Het leek wel een potje Zwitserlandje spelen. ‘Wij zijn een voetbalclub, geen politieke partij,’ zei Ajax over de omstreden keuze om op trainingskamp te gaan naar Qatar, waar migrantenwerkers ernstig worden uitgebuit. ‘Het format leent zich niet om geopolitieke kwesties te behandelen,’ reageerde omroep AVROTROS op de kritiek dat de nieuwe Wie is de Mol? is opgenomen in China, dat zijn moslimminderheid onderdrukt. En het Internationaal Olympisch Comité waarschuwde maar vast dat de Olympische Spelen van komende zomer absoluut géén ‘podium voor politieke kwesties’ mogen worden.

Wij zijn de politiek

Ik ben benieuwd wat Daan Roovers van deze houding vindt. In haar boek Wij zijn de politiek schrijft ze namelijk dat politiek iets is voor iederéén. ‘Politiek is veel te belangrijk om aan politici over te laten,’ stelt ze.

Het eerste deel gemist? Lees het hierWaardoor is de millennial van slag? Op zoek naar antwoorden met Denker des Vaderlands Daan Roovers3 februari 2020

Roovers is geïnspireerd door filosoof Hannah Arendt (1906-1975), die het leven opdeelt in drie domeinen: arbeiden (voor jezelf zorgen, het huishouden doen, de opvoeding), werken (je baan en sociale leven) en handelen. Handelen gaat over wat je doet in de publieke sfeer, waar we als burgers samenleven.

Dat is waar politiek ‘gebeurt’, legt Roovers uit. ‘Politiek gaat over de vraag: hoe willen wij samenleven? In de publieke sfeer zijn we geen klant, geen consument, maar burger. En dus allemaal aan elkaar gelijk. De directeur en de baliemedewerker hebben evenveel stemrecht. Ajax en AVROTROS zeggen: politiek is voor politici en wij staan daar met onze sport/ons amusementsprogramma buiten. Dat externaliseren van politiek vind ik heel ongezond. We plaatsen politiek ten onrechte buiten ons eigen leven en onze eigen verantwoordelijkheid.’

Daan Roovers

Filosoof Daan Roovers (1970) is tot en met maart 2021 Denker des Vaderlands. Ze werkt voor de Universiteit van Amsterdam en het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed en was tussen 2001 en 2015 hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Roovers is groot pleitbezorger van publieksfilosofie, waarbij filosofie een activiteit is die hardop en midden in de samenleving wordt uitgevoerd en waaraan elke burger kan deelnemen. In 2020 legt Vrij Nederland haar elke maand een grote kwestie van deze tijd voor. Deze keer: wij zijn de politiek, maar willen we het ook zijn?

Verpolitieken

De reflex om politieke discussies op afstand te houden, leeft niet alleen onder sportclubs en tv-makers. In de Volkskrant uitte cabaretier Peter Pannekoek zijn afschuw van het fenomeen ‘verpolitieken’. Als voorbeeld noemde hij de kritiek op de film Joker, die problematische ideeën over mannelijkheid zou bevatten. Irritant, vond hij. ‘Ik wil genieten van een film en achteraf bepalen of er een boodschap in zat, en wat die dan was, zonder de hele film te moeten bedenken in welk politiek spectrum ik me nu begeef.’

‘Bij de oude Grieken waren meningen juist zaken die je in het openbaar vormde en besprak.’

Roovers deelt Pannekoeks irritatie over hokjesdenken, waarbij mensen op basis van één eigenschap of keuze in een rechtse of linkse hoek worden gezet. ‘Maar er zit ook een zekere zelfgenoegzaamheid in zijn column: ik heb zo mijn ideeën, en daar is de wereld, en ik bepaal zelf wel of die twee met elkaar in aanraking komen.’

Ergens in de tweede helft van de vorige eeuw, zegt Roovers, is het idee ontstaan dat opvattingen iets persoonlijks zijn en los staan van de rest van de wereld. ‘De Amerikaanse journalist en denker Walter Lippmann (1889-1974) stelt dat we meningen pas laat in de geschiedenis als een privézaak zijn gaan zien. Vroeger was dat anders. Bij de oude Grieken waren meningen juist zaken die je in het openbaar vormde en besprak.’ Politiek was daardoor onderdeel van het dagelijks leven. ‘Nu lijkt politiek te worden gezien als domein dat je kunt afknippen van de rest van de werkelijkheid.’

