De wereldorde staat op losse schroeven. Zo noteerde het Peace Research Institute in Oslo vorig jaar het grootste aantal gewapende conflicten sinds 1994. De militaire uitgaven stegen voor het achtste opeenvolgende jaar naar een bedrag van 2240 miljard dollar. Achter die cijfers schuilen oorlogen in onder andere Oekraïne, Ethiopië en Jemen. En dan zijn de gevolgen van het conflict in Gaza nog niet eens meegerekend.
In geen tijd veranderde defensie in Europa van een ondergeschoven kindje tot een prioriteit. Met de levering van tanks aan Oekraïne grepen de Duitsers voor het eerst militair in sinds de Tweede Wereldoorlog. Zelfs het Duitse leger, waarop decennialang is bezuinigd, kreeg een serieuze kapitaalinjectie. Ook elders op het continent rollen de wapenpersen. Zo sloot de Belgische overheid onlangs een contract ter waarde van 1,7 miljard euro af met wapenfabrikant FN Herstal.
Tegelijkertijd heerst er een rush op kritische grondstoffen. Die zijn namelijk essentieel om de transitie naar een duurzame economie te maken. Zonder lithium kun je geen batterijen voor elektrische auto’s produceren. China controleert momenteel meer dan zeventig procent van de lithiumraffinage. Nu de relatie met China gespannen is, wil Brussel die grondstoffen het liefst in eigen beheer ontginnen en raffineren.
Nieuwe wetten moeten de doelstelling van de eerder gesloten Europese Green Deal veiligstellen. Want een klimaatneutraal Europa tegen 2050 is immers de ambitie. Een doelstelling die volgens sommigen alleen bereikt kan worden met een Europese Unie waarin economische groei niet meer centraal staat. Dat betekent ontgroeien.
Die ambitie heeft geopolitieke gevolgen. Momenteel is de geopolitieke macht van een land nog nauw verweven met de omvang van het BBP. Daardoor betekent economische groei extra politiek gewicht op het wereldtoneel. Ook geopolitieke rivaliteit uit zich meestal eerst in het opleggen van economische sancties. Met als schoolvoorbeeld de recente handelsboycots tussen Amerika en China.
Hoe zal een postgroei-samenleving zich handhaven in een vijandige wereld? En hoe ziet geopolitiek beleid zonder economische groei eruit? Hoe combineer je ontgroeien met een geopolitieke rol op het wereldtoneel?
Ontgroeiers
‘Wij zien de geopolitieke crisis als een mogelijkheid om afstand te nemen van de kwalijke groei-ambities.’ Zo begint het manifest dat verscheidene academici publiceerden bij de opening van de Beyond-Growth conferentie. Tijdens die conferentie eind mei kwamen Europese parlementsleden en economen bij elkaar om na te denken over de vraag hoe Europa afstand zou kunnen nemen van economische groei.
Momenteel is er van zo’n economische kentering geen sprake. Ook de European Green Deal leunt op (groene) groei, wat inhoudt dat het bruto binnenlands product (BBP) stijgt, terwijl het energie- en grondstoffenverbruik daalt. Vooralsnog lijkt de ambitie van groene groei in schril contrast te staan met de cijfers van de EU zelf. Alleen al de vraag naar lithium zou tegen 2050 57 keer hoger liggen dan vandaag. Die prognoses maken dat er twijfels rijzen over het nut van groene groei.
‘De ecologische kostprijs van kritische materialen is hoog. En dat is precies waarom we voor ontgroei in ons energiegebruik pleiten. Zo hebben we zo min mogelijk van die materialen nodig’, mailt Giorgos Kallis. Kallis is econoom en ook een van de prominentste figuren binnen de ontgroei-beweging.
‘We merkten dat ontgroeiers niet bezig waren met geopolitieke vraagstukken en dat geopolitieke denkers dan weer hun heil zochten in groene groei.’
Hun kerninzicht staat haaks op dat van groene groei. Volgens ‘ontgroeiers’ gaat economische groei altijd gepaard met een stijgend gebruik van grondstoffen en biedt een daling daarvan de snelste weg om onafhankelijk te worden van onbetrouwbare handelspartners. Maar wat betekent een groeikrimp voor de geopolitieke stabiliteit van Europa?
