Drank, vechtpartijen, seks, vastgoed, onverenigbare functies, misbruik en manipulatie van informatie: een bloemlezing van struikelblokken.

Vrij Nederland publiceert voor de vijfde keer de Politieke Integriteits-Index, het jaarlijkse overzicht van affaires en rellen in de Nederlandse politiek. Wat kunnen we leren uit een kleine vijfhonderd affaires?

Misdragingen in de vrije tijd

‘Misdragingen in de vrije tijd’ zijn het grootste struikelblok in de Nederlandse politiek. Van de 552 affaires sinds 1980 in onze database gaan er maar liefst 121 over gedrag in de vrije tijd. Drank, vechtpartijen en seks zijn de klassieke risico’s, naast privéproblemen met vastgoed en bouwvergunningen. Dat was al zo in de jaren tachtig toen de CDA-burgemeesters Bert Smallenbroek en Sytze Faber in 1988 op weg naar een bordeel in Zwolle dronken in een vechtpartij belandden. CDA’er Mark Meijer stapte in juni op als raadslid in Kerkrade omdat hij op Pinkpop twee zitzakken, vier flessen rosé en mixdrank had gestolen. Hij kreeg een boete van 500 euro.

Belangenconflicten

De op één na grootste categorie affaires is ‘onverenigbare functies en bindingen’ – oftewel belangenconflicten. Dat zorgde voor 114 integriteitskwesties. Een klassiek voorbeeld is Ruud Lubbers, die in 1989 in opspraak kwam omdat hij als premier Koeweit onder druk gezet zou hebben om een zakelijk conflict met familiebedrijf Hollandia Kloos op te lossen. (Terzijde: dat is een soort Madurodam-versie van de problemen die gaan ontstaan met de zakelijke belangen van Donald Trump over de hele wereld). Neelie Kroes die was ‘vergeten’ om als eurocommissaris een nevenfunctie bij een investeringsmaatschappij op de Bahama’s te melden, is het meest actuele voorbeeld.

De draaideur

Een bijzonder geval van belangenconflicten doet zich voor bij de zogenoemde ‘draaideur:’ politici die lobbyist worden (of omgekeerd). Met overstappen vanuit en naar de politiek is natuurlijk niets mis. Sterker nog: we willen graag politici die uit de praktijk komen, die een bepaalde sector of branche goed kennen. En als ze de politiek weer verlaten, willen we niet dat ze wachtgeld krijgen (‘van onze belastingcenten’), maar dat ze snel een baan vinden. Dat politici afkomstig zijn uit een bepaalde sector (onderwijs, zorg, politie) en zich daar sterk voor maken, is normaal. Er ontstaan pas problemen als ze zich heel gericht sterk maken voor een bepaald, meestal commercieel belang.

Daarom hebben vrijwel alle landen regels, die bepalen dat politici na hun vertrek uit de politiek gedurende een bepaalde periode niet aan het werk mogen in branches die ze als politicus in hun portefeuille hadden. Nederland heeft daar geen regels voor – alleen Defensie verbiedt oud-bewindslieden om kort na hun vertrek te lobbyen bij het ministerie. Het gevolg is dat nogal wat Nederlandse politici in sectoren gaan werken waar ze in hun Haagse tijd veel mee te maken hadden. Camiel Eurlings was als minister van Verkeer en Waterstaat verantwoordelijk voor de luchtvaartsector en werd daarna topman bij KLM. Jack de Vries had als staatssecretaris van Defensie de JSF in zijn portefeuille en ging na zijn aftreden werken voor Hill & Knowlton, het pr-bureau dat lobbyt voor de JSF. (Hij bemoeide zich naar eigen zeggen niet met dat dossier.) Het af-gelopen jaar kende twee krasse voorbeelden. VVD’er Bart de Liefde maakte als Kamerlid binnen en buiten de Kamer vaak openlijk reclame voor taxibedrijf Uber en stapte vervolgens over naar dat bedrijf. Zijn partijgenoot Anne-Wil Lucas hielp als Kamerlid om innovatieclub Startup Delta op te zetten en ging daar vervolgens zelf aan de slag: ze creëerde daarmee als volksvertegenwoordiger haar eigen baan.

VVD-kamerlid Bart de Liefde stapte over naar Uber. Foto: Peter Hilz/HH
Misbruik en manipulatie

Misbruik en manipulatie van informatie is met 88 gevallen in omvang de derde grote categorie van politiek gesjoemel. Dat is niet vreemd: politici beschikken over veel strategische informatie. Die kun je onder de pet houden, selectief delen of juist lekken, al naar gelang de omstandigheden. Verreweg het grootste en bekendste schandaal is natuurlijk de nog steeds uitdijende bonnetjes-affaire op Veiligheid en Justitie: wie wist er welk bedrag er was overgemaakt aan Cees H. en wie hield die informatie onder de pet? Inmiddels zijn er tenminste vier carrières en/of reputaties van VVD’ers op gesneuveld: die van Ivo Opstelten, Fred Teeven, Anouchka van Miltenburg en Ard van der Steur. De affaire is uniek omdat er voor het eerst twee ministers achter elkaar over hetzelfde dossier struikelen. Wat het pijnlijk maakt, is dat het plaatsvindt op het ministerie van Veiligheid & Justitie, een departement dat traditioneel de bewaker was van de integriteit van de rechtsstaat. Nog pijnlijker is de poging van Mark Rutte om via paginagrote advertenties tezelfdertijd ‘normen en waarden’ tot campagnethema te verheffen.

Selectief delen

Het bekendste voorbeeld van selectief delen van informatie is Jos van Rey, die zijn partijgenoot Ricardo Offermanns stiekem bijpraatte over de burgemeesters benoeming in Roermond.

Een terugkerend thema in de lokale politiek zijn raadsleden die strafrechtelijk vervolgd worden omdat ze vertrouwelijke informatie naar de pers hebben gelekt. In mei 2016 werd Marielys Roos van de eenvrouwsfractie Hart voor Bloemendaal veroordeeld tot zestig uur taakstraf omdat ze vertrouwelijke stukken gelekt had over de ruzie tussen de broers Hans en Rob Slewe en de gemeente Bloemendaal.

Het misbruiken en manipuleren van informatie kan op veel manieren. De sneuste affaire was misschien wel in Zwijndrecht. Daar moest vorig jaar Henk Mirck van de lokale partij ABZ aftreden als wethouder omdat hij zichzelf op zijn LinkedIn-profiel omschreef als doctorandus – wat hij niet was. We moeten helemaal terug naar de dagen van Charl Schwietert (1982) om een vergelijkbare domme leugen te vinden.