Op de achterflap van haar doorbraakroman De vlammenwerpers (2013) stond Rachel Kushner pontificaal naast haar motor. Trefzeker en onaangedaan keek ze in de lens. Na een ernstig ongeluk heeft ze de motor verkocht (‘er stierven net iets teveel jonge vrienden van me. Ik wilde graag leven’).

Halverwege de veertig is ze nu. Het leren jack heeft ze ingeruild voor dure ringen aan haar slanke vingers, maar ze straalt dezelfde kracht uit. Met rechte rug kijkt ze me onwankelbaar aan. Ze heeft er inmiddels een lange tournee opzitten.

Haar nieuwe roman Club Mars volgt in grote lijnen het lot van Romy Hall, een stripper die haar stalker doodslaat. Ze krijgt dubbel levenslang opgelegd plus zes jaar. Die zes jaar extra zijn omdat haar kind het heeft gezien.

Niet alleen in thuisland Amerika werd het boek geroemd, ook in Engeland en Ierland, België en Nederland. ‘Een roman die schrijnt als een verse schaafwond’ noemde Humo het, ‘vlijmscherp en humoristisch’ schreef de Volkskrant. ‘De filmrechten werden in 2012 al verkocht,’ vertelt Kushner. ‘Toen lag er alleen nog maar een treatment van een halve pagina. Een hele vreemde ervaring.’

Unabomber

Kushners werk staat bekend om de brede opzet. In Club Mars vertelt ze niet alleen Romy’s verhaal’ ze creëert een wereld met talloze details en zijpaden. Zo wordt de stalker die door Romy Hall wordt vermoord in zijn laatste weken gevolgd, net zoals een naïeve leraar die lesgeeft in de gevangenis en om de haverklap verliefd wordt op de gevangenen, en komt het dagboek van Ted Kaczynski, de Unabomber, meermaals terug. De paranoïde wiskundige hield Amerika tussen 1987 en 1996 in zijn greep met zijn anoniem verstuurde bombrieven. Uiteindelijk werd hij door zijn broer verraden en verdween hij in het land van de gedetineerden, net als Romy.

Bij iedere anekdote en elk detail lijkt Kushner de lezer te willen vragen: wat vind je hiervan? Vind je dit een gepaste straf? En dit? En dit?

Hele pagina’s met opsommingen, bijvoorbeeld van ‘feestelijk’ gevangenisvoedsel dat vrouwen voor elkaar maken (‘gevangenis-cheesecake: Sprite met coffeecreamer) doorsnijden het verhaal. Verhalen van ‘echte’ gekken die gestraft horen te worden en reconstructies van hoe jammerlijk situaties uit de hand kunnen lopen. Het zijn bewijzen van veerkracht en onvermijdelijkheid, maar ook van moedeloos makende regelzucht en afgedwongen anonimiteit, zoals de lijst van kledingvoorschriften voor bezoekers (‘Geen oranje kleding/Geen kleding in welke blauwe tint dan ook/Geen witte kleding/Geen gele kleding/Geen beige of kaki kleding/Geen groene kleding’). Bij iedere anekdote en elk detail lijkt Kushner de lezer te willen vragen: wat vind je hiervan? Vind je dit een gepaste straf? En dit? En dit?

Rachel Kushner
Vrouwen in de Maricopa County Jail in Phoenix, VS. Beeld: Scott Houston/Polaris Images/Hollandse Hoogte

Je staat bekend om de diepgravende research die je doet voordat je begint te schrijven. Is dit boek je meest activistische werk tot nu toe?
‘Ik heb veel vrienden die veroordeeld zijn en in het systeem zijn verdwenen. Ik heb ook een ex-gedetineerde ingehuurd om me te helpen met details en ging mee met criminologiestudenten en scholierentours door gevangenissen, maar ik ben geen voorlichter of expert in massa-opsluiting, het boek is voor mij een kunstwerk. Het is fictie waarin sociologische en politieke onderwerpen samenkomen.

Het is interessant dat ik steeds als deskundige wordt bevraagd, eerder dan als fictieschrijver. Maar romans gaan altijd ergens over, ze ontrollen zich in een bepaalde context en setting. Sommige boeken wakkeren nieuwsgierigheid naar de auteur aan, andere leiden tot een obsessie met het onderwerp. Meestal praat je over toon, vorm, enzovoorts, maar nu is het onderwerp blijkbaar zo fascinerend dat mensen alleen maar daarover willen praten. Het is alsof je Knausgård alleen maar vraagt naar kinderen opvoeden.’