‘Vermindering van onze consumptie is noodzakelijk, maar zal niet volstaan. Ook in een postgroei-Europa zijn defensie en diplomatie nodig,’ vertelt Richard Wouters. Hij is projectleider van Geopolitics of a post-growth Europe, een initiatief van de denktank Green European Foundation. Voor Wouters moet dit project vooral een leemte opvullen: ‘We merkten dat ontgroeiers niet bezig waren met geopolitieke vraagstukken en dat geopolitieke denkers dan weer hun heil zochten in groene groei.’
Realpolitik lijkt te conflicteren met de morele beginselvastheid van veel ontgroeiers. Zo stelt Giorgos Kallis in zijn boek In Defense of Degrowth dat ‘ontgroei anti-elitair moet zijn.’ Daarnaast zouden ontgroei en dekolonisatie hand in hand moeten gaan. Zo berokkent de Europese vraag naar Congolese kobalt grote schade aan de lokale bevolking en natuur. Die grondstoffenexploitatie roept herinneringen op aan ons koloniale verleden. Want andermaal verrijkt het Globale Noorden zich ten koste van het Globale Zuiden. Ontgroei is dus niet alleen een economisch project, de ecologische en sociale aspecten wegen even zwaar.
Meer soft power
‘Vanuit een ontgroei-perspectief is het dus zeer pijnlijk dat we ook in de toekomst nog grondstoffen uit het Globale Zuiden zullen moeten importeren,’ zegt Wouters. Ondanks de Europese Critical Raw Materials Act (CRM Act), die de afhankelijkheid van andere landen voor grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie moet verkleinen, zullen de Europese mijnen tegen 2030 slechts 10 procent van de benodigde grondstoffen leveren. Zelfs als de vraag ernaar zou kelderen, blijft een zelfbedruipend Europa een wensdroom. Wouters wijst erop dat landen uit het Globale Zuiden vaak uitdrukkelijk kiezen voor ontwikkeling via export: ‘Zij zijn er absoluut geen voorstander van om de huidige internationale handel te staken.’
Die blijvende handelsrelaties scheppen ook kansen. Om die kansen te grijpen, moet Europa wel drastisch het roer omgooien. Momenteel biedt de grondstoffenhandel weinig toegevoegde waarde voor het Globale Zuiden. Want de raffinage en productie gebeuren meestal in het Westen. ‘Armere landen worden uitgebuit voor goedkope grondstoffen en arbeid, waardoor het huidige handelssysteem ongelijkheden genereert. Het Westen neemt veel, maar geeft te weinig in ruil,’ vertelt Jonas Van der Slycken, ontgroei-econoom en auteur van Genoeg voor iedereen.
Die scheve handelsverhoudingen hebben ook nefaste gevolgen op geopolitiek vlak. In 2020 verbood Indonesië de export van ruwe nikkel om de lokale raffinage te bevorderen. De Europese Unie ging daarop naar de Wereld Handelsorganisatie en kreeg gelijk. Indonesië hield voet bij stuk en haalde de banden aan met Chinese fabrieken, die hun productielijn wel naar Indonesië wilden verplaatsen. Zo dreigt Europa strategische partnerlanden te verliezen.
Als alternatief voor dwingende handelsregels zou een postgroei-Europa meer kunnen inzetten op coöperatieve handel. Volgens Van der Slycken moet Europa zijn papieren waarden echt in de praktijk gaan brengen: ‘Het is tijd om het Globale Zuiden op politiek vlak weer ruimte te gunnen en op een rechtvaardige manier handel te drijven. Pas dan zal de EU weer aan geloofwaardigheid en soft power winnen.’ Hiervoor moet het Europese handelsbeleid een ommezwaai maken.
‘We moeten de race naar de bodem omkeren tot een race naar betere standaarden,’ verklaart Paul Schenderling, econoom en programmaleider van Postgroei Nederland. Schenderling baseert zich daarvoor op het concept ‘uitruil’ van de Amerikaanse econoom Dani Rodrik. ‘Bij deze uitruil krijgt het Globale Zuiden meer kansen om de plaatselijke industrieën te ontwikkelen en te beschermen en mag het Globale Noorden de eigen arbeids- en milieustandaarden bij de import van producten hanteren.’
