof ze uit een verblindende roes werd getrokken, en zei: ‘Nou, iedereen uit m’n klas. En ik.’
Vanonder een diepe laag ónder de leegte in hun hoofd en hart roepen de geamputeerde figuren in The Constellation om hulp. De hulpkreet blijft binnensmonds. ‘Ze raken me aan! Ze raken me aan!’ Wij schieten – vergeefs – te hulp. Wie dan? ‘Nou, iedereen in de zaal. En ik.’
Hoe zouden we die goedgeklede ‘ikken’ in The Constellation ooit kunnen verlossen uit hun solipsisme? Borremans heeft hen omgord in een onzichtbare klem. Die klem zorgt voor een geestelijke verwurging. Er is geen ontsnappen aan. De kunstenaar biedt hen – en ons – geen uitweg.
Zou Michaël Borremans het oeuvre van de Nederlandse dichter Kees Ouwens (1944-2004) kennen? Een aantal gedichten uit Ouwens’ bundel Klem (1984) opent met onmachtige exclamaties van een ‘ik’. ‘Ik was de hystericus van mijn lichaam.’ ‘Ik had geen kennis.’ ‘Ik leefde in concubinaat met mijn lichaam.’ ‘Ik was ten prooi aan mijzelf.’
En dan: ‘Ik beken, ik heb niet geleefd.’ De beeltenis van deze laatste bekentenis schuilt in de lege heren die hun handen op de schouders van hun geamputeerde evenbeelden leggen. In een andere, betere wereld dan Borremans aan ons overreikt zou je nog, zij het aarzelend, kunnen zeggen dat die heren in hun verstilde onmacht hun evenbeeld ‘de helpende hand’ bieden. Tevergeefs.
Het lijkt wel alsof Kees Ouwens met terugwerkende kracht een dichtregel bedacht die in luttele woorden het lot van die goedgeklede en gesoigneerde mannen bezegelt:
‘Ik was mijn meest uitgesproken vorm
maar dit baatte niet.’
Hoe luidt het gezegde ook alweer? Baat het niet, het schaadt ook niet. Bij Borremans baat niets. In The Constellation is een ontsnapping aan de hel van het gedeeltelijk gedupliceerde ‘ik’ ondenkbaar. Zoals in vrijwel al zijn schilderijen huizen zijn personages in een gevangenis. Tralies krijgen we niet te zien – Borremans kijkt wel uit die tralies af te beelden. Tralies zouden we nog kunnen doorsnijden, nietwaar? Dan kunnen zijn geportretteerden misschien alsnog ontsnappen. Hun opsluiting behoeft geen tralies en blinde muren. Die onzichtbare en alomtegenwoordige klem op vrijwel al zijn doeken volstaat. En iedereen heeft levenslang.
Michaël Borremans is de kunstenaar die doek na doek als een ijzige (en ijzingwekkend getalenteerde) taxateur de schade opneemt van degenen die hij portretteert. Die schade is altijd onherstelbaar. Geen uitweg, geen contact, geen oplossing, geen troost – wel schoonheid. Wrede, adem afsnijdende schoonheid.
Zaterdag 22 februari opent de tentoonstelling ‘Michaël Borremans; As sweet as it gets’ in Bozar/het Paleis voor Schone kunsten te Brussel. De tekst van Joost Zwagerman wordt ook afgedrukt in de tentoonstellingscatalogus.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.