Michiel Hulshof was één van de opstellers van een petitie tegen het Oekraïne-referendum. Zijn reactie op de uitslag: nu is het wel tijd om de kiezer serieus te nemen.
Allereerst: chapeau voor de nee-campagne. De wonderlijke coalitie van GeenPeil, SP, Partij voor de Dieren en Thierry Baudet c.s. is erin geslaagd om – zij het nipt – de wettelijk vereiste 30 procent van de kiezers naar de stembus te krijgen voor hun strijd tegen de Europese Unie. Van harte gefeliciteerd!
De afgelopen weken hebben wij ons ingezet om kiezers op te roepen vooral niet naar de stembus te gaan. Wij betoogden dat het verschil tussen een ja- en een nee-uitslag volstrekt niet helder was. Het Oekraïne-referendum stond volgens ons gelijk aan een tijd-, belastinggeld- en wc-papier-verslindend carnaval.
Helaas hebben te veel mensen zich door zowel de ja- als de nee-campagne laten voorhouden dat het anders zat: onzin-referendum of niet, het zou een democratische plicht zijn te gaan stemmen. Vooral de ja-stemmers hebben een zure appel te verteren: als ze nét ietsje minder gretig waren komen opdraven om het ja-vakje rood te kleuren, dan was dit referendum beperkt gebleven tot een succesvol en luidruchtig protest in plaats van een politiek probleem.
Ook de nee-stemmers kunnen beter niet te vroeg juichen. Zoals wij steeds betoogden, is het verre van duidelijk wat hun stem uiteindelijk oplevert. Waarschijnlijk niet veel. De meest cynische aanwijzing kregen ze direct na de uitslag van Emile Roemer. De SP-leider sprak zich de afgelopen weken de blaren op de tong over de kwalijke gevolgen van het associatieakkoord voor bedrijven en economie in zowel Oekraïne als Nederland. De uitslag was nog niet binnen, of hij gaf tegen Jeroen Pauw toe dat het handelsakkoord met de Oekraïne (het grootste deel van het verdrag) gewoon doorgang zou vinden – om de simpele reden dat de Tweede Kamer daar niets over heeft te zeggen. Het had Roemer gesierd als hij dat zijn gevolg een week eerder duidelijk had gemaakt. Je zou die omissie zelfs kunnen bestempelen als volksverlakkerij.
Voorts opperde de SP-voorman dat Nederland de Oekraïne moest gaan ondersteunen met een pakket aan ‘sociale maatregelen’. Ik vraag me daadwerkelijk af of de nee-stemmers dat hebben willen zeggen.
Ik ben voorstander van referenda, en blijf dat ook na het Oekraïne-referendum. Maar de kiezer moet wel serieus worden genomen. Dat begint met een serieuze vraag. De huidige referendumwet behoeft uitbreiding en verdieping. Want waarom vroegen we de kiezer alleen maar om een ‘ja’ of ‘nee’ op een akkoord met 489 afspraken op tal van terreinen? Mensen die de moeite namen naar het stembureau te komen, hadden met het zelfde gemak meerdere vragen kunnen beantwoorden. Voorbeeld: (1) Vindt u dat de EU en de Oekraïne gezamenlijk civiele en militaire operaties moeten gaan uitvoeren? (2) Moet de EU de Oekraïne ondersteunen om corruptie uit te bannen? (3) Vindt u dat de Oekraïne aan de Europese standaarden voor dierenwelzijn moet voldoen?
In dat geval had de uitslag een gemengd beeld laten zien: ja-stemmers waren het hoogstwaarschijnlijk ook niet eens met alle onderdelen van het verdrag. En nee-stemmers hadden duidelijk kunnen maken waar voor hen de grootste pijn zit. Dat noem ik: de kiezer serieus nemen.
Maar het is nog niet te laat. Ik stel voor dat de Nederlandse politiek als de wiedeweerga alsnog uitzoekt wat de stemmer nu eigenlijk heeft willen zeggen. Als politici de fout maken de uitslag naar eigen goeddunken te interpreteren, dan doet dit referendum alleen maar verder afbreuk aan het vertrouwen in de democratie.
Michiel Hulshof is partner bij Tertium, een bureau dat de samenleving betrekt bij complexe beslissingen. Het bureau startte een petitie tegen het referendumcarnaval.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.