De mooiste vraag die een ouder stelde in de rubriek ‘Opgevoed’ van NRC was ‘Hoe maak ik een levensgenieter van mijn kind?’ Zij en haar man, ouders van een kind van drie en een baby van negen maanden, stonden heel bewust in het leven, schreef ze. Ze namen heel serieus wat er gegeten werd, wat er gekocht werd, of het gezond was, en milieuvriendelijk.
Ze wilden alles in de opvoeding zo goed mogelijk doen, en stonden daardoor een beetje zorgelijk en kritisch in het leven. ‘Ik kijk altijd met zo veel bewondering naar anderen, die maar meteen op alles spontaan en blij kunnen reageren. Dat zou ik zelf ook wel willen, wat lichter leven. Ik zou willen dat ik niet constant een stemmetje in mijn hoofd had dat mij toespreekt.’
Haar vraag: ‘Hoe voorkomen we dat we onze zorgelijkheid doorgeven aan onze kinderen?’ Ze schreef: ‘Mijn dochter is de vrolijkheid en spontaniteit zelve, ik geniet daar zó van. Ik zou zó graag willen dat ze zo positief in het leven blijft staan. Maar gaat dat lukken als ze ouders heeft als wij?’
‘U zou “een vrije zaterdag” kunnen invoeren. Dan gaan jullie lekker patat eten en een stuk onverantwoord speelgoed kopen.’
De twee deskundigen die de vraag onder ogen kregen, smolten van zoveel liefde en aandacht. ‘Als het thuis zo zorgelijk was, zou uw dochtertje echt niet zo vrolijk zijn,’ zeiden ze geruststellend. Maar, hielden ze de moeder voor: u mag best af en toe de regels eens aan uw laars lappen: ‘U zou “een vrije zaterdag” kunnen invoeren. Dan gaan jullie lekker patat eten en een stuk onverantwoord speelgoed kopen.’
De vraag laat zien hoezeer ouders tegenwoordig hun best doen voor de opvoeding, en hoe bezorgd ze zijn dat ze ondanks de allerbeste bedoelingen hun kinderen misschien toch ongemerkt benadelen. Een belangrijke taak van de deskundigen in de NRC-rubriek is het relativeren van de ouderlijke zorgen.
De weerbarstige praktijk
In de rubriek ‘Opgevoed’, die ik sinds 2016 verzorg, leggen ouders, grootouders of andere betrokken volwassenen wekelijks anoniem dilemma’s voor over de opvoeding van hun eigen of andermans kinderen. Anoniem omdat vragen over de opvoeding gevoelig liggen, zeker tegenwoordig.
Er zijn vragen over gehoorzaamheid, zoals: ‘Hoe ga ik om met een tiener die steeds “nee” zegt?’ Over zelfstandigheid: ‘Mogen onze peuters bij ons in bed slapen?’ en ‘Hoe krijg ik mijn zoon het huis uit?’ Over conflicten thuis: ‘Wat doe ik met een kind dat steeds boos wordt?’ Over hoe het hoort: ‘Mag ik andermans kinderen corrigeren?’ en ‘Wat als mijn zoontje liever rokjes draagt?’ Over scheiden: ‘Kun je ook in je eentje kinderen goed opvoeden?’ Over schermgebruik: ‘Hoe krijg ik mijn kind van het scherm af?’ Over eten: ‘Mijn kind wordt te dik.’ Over liegen, stelen, middelengebruik: ‘Mag mijn tienerzoon naar feestjes met alcohol?’ Over seks: ‘Mijn kinderen willen geen seksuele voorlichting.’ Over tegenslag en frustratie: ‘Hoe praat ik met mijn kind over sterven?’ Over onzekerheid: ‘Moet je een angstig kind forceren?’
Je wordt zonder kennis van zaken het ouderschap in gekatapulteerd, en probeert om er, onophoudelijk improviserend, het beste van te maken.
De vragen worden beantwoord door een steeds wisselend tweetal deskundigen. Ik raadpleeg voor deze rubriek een team van ervaren mensen waaronder pedagogen, kinderpsychologen en voedingsdeskundigen. Jelle Jolles maakt er deel van uit, hij is hoogleraar neuropsychologie en auteur van Het tienerbrein, maar ook Patti Valkenburg, hoogleraar media, jeugd en samenleving, die kwesties over schermgebruik beantwoordt.
Jeugdpsychiater Robert Vermeiren is panellid, maar ook Bas Levering, pedagoog en oude rot in het vak, en de jonge opvoedfilosoof Stijn Sieckelinck. Waar ik deze mensen op uitzoek, is hun werkbare advies. Theoretiseren over hoe het hoort kan iedereen, maar goede raad geven die in de weerbarstige praktijk van alledag overeind blijft, is nog wat anders. Dat er steeds twee deskundigen op een vraag aan het woord komen, laat zien dat er niet maar één goed antwoord is, voor het ene kind werkt nu eenmaal iets anders dan voor het andere.