Onderaan de beslissingsketen

Maar zo werkt het niet, want politiek is overal: wat we doen, heeft nu eenmaal betekenis en gevolgen. Neem Wie is de Mol, waarvan bekend is dat na elk seizoen het toerisme naar het land waar het plaatsvond explodeert (het programma werkt zelfs actief samen met het Chinese verkeersbureau). En wat te denken van de influencers die in januari tegen betaling naar Saoedi-Arabië trokken – qua mensenrechten een soort Qatar en China ineen – en daar zorgeloze Instagram-posts deelden van de zonsondergang in de woestijn?

Is het aan individuele sporters of bekende personen om ‘nee’ te zeggen tegen dit soort evenementen en uitnodigingen?
Roovers: ‘Je moet oppassen om individuen verantwoordelijk te maken voor problemen. Bij sportevenementen hangen de atleten onderaan de beslissingsketen. Regeringen of sportbonden hebben al met zaken zoals de speelstad ingestemd, en dan zou de individuele sporter moeten zeggen: ik ga niet. Dat kun je niet verwachten van mensen die er vier jaar voor trainen en hun brood mee verdienen. Maar het verschilt per geval. Wie is de Mol? is een spelletje waar het inkomen van de deelnemers minder van afhangt. Daar kun je makkelijker nee tegen zeggen.’

Racistische scheldpartijen

Wie moet het voortouw nemen bij maatschappelijke discussies? Over die vraag ging het ook na de racistische scheldpartijen die een voetballer van Excelsior in november te verduren kreeg in het stadion van opponent FC Den Bosch. Aanvoerder van het Nederlands elftal Georginio Wijnaldum zei daarover: ‘Als speler kun je niet zoveel doen. Ik denk dat dit ook iets voor de politiek is.’

Maar ‘de politiek’ kaatste de bal juist terug. ‘Het is een illusie dat de politiek het allemaal kan oplossen,’ zei premier Rutte. ‘Iedereen moet zich de vraag stellen: wat doe ik zelf tegen racisme?’

Maatschappelijke onderwerpen als racisme staan in de Tweede Kamer zelden op de agenda, schreef NRC. ‘Het politieke debat in Den Haag staat stil,’ zei een politiek journalist van de krant daarover in de podcast Haagse Zaken, ‘terwijl het maatschappelijk debat in sneltreinvaart doorgaat.’

‘Rutte vertegenwoordigt niet de publieke opinie.’

Klopt, zegt Daan Roovers, ‘al is het maatschappelijk debat naar de definitie van Hannah Arendt het eigenlijke politieke debat. Wat in Den Haag plaatsvindt, is de administratie, de uitvoering van wat burgers het parlement opdragen. Dat is niet de politiek zoals die onderdeel zou moeten zijn van ieders leven. Het racismedebat is een voorbeeld van een gesprek dat tussen burgers moet plaatsvinden.’

Dus Rutte heeft gelijk als hij zegt dat de strijd tegen racisme niet aan hem en zijn medepolitici is?
‘Ja, want het valt buiten zijn opdracht. Rutte vertegenwoordigt niet de publieke opinie. In de publieke sfeer van Hannah Arendt heeft iedereen evenveel recht van spreken: hoeveel macht je hebt, doet er dus ook niet toe. Wél vind ik dat politici het moeten veroordelen als mensen ongelijk behandeld worden. Toen onlangs de vergadering van actiegroep Kick Out Zwarte Piet verstoord werd, raakte dat aan het grondrecht van de vrijheid van vergadering. Daar is Rutte de bewaker van, dán moet hij optreden, maar dat deed hij niet.’

Niemandsland

We moeten het dus met zijn allen doen. Maar als politici naar burgers verwijzen en burgers weer naar politici, dreigen discussies als racisme in het voetbal in een niemandsland te belanden. De clubs dan? Ook die pakken het niet altijd van harte op. Zo reageerde FC Den Bosch aanvankelijk boos dat ‘een discussie met een nadrukkelijk politiek tintje wordt gelinkt aan FC Den Bosch’. Een statement dat later werd ingetrokken, maar wel het ongemak schetst.

‘Volgens Hannah Arendt maken we geen tijd meer voor politiek omdat het economische domein alles is gaan overwoekeren.’

Het omzeilen van politieke discussies staat in schril contrast met samenlevingen als het oude Athene, waar de politiek in het hart van de gemeenschap zat. Roovers: ‘In Athene werden de politieke taken verdeeld onder zesduizend burgers, die via een loting werden aangesteld. Maar die stad was destijds zo groot als Haarlem of Apeldoorn, dat is wel wat anders dan de schaal van 17 miljoen Nederlanders nu.’

