Vrij Nederland publiceert voor de vijfde keer de Politieke Integriteits Index, het jaarlijkse overzicht van affaires en rellen in de Nederlandse politiek. Wat kunnen we leren uit een kleine vijfhonderd affaires?
Het lijkt een traditie te worden: de eindejaarsrel. Net als we alle affaires van het jaar denken te hebben en de optelsommen kunnen maken, gaat er een lokale politicus door het lint. Op 31 december 2016 werd bekend dat Ed van der Vaart, raadslid voor D66 in Eemnes, door de politie was opgepakt wegens bedreiging en mishandeling. Hij had jongeren die vuurwerk afstaken achtervolgd (volgens De Gooi- en Eemlander mogelijk met een hamer), zou een tas in het water hebben gegooid en zou met zijn fiets op jongeren zijn ingereden. Diverse slachtoffers deden aangifte. D66 Eemnes zette hem direct uit de fractie. Het jaar ervoor was het Rolf Zincken. Het VVD-raadslid uit Weert had op een feestje na Kerst een lokale ondernemer bewusteloos geslagen, waarna hij door de politie werd opgepakt. Ook Zincken werd snel uit de fractie gezet. Zijn zaak kwam in april 2016 voor. Hij vroeg strafvermindering omdat hij al veroordeeld was door de media, noteerde 1Limburg.nl bij de zitting. De rechter ging daar niet in mee: ‘Zou ik u als politicus niet juist zwaarder moeten straffen vanwege uw voorbeeldfunctie?’ Zincken kreeg een taakstraf van zestig uur opgelegd.
Vrijwel gelijktijdig begon in april het proces tegen Jos van Rey, senator en voormalig VVD-wethouder in Roermond, en Tilman Schreurs, eveneens voormalig VVD-wethouder daar. Zij werden in juli veroordeeld: Schreurs werd schuldig verklaard zonder strafoplegging, Van Rey werd veroordeeld tot 240 uur taakstraf wegens corruptie en het lekken van vertrouwelijke informatie over de burgemeestersbenoeming in Roermond. Daarmee brachten zij het totaal aantal strafbladen bij VVD’ers en ex-VVD’ers op 21 (zie hier voor het overzichtje). Dit waren oudere zaken die al jaren sleepten en in 2016 tot een veroordeling leidden.
Bij de VVD kwamen in 2016 vijftien nieuwe integriteitsaffaires in het nieuws. Daarmee scoorde de partij net als de afgelopen vier jaar weer de meeste schandalen. Het CDA had er vier, de PvdA drie, D66 vijf. Het totaal aantal kwesties bij alle politieke partijen kwam uit op 46 (zie de grafieken in dit artikel). Dat is lager dan voorgaande jaren: 67 in 2015, 49 in 2014 en 64 in 2013. Het zou te ver gaan om daar een duidelijke trend in te zien, daarvoor bestaat de PI Index nog te kort. Het zou kunnen gaan om ‘regressie naar het gemiddelde’. Of in gewoon Nederlands: het schommelt heen en weer, het ene jaar zijn er nu eenmaal meer dan het andere. Maar als er een mogelijke verklaring is voor het relatief lage aantal affaires in 2016, dan is het misschien dat de verkiezingen voor de Kamer (2012), gemeenteraad (2014) en Provinciale Staten en Eerste Kamer (2015) al weer een tijdje geleden waren.
Wanneer er een vlekje aan politici zit, dan komt dat vaak vlak voor of na de verkiezingen aan het licht, wanneer ze ineens landelijk in het nieuws komen. Nieuwsgierige journalisten gaan dan spitten in het verleden en voormalige studiegenoten, collega’s of buren melden zich met schandalen die de kandidaat niet had gemeld bij de partij. Als de meeste rotte appels uit de boom zijn geschud, wordt het de jaren daarna rustiger. Het beruchtste voorbeeld hiervan is de PVV-fractie na de Kamerverkiezingen in 2010, waar toen kort na elkaar de nieuwkomers James Sharpe (‘pornobaron’), Eric Lucassen (ontucht met een minderjarige, terroriseren van buren), Hero Brinkman (mishandeling, dronken rijden) en Marcial Hernandez (mishandeling) in opspraak kwamen.
Alcohol en cocaïne
Sindsdien heeft Wilders de touwtjes behoorlijk aangetrokken: kandidaten worden beter gescreend en moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag aanleveren. Verder houdt Wilders zijn club getrouwen zo klein mogelijk. Bijna iedereen die zich heeft bewezen bij de PVV, heeft daarom meerdere functies. Die strategie werkt: de PVV heeft in totaal 24 affaires (veel voor een jonge partij die vrijwel nergens lokaal meedoet), maar die zaken zijn vrijwel allemaal oud. In 2016 had de PVV maar één schandaal. Dat was meteen wel het meest spraakmakende van het hele jaar. En, ironisch genoeg, precies het gevolg van Wilders’ strategie om alle sleutelposten te verdelen over een handjevol getrouwen.
In januari onthulde NRC Handelsblad dat Michael Heemels, fractievoorzitter van de PVV in Limburg én Wilders’ woordvoerder, aan het rommelen was met declaraties. In februari moest hij weg. Na maanden zwijgen vertelde Heemels pas in oktober in de Volkskrant het hele verhaal. De werkdruk binnen de PVV is enorm, volgens Heemels. Verschillende overwerkte medewerkers eisen inmiddels schadevergoeding van de partij. Heemels bestreed de stress met alcohol en cocaïne: ‘Ik liet de cocaïne leveren tot in de garage van de Tweede Kamer. Op het laatst gebruikte ik 5 gram per dag.’ Om het te betalen, drukte hij minstens 110.000 euro achterover uit de kas van de PVV.