De vragen en antwoorden van de laatste twee jaar zijn nu gebundeld in een boek met de titel Andere ouders doen ook maar wat. Al je vragen over opvoeden beantwoord door de beste deskundigen. Je wordt immers zonder kennis van zaken het ouderschap in gekatapulteerd, en probeert om er, onophoudelijk improviserend, het beste van te maken.
Matiging bijbrengen
Scheidingsleed, schermgebruik, overgewicht: aan de opvoedvragen die worden gesteld in de rubriek zie je precies wat er speelt in de samenleving. Tien jaar geleden zou een moeder niet hebben gevraagd: ‘Is veel Netflix kijken schadelijk voor mijn pubers?’ Of: ‘Mijn dochter wil net zo dun worden als de vloggers die ze volgt.’
Een vraag waaraan je de tijdgeest goed afleest, is die van een oma die vraagt of het normaal is dat de vijf kleinkinderen tijdens een familiebezoek de borreltafel plunderen.
Hoe we kinderen opvoeden, weerspiegelt wat we belangrijk vinden in een bepaald tijdsgewricht.
Een vraag waaraan je de tijdgeest goed afleest, is die van een oma die vraagt of het normaal is dat de vijf kleinkinderen in de leeftijd van acht tot vijftien tijdens een familiebezoek de borreltafel plunderen. ‘Omdat de kinderen zo zitten te schrokken, moeten de volwassenen ook snel hun slag slaan,’ schrijft de oma, ‘anders is de schaal met toastjes zalm leeg voor ik de eerste slok van mijn wijn heb kunnen nemen.’
Wat laat zich aan die vraag wel niet allemaal aan veranderingen aflezen. In de generatie van oma borrelden kinderen niet mee met de volwassenen, ze kregen een zakje chips en gingen ergens spelen. Ze lústten de versnaperingen die op tafel stonden ook niet eens.
Door de welvaart is het smaakpalet van kinderen veranderd, wisten de deskundigen. Onderzoek laat zien dat kinderen steeds jonger complexe smaken waarderen. De afstand tussen kind en volwassene is stukken kleiner geworden dan vroeger, én er is in deze tijd een probleem ontstaan met matiging. En dan krijg je dus dat vijf kleinkinderen onbekommerd de focaccia met tapenade, pittige garnalen en mediterrane salami naar binnen zitten te schrokken. ‘Natuurlijk moet je die kinderen wat matiging bijbrengen,’ stelden de deskundigen. ‘Maar volwassenen moeten daar wel het voorbeeld in geven.’
Curlingouders
Ik bel de ouders die een vraag sturen altijd op, en wat me opvalt is hoe ontzettend ze hun best doen. Ouders van nu, in ieder geval de vragenstellers, leggen de lat in de opvoeding van hun kinderen voor zichzelf hoog. Ze koken gezond, zitten na zo’n verantwoorde maaltijd nog een paar uur met hun kind aan wiskunde of Frans, en staan bij iedere sportwedstrijd warm aan te moedigen langs de lijn. Ook spannen ouders zich nu veel meer dan vroeger in om hun kinderen teleurstellingen te besparen.
Leren omgaan met tegenslag en frustratie is uiteindelijk veel nuttiger voor het levensgeluk van een kind dan ertegen beschermd worden.
‘Curlingouders’ heten de vaders en moeders, die, net als bij de curlingsport gebeurt, de obstakels op de baan voor hun kinderen snel proberen weg te bezemen. Zijn hun kinderen ongelukkig, dan rekenen ze dat zichzelf aan. Op hoge poten gaan de mondige, hoogopgeleide vaders en moeders naar de school om docenten en directie precies te vertellen wat hun kind nodig heeft. De deskundigen in de rubriek proberen er steeds maar weer op te hameren dat leren omgaan met tegenslag en frustratie uiteindelijk veel nuttiger is voor het levensgeluk van een kind dan ertegen beschermd worden.
De angst het kind op de een of andere manier pijn te doen, kan richting grenzeloosheid gaan, merken de pedagogen en psychologen geregeld op in de rubriek. Klinisch pedagoog Liesbeth Groenhuijsen zei onlangs naar aanleiding van een vraag over een jongetje dat erg druk was in huis: ‘Ouders zijn tegenwoordig bang om hun kind te benadelen door grenzen te stellen. Maar ze benadelen het juist door geen grenzen te stellen. Een kind heeft recht op opvoeding.’