Als je je verdiept in de gevangenispopulatie, valt je meteen op hoe schrijnend armoedig hun bestaan was voordat ze werden opgesloten.

Maar je kleurt de blik van de lezer door het kiezen van bepaalde details, hoe tegengesteld die ook soms zijn.
‘Ik beschouw het onderwerp mens als fundamenteel politiek. Het is onzin om te zeggen dat een roman niet politiek is. Dat zeggen meestal alleen bourgeois mensen die niet willen zien dat het verhaal dat ze vertellen diep verankerd ligt in de regels van klasse, gender, et cetera. Je kiest ervoor een bepaald milieu te beschrijven en haar regels. Als je twee mensen met elkaar laat praten, moet je weten wie het zijn en wanneer in de geschiedenis het gebeurt. Mensen leven altijd in historische tijden. Daarmee laat je zien wat er in een bepaalde tijdspanne in de geschiedenis gebeurde op een bepaalde plek.

Ik ben geen socioloog maar een schrijver. Ik wil mensen laten zien wat er gebeurt in een stukje geschiedenis waar we maar weinig van weten. Misschien heb je na het lezen van de roman iets meer empathie voor mensen die levenslange straffen uitzitten, maar ik heb geen vuist willen maken tegen de president, als je dat bedoelt. Voor mij is het geen gevangenisroman, maar een verhaal over contemporain Californië en waar we zijn als maatschappij, hoe we omgaan met schuld en boete. Hoe we omgaan met vrouwen. Ik heb vijf jaar aan dit verhaal gewerkt en stelde mezelf elementaire vragen over wetgeving en wraak. Als je een massa vrouwen vastzet in hun vruchtbare jaren, dan besluit je ook wie zich voort mag planten en wie niet.’

Het overgrote deel van de vrouwen in gevangenissen is alleenstaand moeder. Dat betekent dat hun opsluiting ook kwetsbare onschuldigen treft: hun kinderen. We hebben inmiddels zoveel mensen opgesloten dat je kunt stellen dat we een land in een land hebben gecreëerd. Van de algehele gevangenispopulatie is maar een klein percentage vrouw, waardoor we weinig weten van dit perspectief. Het is een feit dat instellingen voor vrouwen veel minder voorzieningen hebben, omdat ze de sluitpost op de begroting zijn. Amerika anonimiseert de gevangenen. Gevangenissen staan ver van de bewoonde wereld, waardoor bezoekers bijna niet langs kunnen komen. Maar dat maakt de gevangenen niet minder mens. Je wordt weggestopt, maar je verlangens blijven.

Als je je verdiept in de gevangenispopulatie, valt je meteen op hoe schrijnend armoedig hun bestaan was voordat ze werden opgesloten. Rijke mensen worden zelden tot levenslang veroordeeld, want die kunnen zich goede advocaten veroorloven. Romy Hall ontmoette haar pro deo-advocaat pas op de eerste dag van het proces. Het was een oververmoeide oude man die in slaap leek te vallen tijdens het verhoor en vlak na haar proces met pensioen ging, waardoor ze niemand meer had die de zaak eventueel nog eens aanhangig zou kunnen maken.’

Wat heb je geleerd over het gevangenissysteem dat je voor dit boek nog niet wist?
‘Hoe vermoeiend het is om iemand te vermoorden met een zelfgemaakt instrument. Je weet dat je nare verhalen gaat horen. Van onrecht, van gemiste kansen, van vuil spel, maar waar ik niet bij stilstond, is dat je sommige beelden niet meer kunt wissen uit je geheugen. Ik was mee met een tour voor tieners en een van de bewakers had een video gemonteerd van alle moordpartijen die binnen de gevangenismuren plaatsvinden. Hij had er “Welcome to the Jungle” van Guns ‘N Roses onder gemonteerd. We keken toe hoe iemand op de binnenplaats met aan elkaar gesmolten plastic bestek werd neergestoken. Dertig, veertig keer moest er met kracht gestoken worden. De dader moest af en toe even op adem komen voordat hij door kon.

‘Dat ontmenselijken van de gevangenen, ze echt als monsters zien en behandelen, maakt ze ook precies dat.’

