Terwijl iedereen dacht dat het communisme zijn beste tijd wel gehad heeft, houdt Gustaaf Peek er ineens een pleidooi voor. Maar zijn versie is een schoongepoetst communisme.
Het kapitalisme maakt woelige tijden door. Google, Facebook, Apple, Twitter en andere internetbedrijven maken torenhoge winsten en willen alleen maar meer. Ze doen alles om nog meer geld te verdienen en tasten daarvoor desnoods de privacy aan. In de belastingverlaging die in Amerika wordt doorgevoerd vervult de rijke 1% een omineuze rol: het is het topje van de piramide dat door die belastingverlaging nóg meer topje wordt. Het economisch principe daar achter is het trickle-down effect: wanneer het goed gaat met de rijken zou het ook goed gaan met de niet-rijken. De rijkdom sijpelt dan door naar beneden zodat iedereen er beter van wordt. Dat blijkt helemaal niet het geval te zijn: de rijken worden voornamelijk alleen maar rijker, zoals Thomas Piketty heeft aangetoond. Er wordt meer geld verdiend met geld dan met werk. Ondertussen zorgt de belastingverlaging in de VS voor een verhoging van de staatsschuld die ten laste komt van volgende generaties: die krijgen te maken met een ruwe duizend miljard dollar schuld. Na de financiële crisis van 2008 tot 2016, waarbij de slachtoffers van de banken mochten betalen voor de escapades van de banken, zijn dit gedragingen waar zelfs het groeiende leger Amerikaanse satirici niet tegenop kan. Ze staan lachend op de deur te bonzen, maar er wordt niet open gedaan.

Geen wonder dat er mensen zijn die vinden dat het allemaal anders moet en het communisme van stal halen. In de tijd van het presidentschap van Francois Sarkozy kwam de Franse filosoof Alain Badiou in 2008 met zijn Communistische Hypothese. Door voorbij te gaan aan de werkelijkheid presenteerde hij het communisme als een Idee. Dat noemde hij een ‘transcendente waarheidpositie’: een ideaal dat misschien onbereikbaar is, maar wel als leidraad dient. Er was maar één wereld en daarin moest iedereen kunnen gaan en staan waar hij wilde: geen grenzen. Zijn Idee van menselijke gelijkheid was ‘puur’, ondeelbaar en absoluut. Zolang mensen niet gelijk zijn deugt er iets niet. Democratie en verkiezingen waren fopspenen. De wereld moest georganiseerd worden op basis van vrije associatie van mensen: ‘een gemeenschap van gelijken.’ Een ‘staat’ was nergens voor nodig: die was toch alleen maar corrupt en een en al bureaucratie.
Comfortabel idealisme
Met dit comfortabele idealisme, dat helemaal geen rekening wil houden met de werkelijkheid, kun je onbeperkt kritiek hebben op de onvolkomenheden van de democratie, het kapitalisme, het ‘parlementarisme’ en verkiezingen. Daar is ook alle aanleiding voor, maar niet als je met je Idee op een wolk boven alles gaat zitten en geen vuile handen wilt maken.

Het communisme naar voren schuiven als alternatief ten overstaan van de overmacht van het kapitalisme is eerder aandoenlijk dan ergerlijk. Zeker als het met zulke lieve en fluwelen woorden gebeurt als die van Gustaaf Peek in zijn pamflet Verzet! Pleidooi voor communisme. Peeks positie is niet veel anders dan die van Badiou – ook aan de werkelijkheid ontstegen, maar zijn toon is minder geharnast dan die van Badiou (en van Marx en Engels in Het communistisch manifest). Peek ziet het bestaan van het kapitalisme in het niet onaardige perspectief van dogma’s die uiteindelijk na veel strijd toch verlaten worden: vastgeroeste overtuigingen waar schijnbaar geen beweging in te krijgen is, maar die ten lange leste toch bezwijken. Zijn voorbeelden zijn kinderarbeid, aderlatingen, slavernij, de brandstapel, de rechteloosheid van vrouwen, kolonialisme, feodalisme en de absolutistische grillen van een vorst. Dit is een aantrekkelijke en een tot de verbeelding sprekende vergelijking. Het maakt duidelijk dat verandering mogelijk is en dat niets rotsvast zit in de organisatie van een samenleving. ‘Onze geschiedenis is verrassend veranderlijk’, schrijft Peek. ‘Nadat samenlevingen van hun laatste kapitalistische ballast verlost zijn, zullen we in verbazing terugkijken. Hoe was het ooit mogelijk dat mensen elkaar dit aandeden?’ Jammer dat het kapitalisme veel groter is dan alles wat Peek als voorbeelden noemt.
Het communisme naar voren schuiven als alternatief ten overstaan van de overmacht van het kapitalisme is eerder aandoenlijk dan ergerlijk
Ook ziet Peek over het hoofd dat het kapitalisme in veel opzichten allang niet meer het Kapitalisme met een hoofdletter is. Het neoliberalisme heeft de laatste dertig jaar helaas roet in het eten gestrooid met verderfelijke privatiseringen, anders had het kapitalisme zich kunnen ontwikkelen tot een door de sociaal-democratie gecorrigeerde geleide economie. Peek gaat ervan uit dat het kapitalisme alleen in toom gehouden kan worden door communisme. Dat is een miskenning van wat sociale en politieke bewegingen sinds de negentiende eeuw hebben nagestreefd en bereikt, zodat we nu voorzichtig kunnen spreken van een relatieve welvaart.
Natuurlijk gaat een pleidooi voor communisme gepaard met de nodige demagogische overdrijvingen: ‘Voor het kapitalisme is uitbuiting geen betreurenswaardig woord’, schrijft Peek, ‘maar een noodzakelijkheid. De instandhouding en intensivering van ons sappelen, ons angstig improviseren is alleszins beoogd.’ Behalve dat het incidenteel nog voorkomt is ‘uitbuiting’ geen woord meer dat onderdeel is van het hedendaags vocabulaire in Nederland. Op zulke momenten krijgen de fluwelen woorden van Peek ineens tanden. In dezelfde toonaard heeft hij het ook over ‘onze onderwerping’, alsof we nog echt in feodale tijden leven.

Natuurlijk moet Peek het ook hebben over het communisme als een ideologie die op alle plaatsen heeft gefaald waar hij is uitgeprobeerd. Ik zeg niet dat hij niet onder de indruk is van deze bloedige mislukkingen, maar hij laat ze vrij snel achter zich om zich weer op zijn wolk boven alles te nestelen. Daar is het communisme louter het ‘collectieve streven naar een egalitaire samenleving, waarbij kennis, macht en inkomen rechtvaardig worden verdeeld.’ Het klinkt charmant, maar een zekere ongelijkheid en een aanzienlijke mate van verschil tussen mensen is heel bevorderlijk voor de dynamiek en de creativiteit. Overal heeft het communisme door die zogenaamde gelijkheid voor lijdzaamheid en conformisme gezorgd om het maar niet te hebben over de onderdrukking en disciplinering om die gelijkheid te bereiken. Peek doet het communisme is de wasmachine.
Het communisme is niet wat Peek er graag in ziet. Het ontaardt altijd en overal omdat het idee van gelijkheid te weerbarstig is en altijd stuit op de grillen van emoties en impulsen. In Peeks visie moet er van ‘rigoureus democratisch gezag’ sprake zijn willen de idealen van het communisme werkelijkheid worden. Dat ‘rigoreuze’ heeft nu juist voor zoveel ellende gezorgd.
Verzet! Pleidooi voor communisme door Gustaaf Peek is uitgegeven door Querido.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.