Opvoedboeken
De onderliggende vraag onder alle dilemma’s waarmee ouders komen, is: doe ik het wel goed? Daaraan zie je dat de maakbaarheidsideologie ook de opvoeding heeft bereikt. Jennifer Senior schrijft in All Joy and No Fun, The Paradox of Modern Parenthood over de schappen vol opvoedboeken. ‘Als ik een boekwinkel binnen loop en die opvoedboeken zie, zie ik geen hulp maar anxiety. Ik zie een monument van collectieve paniek.’
Ik stoor me nu niet meer aan het gesteggel tussen mijn kinderen omdat ik heb geleerd dat gekibbel broers en zussen leert voor zichzelf op te komen zonder het gevaar iemand te verliezen.
Die zoektocht naar hoe op te voeden wordt ook ingegeven doordat er net als met voeding geen eensgezindheid meer is over wat een goede opvoeding eigenlijk is. De generatie ouders van nu wil de opvoeding vormgeven zoals ze hun eigen leven hebben vormgegeven: from scratch, perfectionistisch en hyperbewust.
De opvoeding die ze zelf als kinderen hebben gehad, en waar ze toch over het algemeen redelijk ongeschonden doorheen lijken te zijn gekomen, nemen ze niet meer als richtlijn, want, zegt Julia Senior in All Joy, No Fun: ‘Dat wat voor mij goed genoeg was, is dat niet meer voor mijn kinderen.’
Ook de rubriek ‘Opgevoed’ speelt in op al die vragen. Ik check altijd of de vragenstellers vooruit kunnen met de antwoorden, en dat is in het overgrote deel van de kwesties gelukkig het geval. Ik ben alleen maar de samensteller van de rubriek, ik ben geen jeugdpsycholoog of pedagoog, maar ik zou op basis wat van er door vaders en moeders soms gevraagd wordt, willen zeggen: lieve oudertjes, ontspan toch een beetje!
In dat opzicht heeft de rubriek mijzelf als opvoeder van een zoon van 15 en een dochter van 16 danig beïnvloed. Zo stoor ik me nu niet meer aan het gesteggel tussen mijn kinderen omdat ik heb geleerd dat gekibbel broers en zussen leert voor zichzelf op te komen zonder het gevaar iemand te verliezen, zoals met vrienden kan. Ik zit niet steeds te zeuren dat ze moeten ophouden met op Netflix Friends te kijken omdat dergelijke series over jongvolwassenen een functie schijnen te hebben voor de persoonsontwikkeling.
Ik heb geleerd dat hangerige pubers hulp kunnen gebruiken in structuur aanbrengen in de vrije tijd, en dat je tijdens ruzies thuis niet de boel op de spits moet drijven, een time-out moet nemen, en het kind een waardige aftocht moet gunnen. Ook ben ik opgelucht dat je dus helemaal geen seksuele voorlichting hoeft te geven, en dat je af en toe vooral een moral holiday mag nemen en er maar een beetje op los mag leven met z’n allen.
Een beetje gezellig
Wat valt er nog meer aan algemene richtlijnen over de opvoeding op te maken uit de 120 adviezen van de deskundigen in het boek? Behalve dus een beetje te ontspannen, en je kind soms vooral te laten (iets wat we volgens Bas Levering verleerd zijn):
- Geef zelf het goede voorbeeld, kinderen leven dat na.
- Houd de lange termijn in het oog en breng kinderen vaardigheden bij waarmee ze straks op eigen benen kunnen staan. Ook al moet je daarvoor nu een beetje streng zijn.
- Wees niet bang grenzen aan te geven.
- Blinde gehoorzaamheid past niet meer bij deze tijd.
- Een kind moet tegenslag mogen meemaken, en verdriet daarover voelen.
- Pubers lijken misschien normale mensen maar kunnen vlagen van gekte hebben.
En: neem als volwassene verantwoordelijkheid voor je eigen geluk. Dit is een punt dat steeds weer terugkomt. Want natuurlijk is het voor het welzijn van onze kinderen belangrijk hoe we ze instrueren over leven, voeding en de wereld. Dat we ze rust geven maar ook activeren, dat we ze aanmoedigen en afremmen, corrigeren en prijzen, maar het allerbelangrijkst is volgens pedagoog Carolien Gravesteijn ‘dat ouders zelf lekker in hun vel zitten, en gelukkig zijn in hun relatie’. Daar begint het toch mee, er wat lol in te houden met z’n allen. Soms is het genoeg om het een beetje gezellig te houden thuis.
Andere ouders doen ook maar wat. Al je vragen over opvoeden beantwoord door de beste deskundigen van Annemiek Leclaire verschijnt bij Luitingh-Sijthoff 2018, €14,95
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.