Soms laten de bewakers het gewoon gebeuren. Geen zin om zelf risico te lopen. Dat ontmenselijken van de gevangenen, ze echt als monsters zien en behandelen, maakt ze ook precies dat. Bewaarders zijn over het algemeen laagopgeleide mensen die relatief goed worden betaald. Maar de druk op hen is immens, en het zelfmoordpercentage onder bewakers is erg hoog. Stel je voor dat je het lulletje van de klas bent en iedereen heeft een hekel aan je. Alleen bestaat jouw klas uit duizenden gevangenen. Die zullen, ondanks hun vrijheidsbeperking, toch een soort eigenwaarde afdwingen. Al is het maar door de situatie voor de bewaker zo miserabel mogelijk te maken. Er zijn echt alleen maar verliezers in dit systeem.’

Je hebt het levensverhaal van Romy Hall vervlochten met jeugdherinneringen van jezelf. Wat deed je daartoe besluiten?
‘De roman begint in de bus naar de grootste gevangenis van Californië. Ik heb veel tijd nodig om een toon en een stem te pakken te krijgen als ik schrijf. Aan het eerste hoofdstuk heb ik twee jaar gewerkt. Het personage bleef voor mij op afstand, tot ik inzag dat de zaadjes van de criminaliteit ook in mijn jeugd zijn gezaaid. Ik kwam als jong meisje in San Francisco te wonen en kreeg foute vrienden. Een deel van hen zit nu in de gevangenis, sommigen zijn overleden, sommigen verdwenen. Maar ik heb geen autobiografie willen schrijven. Ik wil ook niet mijn biografische identiteit gebruiken om mijn eigen reputatie te bevestigen. Mijn boeken zijn in feite het enige deel van mijn identiteit dat lezers van mij hoeven te weten.’

Rachel kushner
Rachel Kushner. Beeld: Raphaël Gaillarde/Gamma-Rapho via Getty Images

Er zit een vechtscène tussen twee tienermeisjes in waar mijn maag zich van omdraaide.
‘Dat is een sleutelscène. Ik was een jaar of tien en mijn vriendin vroeg me of ik meeging naar het park waar ze had afgesproken voor een gevecht. Ze werd daar opgewacht door een meisje met haar veel oudere broers. Het cliché dat meisjes niet kunnen vechten is waar, die trekken vooral aan elkaars haar en ze krabben, maar dit meisje sloeg mijn vriendin zo gruwelijk hard in elkaar. Met gebalde vuist in haar gezicht. Dan weet je dat ze heeft moeten leren vechten. Voordat je dader wordt en in de gevangenis terecht komt, heb je zelf vaak al heel veel traumatische dingen meegemaakt. Niemand greep ook in. Die broer keek toe, ik keek toe. Er was een soort heldere, harde orde in hoe het verliep waar we allemaal deel van uitmaakten.’

‘Ik schrijf over wat ik als schrijver belangrijk vind. Met de lezer houd ik me eigenlijk niet zo bezig.’

Had het jou ook kunnen overkomen, een leven achter de tralies?
‘Ik had het geluk dat ik niet uit een arm milieu kom. Mijn ouders waren excentrieke wetenschappers. Ze gaven me misschien te veel vrijheid, maar zorgden ook voor bijbaantjes in boekwinkels. Ik wist dat er andere manieren bestonden om te leven.’

Misstanden in het Amerikaanse rechtssysteem komen ook uitgebreid aan bod in de populaire gevangenisserie ‘Orange Is The New Black’. De harde humor in jouw roman deed me er meermaals aan denken. Was je bang dat die serie jouw boek overbodig zou maken?
‘Waarom zou een tv-show een boek overbodig maken? Mag er maar één boek of show gemaakt worden over dit onderwerp? Dat doen we toch ook niet bij het vastleggen van een oorlog?

Schrijvers kiezen niet een onderwerp omdat ze denken daar succesvol mee te kunnen worden. Ik schrijf over wat ik als schrijver belangrijk vind. Met de lezer houd ik me eigenlijk niet zo bezig.

Misschien dat mensen het onderwerp gevangenisethiek nu belangrijk beginnen te vinden, en dat die tv-serie daarom zo’n succes is. Maar door schrijven en lezen doe je juist een stap weg van de waan van de dag, je neemt de tijd om je ergens in te verdiepen. Misschien wordt mijn boek over honderd jaar in een bibliotheek gevonden en gelezen. Daar schrijf ik voor, voor de geschiedenis.’

Rachel Kushner, Club Mars, vertaling Lidwien Biekmann en Maaike Bijnsdorp, Atlas Contact, 432 p., € 21,99.