Mede daarom is de politiek uitbesteed aan een specifieke laag mensen: politici. ‘Dat heeft in complexe samenlevingen als de onze zo zijn voordelen. Het is efficiënter. Maar daardoor hebben we wel onze zeggenschap geoutsourced. Volgens Hannah Arendt maken we geen tijd meer voor politiek omdat het economische domein alles is gaan overwoekeren. We leven in een eindeloze cyclus van produceren en consumeren, die vrijwel al onze tijd in beslag neemt.’

Wat is de oplossing? Hoe geven we concreet vorm aan een politieke sfeer waarin iedereen een gelijke stem heeft, zoals Arendt voorstond?
‘Je moet eigenlijk burgers met zoveel mogelijk standpunten bij elkaar krijgen. Op lokaal niveau kun je dat goed organiseren. Neem de vraag of ergens een voetbalveld moet komen. Daarvoor wil je mensen aan tafel die er vlakbij wonen, mensen die verderop wonen, mensen met kinderen, mensen zonder kinderen. De burgemeester van Utrechtse Heuvelrug stelde een raad van honderd burgers in die hem adviseren op het gebied van openbare orde en veiligheid. Wel of geen burgerwacht instellen, bijvoorbeeld. Deze mensen zijn zo geloot dat het ongeveer een dwarsdoorsnede van de bevolking oplevert. Op die manier krijg je niet alleen mensen die mondig zijn en tijd over hebben, de types die nu vaak inspreken bij raadsvergaderingen, maar ook mensen die het eigenlijk niet zoveel interesseert, maar toch hun burgerplicht oppakken.’

Is deze vorm van directe democratie ook op nationale schaal mogelijk?
‘De Franse president Emmanuel Macron stelde een parlement in van 150 burgers die voorstellen mogen bedenken die in de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer, worden voorgelegd. Daarbij is gekeken naar een evenredige vertegenwoordiging van stad-platteland, links-rechts, laag- en hoogopgeleid. Maar eigenlijk moeten we het idee van vertegenwoordigen loslaten. Je vertegenwoordigt niet, je denkt met je eigen gezonde verstand na over het algemeen belang. Het moet niet zo zijn dat je als je uit Parijs komt, je Parijs vertegenwoordigt.’

Want dan wordt het weer bestuurlijke politiek zoals we die al kennen.
‘Precies. In Athene kreeg je gewoon een paar jaar de taak om samen met een aantal anderen besluiten te nemen. Zoals je de afwas doet als het je beurt is.’

Maar als in zo’n burgerraad maar 100 of 150 mensen zitten, is meedenken alsnog slechts voor weinigen weggelegd.
‘De belangrijkste functie van de publieke sfeer is: je gehoord weten. Dat kunnen ook mensen zoals jij zijn. Als je het idee krijgt dat mensen zoals jij er niet toe doen, is dat een voedingsbodem voor cynisme. Dat is wat Groningers voelen rond de gaswinning: “zij” in Den Haag tegenover “wij” in Groningen. Er is vertrouwen nodig om een samenleving die bestuurd wordt door een kleine groep mensen vitaal te houden.’

Het feestje verpesten

Wij zijn dus de politiek, we moeten het althans zijn – maar wíllen we dat ook? Veel mensen vinden politiek maar naargeestig. Veelzeggend was de uitspraak van de IOC-voorzitter die zei dat de Spelen draaien om ‘verbinden, niet verdelen’. Politiek zou het feestje maar verpesten.

Maar juist die politieke dimensie geeft ons samenleven kleur, zegt Daan Roovers. ‘Als je een Noord-Koreaan en een Zuid-Koreaan op het olympisch podium zet en je denkt het politieke element weg, dan is de waarde er ook vanaf dat ze daar naast elkaar staan. Het is juist mooi als er verbroedering ontstaat tussen landen die eigenlijk ruzie hebben.’

Als we politiek als een weg naar verbinding gaan zien, ontstaat er misschien wel een toekomst waarin we allemaal staan te popelen om in burgerparlementen plaats te nemen. Tot die tijd zal politiek tussen de kieren van ons leven door blijven kruipen, hoe graag we het soms ook weg willen houden. In aflevering 3 van Wie is de Mol? zegt deelnemer Buddy Vedder dat hij benieuwd was wat de Chinese tekens betekenden die hij tijdens een opdracht te zien kreeg. ‘We zullen het nooit weten. Of je moet het even googelen, maar dat kan niet in China. Goed, lang verhaal.’

Fotografie Annelie Bruijn
Haar en Make-Up Pascale Hoogstraate @ EE Agency for MUA
Styling Giedre Malinauskaite / NCL Representation
Met dank aan Arket