Een ontgroeide defensie
Van oudsher hanteert de ontgroeibeweging een pacifistische agenda. Voor hen moeten de huidige Europese ontwikkelingen erg ongemakkelijk aanvoelen. Maar Wouters hekelt die afkeer van defensie: ‘Voor sommigen binnen de ontgroei-beweging is Europa altijd de boeman. Zij beseffen niet dat we echt zaken te verliezen hebben, zoals democratie, mensenrechten en de internationale rechtsorde.’
Ook Sven Biscop, professor aan de Universiteit Gent en directeur van het programma Europa in de Wereld aan het Egmont Instituut in Brussel, denkt dat defensie een noodzakelijk afschrikkingsmiddel zal blijven: ‘Om je te engageren moet je over de macht en moed beschikken om terug te duwen als dat is vereist. Louter samenwerken omdat je niets aandurft, is geen goed uitgangspunt.’
Een postgroei-Europa zal er niet komen zonder de Europese Unie grondig te transformeren. En dat is allesbehalve vanzelfsprekend op een moment dat extreemrechtse partijen hun opgang maken.
Gek genoeg zou een postgroei-samenleving ook middelen kunnen bieden om de landsverdediging te financieren, stelt Schenderling. Hij vertrekt daarbij van het idee om een progressieve belasting op consumptie te heffen. Hoe meer of vervuilendere zaken je consumeert hoe hoger het belastingpercentage dat je daarop betaalt. ‘Als je op die manier verspilling in de private sector reduceert, ontstaat de mogelijkheid om zonder welvaartsverlies het aandeel van de publieke sector in de economie te vergroten. En zo verkrijgt de staat meer middelen om onder andere haar defensie-uitgaven te bekostigen.’
Maar zelfs in een postgroei-Europa dreigt de optelsom aan nationale krijgsmachten te mager uit te vallen. Een Europees leger zou meer slagkracht kunnen bieden. Tot nu toe wekt dat idee weinig animo op bij de lidstaten. Voor Biscop en Wouters zou een betere takenverdeling en samenwerking bij de productie en aankoop van wapens al een belangrijke stap vooruit zijn.
Verenigd Europa
In een postgroei-samenleving zal de EU niet alleen op defensie, maar op alle beleidsdomeinen hechter moeten optreden. Te veel versnippering onder de lidstaten zou een postgroei-Europa zuur kunnen opbreken. Zeker zolang de grootte van het BBP de belangrijkste geopolitieke factor blijft. Alleen een slagkrachtige Europese Unie kan verhinderen dat andere grootmachten hun handelsoverwicht misbruiken door te dreigen met het opleggen van economische sancties.
Toch verhouden veel ontgroeiers zich koeltjes tot de huidige Europese Unie. De neoliberale inslag van de Europese instellingen speelt daarbij mee. Tot op heden blijven ‘vrije marktwerking’ en ‘mededinging’ leidende principes. Al vanaf de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952 is het Europese samenwerkingsproject uitdrukkelijk op een economische leest gestoeld. ‘Je mag niet vergeten hoe zeer het groeidogma in de instituties zit ingebakken,’ stelt Richard Wouters.
Een postgroei-Europa zal er dus niet komen zonder de Europese Unie grondig te transformeren. En dat is allesbehalve vanzelfsprekend op een moment dat extreemrechtse partijen hun opgang maken. Geert Wilders won de afgelopen verkiezingen, terwijl hij pleit voor een ‘Nexit’. Onder dit gesternte lijkt een postgroei-Europa wel heel veraf. ‘Nadenken over een geopolitiek beleid zonder groei schippert tussen non-fictie en sciencefiction,’ besluit Sven Biscop.
Jonas Van der Slycken pleit voor een creatiever beleid: ‘We zijn doordrenkt van dit groeiverhaal. En dus moeten we al onze verbeeldingskracht gebruiken om een postgroei samenleving in de praktijk te brengen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.