Het had de nodige imagoschade kunnen aanrichten – zeker voor een partij die een keiharde aanpak van drugs en misdaad voorstaat – maar Wilders paste zijn gebruikelijke mediastrategie bij intern gedoe weer succesvol toe: nergens op ingaan en totaal negeren.

Slecht jaar voor D66
PVV’s politieke tegenpool, DENK, koos voor een radicaal tegenovergestelde aanpak toen NRC Handelsblad schreef over twee omstreden transacties waar voorman Selçuk Öztürk bij betrokken was geweest toen hij nog fractievoorzitter was van de PvdA in Roermond. Zo kocht hij in 2010 voor een opvallend zacht prijsje een pand van zorginstelling Daelzicht. Nog vóór NRC naar buiten kwam met het verhaal, zette DENK een geruchtmakend filmpje online met als boodschap: ‘Trap er niet in!’
Een ingeschakeld onderzoeksbureau ontdekte dat het dossier rond de transactie vernietigd was waardoor onderzoek lastig was, maar concludeerde wel dat de manier waarop de geldstromen georganiseerd waren ‘uiterst onwenselijk’ was.
D66 had weer een slecht jaar op integriteitsgebied. De Democraten zijn traditioneel brave politici met weinig affaires: sinds 1980 noteerden we er 21 (tegen de VVD 106, CDA 83, PvdA 70). Maar de laatste jaren gaat het opvallend vaak mis, ook met opvallend rare schandalen. In 2015 hadden ze negen affaires, waaronder het bizarre verhaal van Marc-Jan Ahne, de burgemeester van Ommen, die op heterdaad werd betrapt bij een greep in de kassa. In 2016 had D66 vijf affaires. Ed van der Vaart is al genoemd. Twee D66’ers moesten aftreden wegens ontucht met minderjarigen. D66 had ook de meest onbegrijpelijke affaire van 2016: het plotselinge vertrek van D66-Kamerlid Wassila Hachchi naar Amerika.
De PI Index: een berg schandalen
Dit project is in 2012 ontstaan uit een mengeling van ergernis en nieuwsgierigheid. Als er een groot politiek schandaal uitbreekt, hebben redacties de gewoonte om een lijstje te maken van eerdere affaires. Daarbij zijn vaak twee problemen. Als een politicus van partij X in opspraak komt door zijn declaraties, volgt er een bonte lijst met andere rellen, waaronder bijvoorbeeld mislukte projecten, niet-nagekomen verkiezingsbeloftes, ruzies of controversiële uitspraken. Allemaal interessant, maar veel van die affaires hebben weinig met de persoonlijke integriteit van politici te maken. Bovendien zijn die lijstjes vaak voorspelbaar: rechtse media benadrukken rellen bij de PvdA, linkse media zetten omstreden VVD’ers nog eens in het zonnetje.
Anno 2017 zouden we zeggen: iedereen zit in zijn eigen filterbubbel en vindt vooral dat het aan de andere kant van het politieke spectrum een zootje is. Maar de vraag hoe het nou echt zit, werd niet beantwoord: hoeveel integriteitsaffaires zijn er in Nederland? Om wat voor soort schendingen gaat het dan? Bij welke partijen zitten de meeste problemen? Met deze vragen stapte de schrijver van dit stuk eind 2012 binnen bij Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de VU. Hij is al jaren een van dé experts op het gebied van integriteit in het openbaar bestuur – zo is de indeling in negen soorten integriteitsschendingen (corruptie, fraude et cetera, zie de verantwoording achterin) van zijn hand. Huberts bleek samen met Muel Kaptein, hoogleraar integriteit aan de Erasmus Universiteit ook met zo’n database bezig te zijn. Het idee om samen te werken ontstond snel en spontaan.
Het eerste jaar was het pionieren. We hadden het ambitieuze plan om alle politieke affaires vanaf 1980 in kaart te brengen. Dat was niet alleen een mooi rond jaartal, maar ook het jaar waarin de eerste Nederlandse politicus wegens corruptie veroordeeld werd (inderdaad: in Limburg). De eerste aflevering van het jaarlijkse integriteitsonderzoek leverde in februari 2013 een monsterproductie op met 216 affaires op 19 pagina’s. Toen die berg oude schandalen eenmaal in kaart was gebracht, konden we ons in latere edities gaan richten op affaires uitsluitend in het jaar ervoor. Ook konden we onze zoekstrategie via lokale media, internet en Twitter verfijnen, waardoor we vooral lokaal veel meer vonden. Vanaf 2013 biedt de Politieke Integriteits Index (PI Index) een behoorlijk compleet beeld van alle integriteitsaffaires in Nederland, al bestaat altijd het risico dat we een lokale kwestie missen.
Een zaak komt op de PI Index in het jaar dat die in de publiciteit komt: dat is consequent en overzichtelijk. Als we affaires zouden indelen op het jaar van ontstaan, krijg je snel verwarring. Begon de bonnetjesaffaire in het jaar dat officier van justitie Fred Teeven zijn deal sloot met Cees H.? De nu al roemruchte mail van Ard van der Steur (‘schrappen, dit levert gedonder op’) uit maart 2015 telt op de PI Index dus mee in het jaar 2017, omdat die pas dit jaar onthuld is.
Dit is het eerste deel uit de jaarlijkse Politieke Integriteits Index. Lees hier het tweede deel over ontucht met minderjarigen, verzwegen nevenfuncties en de andere affaires van 2016.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.